11 Tammoez 5780 | 03 juli 2020
Nieuws
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     IsraĆ«l     Media     Publicisten     
Wat zijn de criteria voor oorlogsmisdaden?
Publicatiedatum: woensdag 20 augustus 2014 Auteur: De Redactie; gebaseerd op artikelen van Elder of Ziyon | 804 keer gelezen
Chamas, Internationaal Recht, Burgerschild, Kinderslachtoffers , Oorlogsvoering, Operation Protective Edge »

Het is bewezen dat Hamas 18 oorlogsmisdaden heeft gepleegd [zie onderaan dit artikel]. Niet verwonderlijk uiteraard, voor een terreurgroep met een genocidale agenda, die geen enkele regel of wetgeving aanvaardt en internationale vredesverdragen weigert uit te voeren.

Toch hebben sommigen het vooral over mogelijke Israëlische oorlogsmisdaden. De door (islamitische) dictaturen gedomineerde ‘Mensenrechtenraad’ van de VN wil niet de omvangrijke en bewezen Hamas oorlogsmisdaden onderzoeken of veroordelen, maar wel de vermeende Israëlische.

Wanneer is er sprake van oorlogsmisdaden bij een regulier leger?
In het oorlogsrecht staan twee criteria centraal: onderscheid en buitensporigheid.

Het criterium onderscheid maken
Het criterium onderscheid maken in het oorlogsrecht houdt in dat er onderscheid gemaakt moet worden tussen burgers en militaire doelen. Alleen die laatste mogen aangevallen worden.

Echter, Hamas plaatst strijders, tunnels, munitieopslagplaatsen en raketlanceerinstallaties tussen en in groepen burgers, woonhuizen, scholen, moskeeën en ziekenhuizen. Daarmee verandert het die tot militaire doelen.

Wie bepaalt dan of iets veranderd is in een militair doel?
Dat zijn dus volgens het oorlogsrecht in ieder geval niet de journalisten, ooggetuigen of mensenrechtenorganisaties die op basis van wat beelden oordelen.
Die beslissing is aan de militaire commandant te plekke, op basis van de zo goed mogelijke beschikbare informatie op het moment.

Ons eigen Nederlandse Militaire Handboek zegt hierover:

“dat het afhangt van de omstandigheden van het moment of een object een militair doel is. De definitie laat de nodige vrijheid aan het oordeel van de commandant ter plaatse.”

Het is de commandant van de aard van de specifieke situatie te bepalen. Alles hangt af van zijn of haar intentie. Rüdiger Wolfrum en Dieter Fleck schrijven in Het handboek van het Internationaal Humanitair Recht:

“De voorwaarde voor een ernstige schending is de intentie. De aanval moet bewust gericht zijn op de burgerbevolking of individuele burgers.”

Vastgesteld kan dus worden dat zolang het Israëlische leger niet doelbewust burgers aanvalt, en zolang de commandant ter plekke een militair belang had bij elk doelwit op basis van de beschikbare informatie op dat moment, er geen sprake kan zijn van een schending van het oorlogsrecht op basis van het principe van onderscheid.

Degenen die dat nu toch roepen – bijvoorbeeld op basis van televisiebeelden – hebben dus onvoldoende informatie om dit werkelijk volgens het oorlogsrecht te beoordelen. Zij kunnen namelijk onmogelijk een oordeel vormen over de bedoeling van de commandanten. Net zo min als ze kunnen weten over welke inlichtingen die commandant beschikte, van de totale situatie of zijn beoordeling van het gevaar voor de soldaten onder zijn commando.

Het criterium buitensporigheid
Het tweede principe is buitensporigheid. Het bijkomend verlies aan mensenlevens bij het bestoken van militaire doelen mag niet buitensporig zijn, in relatie tot het verwachtte militaire voordeel.
Hamas tracht deze besluitvorming te beïnvloeden door burgers in te zetten als menselijk schild. Wat een overduidelijke en zeer zware oorlogsmisdaad is.

Maar hoe wordt bepaald of iets buitensporig is?
Ook hier ligt in het oorlogsrecht de lat een stuk hoger dan vaak wordt voorgesteld.

