6 Sjewat 5781 | 19 January 2021
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     Israël     Media     Publicisten     
De enige manier hoe wij Hem kunnen waarnemen
Publicatiedatum: Tuesday 11 August 2020 Auteur: redactie | 387 keer gelezen
Halacha, Redactie, Wetenschap, Hasjkove volgens de RaMCHaL »
“IK BEN [‘ejeh] heeft mij naar jullie gestuurd...”[Sjmot/Ex.3:14]. Aangezien Hasjem wist dat het volk Zijn Naam – wat Zijn werkelijke natuur is – niet zou begrijpen, voegde Hij de uitleg als volgt toe: “Zeg tegen het volk: de G’d van Avraham, de G’d van Jitschak en de G’d van Ja’aqov heeft mij naar jullie gezonden. Dit is Mijn Naam voor de eeuwigheid...” [vers 15].

Wij kunnen op drie manieren bestaande dingen waarnemen:
1. door fysieke zintuigen: zicht, gehoor, smaak, reuk en aanraking.
2. door de intellect: door met bewijzen over een bestaand ding aan te komen die middels aanduidingen en handelingen de ware aard van zijn bestaan en essentie aantonen. Dit wordt vervolgens door zintuigen begrepen. De Torah noemt dit 'kennis' en 'intellectuele discipline'.
3. door een ware en betrouwbare traditie.

Bewijs van de waarheid van van Hasjem gaat – zoals eerder gesteld – niet door de essentie van Zijn heerlijkheid. We hebben uitgelegd dat dit voor ons onmogelijk is, waardoor de kans op avodah zara veel te groot is. Het bewijs zit in Zijn Schepping. Vanuit het perspectief van Zijn werken is Hij dichter dan dichtbij, maar in een weergave van de essentie van Zijn heerlijkheid – of vergelijking daarmee – is Hij oneindig veraf. Daarom wordt er ook gezegd “de meer iemand weet over G’d, de meer hij perplex staat over Zijn natuur”. En er wordt ook gezegd “degene met de diepste inzicht in de Schepper is degene die het minst van de essentie van Zijn heerlijkheid begrijpt, maar de man die Hem niet begrijpt, denkt dat hij de essentie van Zijn heerlijkheid wél begrijpt.”

Overweeg het volgende analogie. We kunnen tot een inzicht komen van de ware natuur van de ziel zonder dat we weten hoe het eruit ziet, hoe het manifesteert, ruikt, enzovoorts. Het zijn de activiteiten en effecten die voor ons duidelijk zijn en voor ons ook herkenbaar zijn.

Doordat wij bestaan hebben gekregen van de Absolute Eenheid, zijn wij beperkt op alle punten op zowel fysiek als mentaal niveau. Zo is ieder zintuig onder te verdelen in een bepaalde groep [van gewaarwording] wat betreffende zintuig alleen in staat is om waar te nemen. Zo kunnen we kleuren en verschijningen alleen met onze zicht waarnemen, melodieën en andere geluiden met ons gehoor, geuren met onze reuk, smaken met onze smaakvermogen, hitte, koude en andere kwaliteiten van objecten met onze aanraking.
Zo zijn wij beperkt op gebied van onze fysieke waarneming. Tot op een bepaalde afstand kunnen we iets zien of iets horen. Wij kunnen de bacteriën op onze huid niet voelen. Verder zijn wij niet in staat met onze reuk kleuren te zin of met ons gehoor iets te proeven.

Ook kennen wij beperkingen in ons mentaal vermogen. Ieder vermogen heeft net als de fysieke waarnemingen zijn eigen unieke capaciteit wat door een andere vorm van perceptie niet op te merken is. De intellect merkt intellectuele zaken direct op en wel op grond van [indirecte] bewijzen. Als het bewijs direct is, is dan wordt deze direct door de intellect opgemerkt. Indirecte bewijzen of verborgen dingen zal de intellect het alleen opmerken op de manier het bewijs wordt geïmpliceerd. Aangezien de Schepper, moge Hij geprezen zijn, in Zijn essentie van Zijn heerlijkheid verborgen is en oneindig ver van ons staat is, is de intellect niet in staat Hemzelf te bevatten dan enkel en alleen Zijn bestaan. Zodra de intellect tracht Zijn ware natuur te begrijpen of een voorstelling van Hem te maken zelfs van Zijn bestaan – wat evident is – zal hem niet lukken want het is buiten zijn [fysieke en mentale waarneming] vermogen. Dit komt overeen met bijvoorbeeld een oog die niet kan ruiken of horen. Daarom moeten wij het bestaan van de Schepper – moge Hij geprezen zijn – vinden in geschapen dingen. Deze kunnen als bewijs dienen van Zijn bestaan. Zoals we in de inleiding al zeiden:
Chochmah, wijsheid, kunnen we grofweg in drie groepen verdelen:
1. natuurwetenschappen. Dit is de lage vorm van wetenschap
2. mathematica, een intermediaire vorm van wetenschap en
3. G’dgeleerdheid. G’dsgeleerdheid is de hoge vorm van wetenschap.

