16 Aw 5780 | 06 augustus 2020
Nieuws
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     Israël     Media     Publicisten     
Alles went, zelfs een oorlog
Publicatiedatum: zaterdag 23 december 2006 Auteur: Webmaster | 1.192 keer gelezen
Libanon en Chizballah, Gush Katif, Verenigde Naties, Ehud Olmert, Jom Kippoeroorlog »
Blauwgroene golven breken op het witte zandstrand even ten noorden van Tel Aviv. Vogels buitelen door de lucht, kinderen plonzen schreeuwend door het water. Dan dreunen twee helikopters laag boven de zee richting het noorden. Boze insecten lijken het. Onder hun zwarte buiken hangen raketten. Niemand die opkijkt. Alles went, zelfs oorlog.

Premier Rabin had gelijk. Van hem zou de uitspraak zijn dat Israël sinds het ontstaan van de staat in 1948 een doorlopende oorlog tegen zijn vijanden voert. Want al krijgen slechts korte perioden van strijd een naam -de Zesdaagse Oorlog in 1967 of de Jom Kipoeroorlog in 1973-, dat wil nog niet zeggen dat het in de tussenliggende perioden vrede is.

In juli van dit jaar is er weer zo’n oorlog die een naam krijgt. Gedurende een kleine maand regenen de raketten van Hezbollah neer op dorpen en steden in Israël. Er vallen doden en tientallen gewonden.

Het land houdt de adem in. En toch gaat alles gewoon door. Een bezoeker die het nieuws niet volgt, beseft niet dat dit kleine streepje land, ingesloten tussen de Middellandse Zee en de Jordaan, voor de zoveelste keer in zijn bijna zestigjarige bestaan wordt bedreigd.

Eigenlijk is het niet goed te bevatten. Dat je op vakantie bent in een land dat aan zijn noordgrens een heuse oorlog voert. Niemand had gedacht dat het zo ver zou komen. Toen Hezbollah bij een overval op een grenspatrouille twee soldaten in gijzeling nam, leek de Israëlische reactie beperkt te blijven. Net zoals dat onder het bewind van premier Sharon zo vaak gebeurde. Een gerichte aanval op stellingen van Hezbollah net over de grens. Straaljagers met de blauwe davidsster op de flanken die heel laag met donderend geraas over de Libanese hoofdstad Beiroet vliegen. Maar dan keerde de rust weer in het grensgebied van Israël en Libanon.

Nu niet. De kersverse premier Ehud Olmert heeft besloten dat hij zal laten zien dat er met hem niet te spotten valt. Het leger is in de hoogste staat van paraatheid gebracht en er worden tientallen doelen bestookt in Libanon. Er vallen doden, veel doden. Burgerdoden, zeggen ze in het buitenland. In Israël maken ze dat onderscheid niet. Het leven is er al jaren heel zwart-wit en de grenzen worden scherp getrokken. Burgers die de terroristen van Hezbollah een schuilplaats geven in hun huizen, zijn geen burgers, maar terroristen. En terroristen zijn altijd een gelegitimeerd doelwit. Zo simpel is het leven in een land dat zich niet de luxe van een brede maatschappelijke discussie over zijn veiligheid kan veroorloven.

De verslaggevers in het noorden van het land zijn niet van het tv-scherm weg te slaan. Alles wordt uit de kast gehaald om de bijna 7 miljoen Israëliërs te informeren over wat er nu precies aan de hand is. En als dat allemaal niet op één scherm past, dan knippen de programmamakers dat tv-scherm gewoon in vier of vijf stukken. Vier kleine beeldjes, waarop allemaal verschillende dingen gebeuren. Het is om dol van te worden.

Shalom
Bij een kleine supermarkt in de chique Jeruzalemse wijk Rehavia lijkt alles normaal. De tas moet open, een bewaker kijkt en dan kan het winkelen beginnen. Ook al spreek je geen woord Hebreeuws, toch voel je aan alles dat de sfeer gespannen is. Het is niet zomaar een mooie zomerdag, het is oorlog.

Oude mannen staan tussen de schappen levensmiddelen te discussiëren. Sinds oktober 2000, toen de tweede Palestijnse intifada uitbrak, is er hier tussen de groenten, het wc-papier en de schoonmaakmiddelen al heel veel gepraat over ”de situatie”, zoals ze de doorgaande oorlog tussen Israël en de Palestijnen eufemistisch noemen. Verleden jaar, precies rond deze tijd, was het de terugtrekking uit Gaza die de gemoederen bezighield. En nu is het de Hezbollahoorlog, zoals het conflict inmiddels heet. Want ook al wil geen politicus dat gevreesde woord in de mond nemen, het is gewoon oorlog. Israël wordt geen vrede gegund, al zolang het bestaat. Juist dat gevoel een klein eiland te zijn in een oceaan van Arabische vijanden, heeft dit volk doortrokken als een zuurdesem. Van oud tot jong, van rijk tot arm. Wie je ook spreekt: ze overschreeuwen zichzelf allemaal door harde actie van het leger tegen de terroristen te eisen. En tegen Iran, dat Hezbollah steunt en financiert en zelf bezig is met het ontwikkelen van kernwapens.

