12 Chesjwan 5779 | 21 oktober 2018
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     Israël     Media     Publicisten     
De Haftara
Publicatiedatum: donderdag 24 mei 2018 Auteur: Opperrabbijn R. Evers | 231 keer gelezen
Halacha, Opperrabbijn R. Evers »

1. Waarom werd de haftara ingesteld?
a) Awoedraham: het voorlezen uit de profeten was een gevolg van het verbod de Tora voor te lezen. Voor de haftara koos men een tekst die met de afdeling van de week te maken had. Hieruit volgt dat de haftara ten minste 21 pesoekiem moest tellen: minstens 3 pesoekiem voor zeven opgeroepen mannen. Volgens Eliahoe Bechor vond dit gebeuren plaats in de tijd van Antiochus Epiphanes, in de chanoeka-tijd (2e eeuw voor).

b) Jomtov Lipman Zunz: Het ontstaan van het lezen van de haftara heeft geen historische oorsprong, maar berust op liefde voor de profeten. Het is langzamerhand in oude tijden ontstaan. Hier mag misschien de bekende regel aan toe gevoegd worden, dat de Tenach geen profetieën opgenomen heeft, die geen betekenis voor de komende geslachten bevatten. Alleen profetieën met een blijvende betekenis werden opgenomen. De haftara berust dan niet alleen op de genegenheid voor de profeten, maar wil ook de profetie, met een betekenisvolle gedachte voor de komende geslachten, bewaren.

c) Rav Maimon: Het lezen van de haftara is gericht op de Samaritanen, wier Tenach slechts uit de Pentateuch en het boek Jozua bestaat. Daarom vindt het lezen van de haftara plaats direct na het lezen uit de Tora. ותפארתו סגולתו אנשי אל נתנו נבואתו שפע – “Hij gaf een overvloed aan profetie aan die mensen, die Hij zich tot roem en eer verkoor”(zie vert. Rav J. Vredenburg, ook elders gebruikt).

d) Likoete pardes. Er zijn twee bekende regels:

  • (a) Men moet Tora-leren in drie delen verdelen: een derde Tora, een derde Misjna, een derde Gemara. 
  • (b) Vrome mensen voegden een uur toe voor en na het gebed, om de Tora, de profeten, de misjna en de mondelinge overlevering te kunnen bestuderen. Welnu, in een ander stadium, toen zij voor hun onderhoud moesten zorgen en deze uren, noodgedwongen, niet meer aan studie konden wijden, besloten zij met het lezen van sjema te voldoen, op grond van de regel: “Zelfs diegene die alleen maar ’s ochtends en ’s avonds sjema leest, voldoet hiermee aan de woorden: ‘Moge dit boek van de Tora niet uit uw mond wijken’.”. Twee zaken bleven echter behouden: Het lezen van sjema, en de eerste twee pesoekiem van het gebed “oewa letsion”[Jesaja 59:20-21] duidende op de eeuwigheid van de Tora. “En mijn woorden die ik in uw mond heb gelegd, zij zullen niet wijken uit uw mond” (vert. Rav J. Vredenburg). Dit gold voor werkdagen, maar op Sjabbat werd natuurlijk niet gewerkt en kon het oude gebruik van het lezen van de profeten weer in ere worden hersteld. Om deze reden wordt op Sjabbat-ochtend wel haftara maar niet “oewa letsion” gezegd. Bovenstaand verklaart ook waarom de haftara uit de profeten gekozen werd, en niet uit de geschriften (ketoeviem): Met de ketoeviem hield men zich sowieso wel bezig, zoals met het lezen van de vijf rollen, of van de psalmen.
    (Mogelijk kunnen we hier aan toevoegen dat op deze wijze verzekerd werd dat men althans minimaal Tora bestudeert: wie in het geheel niet, of nauwelijks, Tora leert, heeft in de haftara althans een klein stukje Nach-studie). Tevens is thans te begrijpen waarom het lezen van de haftara alleen op feestdagen (Sjabbat, Jom tov, Jom kippoer), waarop niet gewerkt wordt, plaatsvindt, maar niet op andere dagen waarop ook uit de Tora wordt voorgelezen (maandag en donderdag, Rosj chodesj, Chol hamo’eed): Dat zijn immers dagen waarop men wel werkt en dus “oewa letsion” zegt. De enige uitzondering op deze regel is 9 av en bij het middaggebed van een vastendag: dan strekt het lezen van de haftara tot inkeer.

e) Rav Chaim David Halevi: De meeste haftarot verlenen troost, steun en opwekking; zij versterken het geloof en het G’dsvertrouwen, en moedigen inkeer aan (vgl. “oewa letsion” hierboven). De haftarot zijn ingesteld om troost te geven. Misschien werd de haftara ingesteld in de tijd van Ezra, ten tijde van de terugkeer uit de Babylonische ballingschap: slechts een deel van het volk keerde terug, het waren moeilijke tijden met armoede, gemengde huwelijken, vijandige aanvallen, en teleurstelling toen de herbouwers de tweede Beet Mikdasj zagen. Is dit nu de verlossing? De haftara zou toen zijn ingesteld om hen het vertrouwen in een betere toekomst, waar de Profeten over spreken, bij te brengen.