De eerste twee groepen bestuderen slechts het universum en alles wat erin zit, wat onderling verhoudt en hoe we er mee om moeten gaan. De laatste groep omvat de eerste twee groepen, maar ook de wetenschap van de spirituele universum, wat onderling verhoudt en hoe we ermee om moeten gaan, maar ook wetenschap over de Eenheid van Hasjem binnen onze intellectuele capaciteiten.

Door Torah, wetenschap en ons intellect zijn we dus in staat Hem dichter in ons begripsvermogen te brengen. Zodra dit gelukt is, moeten we er wel voor waken dat wij niet dáárdoor [met name door wetenschap en intellect] een voorstelling van Hem maken. Dat is avodah zara, afgoderij. Zoals Sjlomo Hamalech zei in Misjlei 25:16: “Als je honing vindt [bewijs van het bestaan van Hasjem], eet er alleen van wat je nodig hebt, anders word je er vol van en zul je het uitbraken.”

We willen hier twee voorbeelden geven om een en ander te verduidelijken.

1. Stel een bal voor dat vanaf de andere kant van een schutting jou wordt geworpen. Het suist door de lucht en raakt jou. Met jouw zicht zie je de kleur, vorm en grote van de bal. Met jouw gehoor merk je de suizende geluid van de bal die door de lucht vliegt. Met jouw aanraking voel je de koudheid en hardheid van die bal. We hebben nu alle fysieke zintuigen geanalyseerd.
Met je intellect kun je waarnemen dat die bal vanaf de andere kant van de schutting door iemand geworpen wordt, want een bal kan zichzelf niet de lucht in werpen, over de schutting komen en precies jou raken. Het dus onmogelijk is met ons intellect de natuurlijke essentie van de bal waar te nemen. Het is onmogelijk met onze fysieke zintuigen intellectueel te concluderen hoe die bal jou kan raken.
Dus: Wat wordt waargenomen door middel van de fysieke zintuigen, kan het intellect niet zonder de fysieke zintuigen waarnemen.
Zo is het ook met Hasjem. We hebben in feite onze fysieke zintuigen nodig om Hem waar te nemen. Aangezien niemand kan overleven Hem te zien, is het onmogelijk om met ons verstand, ons intellect de natuur van Hasjem’s heerlijkheid waar te nemen. Daarom kunnen we dit ook niet begrijpen. Daarom is het onmogelijk en dus verboden iets fysieks met Hem te vergelijken. Je kan niet iets met iets vergelijken wat je niet kan waarnemen, noch kan bevatten.

2. Wanneer je de zon intellectueel zal bestuderen, dan zal je begrijpen hoe je voordeel uit de zon kan halen [warmte, licht, vitamine D, enzovoorts]. Maar wanneer je de zon met je fysieke zintuigen zou willen bestuderen, dan zal je je snel verbranden en je ogen zullen beschadigd raken. Hiermee haal je geen voordeel uit de zon. Zo is het ook wanneer we proberen het bestaan van Hasjem waar te nemen door middel van Zijn schepping. Zijn wijsheid die zich in de schepping manifesteert, de kracht Die Hij in Zijn schepping laat zien, kunnen we bevatten en begrijpen. Dan zal ons intellect met kennis van Hem verlicht worden en zullen we alles begrijpen hoeveel ons intellect dit toestaat.

