19 Tammoez 5780 | 11 juli 2020
Nieuws
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     IsraĆ«l     Media     Publicisten     
Joden uit moslimlanden: Vergeten vluchtelingen ?48
Publicatiedatum: woensdag 14 augustus 2013 Auteur: Door Noah Beck | 778 keer gelezen
Geschiedenis/Gebeurtenissen, Joodse vluchtelingen, Mediabedrog en Geschiedvervalsing »

Afgelopen 20 juni was het Wereldvluchtelingendag, een dag die gewijd is aan de bijna zestig miljoen mensen wereldwijd die met geweld zijn verdreven door conflicten of vervolging. Een groep vluchtelingen die zelden erkend wordt zijn de inheemse Joden uit moslimlanden die gedwongen werden te vluchten rond de tijd dat de staat Israël werd opgericht.

Een Google-zoekopdracht voor ‘vluchtelingen 1948’ levert ongeveer zes miljoen resultaten op. Deze gaan allemaal (tot en met pagina zes ten minste) over de Palestijns-Arabische vluchtelingen, als waren zij de enige vluchtelingen van 1948. Maar men schat dat er vanaf het begin van de Arabisch-Israëlische Oorlog (1948) tot de vroege jaren zeventig tot een miljoen Joden vluchtten of verdreven werden uit hun voorouderlijke huizen in moslimlanden. Van die vluchtelingen bereikten tussen 1948 en 1951 260 duizend Israël en zij omvatte 56% van alle immigratie naar de jonge staat. In 1972 liep hun aantal op tot 600.000.

In 1948 hadden het Midden-Oosten en verschillende Noord-Afrikaanse landen een aanzienlijke Joodse bevolking: Marokko (250.000), Algerije (140.000), Irak (140.000), Iran (120.000), Egypte (75000), Tunesië (50000), Jemen (50.000), Libië (35.000) en Syrië (20.000). Vandaag de dag leven er bijna geen inheemse Joden meer in deze landen (hoewel er in Marokko en Iran elk nog 10.000 Joden wonen). In de meeste gevallen woonde de Joodse bevolking daar al duizenden jaren.

Weinigen zijn bekend met deze geschiedenis omdat er aan de Joodse vluchtelingen van 1948 het staatsburgerschap werd verleend door de landen waarheen zij vluchtten, waaronder Israël. Daarentegen weigerde veel moslimlanden om de Palestijnse vluchtelingen te laten integreren; zij zagen hen liever als tweederangs burgers met het oog op het binnenlandse demografisch evenwicht en/of om Israël met een politiek probleem op te zadelen.

Vooringenomen Media
Vooringenomenheid van de media verklaart ook waarom er zo weinig mensen op de hoogte zijn van de Joodse vluchtelingen uit moslimlanden van 1948. Een zoektocht op de website van BBC Nieuws naar ‘vluchtelingen 1948’ genereert eenenveertig artikelen (teruglopend tot 1999); veertig gaan over de Palestijnse Arabische vluchtelingen van 1948. Slechts drie van deze veertig (van 9/22/11, 9/2/10 en 4/15/04) maken vermelding van de Joodse vluchtelingen uit moslimlanden, en twee andere doen dat slechts door een enkele oppervlakkige zin die de kwestie presenteert als een bewering in plaats van een historisch feit.

Een zoektocht naar ‘Joodse vluchtelingen uit Arabische landen’ op de website van de New York Times levert 497 resultaten op (een vervanging van ‘Arabier’ met ‘moslim’ halveert de resultaten), terwijl ‘Palestijnse vluchtelingen 1948’ 1050 resultaten oplevert. Overweeg een vergelijking met Sri Lanka, een ander multi-etnisch land dat door oorlog verscheurd is en zijn onafhankelijkheid van Groot-Brittannië in 1948 verkreeg. Het bijna 26-jarige etnisch conflict begon daar in 1983 en zou haast honderdduizend levens eisen, vele malen meer dan het totale aantal slachtoffers van het bijna 100-jarige Israëlisch-Palestijnse conflict. Uit dit conflict in Sri Lanka kwamen ook honderdduizenden vluchtelingen voort, waaronder alleen al minstens tweehonderdduizend Tamil-vluchtelingen in West-Europa verblijven. Toch genereert een zoekopdracht naar ‘Tamil-vluchtelingen’ slechts 531 artikelen - minder dan vijf procent van de meer dan 11.000 resultaten bij ‘Palestijns-Arabische vluchtelingen’.