Als voorbeeld kan dienen het NAVO bombardement op een Servische radio- en televisiestudie op 23 april 1999. Het station werd volgens de NAVO ook gebruikt om militaire commando’s door te geven. Westerse journalisten waren gewaarschuwd om uit de buurt te blijven, dus er werd aangenomen dat dit ook bij Servië bekend was. De toenmalige Britse premier Tony Blair gaf de schuld van de burgerdoden dan ook aan de Serviërs, omdat de medewerkers niet geëvacueerd waren.
Bij het bombardement kwamen 16 mensen om het leven, op één na burgers. De uitzendingen werden binnen een etmaal alweer hervat van een andere, geheime locatie.

Toch oordeelde het Internationale Tribunaal voor Joegoslavië dat dit een legitiem militair doelwit was geweest en dat het aantal burgerslachtoffers weliswaar hoog was, maar niet buitensporig.

Hieruit blijkt dat er als er waarschuwingen aan burgers worden gegeven om te vertrekken, dit als voldoende zorgvuldigheid wordt beschouwd om burgerslachtoffers te minimaliseren. En daarmee was de aanval als niet buitensporig beoordeeld.

We kunnen daardoor constateren dat bij de huidige handelwijze van Israël er geen sprake kan zijn van buitensporigheid. Immers, Israël waarschuwt burgers meermalen en langs verschillende communicatiekanalen, zoals telefoon, radio, email, SMS, afgeworpen pamfletten en waarschuwingsschoten.

En de doelwitten van Israël, zoals commandocentra, tunnels en raketlanceerinstallaties, dienden een groter militair doel dan het uitschakelen van een communicatiesysteem voor enkele uren. Toch werden de levens van 15 burgers ook dan nog niet beschouwd als een buitensporig verlies, volgens het internationaal oorlogsrecht.

Dat er toch Palestijnse burgerslachtoffers vallen, komt door de opzettelijke inzet van burgers als menselijke schilden door Hamas.

De Israëlische praktijk
Het Israëlische leger neemt het oorlogsrecht zeer serieus. Het is een belangrijk onderdeel van de opleiding. Hoe hoger de rang, hoe omvangrijker de scholing in het oorlogsrecht. Bovendien beschikken alle divisies over juridische experts, die betrokken worden in de besluitvorming over operaties.

Dit geldt des te meer voor luchtaanvallen. Aangezien die een ruime voorbereiding kennen, kan de besluitvorming zeer zorgvuldig gebeuren. Het Israëlische leger hanteert daarvoor een zeer strikt en uitgebreid protocol, met normen die strenger zijn dan het internationale oorlogsrecht (zie de website daarover). Commandanten worden hier streng aan gehouden en zij weten dat dit ook achteraf wordt gecontroleerd.

De Palestijnse praktijk
Hamas maakt zich overduidelijk wel schuldig aan het schenden van de twee besproken criteria, en dus aan oorlogsmisdaden. Dat wordt bevestigd door journalisten en zelfs door de Palestijnse ambassadeur bij de VN erkend. Die stelt dat daarom de Palestijnen zich niet kunnen wenden tot het Internationaal Strafhof.
Hamas maakt met haar raketten zeer bewust geen onderscheid tussen burgerdoelen of militaire doelen. Integendeel, de raketten worden bewust afgeschoten op Israëlische dorpen en steden. Hamas schept daar zelfs over op.
De raketten hebben juist tot doel om zo veel mogelijk burgers te doen. De raketaanvallen zijn daardoor tevens buitensporig volgens het internationaal oorlogsrecht.