Een oudere man bij de kassa begint spontaan te praten. „Toerist?” vraagt hij. Deze knikt instemmend. De man vindt het maar flink om naar dit land te komen, juist nu. „Dat hebben we nodig”, zegt hij in het Engels met een zwaar accent, terwijl hij de boodschappen uit zijn karretje op de lopende band zet. „Shalom”, roept hij als hij heeft afgerekend. Hij heeft zelf niet door hoe bijzonder die wens -„vrede!”- klinkt in deze tijd.

Spookstad
Een paar dagen later slechts gebeurt waar iedereen zo bang voor is. Een raket komt neer op de derde stad van Israël -Haifa- en doodt negen mensen in een onderhoudsloods van de spoorwegen. De leider van Hezbollah, Nasrallah, heeft zijn reputatie opnieuw waargemaakt. „Alles wat hij belooft, voert hij ook uit”, zegt een zenuwachtige verslaggever op de radio.

Zomaar tussen alle narigheid door dreigt er nog een journalistiek relletje. De Israëlische tv mag geen rechtstreekse beelden meer uitzenden van raketten die neerkomen in Israëlische dorpen en steden. Daarmee wordt Hezbollah alleen maar geholpen omdat het dan kan zien hoe goed het zijn raketten heeft gericht, menen militaire analisten. En dus vullen alleen nog maar overzichtsbeelden de tv-schermen in het land. Een blik vanaf de berg Karmel op Haifa. Met commentaar van een journaliste die maar gewoon vertelt wat ze ziet: een spookstad. Iedereen die niet per se op straat hoeft te zijn, is de stad ontvlucht of heeft de schuilkelders opgezocht. Hier en daar raast een ambulance door de straten en dan is het weer stil. Tot het zoveelste luchtalarm mogelijk gevaar aankondigt.

Ondertussen gaat het leven in Jeruzalem gewoon door. De inwoners voelen zich veilig. Rachel -lange blauwe rok, haar in een vlecht-, die bij de Klaagmuur loopt, weet zeker dat Hezbollah deze stad niet zal durven beschieten. Ze wijst naar de glanzende top van de Rotskoepel op de Tempelberg. „Hezbollah is bang dat ze die raken”, zegt ze. „Dan is de ramp voor de Arabieren niet te overzien.” Ze weifelt even. „Al zou dat gebouw van mij vandaag nog mogen instorten”, zegt ze er fel achteraan.

Maar als je even doorpraat, heerst er ook bij haar de angst. Vanwege haar broer die in het leger zit en die ook naar Libanon moet. Nee, verder weet ze niets. Wil ze ook niets weten, daar word je alleen maar banger van. Maar één ding weet ze wel: Israël zal niet verliezen. Daarvan is ze overtuigd. Dan loopt ze snel achter haar vriendinnen aan richting het vrouwengedeelte bij de Klaagmuur. Om te bidden voor haar broer, het leger, het land, Israël.

’s Avonds houdt premier Olmert in de Knesset, het Israëlische parlement, een toespraak. Beheerst, zelfverzekerd. De parlementsleden zijn stil, onder de indruk. Zelfs de leden van de Arabische politieke partijen roffelen niet op hun banken als hij spreekt over het feit dat Israël wel terug moet slaan. Dat geen enkel land het zich kan veroorloven niets te doen als zijn bevolking met de dood wordt bedreigd.

De toespraak wordt rechtstreeks uitgezonden op de televisie. Zeker in crisistijden leven Israëliërs rondom de radio of de tv. Nieuws is een eerste levensbehoefte, bijna belangrijker dan water en brood. Want welk gezin heeft er geen familielid dat in het leger dient? Onder de Palestijnen is het een bekend gezegde dat eigenlijk iedere Israëliër militair is. Jongens moeten drie jaar in dienst, meisjes twee jaar. En wie officier wil worden, kan daar nog een jaar of meer bij optellen. Om van het aantal herhalingsoefeningen maar niet te spreken.

