19 Tammoez 5780 | 11 juli 2020
Nieuws
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     Israël     Media     Publicisten     
Een wrede beroving [mishandeld echtpaar doelwit antisemieten]
Publicatiedatum: donderdag 03 september 2015 Auteur: Annet Röst | 887 keer gelezen
Antisemitisme binnenland »

Vorige maand werd in de Amsterdamse Heemstedestraat een hoogbejaard echtpaar zwaar mishandeld bij een overval in hun eigen woning. De wreedheid van de beroving riep nationale verontwaardiging op. Slachtoffers blijken de Joodse Samuel (87) en Diana (86) Blog te zijn. Voor het eerst vertellen ze hun verhaal.

Het echtpaar zit aan tafel van een revalidatie-afdeling voor een bord snijbonen en aardappelpuree. Ze zijn er net een paar dagen, na drie weken in het ziekenhuis te hebben gelegen vanwege hun verwondingen. „Ik hoef dit eten niet,” zegt Diana terwijl ze naar haar bord kijkt. „Eten interesseert me niet meer. Ik heb zo’n pijn. Ik ben van binnen gebroken.” Samuel neemt met moeite een hap. Hij is praktisch blind sinds die zwarte dag waarop twee als politiemannen vermomde criminelen zijn appartement binnenvielen. Tot die tijd functioneerden Diana en Samuel zelfstandig. Nu zitten ze allebei in een rolstoel, lopen gaat niet meer. Samuels ogen tranen. Diana vertelt hoe er op de bewuste middag aan de deur werd gebeld: „Ik zei nog tegen mijn man ‘maak de deur niet open’, maar hij deed het toch. Ze riepen ‘politie’ en kwamen naar boven gelopen. Ik stond achter mijn man. Ze duwden ons hardhandig naar binnen. Ik kwam met mijn hoofd tegen de muur.” Diana reikt naar haar achterhoofd. Het is nog steeds beurs, zegt ze. „Samuel hebben ze ook geslagen. Hij zei nog ‘sla niet mijn vrouw, sla mij’. Hij heeft zijn heup gebroken en was helemaal zwart van de blauwe plekken.” Samuel knikt. De foto’s van hem die in de Nederlandse media opdoken, spraken boekdelen en veroorzaakten algehele verontwaardiging. Het echtpaar werd op de grond vastgebonden en Diana moest onder dreiging van een pistool een flesje leegdrinken. „Drugs hebben ze mij gegeven. ‘Dan gaat ze slapen,’ zeiden ze tegen mijn man, ‘dan gaat ze slapen.’ En ze bleven maar schoppen ook nadat we vastgebonden op de grond lagen. De een was mager, en de andere had een dik gezicht.” Samuel: „Ik denk dat de een rond de veertig jaar was en de andere begin vijftig. Ze wisten precies waar ze moesten zoeken en wat ze moesten doen.” De daders waren getint, vertelt Diana. „Ze hadden een Arabisch, Marokkaans uiterlijk, maar ze spraken vloeiend Nederlands.”

‘Vuile Joden’
De vader van Diana was diamantslijper. „Daarom had ik veel juwelen. Ik had een ring om met zeven stenen. Geen kleine. Ongeveer zeven karaat. En nog een ring, met een beetje gelige diamant. Die had ik van mijn moeder gekregen. Alles is weg. Mijn horloge, gouden ketting, en een broche met daarop een diamant die ik van mijn vader had gekregen.” Diana begint te huilen. Samuel zegt: „Vergeet je mijn pinkring niet? Die met een ‘S’, ingezet met een diamant?” Diana: „Ik ben overspannen. Ze wilden mijn vinger eraf snijden toen ik mijn ringen niet snel genoeg afkreeg. Kijk, hier is nog een flinke snee. ‘Jullie vuile Joden,’ zeiden ze. ‘Jullie moeten het niet dragen. Jullie hebben het al te lang gedragen. Nu is het van ons.’” Diana groeide op in Parijs, waar zij als meisje vanwege het werk van haar vader naartoe verhuisde. Tijdens de oorlog werd het gezin verraden en opgepakt. Diana werd samen met haar moeder, tweelingbroer en andere broer naar Birkenau getransporteerd en daarna naar Auschwitz. Dit was rond haar dertiende jaar. Alleen Diana en haar moeder overleefden de verschrikkingen. Ze laat het nummer op haar arm zien. „En op mijn buik heb ik nog littekens van de hond die mij heeft gebeten in het kamp. Omdat ik niet vlug genoeg liep. Ik ben drieënhalf jaar lang geslagen door de moffen, maar nog meer door deze rotzakken.”