Recapitulerend
Het is een gebod om Hasjem's Eenheid met verstand, ratio, te onderzoeken. Reden is eenvoudig: Jodendom en BN is geen geloof, maar een wetenschap [en dus een zekerheid waar geen twijfel over Zijn bestaan mag bestaan]. Je wordt volgens Rabbenoe Bachaye ook verantwoordelijk gesteld en gestraft als je Hasjem niet zoekt met ratio. Dit omdat Hasjem middels de Tora ons verschillende keren opgedragen heeft [eerst] KENNIS van Hem te hebben en Zijn geboden op te volgen.
Omdat kennis van Hasjem een wetenschap is, wordt Torastudie in alle facetten hogere wetenschap genoemd en de andere vormen van wetenschap lager [natuurkunde] of intermediaire wetenschap genoemd [bv wiskunde]. Er zijn drie uitgangspunten waaruit kan worden gededuceerd de wereld een Schepper heeft.
1. Een ding niet zichzelf maken.
2. Oorzaken zijn in aantal beperkt, omdat hun aantal is beperkt. oorzaken moeten eerste oorzaak hebben, waar daarvoor niets is.
3. Alles wat is samengesteld [dus uit meerdere delen bestaat], is in het bestaan gebracht.
Hoewel nummer 1 voor zichzelf al spreekt, hebben we dit uitgebreid doorgenomen. Nummer 2 is ook duidelijk. Zoals gezegd. Alles wat een einde heeft, moet ook een begin hebben. Dus het effect van een oorzaak moet een eerste oorzaak hebben. Dit geeft letterlijk een eindigheid aan, terwijl Hasjem oneindig is. Nummer 3 gaat over dat álles wat bestaat [wat we om ons heen zien] uit [onder]delen bestaat en dus moeten deze door Iemand in elkaar gezet zijn. Omdat nummer 1 duidelijk is en dus die Iemand Zichzelf niet in elkaar gezet kan hebben, Hij onzichtbaar is, is het duidelijk dat Hij oneindig is en alle dingen in het universum eindig.

Zonder de Schepper Die de Veroorzaker is van alles is hetzelfde als een waterrat [wat gebruikt werd voor irrigatie van een veld of tuin] die in bestaan kwam zonder een ontwerp van een vakman en die moeite heeft geïnvesteerd zo’n waterrat in elkaar te zetten, deze op te bouwen van al zijn onderdelen zoals zij zijn beoogd.

Als wij deze oorzaken goed overwegen dan zien wij dat ze in minder aantal zijn de gevolgen. Hoe verder wij de oorzaken van oorzaken nagaan, de minder oorzaken wij vinden. De hoger we stijgen in de hiërarchie van de oorzaak, de lager het aantal. Dit gaat totdat wij de top bereiken wat slecht één oorzaak is en wel de oorzaak van alle oorzaken.

Een ander tegenargument is dat wanneer we een handgeschreven manuscript in handen krijgen, wij direct zullen opmerken of er meerdere auteurs aan dat manuscript hebben gewerkt. Dit door handschrift, schrijfstijl en woordkeuze. In deze wereld is aan haar uniformiteit te zien dat we te maken hebben er een Ontwerper.

Er zijn twee vormen van eenheid.
1. In omstandige [toevallige] hoedanigheid [de relatieve eenheid]. Voorbeeld van omstandige eenheid is de eenheid die wij als mens vormen. Alle delen van ons lichaam bij elkaar vormen een eenheid. Ook een groep mensen met een dezelfde belang vormen een eenheid [een klas, een vereniging, enzovoort].
2. In essentiële zin [de absolute eenheid]. Deze is weer te verdelen onder:
2.1 de theoretische eenheid. Voorbeeld van een theoretische eenheid is Bereesjiet 1:5. De pasoek zegt één dag, omdat één een term is voor ieder begin waar daar voor geen begin was. De rest van de dagen worden wel in rangtelwoorden genoemd [tweede, derde, vierde dag, enzovoort].
2.2 de werkelijke eenheid. De tweede term voor absolute eenheid bestaat werkelijk. Het is wat niet minder wordt, noch verandert, noch getransformeerd. Het kan niet middels fysieke attributen omschreven worden. Het is niet onderhevig aan vernietiging, noch creatie. De positie is onveranderlijk. Daarom beweegt het niet. Het is niet zoals iets, evenmin is het iets, noch wordt het geassocieerd met iets. Het is ejn od milvaldo, er is NIETS naast Hem [Dwariem 4:35]. En "Voor Mij is geen god gemaakt [notzer], noch één na Mij...” Jesjajahoe 43:10. Een voorbeeld is de droom. Zoals de personen in jouw droom onderling bestaan, maar ten opzichte van jou bestaan zij niet.

