9 Chesjwan 5781 | 26 October 2020
Nieuws
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     IsraĆ«l     Media     Publicisten     
Het verhaal achter de Nakba en oplossing van het vluchtelingenprobleem
Publicatiedatum: Sunday 02 May 2010 Auteur: Brabosh | 1.270 keer gelezen
Al-nakba, Joodse vluchtelingen »

8 mei 1951, VS-President Truman samen met premier David Ben-Goerion en Abba Eban

Op 20 april jongsleden was het Yom Ha'atzmaut, Dag van de Onafhankelijkheid van Israël (volgens de Joodse kalender). Ter gelegenheid van deze feestdag de hierna volgende opmerkelijke tekst van de Israëlische afgevaardigde Abba Eban (1915-2002) bij de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, een speech die hij aflegde ten overrstaan van het Speciale Politieke Comité van de Verenigde Naties op 17 november 1958.

Dit was een heel bijzondere speech voor die tijd en werd geschreven 10 jaar na de stichting van de Joodse staat van Israël. De gebeurtenissen die erin worden beschreven liggen nog vers in het geheugen bij iedereen die er toen nauw bij betrokken was; de historische strubbelingen die in de daaropvolgende decennia werden gepopulariseerd zullen door de meedogenloze drumbeat van de anti-Israël propaganda nog meer worden aangedreven.

De inhoud is verbazingwekkend actueel! Te bedenken dat deze tekst toch meer dan een halve eeuw oud is, lijkt of er helemaal niks veranderd is sinds Abba Eban deze toespraak hield. De haat en het wantrouwen van toen zijn er nog altijd, het Arabisch vluchtelingenprobleem werd niet opgelost en de kans op vrede lijkt misschien verder weg dan toen.

Een oplossing van het vluchtelingenprobleem wordt wel aangereikt door Abba Eban, maar de werkelijkheid gebied natuurlijk te zeggen dat de Palestijnse Arabieren in feite geen eigen staat willen, maar eerst en vooral de Joden uit Israël met staat en al uit het M-O willen zien verdwijnen. Wat daarna komt ‘zien we dan wel'. Zij claimen het volledige grondgebied van Israël en dromen hardop om het gebied waar zich dan ooit 5,5 miljoen Joden en hun staat Israël bevonden -  ‘in de plaats van' en dus niét ‘naast' Israël! - hun zoveelste islamistisch kalifaat willen oprichten. Het wordt hoog tijd dat de voorstanders van de oprichting van een onafhankelijke Palestijnse staat, eindelijk zouden beseffen dat elke toegeving aan de Palestijnse Autoriteit - wat de PA betreft - slechts een tussenstap is, een zoveelste etappe op de weg naar de uiteindelijke vernietiging van Israël en de vervanging of annexatie ervan door een Arabische staat. Wie die realiteit eindelijk wil accepteren maakt misschien ooit nog een redelijke kans om het Arabisch-Israëlisch conflict finaal op te lossen.

Abba Eban maakte in Israël een lange carrière als diplomaat en politieker in de periode vlak na het onstaan van de Israëlische staat tot hij zich in 1988 terugtrok uit de Knesset. Hij was actief in vele posities en functies inclusief als afgevaardigde bij de Verenigde Naties en ambassadeur in de Verenigde Staten voor Israël. Hij was jarenlang lid van de Knesset, vice-eerste minister en minister voor Buitenlandse Zaken. In die laatste functie speelde hij een belangrijke diplomatieke rol tijdens de Zesdaagse oorlog van 1967 en de Jom Kipoeroorlog van 1973. In die functie moest hij Israëls politieke en militaire standpunt in de wereld vertegenwoordigen en verdedigen, iets wat hij met veel verve deed. Abba Eban overleed op 87-jarige leeftijd op 27 november 2002, 44 jaar later nadat hij deze tekst had afgeleverd.

balataHet Palestijnse vluchtelingenkamp Balataa nabij Shechem (Nabloes) op de Westelijke Jordaanoever

Arab refugees: The Real Story
door Abba Eban

Het Arabische vluchtelingenprobleem werd veroorzaakt door een oorlog van agressie, gelanceerd door de Arabische landen tegen Israël in 1947 en 1948. Laat daar geen misverstand over bestaan. Als er geen oorlog was geweest tegen Israël, met de daaruit voortvloeiende gevolgen van nodeloos bloedvergieten, ellende, paniek en vlucht, zou er vandaag geen probleem van Arabische vluchtelingen hebben bestaan.