Geen show
Samuel, wiens vader Joods is, werd als kind uit de Hollandsche Schouwburg gesmokkeld en overleefde in de onderduik. Na de oorlog kwamen Samuel en Diana elkaar tegen in Amsterdam en trouwden. Samuel startte een zaak in lederwaren, Diana werd huisvrouw. „We zijn 56 jaar getrouwd, waarvan we 46 jaar in de Heemstedestraat woonden. We waren er gelukkig,” zegt Samuel. De enige zoon van het echtpaar, Emanuel, woont in Spanje. Telefonisch vertelt hij: „Na de oorlog bouwden ze een vrij normaal leven op. Mijn moeder had trauma’s en nachtmerries, maar verder hadden we een doorsnee gezinsleven.” Emanuel was zo ontdaan over hetgeen zijn ouders overkwam dat hij besloot de foto van zijn vader te publiceren. „Ik hoorde van mijn nicht dat mijn vader bont en blauw geslagen was. Nou, maak je daar maar een voorstelling van. Dat lukte me niet echt, totdat ik de foto zag. Ik schrok me dood. De behandelend verpleger vertelde me dat er in Amsterdam veel gebeurt, maar dat het lang geleden was dat ze zoiets hadden gezien. Ik heb dit niet gedaan omdat ik er een show van wilde maken, maar om de buitenwereld te laten zien hoe verschrikkelijk dit is.” Emanuel loofde een beloning uit van tienduizend euro voor tips die naar de daders zouden kunnen leiden. Dat bedrag staat intussen op 12.000 euro, spontaan ingezameld door mensen die de berichtgeving lazen of tv-uitzendingen zagen over de overval. De daders waren niet gemaskerd. „Maar tot nu toe heeft dit nog tot geen enkele tip geleid. De politie heeft nog geen flauw idee wie het zijn,” aldus Emanuel. Ook hij vermoedt dat de daders wisten van de Joodse achtergrond van zijn ouders: „Ze hebben een vrij grote mezoeza naast de deur hangen. En als je mensen overvalt dan doe je dat toch om het geld? Daarna ga je toch weg? Maar ze hadden wat ze wilden en hielden desondanks maar niet op met slaan. Zelfs nadat ze weerloos, vastgebonden op de grond lagen. Dat is toch vreemd?”

Toekomst
Intussen wordt het toetje op tafel gezet. Rijstepap voor Samuel. Diana heeft haar eten nog niet aangeraakt. „Niets helpt me de bittere smaak van het drankje uit mijn mond te halen. Ik proef het nog steeds.” Ze vertelt dat nadat de mannen weg waren, ze naar het balkon wist te rollen, waarvandaan ze om hulp riep. „Toen kwamen de politie, de ambulance en de brandweer en zijn we naar het ziekenhuis gebracht.” De woning is nog steeds niet vrijgegeven. Samuel: „Gisteren heeft een agent mijn scheerapparaat gebracht. We hebben zelf niets mee kunnen nemen.” Even komt er een glimlach op het gezicht van Diana, als ze vertelt over de steun die ze kregen nadat het nieuws naar buiten kwam. „Zoveel bloemen hebben we gekregen, en zoveel warme reacties uit de buurt. En van de Joodse gemeente zijn er mensen op bezoek geweest. Ook een heel strikte rabbijn. Zo vroom was hij dat hij mij geen hand wilde geven. Zijn zoontje heeft een prachtig lied gezongen. In het Jiddisj.” Samuel: „En van wie kregen we ook weer die heerlijk kippensoep? Van Mouwes toch?” Ook burgemeester Van der Laan kwam spontaan op ziekenbezoek. „Hij is wel een uur geweest, wat een ontzettend aardige man is dat,” vertelt Diana. Terug naar de Heemstedestraat wil het echtpaar niet meer. Samuels ogen beginnen weer te tranen: „Ik hoop dat ik nog een beetje kan leven. Mijn zoon heeft gezegd dat we maar bij hem moeten gaan wonen, in Spanje. Hij wil dat we nog een beetje leuke tijd zullen hebben. Maar ik weet niet of dat nog gaat lukken.” Diana heeft daar ook haar twijfels over. „Het is niet leuk. Als ik ’s nachts mensen hoor lopen, schrik ik. Ze zeiden: ‘Als je iets vertelt tegen de politie kom ik je doodschieten.’ Ik ben nog zo bang.” Zoon Emanuel heeft al plannen. Hij woont in Zuid-Spanje en hoopt zijn ouders over te halen die kant op te komen. Daar zullen ze ook dagelijks verzorging krijgen: „Het lijkt mij voor nu onmogelijk dat ze nog langer op zichzelf blijven wonen. Ik hoop dat ze snel revalideren en dan laat ik hun spullen naar hier overbrengen, zodat ze nog een paar jaar leuk kunnen leven en deze verschrikking achter zich kunnen laten.”

Copyright © 2015 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2020 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.