11 Chesjwan 5781 | 29 October 2020
Nieuws
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     IsraĆ«l     Media     Publicisten     
Geldmuseum pleegt geschiedvervalsing
Publicatiedatum: Monday 24 August 2009 Auteur: De Redactie | 1.130 keer gelezen
Mythen »

"In strijd met de waarheid, lijkend op een politiek pamflet en niet passend in het Geldmuseum", zo omschrijft CIDI-directeur Ronny Naftaniel de Palestijnse bijdrage aan de tentoonstelling Poen, Para, Doekoe, Floes in het Geldmuseum te Utrecht.

De bijdrage staat bol van de politieke insinuaties en historische onjuistheden, zonder enige rectificatie van het museum. CIDI heeft directeur Heleen Buijs om opheldering gevraagd middels een brief.

De strekking van de brief van CIDI is dat het Geldmuseum volop de kans geeft aan politieke insinuaties en historische onjuistheden. Het museum verzuimt daarbij haar eigen kerntaak om educatie te geven over geld en financiën. CIDI heeft verzocht om de tentoonstellingsteksten in het museum en op internet aan te passen, zodanig dat de correcte geschiedenis van het geld in het Turkse en later Engelse Mandaatsgebied Palestina wordt weergegeven. In de brief worden de Palestijnse historische beweringen ontkracht.

Onderwerp van de tentoonstelling in het Geldmuseum is de betekenis van geld voor 50 bewoners uit de multiculturele Utrechtse wijk Lombok, die allemaal oorspronkelijk niet uit Nederland komen. Een van die bewoners is de Palestijnse Sami Issa. Zijn verhaal over geld is samen met een fotoportret te zien op de tentoonstelling en op de bijbehorende internetsite.

In zijn bijdrage stelt de heer Issa: "Mijn vader had nog een echt Palestijns bankbiljet. Daar was hij altijd trots op." Echte Palestijnse bankbiljetten hebben echter nooit bestaan. Tot en met 1917, behoorde het gebied waar de heer Issa op doelt tot het Ottomaanse rijk. De voertaal van de Ottomaanse overheid was Turks, evenals het officiële geld dat in die tijd gebruikt werd. Naast het officiële Ottomaanse geld werd er illegaal vanaf 1909 ook Egyptisch geld gebruikt.

Ook beweert hij over het geld in de periode tot 1917: "Toen was de tekst alleen in het Arabisch". Dit berust evenmin op historische werkelijkheid. Het Ottomaanse geld had opschriften in het Turks. Het Turks werd tot 1928 in Arabische letters geschreven.

Des te vreemder is de titel van de bijdrage, "Dit geld bewijst dat Palestina bestond". Als bewijsstuk wordt een bankbiljet getoond uit de Britse Mandaatsperiode, 1922-1948. Gedurende deze periode is het gebied door de Volkenbond (de voorloper van de VN) in Britse handen gegeven. Doel is om in het Britse Mandaatsgebied Palestina een Joods nationaal tehuis te stichten. De Mandaatsakte stelt als regel dat het geld in het gebied in het Engels, Arabisch en Hebreeuws wordt beschreven.

'Palestijns pond' (voor- en achterkant) met drie talen
Het getoonde geld is vanaf 1927 in omloop. Tussen 1917, het jaar waarin de Britten de Ottomanen verslaan, en 1922, valt het gebied onder Brits militair en later civiel bestuur. De Britten vervangen officieel het Ottomaanse geld door Egyptisch geld tot 1927, maar er circuleren illegaal allerhande munteenheden in het Britse gebied: het oude Ottomaanse geld, Brits, Frans en Oostenrijks geld bijvoorbeeld. Nergens in de geschiedenis is er sprake van Palestijns geld, evenmin als er ooit sprake is geweest van een onafhankelijke staat Palestina.
Daarnaast zijn Issa's gegevens over bevolkingspercentages en arbeidsmarkt niet correct.

CIDI stelt in de brief aan het Geldmuseum: "Persoonlijke interpretaties en percepties van geld mogen nooit een reden zijn voor (monetaire) geschiedvervalsing." Ook wijst CIDI het Geldmuseum op de eigen doelstellingen: "Voor een museum met de ambitie om nationaal en internationaal een relevante bron te vormen als nationaal numismatisch, monetair historisch en geldgedragskundig museum en onderzoeksinstituut, is deze politiek ingegeven, historisch ongefundeerde tentoonstellingstekst niet passend."

Het geldmuseum is in 2004 opgericht middels een fusie tussen Rijksmuseum Het Koninklijk Penningkabinet te Leiden, Het Nederlands Muntmuseum te Utrecht en de numismatische sectie van De Nederlandse Bank te Amsterdam. De Raad van toezicht van het museum staat onderleiding van financieel adviseur Cees Maas, andere raadsleden komen uit het Bank- en verzekeringswezen, de wetenschappelijke wereld en de overheid.

Het thema van de tentoonstelling is wat, in verschillende culturen, geld met mensen kan doen. Maar de Palestijnse bijdrage van de maakt des te meer het omgekeerde duidelijk - wat mensen met geld kunnen doen: in dit geval wordt het aangewend voor politieke propaganda en geschiedvervalsing.

Copyright © 2009 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2020 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.