Zodra u de verantwoordelijken voor die oorlog heeft bepaald, heeft u meteen de verantwoordelijken voor het vluchtelingenprobleem vastgesteld. Niets in de geschiedenis van onze generatie is duidelijker of minder controversieel dan het initiatief van de Arabische regeringen voor het conflict, waaruit de vluchtelingentragedie is ontstaan.

De oorsprong van dat conflict is duidelijk omschreven door de bekentenissen van de Arabische regeringen zelf: "Dit zal een oorlog van uitroeiing worden," verklaarde de secretaris-generaal van de Arabische Liga, die sprak voor de regeringen van zes Arabische staten, "het zal een gedenkwaardig bloedbad worden waarover zal gesproken worden zoals [men spreekt] over de Mongoolse slachtingen en de kruistochten."

De aanval begon op de laatste dag van november 1947. Vanaf dan tot aan het verstrijken van het Britse Mandaat in mei 1948 hebben de Arabische staten, in overleg met de Arabische leiders in Palestina, het land in onrust en chaos gestort. Op de dag van Israëls onafhankelijkheidsverklaring, zijn de strijdkrachten van Egypte, Jordanië, Syrië, Libanon en Irak, ondersteund door contingenten uit Saoedi-Arabië en Jemen, de grenzen overgestoken en zijn opgemarcheerd tegen Israël.

De gevaren waarmee onze gemeenschap vervolgens werd geconfronteerd; het gevaar dat ieders leven en huis verduisterde en het succesvolle afweren van de aanval en het ontstaan van Israël in het leven van de wereld gemeenschap, zijn allemaal hoofdstukken uit het verleden, verdwenen maar niet vergeten. Maar de sporen van dat conflict zijn nog steeds diep gegrift in het leven van onze regio's. Gevangen in de ravage en de spanning van de oorlog; gedemoraliseerd door de vlucht van hun leiders, aangespoord door de onverantwoordelijke beloften dat ze zouden terugkeren en de buit die ze zouden erven nadat Israël zou vernietigd zijn, zochten honderdduizenden Arabieren hun heil in de beschutting van de Arabische landen.

Een onderzoek in 1957 door een internationaal orgaan beschreef deze gewelddadige gebeurtenissen in de volgende bewoordingen: "Reeds in de eerste maanden van 1948 werden door de Arabische Liga orders afgegeven die de mensen aanmaanden om een tijdelijk toevluchtsoord in de buurlanden te zoeken, warna ze later naar hun verblijfplaatsen zouden terugkeren, en in de nasleep van de zegevierende Arabische legers hun aandeel zouden verkrijgen in de in de steek gelaten Joodse eigendommen." (Research Group for European Migration Problems Bulletin, Vol. V, nr. 1, 1957).

Hedendaagse verklaringen van Arabische leiders bevestigen deze versie volledig. Op 16 augustus 1948 herinnerde Mgr. George Hakini, de Grieks-katholieke aartsbisschop van Galilea, zich het volgende: "De vluchtelingen waren ervan overtuigd dat hun afwezigheid uit Palestina niet lang zou duren en dat zij binnen een paar dagen [of] binnen een week of twee weer terug zouden zijn; hun leiders hadden hun beloofd dat de Arabische legers de ‘zionistische bendes' zeer snel zouden verpletteren en dat er geen nood was aan paniek en geen angst voor een langdurige ballingschap."

Een maand later op 15 september 1948, verklaarde Emile Ghoury, die de secretaris was geweest van het Arabische Hoge Comité op het moment van de Arabische invasie van Israël: "Ik wil niemand in twijfel trekken maar enkel de vluchtelingen helpen. Het feit dat deze vluchtelingen er zijn is het rechtstreekse gevolg van de actie van de Arabische staten die zich keerden tegen het Verdeelplan en tegen de [oprichting van een] Joodse staat. De Arabische staten hadden dit beleid met eenparigheid van stemmen afgesproken en zij zijn het die gezamelijk voor dit probleem een oplossing moeten vinden."

Niet minder dwingend dan deze bekentenissen die door de Arabische leiders werden afgelegd zijn de arresten van de organisaties van de Verenigde Naties organen. In april 1948, toen de vlucht van de vluchtelingen in volle gang was, schreef de Commissie voor Palestina van de Verenigde Naties haar oordeel op de tabletten van de geschiedenis:

"Arabische oppositie tegen het plan van de Algemene Vergadering van 29 november 1947 heeft de gedaante aangenomen van een georganiseerd optreden door sterke Arabische elementen, zowel binnen als buiten Palestina, om de uitvoering ervan te voorkomen en om haar doelstellingen te dwarsbomen door middel van bedreigingen en daden van geweld, met inbegrip van gewapende herhaalde invallen op Palestijns grondgebied. De Commissie heeft aan de Veiligheidsraad moeten rapporteren dat machtige Arabische belanghebbers, zowel binnen als buiten Palestina, de resolutie van de Algemene Vergadering aanvechten en verwikkeld zijn in een bewuste poging om met geweld te verhinderen dat de regeling de beoogde uitvoering kan krijgen."

