24 Aw 5779 | 25 augustus 2019
Nieuws
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     IsraĆ«l     Media     Publicisten     
Het miserabele leven van de Joden onder de Islam in Marokko anno 1805
Publicatiedatum: maandag 01 december 2014 Auteur: Brabosh | 667 keer gelezen
Geschiedenis/Gebeurtenissen, Joodse vluchtelingen, islamitische fascisme »
Joodse familie in Gourrama, ca. 300 km. ten zuiden van Fez in Marokko. Foto dateert uit de 2de helft van de 19de eeuw

Moslims pretenderen graag dat zij de Joden in hun eigen landen doorheen de geschiedenis altijd goed behandeld hebben. In feite – klinkt nogal schamper het dagelijkse narratief in de moslimlanden – had Israël nooit opgericht moeten worden want het was toch allemaal zoveel beter leven onder het regime van de Islam in hun respectievelijke landen.

Zoals we (EoZ) reeds een heel aantal keren herhaald hebben is dat niet helemaal waar. In sommige gevallen werd ze redelijk behandeld in andere gevallen werden ze afschuwelijk slecht behandeld. Dat was ook het geval voor Marokko alwaar vóór 1948 er ca. 350.000 Joden leefden.

Echter vanaf de 19de eeuw kregen de Joden het zwaar te verduren in Marokko. Sinds de Tweede Wereldoorlog en aansluitend de stichting van de Joodse staat Israël op 14 mei 1948, is hun aantal tegenwoordig geslonken naar minder dan 7.000 waarvan er ca. 3.000 in Casablanca wonen.

Vóór de stichting van Israël in 1948 kende Marokko een zeer oude Joodse gemeenschap die teruggaat tot de Romeinse Tijd toen in 70 na Christus de Tweede Tempel werd verwoest en de Joden werden uitgedreven. Zij vluchtten alle kanten en landen uit waarvan velen naar Marokko trokken. Daar kwamen eind 15de eeuw ook nog eens de Joden bij die uit Spanje werden verdreven.

ali-bey2Ali Bey al Abbasi, het pseudoniem van Domènech Badia i Leblich, een reiziger en avonturier afkomstig uit het Spaanse Barcelona die vloeiend Arabisch sprak, ondernam tussen 1803 en 1807 een lange reis doorheen de moslimwereld van in Marokko tot in Mekka. Om ongestoord te kunnen reizen verkleedde hij zich als moslim en gaf zich uit als een West-Abbasidische prins.

Hieronder volgt een kort uittreksel van zijn reizen, meer bepaald over het wel en wee van de Joden in Marokko waar hij meer dan twee jaar verbleef (1803-1805) onder de hoge bescherming van Suleiman, de Sultan van Marokko (1766-1822).

Later bundelde hij zijn reisverhalen in het boek “Travels of Ali Bey: In Morocco, Tripoli, Cyprus, Egypt, Arabia, Syria and Turkey – Between the Years 1803 and 1807″ (boekomslag rechts).

Ali Bey over de Joden in Marokko ruim 200 jaar geleden:

De Joden in Marokko verkeren in de meest erbarmelijke staat van slavernij; maar in Tanger is het opmerkelijk dat ze vermengd samenleven met de Moren, zonder dat ze een afzonderlijk kwartier hebben, wat wel het geval is in alle andere plaatsen waar de islamitische religie overheerst.

Dit onderscheid ligt aan de basis van eeuwigdurende meningsverschillen; het wekt geschillen op waarin voor het geval dat indien de Jood verkeerd is, de Moor altijd zijn deel krijgt; en als de Jood gelijk heeft, dan dient hij [de Moor] een klacht in bij de rechter, die altijd beslist in het voordeel van de Muzelman.

Deze schokkende partijdigheid in de toepassing van het Recht tussen individuen van verschillende sekten begint vanaf de wieg; zodat een kind van een moslim een Jood altijd mag beledigen en slaan, ongeacht zijn leeftijd en zwakheden, zonder dat hem wordt toegestaan om te klagen of zelfs om zichzelf te verdedigen.

Deze ongelijkheid heerst zelfs onder de kinderen van deze verschillende godsdiensten; zo heb ik kunnen vaststellen dat moslimkinderen zich vermaakten door het afranselen van kleine Joden, zonder dat de laatsten zich durfden te verdedigen.

De Joden zijn verplicht, in opdracht van de regering, om een bepaalde kledij te dragen die bestaat uit grote onderbroeken, een tuniek die tot aan hun knieën reikt en een soort boernoe of mantel die naar één kant wordt gegooid, slippers en een zeer klein hoofddeksel; elk deel van hun kleding is zwart met uitzondering van het shirt, waarvan de zeer brede en open mouwen erg laag naar beneden hangen.

Jews_in_Jerusalem_1890sIngekleurde foto uit ca. 1890 van oude Joodse mannen in Jeruzalem dat toen bezet werd door de Ottomanen/Turken

Wanneer een Jood voorbij een moskee passeert, is hij verplicht om zijn slippers zijn of sandalen uit te doen; Hij moet hetzelfde doen wanneer hij voorbij het huis gaat van de Kaid, de Kadi, of van om het even welke moslim van aanzien. In Fez en in sommige andere steden zijn ze verplicht om blootsvoets te lopen.

Wanneer zij een moslim met een hoge rang tegenkomen zijn zij verplicht zich haastig af te wenden en op een bepaalde afstand aan de linkerkant van de weg te lopen, hun sandalen enkele passen verder op de grond te laten en zich in de meest nederige houding op te stellen, hun hele lichaam licht voorover gebogen, tot de moslim zich op een grote afstand van hem heeft verwijderd; als ze aarzelen om dit te doen, of ze ontkoppelen hun rijdier wanneer zij een moslim ontmoeten, worden ze streng gestraft.

Ik was vaak verplicht om mijn soldaten of personeelsleden te weerhouden om deze arme stakkers te slaan, toen ze zich niet actief genoeg in een bescheiden houding plaatsten op de wijze die hen door mohammedaanse tirannie werd voorgeschreven.

In afwijking van al deze ongemakken, dragen de Joden op aanzienlijke wijze bij tot de handelsactviteiten in Marokko, en hebben zelfs meerdere malen het douanekantoor bemeesterd; maar het gebeurt bijna altijd dat zij uiteindelijk altijd geplunderd worden door de Moren en of door de overheid.

Tijdens mijn aankomst, had ik twee Joden onder mijn dienstknechten: toen ik zag dat zij zo slecht behandeld waren en op verschillende manieren werden gekweld, vroeg ik hen waarom ze niet naar een ander land gaan; zij antwoordden mij dat zij dat niet konden doen omdat ze slaven waren van de sultan.


Copyright © 2014 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2019 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.