Barbecue
Als je het niet meemaakt, geloof je het niet. Maar ook oorlog went. Op het strand ten noorden van Tel Aviv is er van gespannenheid niets te merken. Gezinnen genieten van het prachtige weer. Vader, moeder, kinderen. Plonzen door het water, rollen door het zand. Geschreeuw, gelach, gehuil.

Als de zon het schijnen moe is en langzaam richting horizon zakt, wordt er gebarbecued. In Israël is er altijd wel een gelegenheid om de barbecue aan te steken. Zelfs als het oorlog is. Een vader en zijn dochter zijn ingespannen bezig. Oorlog? Hij wuift met zijn hand. Nu even niet. Als een straaljager angstig laag over scheert, kijken ze op noch om. Wat je geen woorden geeft, bestaat niet.

Op de weg, van de kust naar het in de heuvels gelegen Jeruzalem, is er geen doorkomen aan. Net als anders. Rijen zinderend blik. Getoeter, gescheld. Maar uit de open raampjes van de auto’s klinken vandaag geen dreunende discobeats, maar radiostemmen. Nieuws, nieuws.

Nog niet zo lang geleden is met veel tamtam het eerste gedeelte van een splinternieuwe tolsnelweg geopend. Officieel heet de weg de Rabin Highway, maar in de volksmond is het wegnummer -6- de naam geworden. Het lange asfaltlint moet straks het land doorsnijden van het noordelijke Haifa tot het zuidelijke Beersheva. Een absoluut kunstwerk is het.

Vanaf de weg is het zicht op de torenflats van de metropolen langs de kust bijna betoverend. Bijna zestig jaar is dit land oud en wat is er niet bereikt? Maar hoelang duurt het nog voordat ook hier de raketten door de lucht vliegen? Een doemscenario van een stelletje zwartkijkers? In Haifa weten ze wel beter. Daar hebben ze zelfs een heel ziekenhuis naar de schuilkelder moeten verhuizen vanwege de rakettendreiging.

Zonde
Op 14 augustus, een maand na het uitbreken van het conflict, is alles voorbij. Beide partijen krijgen een bestand opgedrongen. De balans van een maand oorlog wordt opgemaakt. Duizend doden in Libanon, 150 in Israël. De schade aan beide kanten is groot. Israël heeft niet gewonnen. Maar wat erger is: Hezbollah heeft niet verloren.

De hulpverlening voor het zwaar getroffen Libanon komt op gang. In Israël moeten ze het zelf maar oplossen.Voor dat landje aan de zee komen de Verenigde Naties niet in de benen.

De wereldopinie keert zich zelfs tegen Israël. En in Israël keert de publieke opinie zich tegen de regering. Soldaten klagen. Alles wat fout kon gaan, ging fout. En de dreiging blijft. Want niemand twijfelt eraan dat, ondanks de wapenstilstand, een volgende oorlog met Hezbollah onvermijdelijk is. De angst dat tegen die tijd Iran over kernwapens beschikt, maakt de Israëliërs banger dan ooit.

De roep om een sterke leider groeit (Justed [ACI]:die sterke leider komt er zeer zeker aan, alleen niemand weet de dag van Zijn komst, alleen God de Vader weet dit). Maar Rabin leeft niet meer, Sharon ligt in coma, president Katsav is druk met het ontkennen van beschuldigingen van verkrachting en premier Olmert wordt verdacht van financiële malversaties. De ene onderzoekscommissie na de andere wordt ingesteld. Zullen er koppen gaan rollen? Eén ding weten de Israëliërs zeker: ze staan er in de wereld altijd alleen voor. Altijd. Zelfs de Holocaust heeft dat niet veranderd.

Ondertussen wordt er bij de Klaagmuur gebeden. Orthodoxe rabbijnen roepen op tot schuldbelijdenis. Het zijn de zonden van het volk die de ene ramp na de andere over het land brengen. En dat begrip zonde nemen ze dan heel breed en duiden ze vooral politiek. De terugtrekking uit Gaza bijvoorbeeld, was z'’n zonde.

Hoe de toekomst eruitziet weet niemand. En hoe zal Israël de aanvallen kunnen afslaan? Door nog meer miljarden sjekels te investeren in het leger? Door nog vernuftiger wapentuig, nog snellere straaljagers, nog zwaardere tanks te ontwikkelen? „Waarlijk, tevergeefs verwacht men het van de heuvelen en de menigte der bergen”, zei Jeremía eeuwen geleden. De echo van zijn woorden lijkt steeds zwakker en zwakker te worden. Maar tot zwijgen kan de profetenstem niet gebracht worden:
„Waarlijk in de Heere, onze God, is Israëls heil.”
Copyright © 2006 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2020 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.