13 Adar 5779 | 19 maart 2019
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     IsraĆ«l     Media     Publicisten     
Kavanah, bidden met concentratie
Publicatiedatum: zaterdag 05 januari 2019 Auteur: de redactie | 201 keer gelezen
Tefillot en Broches [Gebeden en Zegeningen], Kaf Hajasjar »
Wat is tefillah - gebed? Tefillah wordt ook avodah sjebalev [verering met het hart] genoemd. Daarom is de essentie van tefillah afhankelijk van de kavanah [intentie of oprecht gevoel, vanuit het hart].

Dawnen - bidden - met kavanah is ontzettend moeilijk. Het is haast te zeggen dat het voor de meeste mensen haast onmogelijk is om het hele Sjachriet - Ochtendgebed- met volledige kavanah te dawnen.

De Sjoelchan Aroech 98:1 zegt dat vrome mensen en mensen van de daad het volgende deden om tot kavanah te komen. Zij mediteerden en concentreerden op hun gebeden totdat al het gasjmisje [fysieke] wegviel en de kracht van de geest sterker werd en dan wel naar het niveau dat zij op de rand van profetie stonden. Wanneer er machsjavah zara, vreemde gedachten, hun tefillot zouden binnendringen, dan hielden zij zich stil totdat die gedachten weggingen.

Er bestaan twee vormen van kavanah:
1. De algemene kavanah, waarbij de persoon die dawent gevuld met ontzag en liefde voor de Allerhoogste Koning der koningen staat.
2. Een specifieke kavanah - geconcentreerd zijn op de woorden die iemand uitspreekt.

Initieel zijn mensen allemaal verschillend van elkaar. Sommigen kunnen zich zonder veel moeite concentreren en hoewel ze alle bekende woorden [dus steeds terugkerende liturgie] drie keer per dag dagelijks herhalen, is het voor hen gemakkelijk om toch altijd ieder bekend woord te volgen en deze werkelijk te menen.
Anderen hebben van nature erg veel moeite om zich te concentreren. Hoe bekender de liturgie, hoe moeilijker het voor hen is om zich toch op die bekende woorden te concentreren. Ondanks zij vreselijk hun best doen om kavanah te hebben terwijl ze de Avot - eerste broche van Sjmone Esre - uitspreken, vliegt hun gedachten weg en plotseling merken ze dat ze inmiddels bij Sjelach Lanoe - de zevende broche - zijn. Opnieuw proberen zij zich te focussen, maar hun gedachten dwalen af en voordat zij het weten, zitten ze al voor Modiem - de zeventiende broche.

Zelfs in de tijd van de Talmoed waren er Amoraiem die klaagden over de moeilijkheid om tijdens tefillot scherp te blijven. J.Berachot 2:4 vermeldt dat Rabbi Chiya zegt dat hij tijdens zijn hele tefillah nooit in staat was om kavanah te hebben. Op een keer, toen hij probeerde zich te concentreren voor de duur van zijn tefillah, begon hij precies in het midden van de tefillah, zich af te vragen wie belangrijker in de ogen van de koning was: minister A of minister B. Shmuel zei: "Ik telde de pas uitgekomen kuikens terwijl ik aan het dawnen was." Rabbi Bon bar Chiya zei: "Terwijl ik aan het dawnen was, telde ik de rijen van het gebouw." Rabbi Matania zei: "Ik ben dankbaar voor mijn hoofd, want zelfs als ik niet oplet met wat ik zeg, weet het [hoofd] vanuit zichzelf dat hij moet buigen bij Modiem".

De uitspraken van deze leidende Amoraiem leren ons dat het moeilijk is om vanaf het begin tot aan het einde van de gebedsdienst voortdurend kavanah te hebben. Ook al moeten we ons best doen om ons te concentreren, we moeten ons niet laten demotiveren wanneer we ons niet goed focussen. Zelfs iemand die tijdens het grootste deel van zijn tefillah dagdroomt, moet niet wanhopen. In plaats daarvan moeten we er naar streven kavanah te hebben terwijl we de resterende brachot uitspreken.

