25 Kislew 5782 | 29 november 2021
Nieuws
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     IsraĆ«l     Media     Publicisten     
Kosjere winkel belaagd in Buitenveldert
Publicatiedatum: dinsdag 01 december 2009 Auteur: De Redactie | 1.307 keer gelezen
Antisemitisme binnenland »
Zaterdag is de kosjere kruidenier in Buitenveldert belaagd door een groep "capuchonklootzakjes". Zij bonkten op de ruiten en riepen onverstaanbare dingen, volgens een geschokte blogger die er getuige van was. Hij beschreef het incident op zijn blog onder de kop: Kristalllnacht in Buitenveldert. Het "kloppen" duurde zeker 40 minuten; de groep ging ervandoor voor er politie arriveerde. Wordt hopelijk vervolgd als de ordeverstoorders zijn aangehouden...

Artikel "Kristalllnacht in Buitenveldert":
Lieve lezers, terwijl ik dit schrijf (zaterdagavond half twaalf) zit ik nog een beetje te shaken. Ik schrijf ‘t van me af, zoals de psychiaters dat noemen, aus einem Guss. Dus vergeef me als er wat slordigheden in staan. Het is dus zaterdagavond. Buitenveldert, Amsterdam. Ik woon in een rustige wijk, saai zelfs. Prima, ik zoek de herrie wel op. Als ik ben uitgegaan en met de taxi terugga, weet ik soms bijna zelf niet eens meer waar ik woon, en dat is niet vanwege de alcohol, althans niet helemaal, maar gewoon… zo veel lijken de 3 hoog flatjes hier op elkaar. Een paar haltes verwijderd van WTC en VU, dichtbij de Rai, niet ver van de Beethovenstraat. ‘Ik woon lekker tussen de Jappen en de Joden’, grap ik wel eens tegen mijn vrienden….

Dat was dan nog een grap..

In de buurt – ik houd het bewust een beetje vaag – zitten diverse middenstanders. Een Japanse supermarkt, een Italiaanse – maar eigenlijk Turkse – afhaalpizzeria, een Japans restaurantje, een stomerij (Japans of Turks, dat weet ik eigenlijk niet precies) en een kosjere, Joodse kruidenier.

Bijna alle avonden is het hier rustig. Op vrijdag- en zaterdagavond kan er wel eens wat lawaai zijn. Dronken jongeren die op het pleintje hangen, maar die zijn meestal op doortocht. Of jongeren die een stickie roken en wat schreeuwen. Ok. Dat hoort erbij in de grote stad. Ik was dus niet verrast dat het vanavond wat onrustig was op het plein. Mag ik het zeggen dat ik meteen hoorde dat het Marokkaanse jongeren waren die aan ‘t schreeuwen waren? Ja, dat mag ik zeggen.

Ik keek even met een schuin oog uit het raam, en inderdaad: vijf, zeven, zes, vier, of zoiets capuchonklootzakjes die aan het bleren waren. Geen reden tot paniek.

Maar het gebrul nam op een gegeven momen dusdanig toe, dat ik dacht… dit is niet normaal. Ik gluurde weer even die richting op. En zag nu duidelijk hoe de Marokkanen bij de kosjere Joodse kruidenierszaak stonden en tegen de ramen bonkten. Daarbij kretend slakend die ik niet kon verstaan. Ik zou dus liegen als ik zou zeggen dat ik ze hoorde schreeuwen ‘Joden moeten we doden’, maar ik voelde wel dat ze dit BEDOELDEN. De Marokkanen waren aan ‘t provoceren. Want – dat kon ik duidelijk zien – ze keken van: HOREN jullie ons, buurtbewoners, we maken hier een STATEMENT.

De Marokkanen ramden tegen de ramen van de Joodse kruidenierszaak. En bleven schreeuwen. Het duurde denk ik wel veertig minuten. Ik ben er wel eens geweest, bij De Jood, meestal op zondagen. Dan was hij open natuurlijk.

Ik besloot de politie te bellen. Het begon er nu echt dreigend uit te zien. Dadelijk gingen ze de zaak nog in de fik steken. En ik loop op krukken vanwege een enkelblessure. Wat kon ik anders doen?

‘Goedenavond politie Amsterdam…’ Ik belde met een telefoon zonder nummerherkenning. Ik ben geen held. En ik weet genoeg van justitie/politie dat je beter maar niet jezelf bekend kunt maken. Ik legde de situatie uit. Dat er een aantal jonge Marokkanen bij de kosjere kruidenier stond te schreeuwen en op de deur en ramen bonkte. ‘Het lijkt me wel een urgent geval’, zei ik. ‘En duidelijk waar ‘t over gaat.’

‘Om hoeveel personen gaat ‘t’, vroeg de op zich vriendelijke politie-medewerkster. ‘Ja, dat weet ik niet hoor. Vier, vijf, acht, drie, zeven?’

‘En bij welk nummer staan ze precies?’ Ja, dank je de koekoek! Dan wist de politie – en dus later ook de mogelijke verdachten – waar ik woonde.

Ik had ‘t gevoel niet helemaal serieus te worden genomen, maar dat kan ook van de spanning zijn geweest. En toen zei de politie-mevrouw: ‘Meneer Cohen toch…?’ Ik schrok. Kennelijk stond mijn (anonieme) nummer toch geregistreerd bij de politie Amsterdam-Amstelland. Onder een verkeerde naam weliswaar. Cohen. Dat waren de vroegere bewoners inderdaad van mijn pand. Ik was De Jood Cohen. En ja, die waren natuurlijk altijd wat snel overstuur als er Marokkanen in de buurt waren… Of zo.

Ongeveer vijf a tien minuten na het telefoongesprek met de politie kreeg het lawaai van het Marokkaanse groepje bij de Joodse kruidenier een nog hysterischer omvang. Het leek nu of ze onderling aan het ruziemaken waren, of dat er buurtbewoners waren die iets hadden gezegd, of dat er misschien al politie was gearriveerd. Ik kon ‘t niet precies horen of zien.

Ik keek uit het raam. En zag de Marokkanen op hun scooters springen. Het waren drie scooters. Ze sjeesden weg. Hoeveel capuchons erop zaten weet ik niet. Maar wat ik zeker weet is dat het geen jongens uit de buurt waren. En wat ik ook zeker weet – wat de advocaten bij wijze van spreken straks ook gaan ophangen – is dat zij de Joodse kruidenier, daar in Buitenveldert, kilometers verwijderd van waar zij zelf woonden, bewust hadden opgezocht. Het was een regelrechte intimidatiepoging. Angst aanjagen.

Een vriendin vertelde me net dat ‘t vandaag – gisteren? – Slachtfeest is voor de moslims. Een heel bijzonder feest, naar het schijnt.

De Jood Cohen woont niet meer op mijn adres. Ik ben zelf niet Joods. Maar ik ben me helemaal het varkenslazerus geschrokken. Zo dicht ben ik nog nooit bij blinde Jodenhaat geweest.

Shalom.
Copyright © 2009 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2021 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.