10 Kislew 5781 | 26 November 2020
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     Israël     Media     Publicisten     
Rijk door tsedaka
Publicatiedatum: Monday 10 August 2020 Auteur: opperrabbijn Evers | 252 keer gelezen
Halacha, Opperrabbijn R. Evers, Tsedaka [geven aan een goed doel] »
Mijn zoontje stond eens uren te wachten voor het tsedakabusje. Hij had gehoord, dat je alle liefdadigheid weer terug kreeg. Maar helaas, zo eenvoudig werkt het niet…

`Aseer te’aseer’…Geef tweemaal een tiende van je oogst (14:22).
De totale Torabelasting is iets meer dan 20%.
Teroema gedola, de grote heffing is ongeveer 2% van de totale oogst. Dit kregen de kohaniem, priesters.
Daarna is er het eerste tiende van de rest (98%) van de oogst.
Dit eerste tiende (9,8% van het totaal) ging naar de Levieten.
Het tweede tiende (8,82% van de totale oogst) werd soms op gewijde wijze in Jeruzalem genoten en soms aan de armen afgestaan.
Al deze gaven waren tsedaka (liefdadigheid) om de Tempelpriesters, de Levieten, die ook onderwijs verzorgden, en de armen, in leven te houden.

Totale opbrengst van het land    100%
Hiervan wordt 2% aan de Kohaniem gegeven  2%  
Dan is er over    98%
Ma’aseer risjon, 1e tiende - voor de Levieten - 10% van de rest  9,80%  
Dan is er over    88,20%
Ma’aseer sjeni, 2e tiende - Jeruzalem / armen - 10% van de rest  8,82%  
Dan is er over    79,38%


“Aseer Te’aseer – Je moet tienen en vertienen”. Wat betekent deze dubbele uitdrukking? Rabbi Jochanan vertaalt het anders: “geef een tiende opdat je rijk zult worden”. De Hebreeuwse woorden `vertienen’ en `rijk worden’ lijken op elkaar.

“Hoe weet ik zeker dat dit juist is?”, vroeg een leerling.
Probeer het uit”, antwoordde Rabbi Jochanan, “je zult zien dat ik gelijk heb”.
“Maar is het niet verboden om G’d te testen of Hij inderdaad de beloning geeft?”.
“Meestal mag dat niet maar het vertienen van de oogst is een uitzondering. Je mag G’d testen bij tsedaka en tienden volgens de profeet Mal’achi
(3:10):
“Breng alle tienden naar de opslagruimten zodat er voedsel in Mijn Tempel is. Probeer Me maar uit, zegt G’d, als Ik dan niet voor jullie de luiken van de Hemel zal openzetten!”.


Een filosoof vroeg eens aan Rabban Ĝamliël: “Jullie Tora draagt jullie op om steeds weer liefdadigheid te geven. Moeten jullie niets reserveren voor tijden van nood?”
Rabban Ĝamliël vroeg toen: “Als jij om een lening wordt gevraagd, zou je die dan geven?”.
“Hangt er vanaf wie dat is. Een vreemde zou ik weigeren”.
”En wat doe je als de lener garanties biedt?”,
vroeg Rabban Ĝamliël.
”Dan zou ik er zeker mee instemmen, als hij betrouwbaar is”.
Rabban Ĝamliël ging door: ”Als de koning garant staat, zou je dan uitlenen?”.
“Dat is zeker acceptabel”, zei de filosoof.
”Luister”, zei Rabban Ĝamliël, “Als iemand liefdadigheid geeft, leent hij eigenlijk aan de Schepper (Spreuken 19:17):
‘iemand die genereus aan de armen schenkt, geeft als het ware een lening aan G’d. Die zal hem alles terugbetalen’. Als G’d terugbetaling garandeert, zou ik niet aarzelen om tsedaka te geven.” We worden alleen maar rijker door geven. Niemand is ooit arm geworden van tsedaka: ”Wanneer je geld geeft aan de armen zal je geen gebrek lijden. Hij die zijn ogen sluit zal vele vloeken oplopen” (Spreuken 28:27). Geld dat men niet heeft willen spenderen aan de armen gaat uiteindelijk `verloren’.

Rabbi Tarfon was erg rijk maar gaf onvoldoende tsedaka. Rabbi Akiwa stelde hem een goede investering voor. Rabbi Tarfon gaf hem 4000 Dinar voor een `lucratief project’. Rabbi Akiwa verdeelde het geld onder de armen. Toen Rabbi Tarfon zijn geld terugvroeg, las Rabbi Akiwa met hem in het Leerhuis Tehilliem (Psalmen): “Wanneer men vrij verdeeld heeft onder de armen zal zijn rechtvaardigheid voor eeuwig bestaan” (112:9). Rabbi Tarfon zei toen: ”Akiwa, mijn meester en leraar, jij bent wijzer dan ik”. Rabbi Tarfon gaf extra geld aan Rabbi Akiwa voor de armen.
Tsedaka is dé mitswa bij uitstek.

En het is een uiting van rachamiem (medelijden). “En Hasjeem zal je Rachamiem [erbarmen] geven en medelijden met je hebben” (Devarim/Deut. 13:18). Opperrabbijn A. Schuster vertelde mij dit altijd: na het zware vonnis tegen de ‘Ier Hanidachat’ – dat gepercipieerd wordt als wreed en hardvochtig (Klie Jakar) - moet Hasjeem de mens weer het medemenselijk gevoel teruggeven omdat wreedheid anders wellicht een deel gaat worden van onze persoonlijkheid. Daarom wordt ook hier gelet op de kinderen – want anders wordt achzarioet, wreedheid, een deel van ons leven en vererven wij dat naar de volgende generatie. De Ba’al HaToeriem merkt op dat deze karaktereigenschap ‘Rachamiem’ direct gevolgd wordt door de frase ‘Kinderen zijn jullie van G’d’.

 
Copyright © 2020 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2020 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.