22 Aw 5780 | 12 augustus 2020
Nieuws
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     IsraĆ«l     Media     Publicisten     
Boek over Israel is propagandalawine
Publicatiedatum: woensdag 16 september 2009 Auteur: Wim Kortenhoeven | 1.692 keer gelezen
Al-nakba, Joodse vluchtelingen, Antisemitisme binnenland, Antisemitisme buitenland, Ander Joods Geluid, Recht-op-terugkeer, Dries van Agt, VN resolutie, Zesdaagse Oorlog »
Volgens oud-premier Dries van Agt wordt hij bij het voeren van zijn kruistocht tegen Israel gedreven door een drang om recht en rechtvaardigheid te laten zegevieren. In het kader daarvan heeft hij nu ook vuistdik politiek pamflet geschreven: Een schreeuw om recht - de tragedie van het Palestijnse volk, waarin hij de waarheid en het recht echter systematisch geweld aandoet.

Van Agts ‘schreeuw om recht voor de Palestijnen' kan beter betiteld worden als een schreeuw om onrecht tegen Israel. Het is een opeenstapeling van onwaarheden en misleidingen; verdachtmakingen en laster; valse en uit hun verband gerukte citaten; als feiten gebrachte opinies en cruciale weglatingen. Met de propagandalawine die daaruit ontstaat, probeert hij het bestaansrecht en de legitimiteit van het Joodse karakter van Israel te ondermijnen .

Verzwijgen van informatie
Zo vindt Van Agt het "onaanvaardbaar" en "rampzalig" de staat Israel te identificeren met het Jodendom. Zo schrijft hij afkeurend over Amerikaanse politici die zich positief uitspreken over "het bewaren van Israels Joodse identiteit en het zekerstellen van Israels veiligheid". Om zijn stellingname aanvaardbaar te maken verschuilt de oud-premier zich stelselmatig achter Israel-vijandige Joodse auteurs, zoals Noam Chomsky, Norman Finkelstein en Ilan Pappé, en actievoerders van ‘Een Ander Joods Geluid'. Als zodanig kan een fors deel van ‘Een schreeuw om recht' worden weggezet als een ‘risicomijdende' bloemlezing uit eerdere werken van Israelhaters.

Een andere methode die de schrijver veelvuldig toepast is het verzwijgen van de context en andere essentiële informatie, bijvoorbeeld over de vrijwel ononderbroken Joodse presentie in het land Israel, over de relatief recente islamitische migratiegolven naar Palestina, over Arabische anti-Joodse agressie en over de wortels van het conflict. Geen woord ook over de dogmatische islamitische opvatting dat Joden een ondergeschikte maatschappelijke positie dienen te hebben, waarbij Joodse soevereiniteit uit den boze is - en al helemaal in een gebied waar de islam zich gevestigd heeft. Met die benadering draait de jurist Van Agt oorzaak en gevolg om en wijst hij Israel als de schuldige van het conflict aan. Bij zijn bespreking van een aantal juridische documenten verzwijgt hij bovendien een aantal relevante zaken.

Zo laat hij buiten beschouwing dat VN-Veiligheidsraadresolutie 242 (1967) spreekt over veilige en erkende grenzen voor alle staten in de regio (die in onderhandelingen moeten worden geregeld). Ten onrechte beweert Van Agt ook dat Israel ‘242' onmiddellijk had moeten uitvoeren door zich uit al het in de Zesdaagse Oorlog veroverde gebied terug te trekken. De doorslaggevende Engelse tekst van ‘242' spreekt echter niet over terugtrekking uit ‘de' gebieden en biedt daarmee ruimte voor het creëren van de elders in de resolutie genoemde veilige grenzen. Daarnaast verplicht ‘242' niet alleen Israel, maar alle bij de Zesdaagse Oorlog betrokken staten. Israel kan ‘242' helemaal niet eenzijdig uitvoeren. De wijze waarop Van Agt ‘242' interpreteert, is kenmerkend voor zijn omgaan met het door hem zo geliefde internationale recht. Zo beweert hij op basis van het internationale recht ook dat de Joodse staat demografisch zelfmoord dient te plegen door in te stemmen met het [niet bestaande] "recht op terugkeer" van de Palestijns-Arabische vluchtelingen van 1948 en hun miljoenen nakomelingen.

