Van Poeriem tot Pesach, lichtpunten van vreugde in ons galoet-bestaan  
zondag 13 maart 2016
PesachDayan EversPoeriemGaloes/Ballingschap »  Auteur: Dayan Evers | 314 keer gelezen

Poeriem is een feest dat gebaseerd is op de Esterrol uit de latere Bijbelboeken, de Hagiografen. Met Poeriem vieren we de redding van het Joodse volk uit de klauwen van de anti-semiet Haman en zijn trawanten. In de Esterrol wordt de eerste maar uiterst bedreigende pogrom tegen het hele Joodse volk buiten Israël beschreven.

Het uit de oud-Perzische taal afkomstige woord ‘poer’ betekent ‘lot’, reden waarom Poerim ook wel het Lotenfeest wordt genoemd. Het wordt gevierd op 14 Adar in de Joodse kalender en valt daarmee in het vroege voorjaar.

Lichtpunten van vreugde in ons galoet-bestaan

De aanloop naar de Amerikaanse verkiezingen, Iran, kritiek op Israël, dalende koersen…Depressie is in de rabbinale praktijk de laatste tijd weer een van de meest gehoorde klachten. Psychologen en andere menswetenschappers hebben zich over deze problematiek gebogen.

De gedrukte stemming is vaak de keerzijde van de negatieve beleving van het ik, het zelf en het eigene. Kerngevoelens als zelfachting, zelfrespect en zelfvertrouwen zijn aangetast of veranderd in hun tegendeel.

Kort samengevat zien we een af­braak van het ‘selfesteem’. De houding van de buitenwereld speelt natuurlijk een belangrijke rol. Zonder waardering en respect is een psychisch welbevinden niet mogelijk. Psychologische en sociologische verklaringen zijn belangrijk maar zonder een religieuze dimensie absoluut onvolledig. Het galoet-bestaan is depressief

Galoet betekent ballingschap. De laatste tweeduizend jaar is het Joodse volk gewend geraakt aan een leven in een vijandige omgeving waar andere normen en waarden werden gepropageerd en waar eeuwenlang een andere religie de boventoon voerde. Het Joodse leven hing vaak aan een zijden draad, werd negatief gewaardeerd en bejegend.
In onze eeuw komt daar de G’dsverduistering, secularisatie en marginalisatie van de religie bij.

Religieuze beleving en traditionele waarden worden ernstig op de proef gesteld door het gevoel, dat G’dsdienst tegenwoordig niet meer te rijmen valt met de moderne realiteit. In onze samenleving van hijgen­de trimmers, vloekende toerrenners, joelende supporters en krampachtig strijden­de recordjagers is de religie in de marge geraakt.

Een typische uiting hiervan is de moeite die veel mensen hebben met dawwenen (bidden). In pastorale gesprekken horen we nogal eens, dat dawwenen niet meer past in het eigentijdse wereldbeeld: ‘Dawwenen veronderstelt een werkelijkheid, die niet bestaat’.

Dit subjectieve beeld van de werkelijkheid is een moeilijk te doorbreken vorm van mentale zelfoverschatting; het tekent echter wel de bijna volledige G’dsverduistering, die ons in de houdgreep klemt. Als het waar is, dat de essentie van de religieuze mens zijn religie is, betekent dit, dat er iets goed scheefge­groeid is in ons zelfbewustzijn. G’dsnaam ontbreekt

De rol van Ester is het enige boek van Tenach (Bijbel), waarin de Naam van G’d niet voorkomt. De naam Ester komt van de stam ‘verbergen’ en wordt in verband gebracht met de pasoek (het vers Dewariem/Deut. 31:18): “Ik, zegt G’d, zal Mijn Aang­ezicht verbergen”. De Esterrol is een typisch galoet-boek waar niettemin veel hoop uit geput kan worden.

Ook de naam Poeriem is vreemd. Het is een Perzisch woord, dat loten betekent. Waar het gebruikt wordt in Tenach wordt het direct naar het Hebreeuws vertaald. Alle andere feesten dragen zuiver Hebreeuwse namen, die refereren aan de red­ding, die het Joodse volk deelachtig werd. De naam Poeriem herinnert juist aan het levensgevaar, waaraan de Joden werden blootgesteld: de loting van Haman, waar beslist werd over de datum van de ‘Endlösung’.