Daardoor werd, paradoxaal genoeg, vaak het lezen van de haftara, en niet van de Tora, door de vreemde heerser verboden, daar het om diepgaande Joods-nationalistische beginselen ging, vaak nog concreter dan de Tora-lezing, en een doorn in het oog van de vreemde heerser. In de berachot van de haftara vinden wij ook deze beginselen.

2. De naam “haftara”
a) Awoedraham: Wij zijn nu ontlast [van “patoer”, vrijgesteld] van de plicht van het Tora lezen.

b) Rabenoe Tam: Zolang de Tora open ligt is het spreken van zelfs “divrei Tora” verboden. Dit is weer geoorloofd na het sluiten van de Tora [“haftara” afgeleid van “peter rechem”, het opengaan van de baarmoeder].

c) Rabenoe Tam: van “beëindigen” [zoals: na het beëindigen, “maftirin” van het Pesach offer]. Met de haftara is het ochtendgebed beëindigd, daarna begint het moesafgebed. Misschien vinden wij in de term “beëindigen” een aanduiding voor het volgende gebruik. Als twee Tora afdelingen samen gelezen worden, wordt de haftara van de tweede afdeling voorgedragen.

d) Eliahoe Bechor: haftara is een term voor “pauze”.

e) Een andere mening. Men neemt afscheid [“maftieriem”] van de gemeente, die na beëindiging van het ochtendgebed naar huis gaat, daar het moesafgebed later gebeden wordt.

f) Volgens Likoete pardes: Het lezen van de haftara verleend vrijstelling [patoer] van het bestuderen van de profeten.

g) Bedoeld als toevoeging. De haftara wordt aan het lezen van de Tora toegevoegd. Daarom wordt de haftara ook wel “asjlamta” (toevoeging) genoemd.

3. Waarom wordt de haftara niet uit de ketoeviem gekozen?

  • Het verbod voor de openbare voorlezing gold voor Tora en ketoeviem niet voor de profeten (v. Awoedraham) 
  • De inhoud van de profeten past beter bij de inhoud van de gelezen afdeling, dan die van de ketoeviem (v. Awoedraham). 
  • De inhoud van de ketoeviem, zoals poezie, zedeleer en geschiedenis, werd door de Samaritanen meestal toch wel aangenomen (v. Rav Maimon). 
  • Men houdt zich met de ketoeviem sowieso wel bezig, daartoe zijn geen bepalingen nodig (v. Likoete pardes). 
  • De profeten bevatten meer troost en steun dan de ketoeviem (v. Rav Chaim David Halevi).

4. Waarom zijn er zoveel berachot bij de haftara?
a) Tegenover de zeven mensen die opgeroepen voor de Tora, tellen wij zeven berachot. Twee voor de Tora (één voor de Tora-lezing en één na het lezen), één beracha voor de haftara en vier daarna (Awoedraham).

b) Tegen de Samaritanen gekeerd; in het bijzonder de beracha voor de haftara (Rav Maimon). Dit verklaart ook het gebruik van de berachot over Tsion, Jeroesjalajim en de masjieach, die ogenschijnlijk geen verband met de haftara houden. Deze berachot zijn tegen de Samaritanen gericht, die de berg Gerizim en de stad Sjechem verkozen boven Tsion en Jeroesjalajim, en die bovendien van mening waren dat de masjieach uit het geslacht van Efraim voortkomt.

c) Het volk dat terugkeert ontleent nog eens extra steun, hoop, en geloof aan de berachot (Rav Chaim David Halevi).

d) Zij doen ons denken aan de acht berachot van de hogepriester op Jom kipoer.

e) Zoals de zeven berachot van bruid en bruidegom. 
“die goede profeten heeft uitverkoren” – en geen leugenachige profeten. “en behagen heeft geschept in hun woorden die met waarheid werden uitgesproken” – zelfs als wij deze niet altijd begrijpen. “en zijn dienaar Mosje” – Mosje is de grootste profeet. “op zijn troon zal geen vreemde zitten” – tegen vreemde secten.
Men zegt “ameen” na de berachot van de haftara, die samen het getal van 100 berachot per dag vol maken.

5. Het Tora lezen is belangrijker dan de haftara
a) De maftier valt buiten het getal van de opgeroepenen voor de Tora.

b) Het Tora lezen gaat een de haftara vooraf.

c) De haftara is korter dan de afdeling uit de Tora.

d) Kaddiesj brengt een scheiding aan tussen beide lezingen en duidt een verschil in heiligheid aan.

e) Het voorlezen van de haftara en haar voor-beracha begint pas na het sluiten van de Tora.

f) De beracha van de haftara geeft de volgorde aan: “Die de Tora heeft uitverkoren en zijn dienaar Mosje”, pas daarna komt: “en de ware profeten”.

g) De maftier wordt eerst opgeroepen voor de Tora, en pas daarna leest hij de haftara voor. Als er niemand aanwezig is die de haftara kan voordragen (buiten diegenen die reeds voor de Tora opgeroepen zijn), dan wordt een van de opgeroepenen weer opgeroepen, opdat ook iemand die later binnenkomt, niet zal denken dat een beracha over de profeet wordt uitgesproken, zonder een beracha over de Tora.

h) Indien er geen Tora rol aanwezig is, wordt geen haftara voorgedragen (het is dan echter wel geoorloofd uit de profeten voor te lezen, maar zonder beracha).

A priori is het beter niet iemand op te roepen voor maftier als hij de haftara niet zelf voorlezen kan.

1   |   2      »      
Copyright © 2018 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2018 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.