24 Aw 5779 | 25 augustus 2019
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     IsraĆ«l     Media     Publicisten     
De dieren in de tijden van de Mosjiach
Publicatiedatum: zondag 07 september 2014 Auteur: Redactie | 1.306 keer gelezen
Redactie, Dieren en natuur, Einde der Tijden, Offers [karbonot] »

De rol van dieren in het Jodendom kent als het ware 2 zijden. De ene geleerde meent dat de rol van dieren, ook al moet je ze met respect behandelen, niet meer is dan decorstukken op een podium van het toneelstuk des levens waarin de mens de acteurs zijn. Maar er zijn ook geleerden die menen dat de Tora het eerste document is waar de dierenrechten zijn vastgelegd. Hoe zit dit nu? En wat is in dit kader de toekomst van de dieren in de tijd van de Mosjiach?

Over het algemeen wordt in het Jodendom aangenomen dat de ziel van een dier direct terug gaat naar de Schepper, dus het stadium Hemel/hel wordt overgeslagen, omdat dieren niet zondigen maar ook geen mitswot [goede daden] doen. Of het laatste waar is, is een goede discussie in zowel de Joodse gemeenschap als buiten de Joodse gemeenschap waard omdat zowel de wetenschap als de huidige dagelijkse berichtgevingen regelmatig vermelden dat dieren het leven van hun baasjes redden. Zo kan de auteur van dit artikel getuigen van het feit dat haar jongste herder, noch een puppy, haar keuken van een helse brand heeft behoed – net voor het aanbreken van de Sjabbat. Daarnaast zijn er verslagen van mensen met een bijna doodervaring die duidelijk over spelende honden in het hiernamaals spreken.

Maar hoe het ook zei, geen geleerde zal tegenspreken dat het Jodendom heel erg streng is met betrekking tot dierenleed. Onnodig dieren van het leven beroven wordt in de Tora domweg 'moord' genoemd en dierenleed wordt als een zeer ernstig vergrijp gezien. Zo is plezierjacht en pleziervisserij pure moord. Een hond zomaar schoppen mag niet. Een hond een pedagogische tik geven is toegestaan.

De controverse binnen het Jodendom over de rol van de dieren in het menselijk leven zal tot de tijd van de Mosjiach doorgaan ['blijven wij tot in de einde der tijden vlees eten?', 'zullen de dierenoffers straks weer ingesteld worden in de 3e Tempel?', enz.]. Toch zijn er duidelijke teksten vanuit zowel de TeNaCH, Tora als de Kabbalah waar de rol van de dieren in de tijd van de Mosjiach prominenter en belangrijker lijken dan er over het algemeen wordt aangenomen. We kunnen zelfs stellen dat de toekomst van de dieren, die Hasjem voor hen opzij heeft gelegd, ronduit verbluffend waardoor de dierenliefhebber die al Hasjem dankt en prijst voor Zijn schepping van de dieren, nog meer van Hem gaat houden.

Onze barmhartigheid naar dieren is de graadmeter naar onze barmhartigheid naar onze naaste
Of we nu wel of niet van dieren houden, in Dwariem/Deut. 22:6-7 leren we dat het “goed voor ons is...lema'an jijtav lach...” wanneer we de moedervogel wegsturen wanneer we de nest willen leeghalen “weha'arachta jamiem... en jouw dagen zullen verlengt worden...”. Waarom is het wegjagen van de moedervogel – die volslagen overstuur zal zijn wanneer zij terugkeert op haar lege nest – goed voor ons en worden onze dagen hierdoor verlengt?

Ksav Sofer [Rabbi Akiva Eger] geeft hier een duidelijk antwoord op.
'Het zal goed voor ons zijn', omdat je dan [nadat de moedervogel is weggestuurd] bronnen zal hebben om je naaste te helpen, waardoor 'je leven verlengt wordt', omdat jouw leven door jouw barmhartige karakter niet verkort worden. Ksav Sofer stelt duidelijk en letterlijk dat Hasjem ons leert dat ons niveau van barmhartigheid naar onze naaste hoog genoeg moet zijn
“om zelfs dieren en vogels te omhelzen”.

In dit kader, kunnen we de volgende vraag stellen.