Palestijns monopolie op het vluchtelingenvraagstuk
Geïnstitutionaliseerd favoritisme van de VN heeft de Palestijnen ook in staat gesteld het vluchtelingenvraagstuk te monopoliseren, wat de vooringenomenheid van de media ongetwijfeld versterkt. Alle niet-Palestijnse vluchtelingen in de wereld (bijna 55 miljoen) vallen onder de hoede van het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de VN, die volgens de richtlijnen van het Vluchtelingenverdrag van 1951 werkt. Maar Palestijnse vluchtelingen (waarvan de oorspronkelijke bevolking minder dan een miljoen besloeg) hebben een VN-agentschap die uitsluitend aan hen gewijd is (UNRWA).

UNRWA's unieke definitie van ‘vluchteling’ omvat iedereen ‘voor wie tussen juni 1946 en mei 1948 Palestina de gewone verblijfplaats was en die zowel huisvesting als bestaansmiddel als gevolge van het Arabisch-Israëlische conflict van 1948 verloor’. De definitie van UNRWA omvat dus - in aanvulling op gezinnen die al generaties in het gebied leefden - alle migranten die zo vroeg als in 1946 aankwamen, maar vervolgens werden verdrongen. En omdat de definitie ook ‘afstammelingen van vaders die voldoen aan de definitie’ omvat, is UNRWA’s vluchtelingenbevolking van 750.000 in 1950 tot 5.300.000 in het heden gegroeid (waardoor de oplossing van het Palestijnse vluchtelingenprobleem nog moeilijker is). Ondanks deze vraagstukken blijft de Verenigde Staten UNRWA ondersteunen (met meer dan 4,1 miljard dollar sinds 1950).

Onrecht Joodse vluchtelingen
De rest van wereldwijde vluchtelingen worden bijgestaan door de Hoge Commissie, die als taak heeft om vluchtelingen te helpen snel hun leven weer op te bouwen, meestal buiten de landen die ze ontvluchtten. Joodse vluchtelingen uit moslimlanden deden precies dit: ze herbouwden hun leven in Israël en elders. Maar het feit dat ze zich gelaten aanpasten en Israël hen volledig burgerschap verleende doet niets af aan het onrecht dat begaan is door het land van hun herkomst. Deze Joodse vluchtelingen uit moslimlanden leden juridische en vaak gewelddadige vervolging die resulteerde in onmetelijke emotionele en fysieke schade. Ze verloren miljarden aan eigendommen en doorstonden enorme sociaal-economische nadelen aangezien zij gedwongen waren hun leven vanaf de grond weer op te bouwen. Israël werd onterecht belast met de kolossale sociale en economische kosten die met een plotselinge absorptie van zo veel vluchtelingen gepaard gaat. Dus elke suggestie dat Joodse vluchtelingen uit moslimlanden geen compensatie verdienen is volslagen verkeerd.

Oproep verantwoording moslimstaten
Op het recente Wereldvluchtelingendag riep het Israëlische Knessetlid Shimon Ohayon, wiens familie in 1956 uit Marokko vluchtte, de Arabische Liga op om ‘hun grote verantwoordelijkheid op zich te nemen voor de verdrijving van bijna een miljoen Joden uit landen waarin ze duizenden jaren hadden gewoond'. Hij legde uit dat ‘in 1947, het politiek comité van de Arabische Liga een wet uitvaardigde die ... opriep tot het bevriezen van Joodse bankrekeningen, hun internering en [de confiscatie van hun activa]. Diverse andere discriminerende maatregelen werden door Arabische landen genomen en in de daaropvolgende bijeenkomsten werd naar verluidt opgeroepen tot de verdrijving van Joden uit de lidstaten van de Arabische Liga’. Ohayon riep de Liga ook op om verantwoordelijkheid te nemen voor ‘de etnische zuivering van de Joodse bevolking in het grootste deel van het Midden-Oosten en Noord-Afrika ... [en] om schadeloosstelling te verstrekken aan de Joodse vluchtelingen.’

Een gegronde en alomvattende vrede in het Midden-Oosten is alleen mogelijk wanneer islamitische staten hun rol erkennen in twee historische misstanden: 1) het verdringen van een miljoen inheemse mensen alleen omdat zij Joden waren, en 2) het laten voortduren van het lot van de Palestijnse vluchtelingen door hen burgerschap te ontkennen. De eerste misstand vereist financiële compensatie aan de families van Joodse vluchtelingen uit moslimlanden. De staten die hen geabsorbeerd hebben kunnen de schadeloosstelling toedienen. De tweede misstand moet worden verholpen door volwaardig burgerschap te verlenen aan Palestijnse vluchtelingen (en hun nakomelingen) die zich elders in moslimlanden hebben gevestigd. Beide misstanden hebben te veel decennia doorgeetterd.

Noah Beck is auteur van The Last Israelis, een apocalyptische roman over Iraanse kernwapens en andere geopolitieke zaken in het Midden-Oosten.

Copyright © 2013 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2020 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.