* * * * *

Zelfs na een volledig decennium is het moeilijk om hier gelaten te zitten luisteren hoe Arabische vertegenwoordigers zich losmaken van elke verantwoordelijkheid voor het werk en de angst die zij hebben veroorzaakt. De eis van de internationale gemeenschap op de medewerking van de Arabische regeringen is des te vanzelfsprekender wanneer we bedenken dat deze staten, in hun grote gebieden, alle bronnen en middelen controleren die hen in staat stellen om de vluchtelingen te bevrijden uit hun benarde situatie, in volle waardigheid en vrijheid.

Het vluchtelingenprobleem werd niet gecreëerd op aanbeveling van de Algemene Vergadering met de oprichting van Israël. Het werd gecreërd door de pogingen van de Arabische regeringen om deze aanbeveling [Resolutie 181] met geweld te vernietigen. De crisis is niet ontstaan, zoals Arabische woordvoerders beweren, omdat de Verenigde Naties elf jaar geleden een resolutie hebben aangenomen; zij is ontstaan omdat de Arabische regeringen die resolutie met geweld hebben aangevallen. Als het voorstel van de Verenigde Naties rustig was aanvaard, zou er vandaag geen vluchtelingenprobleem, hangen als een wolk boven de gespannen horizon van het Midden-Oosten.

Afgezien van de vraag naar de oorsprong [van het probleem], is het bestendigen van dit vluchtelingenprobleem een onnatuurlijke gegeven, dat ingaat tegen de hele gang van ervaringen en zonder precedent. Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog, hebben problemen die veertig miljoen vluchtelingen regeringen geconfronteerd in verschillende delen van de wereld. In geen enkel geval, met uitzondering van de Arabische vluchtelingen - die minder dan twee procent van het geheel uitmaken - heeft de internationale gemeenschap constante verantwoordelijkheid getoond en van royale steun voorzien.

In alle andere gevallen werd een oplossing gevonden door de integratie van vluchtelingen in hun gastlanden. Negen miljoen Koreanen; 900.000 vluchtelingen uit het conflict in Vietnam; 8,5 miljoen hindoes en sikhs die, Pakistan ruilden voor Indië en andersom: 6,5 miljoen moslims die vanuit Indië naar Pakistan vluchtten; 700.000 Chinese vluchtelingen in Hong Kong, 13 miljoen Duitsers uit het Sudetenland, Polen en andere Oost-Europese staten die West-en Oost-Duitsland bereikten; duizenden Turkse vluchtelingen uit Bulgarije; 440.000 Finnen die werden gescheiden van hun vaderland door een wijziging van de grens; 450.000 vluchtelingen uit Arabische landen die berooid toekwamen in Israël; en een gelijk aantal die naar Israël trokken uit de overblijfselen van de Joodse holocaust in Europa - vormen dezen de tragische stoet van vluchtelingenbevolking in de wereld van de afgelopen twee decennia.

In elke situatie, behalve dan wat de Arabische vluchtelingen betreft in de Arabische landen, hebben de landen waar de vluchtelingen onderdak hebben gezocht hun integratie vergemakkelijkt. Enkel in dit geval werd de integratie belemmerd.

De paradox is des te verbazingwekkender wanneer we bedenken dat de verwantschap die bestaat in taal, religie, sociale achtergrond en nationaal gevoel tussen de Arabische vluchtelingen en hun Arabische gastlanden, minstens zo intiem is als diegene die bestaat tussen andere gasttlanden en andere groepen vluchtelingen. Het is onmogelijk om aan die conclusie te ontkomen dat de integratie van de Arabische vluchtelingen in het leven van de Arabische wereld een objectief haalbaar proces was [en nog steeds is], maar die om politieke redenen werd tegen gewerkt.

De jongste jaren gaven een grote expansie van de economische mogelijkheden in het Midden-Oosten. De inkomsten van de olie-uitvoerende landen hebben grote kansen op werk en ontwikkeling mogelijk gemaakt, waarin de vluchtelingen, uit hoofde van hun taalkundige en nationale achtergrond, zouden kunnen inpassen zonder enig gevoel van ontwrichting. Er bestaat geen enkele twijfelk over dat wanneer aan de vluchtelingen vrijheid van verkeer was toegekend, er een spontane opname van duizenden van hen zou gevolgd zijn in deze uitgebreide Arabische economieën.