Daarnaast maakt Hamas zich schuldig aan nog veel meer oorlogsmisdaden als terreurgroep, in totaal zelfs aan 18 oorlogsmisdaden.De 18 bewezen oorlogsmisdaden van Hamas zijn:

1. De raketaanvallen van Hamas op de Israëlische burgerbevolking.
Dat het de bedoeling is om burgers te treffen, leidt geen twijfel, want Hamas schept daar zelfs over op.
Dit is een oorlogsmisdaad.
(Statuut van Rome, artikel 8.2)

2. Er moet een verschil zichtbaar zijn tussen strijders en burgers.
“Tevens mogen aanvallen niet plaatsvinden in de buurt van civiele gebouwen, in het bijzonder van beschermde gebieden zoals scholen, medische voorzieningen en religieuze gebouwen. De aanwezigheid van de burgerbevolking of individuele burgers mag niet worden gebruikt om bepaalde punten of gebieden te vrijwaren van militaire operaties, met name pogingen om militaire doelen af te schermen tegen aanvallen of om militaire operaties te belemmeren.”
(Wet inzake Gewapend Conflicten, Aanvullend Protocol I, artikel 51).

3. Het gebruik van de huizen en openbare instellingen als militaire bases. Tevens het booby-trappen van civiele ruimtes.
Beide zijn veelvuldig gedaan door Hamas. Dit is verboden.
Zie de uitgebreide documentatie die door Israël is verzameld: “Hamas War Tactics: Attacks from Civilian Centers”.
(Wet inzake Gewapend Conflicten, Aanvullend Protocol I, artikel 51).

4. Het misbruik maken van medische faciliteiten en ambulances.
Hamas gebruikt ziekenhuizen als gevechtsposities en ambulances om zijn strijders te vervoeren.
”Het embleem van het Rode Kruis alleen mag worden gebruikt om medische eenheden en inrichtingen te beschermen.”
(Artikel 44 van het Eerste Verdrag van Genève voor de verbetering van het lot van gewonden en zieken)

5. Het gebruik van menselijke schilden.
Het is verboden “om militaire doelen bewust samen te voegen met burgers, met de specifieke bedoeling om het onder vuur nemen van die militaire doelen te voorkomen.”
(Regelgeving van het Internationale Rode Kruis)

6. Het gebruiken van kinderen in de strijd.
Een Palestijns tijdschrift heeft gemeld dat kinderen gebruikt worden om tunnels te graven – waarbij er honderden zijn omgekomen.
Ook heeft Hamas paramilitaire zomerkampen voor schoolkinderen.
Er zijn rapporten over zowel deze oorlog als de vorige dat kinderen meevechten als kindsoldaten. Hamas heeft Palestijnse kinderen bewapend met 250.000 handgranaten.
Partijen moeten “alle mogelijke maatregelen” nemen om ervoor te zorgen dat kinderen “niet rechtstreeks deelnemen aan de vijandelijkheden en, in het bijzonder, moeten zij zich ervan onthouden hen te rekruteren in hun strijdkrachten.”
(Wet inzake Gewapend Conflicten, Aanvullend Protocol I, artikel 77)

7. Het verstoren van humanitaire hulpverlening.
Keer op keer hield Israël zich aan de humanitaire wapenstilstanden. Hamas echter gebruikte ze om raketten te schieten op Israël. Zelfs de grensovergang Kerem Shalom, waar humanitaire goederen Gaza binnen worden gebracht, werd beschoten met mortieren.
De Vierde Geneefse Conventie bepaalt dat de partijen bij een gewapend conflict op “vrije doorgang van [humanitaire] goederen zendingen zullen toelaten en hun bescherming zullen garanderen.” Hetzelfde verdrag verbiedt dat humanitaire goederen worden onttrokken aan hun beoogde doel, dus gebruikt worden voor de strijders. Dit heeft Hamas in het verleden vaak gedaan en dit wordt nu ook weer gemeld.
(Vierde Geneefse Conventie, artikelen 59 en 60)

8. Het nemen van gijzelaars.
De Vierde Geneefse Conventie zegt glashelder: “Het nemen van gijzelaars is verboden.” Het nemen van krijgsgevangenen is toegestaan, maar niet het misbruiken van gevangenen als gijzelaar. Dat is de bedoeling is van Hamas, zoals blijkt uit uitspraken van de leiders en bij de eerdere gijzeling van de Israëlische soldaat Shalit.
Het Internationaal Verdrag tegen het nemen van gijzelaars definieert een gijzelaar als: “Een persoon die wordt vastgehouden en die men dreigt te doden, te verwonden of vast te houden om een derde partij te dwingen tot een gewenste handeling om de vrijlating van de gijzelaar te bereiken.”
(Vierde Geneefse Conventie, artikel 34)

