14 Chesjwan 5780 | 11 november 2019
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     Israël     Media     Publicisten     
Is tatoeëren en piercing toegestaan?
Publicatiedatum: woensdag 23 oktober 2019 Auteur: Opperrabbijn R. Evers | 127 keer gelezen
Maatschappij, Het lichaam »
Regelmatig krijgen rabbijnen vragen over tatoeëren want dat is iets wat vele mensen in onze omgeving doen. Tatoeëren is verboden. Dit staat duidelijk in de Tora (Vajikra/Lev. 19:28): “Je mag voor de doden geen sneden in je vlees maken, noch jezelf tatoeëren”. Vaak krijgen we ook vragen over piercing. Laatst werd ik benaderd door een meisje, dat vroom wilde worden maar haar piercing wilde houden. Ze voelde op haar klompen aan dat haar piercings in sommige kringen op bezwaren zouden stuiten.

Hoe zit het met piercing?
Het volk deed hun oorbellen af om daarmee het gouden kalf te maken. In verschillende leerclubs vroegen wij ons af of je volgens de Tora gaatjes is je lichaam mag maken om daar ringen in op te hangen. Een uiterst actuele vraag. De meningen waren verdeeld:
  • Een van mijn leraren vond het naäperij van heidense gewoonten.
  • Anderen menen, dat het verboden zou moeten worden vanwege “bal tesjaktsoe” (u zult niet misselijk maken). Het is namelijk verboden om dingen te doen waarvan anderen gruwelen.
  • Een derde groep meent, dat piercing ongeoorloofde lichaamsverminking is.
Oorbellen werden in de Tora zowel door mannen als door vrouwen gedragen. Vrouwen droegen in Bijbelse tijden neusringen. De tweede Aartsmoeder Rivka kreeg van Eliëzer, de dienaar van Avraham, een neusring (Bereesjiet/Gen. 24:22 & 47).

Rabbi Sjlomo Zalman Auerbach (20e eeuw), een grote autoriteit uit Jeruzalem, heeft gaatjes in de oorlelletjes zonder meer toegestaan omdat dit geen heidense naäperij is en niemand onpasselijk maakt. Volgens hem is van verminking geen sprake omdat oorbellen als sieraden gelden. Mijn leraren herinnerden zich nog uit hun jeugd, dat oorbellen heel normaal waren in het vooroorlogse Oost-Europa.

Helende of cosmetische doelen
Maimonides (12e eeuw) schrijft inderdaad, dat zelfverminking alleen verboden is, wanneer je het op minderwaardige, vernederende manier doet. Als het dus een positief doel dient – bijvoorbeeld als sieraad - dan zou piercing niet onder het verbod van zelfmutilatie vallen.

De vermaarde Amerikaanse Rabbi Mosje Feinstein (20e eeuw) stond bloeddonatie toe omdat aderlaten in de Talmoed vermeld wordt als geneeswijze. Sommigen wilden hieruit afleiden dat wanneer zelfverwonding geen medisch doel dient, men het niet had kunnen toestaan. Maar dit is niet waar.

Elders werd Rabbi Mosje Feinstein gevraagd of iemand een zwaar dieet mocht houden of cosmetisch onder het mes mocht. Beide gevallen heeft Reb Mosje toegestaan, wanneer men erg onder het pijnlijke uiterlijk lijdt en het dieet of de operatie geen gevaar oplevert voor de gezondheid (dit was vroeger nog wel eens een probleem).

Geen baas is in eigen buik
Maar Rabbi Sjné’oer Zalman van Liadi (18e/19e eeuw) stelt aan de andere kant, dat de mens geen baas is in eigen buik en geen recht heeft om met zijn lichaam te doen wat hij wil. Zo mag je jezelf niet eens beledigen of jezelf pijn doen wanneer dit niet door de Tora wordt voorgeschreven, zoals vasten op Jom Kippoer.

Aan de andere kant vinden we in de Talmoed dat Rav Chisda zijn kleren optilde wanneer hij door een veld met distels liep om zijn kleren te sparen, hoewel hij behoorlijk wat schrammen opliep.

Rabbi Mosje Feinstein beantwoordde dit probleem door te stellen dat Rav Chisda zichzelf niet verwondde op een minderwaardige, vernederende wijze. Dan is zelfverwonding niet verboden. Het blijkt dus dat een en ander afhankelijk is van de bedoeling van de mens.

Samenvattend:
1. Het mag niet op een ongezonde manier gedaan worden.
2. De drager moet het als sieraad doen en niet als naäperij van heidense gewoonten.
3. Het is niet heel erg opvallend en geen teken van afgoderij.
4. Mensen in de omgeving schrikken hier niet van.
5. In een omgeving waar zowel mannen als vrouwen dit dragen.

Resumerend zijn er een aantal mensen, die piercing afwijzen omdat ze het gevoel hebben dat je hiermee je joodse identiteit te kort doet of dat dit – in ieder geval in orthodoxe kringen - als ‘not done’ gezien wordt. Ook de geest van de joodse wet kan belangrijk zijn. Sommige grote Rabbijnen beschouwen het als naäperij van heidense gewoonten.

Redactie heeft aan de opperrabbijn gevraagd of het verbod op tatoeages ook voor Bne Noach geldt. Zijn antwoord is [wij citeren]: “Toegestaan want alleen verboden voor Bnee Jisrael. Niettemin zou ik hem aanraden dit niet te doen omdat de Tora dit verbiedt en eventueel met het oog op een gioer later".

Copyright © 2019 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2019 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.