De mislukking of de weigering van de Arabische regeringen om een permanente economische integratie te bereiken van vluchtelingen in hun enorme land lijkt des te opmerkelijker als we het contrast zien met de prestaties van andere landen die geconfronteerd werden met de uitdaging en de kans van het absorberen van hun verwanten in hun midden.

Israël met haar klein gebied, haar schamele watervoorraden en haar peinbele financiële toestand, heeft in de afgelopen tien jaar woningen, werk en burgerschap gevonden voor bijna een miljoen nieuwkomers die toekwamen in een toestand van armoede die niet moest onderdoen voor die van de acute Arabische vluchtelingen.

Vluchtelingen [naar Israël] uit Arabische landen lieten hun huizen, eigendommen en werkgelegenheid achter. Hun fysieke conditie en voeding waren in veel gevallen bedroevend laag. Ze hebben processen van aanpassing ondergaan om een sociale, taalkundige en nationale ethos aan te leren die ver verwijderd lag van het enige dat ze tot dan hadden gekend. Aldus was deze kwestie van integratie voor hen veel lastiger dan die zou geweest zijn voor de Arabische vluchtelingen in Arabische landen, wanneer geen dergelijke verschillen bestaan tussen de maatschappij en de cultuur van het gastland waarmee de vluchtelingen al vertrouwd zijn.

Dit wordt beknopt beschreven in het rapport dat werd gepubliceerd door de Carnegie Endowment:

"Er is een nog ander aspect van het vluchtelingenprobleem in Midden-Oosten dat ook vaak over het hoofd wordt gezien. Het is noodzakelijk om te onthouden dat, tegelijkertijd met de bestendiging van het Arabische vluchtelingenprobleem, meer dan 400.000* Joden werden gedwongen om hun huizen in Irak, Yemen en Noord-Afrika te verlaten. Ze werden niet meegeteld als vluchteling omdat ze gemakkelijk en onmiddellijk in Israël werden opgevangen als nieuwe immigranten. Toch werden ze gedwongen om tegen hun wil in hun traditionele huizen te verlaten en tijdens dat proces alles achter te laten wat zij bezaten. De laatste nieuwe groep vluchtelingen die hun aantal vervoegen zijn de 20.000 Joden voor wie het leven onmogelijk is geworden in Egypte. Vijftien duizend van hen hebben asiel gezocht in Israël, terwijl de rest in Europa op zoek is gegaan naar andere oplossingen voor hun probleem."

[* Deze tekst dateert van 1958. Bovenop die 400.000 Joodse vluchtelingen zullen in de volgende jaren tot voorbij de Zesdaagse Oorlog van 1967 en de Yom Kippoeroorlog van 1973 nog eens 450.000 Arabische Joden gedwongen worden hun Arabisch land van herkomst te ontvluchten waarvan meer dan de helft in Israël een nieuw onderdak zal vinden.]

* * * * *

Inderdaad, vergeleken met andere problemen, is het Arabische vluchtelingenprobleem één van de eenvoudigste om op te lossen.

De Research Group for European Migration wijst er in haar rapport op dat "De Palestijnse vluchtelingen de nauwst mogelijke affiniteiten van nationaal sentiment, taal, religie en sociale organisatie, gemeenschappelijk hebben met de Arabische gastlanden en de levensstandaard van de meerderheid van de vluchtelingenpopulatie maar weinig verschild van die van de inwoners van de landen waar zij hun toevlucht hebben gevonden of dat in de toekomst zullen doen."

Elke discussie over dit probleem draait rond de twee thema's van de hervestiging en van wat wordt genoemd ‘repatriëring'. Er is een toenemende scepsis over de haalbaarheid van de repatriëring.

Deze honderdduizenden Arabische vluchtelingen wonen thans in de Arabische landen op de grond van hun verwanten. Ze werden de voorbije tien jaren gevoed met slechts één enkel thema: hat jegens Israël; de weigering om het bestaansrecht van Israël te erkennen; wrok tegen het bestaan van Israël; de droom om ervoor te zorgen dat Israël zal vernietigd worden.

