13 Siewan 5779 | 16 juni 2019
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     Israël     Media     Publicisten     
Tehilliem/Psalmen 21
Publicatiedatum: maandag 12 september 2016 Auteur: Redactie | 674 keer gelezen
Mosjiach [Messias], Tehilliem/Psalmen »

De koning, die zal voortkomen uit het zaad van David, zal wijsheid bezitten dat die van Sjolomo overtreft en hij zal een groot profeet zijn, dicht bij het niveau van Mosje. Daarom zal hij het hele volk onderwijzen en hen te begeleiden op het pad van G'd. En alle andere volken zullen assembleren om naar hem te luisteren.[RaMBaM in Hilchot Teshuvah 9:2]

Tehilliem 21 is toegewijd aan 2 koningen: Dawied Hamelech en de Mosjiach [Rasji]. De Mosjiach wordt ook 'Dawied' genoemd [Jechezq'el/Ez. 37:25] en beide lijden onder hun vijanden. Dawied Hamelech had veel te verduren door lasjon hara naar aanleiding van zijn zonde met Bat Sjeva. Deze lasjon hara had, zoals we in eerdere Tehilliem konden lezen, verstrekkende gevolgen. De Mosjiach zal lijden onder Gog en Magog [zie Tehilliem 2]. Beide overwinnen hun vijanden en worden allebei algemeen aanvaard.

Tot slot leren we in deze Tehilliem dat de praal van deze ware koningen geen aardse pracht is, maar een reflectie van groot geloof in Hasjem Dat straalt met immer durende vertrouwen in de harten, “kie hamelech noteach bahasjem... omdat de koning vertrouwen in Hasjem heeft...”. Dat is de ware kracht van de Troon van Israël.

B'azcha jismach melech... in Jouw kracht zal de koning zich verheugen...” Volgens de Metzudas David is de koning de Mosjiach. Chomas Anach merkt op dat het woord 'jismach' [ישמח], zich verheugt, zelfde letters heeft als Mosjiach [משיח] en dus zowel vreugde als de komst van de Mosjiach synoniemen zijn. Daarnaast leert de Midrasj dat het succes van de Mosjiach van de Tora – dat ook 'oz' [kracht] wordt genoemd – afhangt, zoals er staat geschreven: “Hasjhem 'oz l'amojiten... Hasjem zal kracht aan Zijn volk geven” [Tehilliem 29:11]. Ook koningschap wordt 'oz genoemd [Sjmoe'el/Sam I 2:10: “wejiten lemalko wejarem qeren mesjicho...en Hij geeft kracht aan Zijn koning en verhoogt de trots van Zijn gezalfde.”]. Een normale koning die bij een andere koning om hulp vraagt, voelt zich kleiner worden in zijn trots en realiseert zijn eigen zwakheid. Bij Hasjem is dit anders: “oeviesjoe'atecha mah jagel me'od... en in Jouw redding, hoezeer zal hij jubelen!” [pasoek 2].

Ta'awat libo natatah lo'... Jij hebt hem zijn hartenwens toegekend...” [pasoek 3]. Slechte mensen zijn nooit tevreden met wat zij hebben. Hebben zij 1.000.000 euro, dan willen ze 2.000.000 euro en hun verlangen verdubbelt iedere keer maar weer. Bij de rechtvaardige is dat anders. Hij heeft geen interesse in wat hij niet heeft, want hij is al blij met hetgeen Hasjem hem gegeven heeft. Vandaar dat de RaMBaN deze pasoek verstaat als “zijn hartenwens is, is wat Hij hem reeds heeft gegeven.”
Wa'resjet... en de uiting...” Midrash Shocher Tov leert dat 'resjet' van 'resjoet' komt, wat autoriteit en heerschappij betekent. Met andere woorden: Hasjem geeft Zijn gekozen Mosjiach een grenzeloze autoriteit en zijn verzoeken zal door Hem onmiddellijk worden uitgevoerd.

De grootste deel van de broches, zegeningen, voor de rechtvaardigen zijn opgeslagen in Olam Haba. Deze broches worden tov – goed- genoemd, zoals de Geleerden in Avot 6:4 zeggen: “wetov lach... en goed voor jou...” in Olam Haba. Deze voorraad van boches door mitswes is een investering wat continue 'vrucht zal afwerpen' of 'rente zal opleveren'. Hasjem vindt het fijn om extra broches te geven in dit leven. Vandaar dat pasoek 4 zegt “Kie teqadmenoe birkot tov... Je ging hem voor met zegeningen van het goede...”. Want de Tora en mitswes, die in deze wereld – Olam Hazeh – worden uitgevoerd, zijn in Olam Haba een glorierijke kroon voor de rechtvaardige [“Tasjiet ler'osjo 'ateret paz... Jij plaatste een kroon van puur goud op zijn hoofd”]. Zoals er in Berachot 17a staat geschreven: “de rechtvaardigen zitten met een kroon op hun hoofd en koesteren in de G'ddelijke glorie.”

