5 Aw 5778 | 16 juli 2018
Parasja
Bereesjiet/ Genesis     Sjemot/ Exodus     Wajjikra/ Leviticus     Bamidbar/ Numeri     Dewariem/ Deuteronomium     Combinaties     Feestdagen     
Parasja / Dewariem / Overzicht Overzicht | Inzicht | Haftara | Commentaar
Dewariem/ Deuteronomium 1:1–3:22 | door: Ohr Somayach
De parasja begint aan het laatste van de Chamisjei Choemsjei Tora  - de Vijf Boeken van Tora - Sefer Dewariem. Dit boek wordt ook wel Misjnee Tora - herhaling van de Tora - genoemd, vandaar de (van het Grieks afgeleide) naam waaronder het boek in het Nederlands bekend staat, Deuteronomium.

Sefer Dewariem verhaalt wat Mosjé de Israëlieten gedurende de laat­ste vijf weken van zijn leven vertelde, toen zij zich voorbereidden om de Rivier Jordaan over te steken en het Land Israël binnen te gaan. Mosjé geeft een overzicht van de mitswot, en legt daarbij de nadruk op de verandering van hun levenstijl die zij op het punt staan te ondergaan: van een bovennatuurlijk bestaan in de woestijn onder leiding van Mosjé naar het ogenschijnlijke natuurlijke leven dat zij zul­len ervaren onder de leiderschap van Jehosjoea in het Land.

Het centrale thema deze week is de zonde van de verspieders, de meraĝliem. Mosjé herinnert het volk aan de zonden van de vorige generatie, die in de woestijn gestorven is. Hij beschrijft wat er gebeurd zou zijn als zij niet gezondigd hadden door de verspieders uit te zenden naar Erets Jisraël. Hasjem had hen dan heel het land zonder enige strijd gegeven, van de Eufraat tot de Middel­landse Zee, met inbegrip van de landen Ammon, Moav en Edom. Hij vertelt in details de subtiele zonden die culmineerden in de zonde van de ver­spieders en beschouwt dit incident en zijn gevolgen uitvoerig: de hele generatie zou in de woestijn  sterven en Mosjé mocht het land niet meer binnen. Hij herinnert hen eraan dat hun onmiddellijke reactie op het be­sluit van Hasjem was om „op te trekken en te vechten", ten einde de zon­de te herstellen; hij brengt hun in herinnering hoe zij niet naar hem wilden luisteren toen hij hen vermaande om niet ten strijde te trekken om­dat zij het niet meer verdienden dat zij hun vijanden op miraculeuze wijze zouden overwinnen. Zij negeerden hem en leden een gevoelige nederlaag. Hen werd niet toegestaan om te vechten tegen de koninkrijken van Esav, Moav en Ammon - deze landen stonden niet meer op de kaart van Israël. Wanneer de verovering van Kena'an begint, met de strijd tegen Sichon en Og, zal het een natuurlijke oorlogsvoering zijn.

Bron: Joods Leven

 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2018 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.