Insinuaties
Een schreeuw om recht begint met een in 1896 startende ondeugdelijke historische chronologie. Deze is de ruggengraat van het boek. In deze chronologie en daarna wordt met geen woord gerept over de in 1920 begonnen Arabische geweldscampagne tegen de Joodse gemeenschap in Palestina (Van Agt doet die af als "vernielingen"). Ook geen woord over het anti-Joodse geweld dat, onmiddellijk na het op 29 november 1947 aannemen van VN-resolutie 181, in Palestina en elders in de regio losbarstte. In die resolutie werd voorgesteld het stuk van Palestina dat nog door de Engelsen bestuurd werd te delen in een Joodse en een Arabische staat, volgens Van Agt "een onrechtvaardige verdeling". Het zionistische leiderschap accepteerde dat voorstel, de Arabieren wezen het van de hand. Van Agt: "De strijd om Palestina barst los", alsof twee partijen de wapens opnamen. In werkelijkheid begonnen de Arabieren een nieuwe massale geweldscampagne tegen de Joden in het gebied, daarbij gesteund door vrijwilligers uit de Arabische wereld. Van Agt draait ook hier de rollen om: "Zionistische legers beginnen een veroveringstocht om zo veel mogelijk land te bezetten voordat het Mandaat afloopt. Dit gaat gepaard met het verdrijven van honderdduizenden Palestijnen en duizenden doden". De Arabische agressie tegen de Palestijnse Joden liep voor de Palestijnse Arabieren inderdaad verkeerd af. Maar Van Agt negeert de uitgesproken Arabische intenties (het letterlijk in de zee drijven van de Joden) en verzint een Joods complot (een "veroveringstocht" van "zionistische legers") om daarop de insinuatie te bouwen dat de Joden een expansionistische politiek en een agressieoorlog voerden. Hij noemt de Palestijns-Arabische vluchtelingen van die voor de Arabieren verkeerd afgelopen oorlog tegen de Joden in Palestina, maar negeert de Palestijns-Joodse vluchtelingen, bijvoorbeeld de inwoners van de Joodse wijk van Jeruzalem. Hij noemt de verwoeste Palestijns-Arabische dorpen, maar negeert de verwoeste Palestijns-Joodse dorpen en stadswijken.

Zesdaagse oorlog
Volgens Van Agt begon Israel ook de Zesdaagse Oorlog van 1967, maar hij laat onvermeld dat de Arabische staten Israel de totale vernietiging hadden aangezegd, dat ze zich gereed maakten voor de aanval en dat de Israelische zeehaven Eilat werd geblokkeerd. Hij verzwijgt dat Israel Jordanië expliciet had gewaarschuwd zich buiten de oorlog te houden maar dat Jordanië desondanks de aanval opende, waarna Israel Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever op Jordanië veroverde. Hij verzwijgt dat Jordanië en Egypte, van 1948 tot 1967 de bezetters van de West Bank en de Gazastrook, de Palestijnse Arabieren geen zelfbeschikkingsrecht gunden, maar hen uitsluitend hebben ingezet om de veiligheid van Israel te bedreigen. Hij verzwijgt dat Israel meteen na de Zesdaagse Oorlog aanbood vrijwel al het veroverde gebied terug te geven, in ruil voor een echte vrede. En hij doet alle daaropvolgende Israelische vredesaanbiedingen af als onwaarachtig, zeker in het licht van de door Van Agt geconstateerde Arabische ‘vredeswil'.
Van Agt verspreidt ook demoniserende en onbewijsbare informatie die lijkt terug te grijpen op oude antisemitische aantijgingen, zoals: "Een methode die ook nogal eens is gebruikt, is de Palestijnen met rubberkogels halfblind maken. De IDF [het Israelische leger, WK] heeft enkele bataljons opgeleid om opstandelingen doeltreffend te verminken" en "Maar twee weken later kwamen er weer kolonisten op het boerenland en werd het land opnieuw met gif bespoten".

