20 Chesjwan 5780 | 17 november 2019
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     Israël     Media     Publicisten     
De Erev Rav volgens de Ari ZL en de GRA
Publicatiedatum: woensdag 03 juli 2019 Auteur: de redactie | 294 keer gelezen
Einde der Tijden, Erev Rav »
"De kinderen van Israël reisden te voet van Rameses naar Succos, ongeveer 600.000 volwassen mannen, afgezien van de kinderen. Ook een grote menigte verliet met hen, evenals schapen, kuddes en veel vee ... Hasjem sprak tot Mosje: 'Ga, daal af - want jouw volk die jij uit het land Mitsrajiem voerde, is corrupt geworden. Zij zijn snel afgedwaald van de weg die Ik heb heb opgedragen. Zij maakten voor henzelf een gesmolten kalf, wierpen zich er voor neer en offerde het op, en zij zeiden: 'Dit is jullie god, O Israël, die jullie uit het land Egypte voerde'" [Sjmot/Ex. 12:37; 32:7-8].

Aantal opvallende dingen vallen in deze drie pasoekiem op.
1. Wie zijn een grote menigte naast Bnej Jisrael?
2. Hasjem sprak tegen Mosje over "jouw volk". Vraag rijst op: wie vormen Mosje's volk als Bnej Jisrael G'ds volk zijn?
3. Wie zijn zij die tegen Bnej Jisrael spraken met de woorden: “dit is jullie god oh Israel”?

De Zohar IV 187b-193b geeft een heel duidelijk beeld wat er werkelijk is gebeurd en met wie Bnej Jisrael te maken hadden.

Geschiedenis van de Erev Rav
Toen Mosje Rabbenoe het volk uit Mitsrajiem bevrijdde, was er een groot groep Egyptische tovenaars die gioer wilden doen. Zij wilden bij een volk horen die een onoverwinnelijke G'd heeft. Zonder Hasjem te consulteren, heeft Mosje Rabbenoe hen toe laten treden tot het Jodendom, waardoor zij Joden werden en mee mochten op weg naar Erets Jisrael. Vandaar dat Hasjem hen "jouw volk” noemde.

Deze groep toegetreden Joden hadden twee leiders Jannes en Jembres. Deze twee Egyptische oppertovenaars waren de zonen van Bilaam en kleinzonen van Lavan en beheersten alle kwaliteiten van alle Egyptische tovenaars. Vanaf het moment van het ondergaan van de zon, het begin van de tweede helft van het zesde uur tot het begin van de tweede helft van het negende uur, maakten ze waarnemingen van de hemel en deden zij aan onheilige handelingen. Het midden van het negende uur was de 'grote avond' [Erev Rav betekent zowel grote avond als grote menigte, maar ook de gemengde/gemixte menigte]. De minder goede tovenaars deden hun observaties vanaf het midden van de negende uur tot middernacht. En omdat er twee avonden zijn, wordt er gesproken van de Erev Rav, en dat waren de belangrijkste tovenaars die meetrokken uit Mitsrajiem met Bnej Jisrael. Hun wijsheid was groot. Zij bestudeerden de uren van de dag en hun betekenis [ieder uur heeft zijn eigen specifieke eigenschap, hetzij kedoesja, hetzij toemah]. Ook bestudeerden zij de kwaliteiten van Mosje Rabbenoe en kwamen er achter wanneer zij geen macht hadden omdat die specifieke uren Mosje Rabbenoe's macht van kedoesja het sterkst was [191a-b].

In Mitsrajiem heeft Mosje Rabbenoe altijd over "Hasjem" gesproken en sprak nooit over "'Eloqiem". Dit deed hij met opzet, want hierdoor - wanneer hij par'o confronteerde - had 'de andere kant ' [Sitra Achra] geen macht en was niet in staat de wereld te domineren. Echter zochten de tovenaars naar die G'ddelijke Naam en daarom zeiden zij:
"Maak ons ​​'eloqiem" [Sjmot 32:1]... "Want wij hebben de kennis nodig om dit specifieke aspect van de G'ddelijke Personaliteit nodig, zodat wij onze kant - die tot nu toe is weggedrukt - kunnen versterken" [Zohar 191b]. Wat wordt hiermee bedoeld?

Bnej Jisrael werd door Hasjem’s wolk omringt, waardoor zij met kedoesja werden omsloten. De dieren, de handlers van de dieren en de Erev Rav liepen buiten -, achter de wolk aan.
Ook kregen de Erev Rav geen man [מן] en waren zij volledig afhankelijk van de donaties van מן van Bnej Jisrael.
Twee redenen kunnen we hier voor verzinnen:
1. Hasjem was niet betrokken bij de gioer van deze Egyptische tovenaars en
2. Hij kende hun onheilige motief om Joods te worden.
Hasjem lijkt dus Zich volledig van de Erev Rav te distantiëren.

Middels het maken van de 'egel hazahav עגל הזהב [Gouden Kalf]- die door kisjoef כשוף werd bereikt - probeerden zij hun toemah te versterken. En zij zeiden: "Of wij worden één volk, wat betekent dat wij onder jullie worden opgenomen, of laat iemand voor ons uit lopen, zoals jullie G'd voor jullie uit wandelt" [Zohar 191b].

Dit wetende, leren de Chazal ons dat iedere keer dat Israël wordt aangeduid met ‘'am’ עַם, - wat vijandig naar Bnej Jisrael bedoeld was - het een zinspeling naar de Erev Rav was en niet naar de Joden zelf. Dat is de reden waarom we in de Torah referenties vinden naar 'het volk' en andere momenten 'Bnej Jisrael'.

Er zijn een paar woorden te zeggen over Aharon Hakohen.
1. Hij wilde niet dat de Erev Rav onderdeel zouden worden van het volk en deed alsof hij meewerkte.
2. Hij vroeg naar hun oorringen. Hij verwachtte dat de vrouwen hier nooit mee akkoord zouden gaan, hierdoor een machlokes onder de Erev Rav zou ontstaan waardoor het proces van het maken van de עגל הזהב vertraagd zou worden. Hierdoor zou Mosje Rabbenoe meer tijd hebben om terug te komen. Echter ze waren gretig om de ringen te geven! Dit had hij niet goed ingeschat.
3. Aharon voelde zich vervolgens met zijn leven bedreigd toen Jannes en Jembres om hem heen stonden waardoor het pikoeach nefesj werd.
4. Aharon wist zich niet goed te beschermen tegen de kisjoef zelf. Toen Jannes en Jembres hem het goud gaven, had hij het goud nooit direct uit hun handen moeten aannemen, maar in plaats daarvan had hij hen moeten verzoeken het goud op de grond te leggen en van de grond af had hij het goud kunnen oppakken. Door het direct vanuit hun handen aan te nemen, bleef kisjoef van kracht [Zohar 192a].
5. Het altaar dat Aharon bouwde was wel degelijk voor Hasjem als kedoesja vs. toemah van kisjoef. Dat is de reden waarom Mosje Rabbenoe wel het kalf verpulverde, maar het altaar intact liet.
6. 3000 van Bnej Jisrael waren indirect betrokken en dat kostte hun leven. Aharon was niet schuldig aan avodah Zara en werd zelfs Kohen Hakadol. Heel levitische sjevet [stam] was onschuldig aan avodah Zara en dat is de reden waarom zij voor altijd de Tempeldiensten mochten doen.
1   |   2      »      
Pagina index:
Copyright © 2019 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2019 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.