8 Niesan 5780 | 02 april 2020
Nieuws
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     Israël     Media     Publicisten     
Hagana Merchavit: bescherming bevolking
Publicatiedatum: dinsdag 08 augustus 2006 Auteur: Onbekend | 888 keer gelezen
Libanon en Chizballah, De Libanonoorlogen, Gush Katif »
Het heet nog steeds "Hagana Merchavit" - bescherming bevolking - en hoewel de bescherming van onze achterhoede altijd van overweldigend belang was (als er geen bevolking meer is dan hebben Israel's soldaten niets meer om voor te vechten) is het in deze oorlog toch anders, begrippen bereikten nieuwe hoogten. Zoals het in de Golfoorlog, de Eerste "anders" was. Saddam Ghussein van Irak en Nasrallah van Iran/Ghizballah/Libanon vielen en vallen onze achterhoede aan. Een oorlogsmisdaad volgens de Conventie van Geneve (en van "Jeruzalem", lees: de Bijbel). Voor Israel werd die Conventie van Geneve vanzelf niet geschreven, misschien werd hij wel tegen Israel geschreven. Israel behoort niet tot de "volkeren", Israel is enkel Israel en vecht een oorlog om totale vernietiging te voorkomen. Dit is een uniek verschijnsel, het gros der oorlogen wordt gevochten om andere idealen. Het verschil, het enige met de oorlog die Hitler indertijd tegen ons voerde is dat Israel nu terug kan vechten. Het is alsof alle raketten die boze geesten maar konden uitdokteren, kennelijk speciaal voor dit Israeldoel tegelijk op ons kleine landje worden afgeschoten, bij dozijnen, bij honderden, op den duur bij duizenden. Zal iemand dit nog overleven is een gedachte die bij velen opkomt..

Niet enkel het aardse Jeruzalem riep alle reserves op om land en volk te verdedigen, ook in den Hoge, in het hemelse Jeruzalem moeten er tsavee 8 -een oproep om onmiddellijk naar de gevechtseenheid te snellen, formulieren die enkel in oorlogstijd worden uitgedeeld - zijn rondgestrooid. De G'd van Israel riep kennelijk al Zijn engelen op om de vleugels te spreiden over Zijn belaagde aardse veste.
We zijn er nog, niet allemaal maar "we" bestaan nog. De helft van het land ligt lam, uitgeschakeld, schuilend bij gebrek aan enige keuze in ondergrondse bunkers. De andere helft vecht door en ook uit de bunkers ziet U vermoeide jonge mannen komen, met ogen rood van het slaapgebrek. Zij gaan met levensgevaar naar wat er nog rest van hun woningen, trekken de "wapenrok" aan en grijpen hun al lang klaarstaande kidbag. Op de een of andere manier arriveren ze bij hun eenheid. Dit is geen kleinigheid. Tragisch bleek hoe reservisten niet afkomstig uit de gevechtszones niet werkelijk kunnen geloven aan het enorme gevaar langs de noordergrens. Zij duiken de schuilkelders niet in wanneer de sirenes loeien en dit werd gisteren meer dan tien reservisten noodlottig. Een voltreffer op hun groep, daar in het Galilesche Kfar Giladi waar de kibboetsleden die heilig geloven in katjuscha's en andere raketten alles overleefden, verscholen in hun diepe kelders.

Ter illustratie van de toestand in het gebied onder Nasrallah's bereik dienen mijn eigen "thuisfront". Daar vindt U nu meer dan een dozijn kinderen uit het noorden, kleinkinderen, familieleden. Dit huis is een soort jeugdherberg geworden waar voor de Shabat ook vaders en moeders verschijnen die dan onmiddellijk na zonsondergang weer verdwijnen. Ze moeten op hun posten blijven in de grensnederzettingen waar hun werk- en woongebied ligt. Heen en terug is de reis gevaarlijk. Wie hier in Jeruzalem is weet dat er voorlopig geen veilige weg terug bestaat. De jeugd terugkrijgen naar huis is zo gevaarlijk, zo ingewikkeld dat we het maar liever nalaten. Ze zijn hier. Aan de andere kant, wie nog aan de Libanese grens zit te schuilen kan niet zo maar wegrijden richting Jeruzalem.

Eliahoe, tachtig jaren oud, grootvader van sommige van mijn kleinkinderen, nog altijd zijn boerenbedrijf leidend met behulp van zoons en kleinzoons, Eliahoe is heel erg ziek en moet naar een ziekenhuis wat daar in het noorden niet kan want er is geen plaats voor hem. Oorlogsgewonden.
Naar Jeruzalem dus. Een auto, bestuurd door zoon Shim'on probeerde richting Nahariya te raken maar al gauw moest Shim'on het opgeven. Raketten, raketten overal, zonverduisterende hoeveelheden. Shim'on en Eliahoe reden terug naar hun dorp Ja'ara waar Nasrallah zijn zinnen op zette. Niet om er het boerenbedrijf van Eliahoe over te nemen, nee. Joden. Die moeten vernietigd worden.

Het is nu ochtend, Jom Sheni de Tweede dag (maandag) zegt mijn computer. Ikzelf tel niet, ik kook grote pannen macaroni met gehakt of rijst met kip, aardappelsla met ei en zorg dat de was- en droogmachines continu draaien, evenals ongeveer alle huismachines. Ik zit voor de TV (wanneer alle kinderen buiten spelen zodat even hun eigen favoriete films van het scherm gewist kunnen worden) en zie ons landje in vlammen opgaan, de bossen van Galilea, het graasland van de Golan, de kippenhokken van het westen, de boomgaarden rondom Kiryat Shemonah. Wat Nasrallah niet vernielt dat wordt slachtoffer van onze eigen reservisten die hun kanonnen opzetten waar dat nodig is, omhakkend, plattrappend wat niet ontzien kan worden.