Joodse vluchtelingen
Omdat Israel volgens Van Agt aan alles schuldig is, poetst hij ook het Joodse vluchtelingenvraagstuk weg. Rond de stichting van de staat Israel moesten zo'n 850 duizend Joden de Arabische wereld ontvluchten, maar volgens Van Agt zat "de Israelische geheime dienst Mossad" daarachter [sic!] en is er "nauwelijks bewijs dat de meeste uit Arabië komende Joden [door Arabieren] gedwongen waren huis en haard te verlaten. [...]. De meeste kwamen uit Marokko, verlokt door zionistische functionarissen die hun een beter leven in Israel in het vooruitzicht stelden. Alleen in Egypte en Libië is op de kleine Joodse gemeenschappen aldaar van Arabische zijde dwang uitgeoefend." Dit tekstdeel heeft Van Agt letterlijk en zonder deugdelijke bronvermelding overgeschreven uit een artikel van een zekere J. Cook op de anti-Israelische website ‘Electronic Intifada'. Overigens: Van Agts "kleine" Egyptische Joodse gemeenschap telde ruim 75 duizend zielen, de Libische zo'n 38 duizend. De kleine Joodse gemeenschap van Bahrein (600 zielen) werd na de delingsresolutie van 29 november 1947 door twee pogroms getroffen. De 30 duizend zielen tellende Syrisch-Joodse gemeenschap werd systematisch onderdrukt en was eind 1947 doelwit van een pogrom die aan 75 Joden het leven kostte. Eveneens in 1947 werden tachtig leden van de 63 duizend zielen tellende Jemenisch-Joodse gemeenschap door islamitische landgenoten gelyncht.

Complottheorie
Als een rode draad door Van Agts pamflet loopt een complottheorie. Die impliceert dat Israel geen pluriforme democratische staat is, maar een monolithische entiteit die volgens een duister plan te werk gaat. Alle catastrofes in het conflict over het heilige land zouden planmatig door Joodse/Israelische machinaties zijn veroorzaakt. Bijgevolg zijn de Palestijnen en de andere Arabieren steeds de willoze slachtoffers geweest van de machtige en gewetenloze Joden en hun organisaties. Van Agt trekt deze lijn helemaal door tot de dag van vandaag en suggereert dat Joodse samenspanners zelfs de Amerikaanse regering en de media controleren. Die redenering sluit naadloos aan op oude theorieën over een Joodse samenzwering tegen de rest van de wereld. http://www.cidi.nl/images/stories/rachellevy_opt.jpg

Het Joodse meisje Rachel Levy ontvlucht de door Arabieren in brand gestoken Joodse wijk van Jeruzalem, mei 1948.
Foto: John Phillips.

Het is daarom niet verwonderlijk dat Van Agt zich op voorhand indekt tegen de beschuldiging die hem vanwege zijn anti-Joodse retoriek zou kunnen treffen: dat hij een antisemiet is (volgens Van Agt "de vuigst denkbare betichting" aan zijn adres). Bij dit indekken past ook zijn veelvuldig gebruik van "Joodse bronnen" bij het formuleren van zijn aanklacht tegen de Joodse politieke entiteit Israel. In zijn poging die beschuldiging te weerleggen gaat hij zelfs zover de definitie van antisemitisme te manipuleren. Naar schrijven van Van Agt definiëren encyclopedieën Semieten als degenen die Semitische talen spreken. Het zou volgens hem gaan om 250 miljoen mensen en dus stelt hij de retorische vraag: "Waarom wordt dan de term ‘antisemitisme' gebezigd wanneer het gaat om kritiek op een minderheid van zo'n twee procent Hebreeuws sprekenden?" Echter: de term antisemitisme werd in 1873 uitgedacht door de Duitse journalist Wilhelm Marr en staat eenvoudig voor haat van Joden en jodendom. Alhoewel niet alleen de Joden van semitische afkomst zijn, maar ook de Arabieren, is de term antisemitisme uitsluitend op Joden van toepassing. De in de Arabische wereld veel gehoorde en door Van Agt onderschreven opvatting dat Arabieren geen antisemieten kunnen zijn omdat zij immers zelf Semieten zijn, snijdt daarom geen hout. Overigens kunnen ook Joden weldegelijk antisemieten zijn. Pikant in dit verband is wat gebeurde met Van Agts Joodse vriend Hajo Meijer van ‘Een Ander Joods Geluid'. Toen de Duitse auteur Henryk Bröder Meijer als antisemiet had weggezet, stapte de laatste naar de rechter. Die vond echter dat Bröder, gezien Meijers opstelling, niet onrechtmatig gehandeld had. Overigens typeerde Bröder Van Agt eerder als "een nette christelijke antisemiet".