Chajjiem sja'al mimcha... leven is wat hij van Jou vraagt...” Davied Hamelech zou slechts drie uurtjes leven, maar omdat Adam Harisjon zeventig jaar van zijn leven aan Dawied Hamelech heeft gegeven [Adam Harisjon is daarom negenhonderd en dertig in plaats van duizend jaar geworden], is Dawied Hamelech pas op 70e jaar gestorven. Daarom wordt de Mosjiach ook gerefereerd met ‘bar naflie... zoon van Mijn niet-levensvatbaar kind’ genoemd. Niet alleen zeventig jaar kreeg Dawied Hamelech aan zijn leven toegevoegd, maar ook de eeuwige koningschap [Zohar Parashat Pekudei; Midrash Chachomim]. Zoals er in dezelfde pasoek staat geschreven: “'orech jamiem 'olam wa'ed... [in] lengte van dagen voor eeuwig en altijd...” [pasoek 5]. Ook refereert dit naar de in] lengte van dagen voor eeuwig en altijd in Olam Haba.

Hod wehadar...majesteit en pracht...” [pasoek 6]. Midrash Shocher Tov leert dat in de regel iemand die majesteit bezit, komt schoonheid te kort. Is hij gezegend met schoonheid, komt hij majesteit te kort. Alleen Hasjem heeft beide: majesteit en schoonheid. Hasjem schonk Mosje en Sjlomo Hamelech majesteit, maar Josjoe'a ontving schoonheid. Maar de Mosjiach zal beide van Hasjem ontvangen! Echter is deze dubbele broche niet allen voor de Mosjoach weggelegd. Iedereen die zich begraaft in Torastudie wordt ook met beide gezegend.

'Et panecha...van Jouw aanwezigheid...” [pasoek 7] refereert naar Hasjem's aanwezigheid in Olam Haba. Volgens de Geleerden betekent dat Hasjem de Mosjiach naar Zich toetrekken [Rasji]. “Kie hamelech boteach basjem... want de koning legt zijn vertrouwen in Hasjem...” onophoudelijk [pasoek 8]. De koning legt geen vertrouwen in zogenaamde machtige legers die hij om zich heen heeft gezameld [Radak; Ibn Ezra]. Want zijn vertrouwen is in Hasjem “bal jimot...zal niet wankelen...”. Daardoor is hij in staat met behulp van Hasjems hand Zijn vijanden zonder hulp van anderen te verslaan [Radak en Metzudos op pasoek 9].

Tesjtemo ketanoer 'esj...maak ze als een vurige oven...” [pasoek 10]. De gruwelijke vervolgingen waaraan de gojiem Israel hebben blootgesteld, deden Joden letterlijk en figuurlijk door de eeuwen heen branden. Was het niet de bandstapel, dan was het middels pogroms om uiteindelijk in een van de Duitse vernietigingsovens terecht te komen. Maar ook door uithongering in de Duitse kampen. Israël zegt ook in Eicha/Klaagliederen 5:10: “'Orenoe ketanoer nichmaroe mipnej zel'afot ra'av... onze huid is door de brandende honger als een hete oven.” Dawied Hamelech roept voor middah kneged middah. Laat de onderdrukkers dezelfde gruwelijke lot in de tijd van de Masjiach ondergaan. Laat ze voelen wat het is wanneer zij langzaam verteren, hun lichaamsvet, hun spieren, laat dit allemaal branden, zodat het lichaam energie blijft produceren totdat er niets meer van hen over is [Tehillot Hashem].
Alshich en andere Geleerden in Gittin 56b denken dat deze pasoek betrekking heeft op Titus, die de Tweede Bejt Hamiqdasj heeft afgebrand en heel Jeroesjalajiem heeft vernietigd. Op zijn sterfbed gaf Titus de opdracht dat hij gecremeerd zal worden en dat zijn as over de zeven zeeën verstrooid zou moeten worden, zodat de G'd van de Joden hem niet voor het Hemelse Bejt Din kan slepen voor zijn afgrijselijke daden. Alleen is het onmogelijk om voor de Koning der koningen te verstoppen. Iedere dag wordt de as van Titus bij elkaar gehaald. Dan wordt hij dagelijks veroordeeld en dagelijks verbrand, waarna zijn as over de zeven zeeën wordt verspreid.

Pirjamo me'erets t'abed... vernietig hun kinderen [letterlijk 'hun fruit'] van de aarde...” [pasoek 11]. Dawied Hamelech dawende [bad] dat Hasjem de kinderen van de slechte Esaw zal vernietigen [Rasji]. Deze nageslacht van Esaw ontheiligde en vernietigde de Bejt Hamiqdasj [Titus] en zij spraken in de gedeelte waarin de Heilige der Heiligen stond godslasterlijk [Hadrianus]. “Ki tesjietemo sjechem... want Jij zal hen als een apart deel plaatsen...” [pasoek 13], geheel verstoken – als een groep apart – van Hasjem en Zijn hulp [Radak].

En dan zal heel Israël getuigen over de uiteindelijke overwinning over de gojiem die zij alleen dankzij de Hasjems macht hebben behaald en niet op eigen kracht [Radak op pasoek 14]. “Nasjierah oenzamrah gevoeratecha...wij zullen zingen en zingen over de lof van Jouw almacht”.

De volgende sjioer geeft Rabbi Mizrachi uitleg over zowel Tehilliem 21 tot en met 25. Hij weet de Tehilliem altijd in onze huidige tijd te plaatsen.

©Jodendom-online 2016

Copyright © 2016 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2019 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.