"Repatriëring zou betekenen dat honderdduizenden mensen zouden worden ingevoerd in een staat waarvan zij tegen haar bestaansrecht zijn, waarvan zij de vlag verachten en waarvan zij zoeken naar een oplossing om die staat te vernietigen. De vluchtelingen zijn allemaal Arabieren en de landen waarin zij zich bevinden zijn Arabische landen. Maar de voorstanders van de repatriëring concluderen dat deze Arabische vluchtelingen moeten worden gevestigd in een niet-Arabische land, in de enige sociale en culturele omgeving die vreemd is aan hun achtergrond en traditie."

De Arabische vluchtelingen zullen ontworteld worden vanuit het gebied van de naties waaraan zij loyaal en verwant mee zijn en verplaatst worden naar een staat waarin zij vreemd en vijandig zijn. Israël, waarvan de soevereiniteit en de veiligheid reeds werd bedreigd door de aanvallende staten rondom haar, wordt gevraagd om aan haar gevaren nog een toestroom van vijandelijke grote groepen mensen toe te laten die doordrongen zijn van de haat om haar bestaan. Dit alles staat te gebeuren in een regio waarin de Arabische landen beschikken over onbeperkte mogelijkheden voor de hervestiging van hun verwanten, en waarin Israël reeds heeft bijgedragen tot een oplossing van de vluchtelingenproblemen in Azië en Afrika door het opvangen [op eigen kosten en zonder hulp van de internationale gemeenschap] van 450.000 vluchtelingen uit Arabische landen onder haar immigranten.

Er zijn drie andere overwegingen, die pleiten tegen de repatriëring.

Ten eerste, wordt het woord zelf niet nauwkeurig in deze context gebruikt. Het transplanteren van een Arabische vluchteling uit een Arabisch land naar een niet-Arabisch land is niet echt ‘repatriëring'. "Patria" is niet louter een geografisch concept. Hervestiging van een vluchteling in Israël zou geen repatriëring zijn, maar vervreemding van de Arabische maatschappij; een echte terugkeer van een Arabische vluchteling zou een proces moeten zijn waarbij de vluchteling terug in eenheid met zijn mensen wordt gebracht die zijn voorwaarden van taal en erfgoed delen alsmede zijn impulsen van nationale loyaliteit en culturele identiteit gemeenschappelijk hebben.

Ten tweede, wordt de geldigheid van het ‘repatriëringsconcept' verder ondermijnd als we de structuur van de vluchtelingen te onderzoeken. Meer dan 50 procent van de Arabische vluchtelingen zijn jonger dan 15 jaar. Dit betekent dat ten tijde van de oprichting van Israël, velen van hen, als ze al geboren waren, jonger waren dan 5 jaar. Wij hebben dus te maken met het opvallende feit dat een meerderheid van de vluchtelingenpopulatie geen bewuste herinnering aan Israël kan hebben.

Ten derde zijn zij, die altijd pleiten van de terugkeer naar Israël, zich niet altijd bewust van de mate van integratie waarin de vluchtelingen zich bevinden in de landen van hun huidige woonplaats. In het Koninkrijk van Jordanië, genieten vluchtelingen een volwaardig burgerschap en nemen volledig deel aan de regering van het land. Zij hebben het recht om te stemmen en om verkozen te worden en te zetelen in het Jordaanse parlement. Sterker nog, velen van hen heben een hoge positie in de regering van het koninkrijk.

Duizenden vluchtelingen dienen in het Jordaanse leger en bij de Nationale Garde. Het is op zijn zachtst gezegd, vreemd om te suggereren dat mensen die burgers zijn van een ander land, en die ook daadwerkelijk of potentieel zijn ingeschreven bij de strijdkrachten van een land dat op voet van oorlog* verkeerd met Israël, tegelijkertijd het optionele recht van Israëlisch burgerschap wordt voorgehouden.

[* Deze woorden dateren uit 1958. Enkele aanvalsoorlogen verder - die Jordanië allemaal zal verliezen - zal het Arabisch koninkrijk uiteindelijk in 1994 een vredesakkoord tekenen met de Israëlische staat, in 1996 gevolgd door een handelsakkoord tussen beide soevereine staten.]

Elke voorwaarde die ooit iets heeft bijgedragen tot een oplossing van vluchtelingenproblemen door middel van integratie, wordt in het onderhavige geval opgenoemd. Met de uitgestrektheid van het grondgebied, de grote rivieren, haar natuurlijke bronnen en minerale rijkdom alsmede haar toegankelijkheid tot de internationale hulpverlening, is de Arabische wereld het beste geschikt voor het absorberen van een extra bevolkingsgroep, niet alleen totaal zonder gevaar voor zichzelf, maar met de daadwerkelijke meerwaarde voor haar eigen veiligheid en welzijn.

Copyright © 2010 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2020 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.