Jeruzalem is vol vluchtelingen, ik zag gisteren een hele kolonie van geestelijk gestoorden, verhuisd uit Galilea naar mijn buurt in Jeruzalem. Het was een enorm schokkend gezicht, die mensen met hun goede, vertrouwende, kinderlijke blik in de ogen, onwennig, hand in hand wandelend door onze overvol rakende stadsbuurt. Overal ontmoet ik vrienden, bekenden uit onze Galilea-jaren. Hoe oud is Naomi, Sa'ada, Deborah geworden. Ik vergeet dat ikzelf ook geen jonge moeder meer ben, ik werd een grootmoeder en verviel in dezelfde oorlogsmentaliteit die mijn oudste kinderen zich nog herinneren. Als het oorlog was dan "mochten ze alles". Moeder zei dan: "welja, waarom niet" op wat ze ook vroegen. Welja, waarom niet…..laat ze toch, wie weet wat het volgende moment brengen zal. Ik verwen ze allemaal schromelijk, er is straks geen huis meer met ze te houden…maar ik wanhoop al zo heel erg lang aan een "straks", bleef daaraan wanhopen sedert die allereerste oorlog, die van heel lang geleden waar de Nasrallah van toen in het Duits gilde dat hij Israel zou vernietigen. Het volk natuurlijk. Het land zou dan automatisch nimmermeer Zion worden. Dat dit nooit zal gebeuren omdat G'd ons beloofde dat Zion voor immer zal bestaan weet ik totaal zeker. Maar niemand van Israels Grote Geleerden heeft ons uit kunnen leggen hoe precies G'ds wegen zijn. Ondoorgrondelijk. Dat is en blijft het enige woord. Wij weten niet en zien wat wij zien. Israel vecht voor haar bestaan, de vijand is ontzind van haat en schiet wild in het rond, kennelijk wanhopend aan alles, niet ongelijk aan b.v. Uw briefschrijfster. Hoe ik weet dat hij wanhoopt? Ervaring. In de pak weg 60 jaren van vechten tegen altijd weer aanstormende woeste horden, allemaal vanuit de zelfde religieuze inspiratie (Allah "droeg hen op Israel te vernietigen") zagen wij eenzelfde fenomeen. Wanneer zij de oorlog aan het verliezen waren dan hielden zij op te reppen van "Israel". Plots was het "Amerika" of "Frankrijk en Engeland" die tegen de dappere Arabische natie hadden gevochten, de oorlog hadden gewonnen met hun valse overmacht aan technologie en zij riepen al hun broeders op om te helpen in deze oorlog tegen de overmacht. Overmacht….Een miljard mensen tegen ons handjevol. Een vijf miljoen….overmacht.

Amerika/Frankrijk/Derestvandewereld. Zij versloegen de dappere Arabische natie. Israel? Daar sprak men niet meer over. Nasrallah doet nu hetzelfde maar hij doet nog wat anders ook. Hij schiet wild om zich heen, als een kat in nood, hij schiet zijn zwaarste geschut af, geschut dat zichzelf "verraadt", door Israel wordt gezien wanneer het werkt en dan door Israel vernietigd wordt, zo prompt als dat enkel kan gebeuren onder buren. Buren, levend op elkanders drempels zoals dat bij Israel en haar vijanden het geval is. Nasrallah, een vooruitgeschoven eenheid van het Iraanse leger ligt loerend op al wat wij doen, naast onze deurposten.

Mijn deur..op mijn deur klopte de neo-Hitler nog niet. Jeruzalem ligt bijna griezelig, een eiland in de woeste zee, de hoofdstad van een ondergedoken (in schuilkelders) bevolking…te wachten op G'ds afdaling naar deze aarde. Hij moet deze oorlog beslechten. Op de varanda die uitzicht biedt over heel de Heilige Stad staat Neta, nu 15 jaren oud maar al een veterane van de strijd om Gush Katif die wij zo tragisch verloren terwijl alles bewaarheid werd waarvoor wij, "verdedigers" van Gush Katif waarschuwden. G'ds Toorn. Oorlog. Een "aardbeving". De straf daarvoor, uitgemeten met gelijke munt, verwoesting, vluchtelingen, daklozen, werklozen. Een volk vluchtend voor genocide. Wij hadden de hand niet mogen slaan aan de goede mensen van Gush Katif. Sharon weet het niet maar wij, wakenden, wij weten het.

Neta staat nu, op dit vroege ochtenduur op de varanda, biddend tot de G'd van haar volk. Dat Hij er steeds zal zijn, wakend, onvermoeibaar over Zijn erfdeel. Ik kijk naar haar jonge gestalte, haar lieve hoofdje met het lange, gitzwarte haar, samenbonden tot een dikke waterval van glans. Zij strikt daar altijd, trouw, een oranje lint om. Neta bidt. Ik stofzuig en maak het ontbijt klaar voor al die jonge monden, me soms vergissend, de meisjes noemend bij de namen van mijn dochters die in die andere oorlogen kinderen waren.

Mensen, ik moet afscheid nemen want aan de slag. De slag van ons leven, de slag om alles waar wij van onze generatie voor leefden. G'd zij met ons.
Copyright © 2006 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2020 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.