Waarom wel het eten van vlees, dragen van leren schoenen, maar geen dierenoffers?
Sommige mensen hebben bezwaar tegen het idee van dierenoffers vanuit het welzijn van dieren. Echter zou dit bezwaar volgens Rabbi Chanan Morrison een zeker mate van hypocrisie bevatten. Waarom hangt liefde voor dieren vaak af van de geestelijke behoefte? Wanneer onze verzet tegen de slacht niet gebaseerd is op zwakheid van karakter, maar op erkenning van de fundamentele ethiek, dan zou onze 1e stap een verbod op het doden van dieren voor voedsel, kleding en ander materieel belang allang gezet zijn.

In de huidige wereld, is de mensheid zowel fysiek als moreel erg zwak. Het uur om het dierlijk leven te beschermen is volgens Rabbi Chanan Morrison om de bovengenoemde reden nog niet aangekomen. Eigenlijk moeten dieren nog steeds voor onze fysieke behoeften geslacht worden, alleen doordat we geen Bejt Hamiqdasj - Tempel - hebben, gebeurt dit al 2000 jaar niet meer. Onze ziel is zo vervallen, we hebben die dagelijkse zielenverheffing door onze grote zonden ook werkelijk nodig. Echter is dit niet mogelijk doordat de Bejt Hamiqdasj niet staat, waardoor het ons zelfs verboden is. Maar dit neemt nog steeds niet weg dat het menselijk moraal nog steeds een duidelijk grens vereist om onderscheid te maken tussen de relatieve waarde van de mens en het leven van een dier.

Op dit moment is het pleiten voor bescherming van dieren in onze Avodah Hasjem [het dienen van Hasjem] - zou nu nog de Bejt Hamiqdasj gestaan zou hebben – dus achterbaks lijken. Waarom is wreedheid tegen dieren voor onze fysieke behoeften zoals vlees of een leren bank wel toegestaan [meeste dierenliefhebbers blijven (bio)vlees eten, dragen leren schoenen, etc.], maar zou een offerdienst voor onze geestelijke behoefte om in oprechte erkenning en dankbaarheid voor G'ds goedheid te tonen niet toegestaan moeten zijn? Als onze toewijding en liefde voor G'd op het hoogste niveau uitgedrukt kan worden met de bereidwilligheid ons eigen leven te geven voor Kiddoesj Hasjem - het heiligen van G'ds Naam - dan moeten we zeker bereid zijn om het leven van een dier te nemen voor dit verheven doel van Kiddoesj Hasjem. Een betere rol kan een dier, wanneer deze toch ter dienst van de mens moet staan, niet krijgen.

Toch zijn wij op dit moment niet klaar voor een onmiddellijk herstel van de offerdienst. Alleen wanneer profetie terugkeert, is het mogelijk om de Tempdienst weer te herstellen. Want profetie en offers zijn nauw aan elkaar verbonden.

In 1919 verklaarde Rav Kook in dit kader het volgende in een brief. Dit naar aanleiding van dierenrechtenorganisaties die begin vorige eeuw in Europa van de grond kwamen en zeker tegen dierenoffers zouden verzet hebben wanneer de Tempel toen herbouwd zou worden.

"Betreft de offers, is het beter om aan te nemen dat alle aspecten weer hersteld zullen worden... We moeten ons niet al te veel zorgen maken over de standpunten binnen het Europese cultuur. In de toekomst zal G's woorden alle fundamenten van cultuur verheven worden tot een niveau dat boven de menselijke rede. "

Hij gaat dan verder.

"Het is ongepast om te denken dat offers een primitieve uiting zou zijn van verering van vlees. Deze dienst beschikt over een heilige innerlijke natuur, die niet kan worden onthuld in zijn schoonheid zonder verlichting van G'ds licht aan Zijn volk [de terugkeer van de profetie] en een vernieuwing van heiligheid ten aanzien van Israël. Dit zal ook door alle volkeren erkend worden. Maar ik ben met jou, edelachtbare, eens dat we de praktische aspecten van offers niet zo danig moeten benaderen zonder de komst van de geopenbaarde goddelijke inspiratie in Israël" [Igrot HaRe'iyah vol. IV p. 24].

Hoe zal die toekomstige goddelijke inspiratie in Israël ten aanzien van de dieren dan zijn?

1   |   2      »      
Copyright © 2014 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2019 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.