Middels geschapen attributen, die wij ook van Hem gekregen hebben, maakt Hij Zich kenbaar aan ons. Toch wordt er gesproken over de ‘sterke arm’ van Hasjem, Zijn ogen gaan over de wereld, Hij hoort onze gebeden, Hij daalt naar beneden naar de wereld om te zien wat er gebeurd, enz. Zo laat Hasjem Zich op verschillende manieren aan ons zien: als Rechter, als Geneesheer, Zijn rechterarm, Zijn linkerarm. Hasjem uit Zich met liefde, rachmones – genadevol, maar ook boos en dergelijke.

Zoals je ziet kunnen de eigenschappen van Hasjem – om Hem te kunnen omschrijven of zoals Hij Zich kenbaar aan ons maakt – opdelen in twee groepen.
Eerste groep vormt de eigenschappen van Zijn essentie. Deze is bestaat uit:
1: Hij bestaat,
2: Hij Eén en
3: Hij eeuwig, ongekend is. De reden waarom wij mensen Hem zo [mogen] beschrijven, is om wat perceptie van Hem te kunnen overbrengen.
Wat opvallend is, is dat ieder van deze drie kenmerken [bestaan, Eén en eeuwig] de andere twee niet kan uitsluiten. Zij inclusieveren elkaar. Zij zijn onlosmakend aan elkaar verbonden. Deze kenmerken impliceren geen enkele verandering in de essentie van de heerlijkheid van Hasjem, moge Hij geprezen zijn. Noch hebben enige ‘toevallige eigenschappen’ [relatieve eenheid] betrekking op Hem.
Hasjem, dé Schepper, is noch niet-bestaand, noch geschapen, noch meervoudig.
De tweede groep zijn attributen van acties. Deze omschrijving zegt het al: Hand van Hasjem, enzovoorts.

Hasjem's Eenheid kan alleen in de 'negatieve' vorm omschreven worden [“Ejn 'od milvaldo... er bestaat niets naast Hem...” Dwariem/Deut. 4:35]. Hasjem's andere kwaliteiten moet je wel in de positieve termen beschrijven hoe goed die kwaliteit zijn. Maar Zijn Eenheid wordt altijd uitgedrukt in de negatieve vorm, in de ontkenning van het kwaad [in/bij/vanuit/enz. Hem]. Dus: Hasjem is NIET kwaad, Hasjem is NIET slecht, Hasjem is NIET [vul maar iets kwaads in].

De enige manier hoe wij Hem kunnen waarnemen is middels de natuur.
Wij kunnen op drie manieren bestaande dingen waarnemen:
1. door fysieke zintuigen: zicht, gehoor, smaak, reuk en aanraking.
2. door de intellect: door met bewijzen over een bestaand ding aan te komen die middels aanduidingen en handelingen de ware aard van zijn bestaan en essentie aantonen. Dit wordt vervolgens door zintuigen begrepen. De Tora noemt dit 'kennis' en 'intellectuele discipline'.
3. door een ware en betrouwbare traditie.

Doordat wij bestaan hebben gekregen van de Absolute Eenheid, zijn wij beperkt op alle punten op zowel fysiek als mentaal niveau. Zo zijn wij beperkt op gebied van onze fysieke waarneming. Tot op een bepaalde afstand kunnen we iets zien of iets horen. Wij kunnen de bacteriën op onze huid niet voelen. Verder zijn wij niet in staat met onze reuk kleuren te zin of met ons gehoor iets te proeven.
Ook kennen wij beperkingen in ons mentaal vermogen. Ieder vermogen heeft net als de fysieke waarnemingen zijn eigen unieke capaciteit wat door een andere vorm van perceptie niet op te merken is. De intellect merkt intellectuele zaken direct op en wel op grond van [indirecte] bewijzen. Als het bewijs direct is, dan wordt deze direct door de intellect opgemerkt. Indirecte bewijzen of verborgen dingen zal de intellect het alleen opmerken op de manier het bewijs wordt geïmpliceerd.

Door Torah, wetenschap en ons intellect zijn we in staat Hem dichter in ons begripsvermogen te brengen. Zodra dit gelukt is, moeten we er wel voor waken dat wij niet dáárdoor [met name door wetenschap en intellect] een voorstelling van Hem maken. Dat is avodah zara, afgoderij. Zoals Sjlomo Hamalech zei in Misjlei 25:16: “Als je honing vindt [bewijs van het bestaan van Hasjem], eet er alleen van wat je nodig hebt, anders word je er vol van en zul je het uitbraken.”


De bron van dit artikel is Torot Chovot Halevavot Sja'ar Echad van Rabbenoe Bachaya
Pagina index:
Copyright © 2020 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2021 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.