9. Het kleden in het uniform van de vijand.
Dit deed Hamas herhaaldelijk, bij de aanvallen uit de tunnels op Israëlisch grondgebied.
Het Aanvullend Protocol I verbiedt het gebruik van vijandelijke vlaggen, militaire emblemen, insignes of uniformen.
(Statuut van het Internationaal Strafhof)

10. Geweld gericht om angst te zaaien onder de burgerbevolking.
“Daden van of bedreigingen met geweld waarvan het primaire doel is om terreur te plegen op de burgerbevolking” zijn verboden.
(Wet inzake Gewapend Conflicten, Aanvullend Protocol I, artikel 51)

11. Het beschieten van civiele objecten, zoals vliegvelden en kerncentrales.
“Aanvallen mogen niet gericht zijn tegen burgerlijke objecten.”
(Wet inzake Gewapend Conflicten, Aanvullend Protocol I, artikelen 48 en 52)

12. Willekeurige aanvallen – aanvallen die niet gericht zijn op militaire doelwitten.
Dit deed Hamas met haar raketten. Zelfs “Het gebruik van wapens die door hun aard ongericht zijn, is verboden.”
(Wet inzake Gewapend Conflicten, Aanvullend Protocol I, artikel 71)

13. Proportionaliteit van de aanval.
Een aanval moet een militair doel hebben, terwijl de raketbeschietingen van Hamas op burgers geen enkel militair doel dienen.
“Elke partij bij het conflict, moet alles doen wat haalbaar is om te beoordelen of het bij de aanval te verwachten bijkomend verlies van mensenlevens, verwondingen aan burgers, schade aan burgerobjecten of een combinatie daarvan buitensporig is, ten opzichte van het te verwachten concrete en directe militaire voordeel.”
(Internationale Rode Kruis, regel 18)

14. Een partij moet vooraf waarschuwen voor elke aanval die de burgerbevolking kan treffen, zodat die maatregelen kan treffen.
Hamas doet dit overduidelijk niet.
“Elke partij bij het conflict moet een effectieve waarschuwing vooraf geven van aanvallen die gevolgen kunnen hebben op de burgerbevolking.”
(Internationale Rode Kruis, regel 20)

15. Bescherming van eigen burgers.
Hamas heeft niet alleen nagelaten om burgers in Gaza te beschermen door het niet bouwen van schuilkelders, maar heeft burgers juist met opzet in gevaar gebracht.
“De partijen bij het conflict moeten alle praktisch uitvoerbare voorzorgen nemen om de burgerbevolking en civiele objecten te beschermen tegen de gevolgen van aanvallen.”
(Internationale Rode Kruis, regel 22)

16. Bescherming van journalisten.
Hamas heeft journalisten bedreigd, impliciet en expliciet. Sommige journalisten werden beschuldigd van spionage en daarom verhinderd om Gaza te verlaten, waardoor ze feitelijk gijzelaars waren.
“Civiele journalisten actief in professionele bezigheden in conflictgebieden moeten worden gerespecteerd en beschermd, zolang ze niet rechtstreeks deelnemen aan vijandelijkheden.”
(Internationale Rode Kruis, regel 34)

17. Het schenden van doden.
Hamas heeft gepronkt met de chip die Hamas het uit het dode lichaam van soldaat Shaul Oron heeft gehaald.
“Elke partij bij het conflict moeten alle mogelijke maatregelen nemen om te voorkomen dat doden worden beroofd. Het verminken van dode lichamen is verboden.”
(Internationale Rode Kruis, regel 113)

18. Het aanvallen van medische verzorging.
Hamas heeft het Israëlische veldhospitaal in de buurt van de grensovergang Erez met mortieren beschoten. Dit was nota bene opgezet om Palestijnen uit Gaza te kunnen behandelen.
“Medische eenheden moeten geëerbiedigd en beschermd worden onder alle omstandigheden.”
(Internationale Rode Kruis, regel 28)

Copyright © 2014 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2020 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.