Joodse roofstaat
Voor wie goed leest wordt duidelijk dat het Van Agt weldegelijk om Joden en het Joodse karakter van Israel gaat. Zo hekelt hij de "judaïsering" van Joods Jeruzalem. Hij diskwalificeert het democratische Israel in feite als een gewetenloze, oorlogszuchtige en misdadige Joodse roofstaat, terwijl hij de Arabische dictaturen typeert als weerloze slachtoffers van Joodse/Israelische complotten (pikant in dit kader zijn Van Agts warme relaties met Arabische mensenrechtenschenders); hij schildert Hamasterroristen af als "verzetsstrijders" die geen andere keuze hebben dan zichzelf op te blazen; en hij beticht Israel van het afwijzen/saboteren van alle vredeskansen en zelfs van het aanjagen van "het extreme islamisme" in Saoedi-Arabië en elders. Daarbij zijn de Arabische vijanden van Israel - inclusief Hamas - niet alleen slachtoffers, maar ook nog eens ongevaarlijke tegenstanders, die steeds hun goede wil getoond zouden hebben. De uitgesproken islamitische intenties ten aanzien van Israel worden door Van Agt als niet serieus afgedaan, volgens hem wilden zij van meet af aan slechts "één staat voor alle inwoners gezamenlijk". Voor de Brabantse schreeuwer om recht voor de Palestijnen is Israel altijd schuldig en aan alles.

Recenties (van een) schamel boek
‘Het geloof, het blinde, radicale, door de catechese gedicteerde geloof dat Israël er van meet af aan op uit was de Palestijnen te verdrijven, om ze binnen de eigen grenzen als tweederangs burgers te behandelen, en om ze als verslagen vijanden achter gevangenismuren te vernederen - dat geloof heeft Van Agts dekselse karwei toch tamelijk vruchteloos en verbeeldingsarm gehouden. Het is allemaal vanuit het standpunt en vanuit het vermeende gelijk van de gemaltraiteerde Palestijnen opgeschreven.[...] Geef Van Agts reusachtige pak ‘bewijzen' aan Ronny Naftaniël, en hij komt op alle punten tot tegengestelde conclusies."
Jan Blokker in NRC Handelsblad van 11 september.

"Het is te prijzen dat de gepensioneerde oud-premier zich inzet voor de Palestijnse zaak, maar voor iemand van zijn statuur is dit een schamel boek dat zijn gezag als pleitbezorger niet zal versterken."
Geke van der Wal in de Volkskrant van 11 september.

"Van Agt heeft een 368 pagina's lang requisitoir tegen Israel geschreven en in evenveel pagina's getracht sympathie en begrip te kweken voor een middeleeuwse fundamentalistische moslimorganisatie als Hamas. Daarbij gebruikt hij formuleringen die hem ongetwijfeld opnieuw het verwijt van antisemitisme zullen opleveren.
Hans Knoop in De Telegraaf van 13 september.

"Van Agt is niet voor vrede op basis van twee staten voor twee volken. Tekenend is zijn afwijzing van onderhandelingen tussen beide partijen om tot vrede te komen, en het feit dat hij in het comité van aanbeveling zit van Stop de Bezetting. Dat pleit voor ‘Palestina en Israel voor de Palestijnen', en bagatelliseert de Holocaust."
Ratna Pelle in Trouw van 15 september.



Copyright © 2009 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2020 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.