Tegenstrijdigheden
Toch spreken we over de Ester-rol als de Megillat Ester. Het woord Megilla bete­kent openbaring. Megillat Ester kan dus vertaald worden als de ‘openbaring van het verborgene’.

Het woord Poeriem herinnert aan het levensgevaar, dat dreigde. Toch is er geen enkel feest, dat zo uitbundig gevierd wordt als Poeriem. Sjikkeren (dronken worden) is verplicht en zelfs zo, dat men moet drinken totdat men het verschil tussen Mordechai en Haman niet meer weet.

Er is nog een tegenstrijdigheid in de Poe­riem-episode: in die tijd namen verschillende Joden belangrijke posities in aan het hof van Achasjwerosj. Mordechai was adviseur van de koning. Hij had bovendien het leven van de koning gered. Alleen Ester ‘vond gunst in de ogen van Achasjwe­rosj’ en werd zijn koningin. Tegenwoordig zouden wij bij dreigend gevaar direct een beroep hebben gedaan op deze ‘hofjoden’. Zak en as

Toch was de eerste zet van Mordechai – toen hij van Hamans besluit vernam – niet een politieke, diplomatieke stap maar een religieuze daad: “hij kleedde zich in zak en as en ging de straat op” om zijn medejoden op te roepen tot tesjoewa (=inkeer). Pas daarna drong hij er bij Ester op aan om te gaan pleiten voor het behoud van haar volk. Ook Ester ging niet direct naar de koning maar droeg Mordechai op om alle Joden te verzamelen voor een driedaags vasten. Ook Ester vastte drie dagen hoewel dit haar uiterlijk zou aantasten en haar kans om gunst te vinden in de ogen van de koning verminderde.

Oorzaak en gevolg
Mordechai en Ester beseften, dat het decreet van Haman in eerste instantie een gevolg was van de psychische ontreddering van het Joodse volk, dat in de nadagen van het Babylonische en Medisch-Perzische galoet een ernstige religieuze depressie meemaakte. Het eerste wat dan te doen staat is het verheffen van de Joodse geest, het herstel van de religieuze waarden, die de essentie van het Joodse volk vormen. Daarom riepen Mordechai en Ester eerst op tot een periode van ernstige bezin­ning op het Jodendom.

Pas daarna werden de diplomatieke kanalen bewandeld, die pas zin hebben nadat de Joodse eigenwaarde weer centraal staat in het bewust­zijn. G’d zegt: “Ik zal Mijn Aangezicht verbergen” – maar de ‘Ik’ blijft altijd bereikbaar en alleen daar – in onze verbondenheid met G’d – ligt de oplossing van alle psychische depressie en bedreiging. Depressie betekent G’dsverduistering. G’dsbesef leidt tot vreugde, die alle grenzen ontstijgt. Pesach en Poeriem: zelf de handen uit de religieuze mouwen

De simcha (vreugde) op Poeriem was voornamelijk zelfwerkzaamheid van het volk zelf. Zij gingen met zichzelf aan de slag en ontlokten daarmee de reddende respons van Boven. Het initiatief tot inkeer – de aanzet tot de hulp van G’d – kwam van de mens.

Met Pesach was dat anders. De Joden waren diep gezonken en erg geassimileerd aan de Egyptische cultuur. De redding was puur G’ddelijke genade – een ingreep vanuit de Hemel. Eigenlijk was er weinig verschil meer tussen Joden en Egyptenaren.

Maar de toekomstbelofte dat het Joodse volk de Tora op de berg Sinai zou aanvaarden, opende nieuwe perspectieven. De Tora is ons transportabele vaderland gebleven tot op de dag van vandaag. Daar liggen al onze geheime krachten verborgen. Dat is de bron van onze vreugde.

De Talmoed geeft aan, dat wij Poeriem vlak voor Pesach vieren om de ene bevrijding op de andere ge’oela (bevrijding) te doen volgen; toch zijn er verschillen.

Poeriem toont, dat wij moeten beginnen met onszelf op te wekken tot meer religieuze beleving – daarna volgt de Hemelse toenadering vanzelf, het verlossende karakter van Pesach. Het contact met het Hogere – dat is de werkelijke bron van vreugde.

©Dayan Evers 2016

  Website
 
Inloggen
Zoeken
Contact
Links
Copyright © 2018 Jodendom Online, Alle rechten voorbehouden.