Daarom mogen we niet denken dat het geen zin heeft te dawnen zonder kavanah. Integendeel, alleen het feit al dat we met onze tefillot voor Hasjem staan, drukt iets essentieels uit. Het drukt het oprechte verlangen uit om ons aan Hasjem te verbinden door tot Hem te dawenen.

Ieder persoon wordt gemeten naar zijn aard, en soms is er sprake van iemand die moeite heeft zich te concentreren, maar vervolgens worstelt hij zich er doorheen en slaagt er uiteindelijk in om kavanah voor een aantal brachot te hebben. Dit is prijzenswaardiger dan iemand voor wie focus door de gehele gebedsdienst gemakkelijk komt.
Over het algemeen dawnen mensen die zich gemakkelijk kunnen concentreren bij de gebruikelijke gebeden zonder enige bijzondere passie, zelfs niet bij speciale gelegenheden, of wanneer er chas wesjalom hen een tragedie overkomt. Echter, de personen die het moeilijk vinden om zich te concentreren op de gebruikelijke woorden, slagen er meestal in om hogere niveaus van kavanah in uitzonderlijke omstandigheden te komen.

Er wordt in de naam van Ari Z"l gezegd dat kavanah de vleugels zijn waarop tefillah hemelwaarts stijgt en wordt aanvaard. Wanneer iemand zonder kavanah bidt, mist zijn gebed deze vleugels waarmee het kan opstijgen. En dus wacht de tefillah totdat hij één broche met kavanah uitspreekt, waarna álle gebeden die hij zonder kavanah reciteerde – mét die ene broche met kavanah - allen opstijgen naar Hasjem en samen de gewenste kavanah te hebben bereikt.

De reden hiervoor is duidelijk: het feit dat hij ervoor koos om te dawnen, toont aan dat hij verbinding wil maken met Hasjem, Hem wil prijzen en Hem om zijn behoeften wil vragen. Hij had eenvoudigweg geen kavanah. Op het moment echter dat hij erin slaagt om kavanah te hebben, opent hij de poort voor al zijn gebeden om deze te doen opstijgen.

In de praktijk vervult iemand die de Avot met kavanah uitspreekt zijn verplichting. Zelfs uit hij geen kavanah had tijdens de rest van de tefillot [SA 63:4; 101:1; onder, 12:8].

Kaf Hajasjar heeft een goed advies om kavanah over een periode toe te laten nemen. In de ochtendbrachot tussen “Netilat Jadajiem” en “’Asjer Jatsar” is het raadzaam het volgende – met kavanah – te zeggen:

“‘El ‘eloqeh haroechot, jehie ratson milfanecha, hasjem ‘eloqaj we’eloqej ‘avotaj, sjeta’amod lanoe zechoet ‘avraham, jitschak weja’aqov, lehatsiel ‘otanoe we’et zar’enoe mikol pesja’ we’awon, kedej leqajem mitswot toratecha haqdoesjah bli sjoem machsjavah zarah, wetaher libenoe le’avdecha be’emet oevtamiem, ‘amen.

G’d, G’d van alle geesten, moge het Uw wil zijn, Hasjem mijn G’d en G’d van mijn vaderen, in de verdiensten van Avraham, Jitschak en Ja’aqov, dat U bij ons wil zijn, ons en ons nageslacht wil redden van alle zonden en ongerechtigheden, dat wij in staat zijn de geboden van Uw heilige Torah op te volgen zonder enige vreemde gedachten. En zuiver onze harten zodat wij U dienen in waarheid en onschuld, amen.”

Resultaat en hatslacha zijn gegarandeerd.

Bronnen:
Kaf Hajasjar pereq 11
Kavana and Those Who Find it Difficult to Concentrate van rabbi Eliezer Melamed
Copyright © 2019 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2019 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.