12 Chesjwan 5782 | 18 oktober 2021
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     Israël     Media     Publicisten     
Houdt Hasjem van dieren en van honden in het bijzonder?
Publicatiedatum: woensdag 04 augustus 2021 Auteur: de redactie | 225 keer gelezen
Redactie, Dieren en natuur »
Dieren zullen dus absoluut aanwezig zijn straks na techiat hametiem [opstanding der doden] in de Messiaanse Tijd.

In de Kabbalistische geschriften vinden wij een opmerkelijke beschrijving van hoe het heelal in de toekomst uit zal zien. De wereld zal ten aanzien van de huidige realiteit enorm veranderen. Alle aspecten van het universum zullen verhoogd worden. Zelfs de dieren in de toekomstige tijdperk zullen anders zijn. Zij zullen volgens de heilige Ari Z”L – een van de grootste Kabbalist in de Joodse geschiedenis – naar een niveau stijgen van de huidige mensheid [Sha’ar Hamitzvot]. Het is daarom heel duidelijk dat er geen offers worden aangeboden van zulke 'mensachtige' dieren. Op het moment zal er volgens de Ari Z”L geen strijd en conflicten zijn tussen de soorten. De mens zal het doden van dieren voor hun fysieke, morele en spirituele behoeften niet meer nodig hebben, want ook de mens stijgt zelf ook naar een hoger niveau!

Deze voorspellingen over het stijgende niveau van de dieren tot op de huidige menselijke level in de toekomst, geeft ons wellicht inzicht waarom de dieren volgens Rabbi Akiva – die door iedere geleerde wordt erkend als de autoriteit binnen de Joodse geschiedenis van de Halacha - ook zullen opstaan uit de doden tijdens de Opstanding der doden:
"Wanneer G'd Zijn wereld vernieuwd, Hijzelf neemt leiding over het werk van vernieuwing. Hij regelt alle voorschriften van de laatste, die van de toekomstige wereld ... de volgorde van elke generatie, van elk wezen, van elk dier, en van elke vogel ... Ik veroorzaakte dat alle menselijke wezens en creaturen in deze wereld stierven... en Ik zal hun geest en ziel herstellen en doen herleven in de Komende Wereld” [Osiyos d'Rabbi Akiva, os alef].

Daarom is het geheel logisch om te concluderen dat mededogen voor dieren zelfs kan leiden tot de Messiaanse Tijd.

*Rav kook zegt als commentaar op 11:7 dat in de messiaanse tijd "mensen en dieren geen vlees zullen eten. Niemand zal een ander levend wezen pijn doen of vernietigen".

Dieren zijn onze leraren
Een barometer voor iemands gevoeligheid voor andere mensen is te zien in hoe we met dieren omgaan. De nadruk op de zorg voor dieren, is een manier om die gevoelens van gevoeligheid te stimuleren die uiteindelijk tot goed zijn voor de hele mensheid kan leiden. Daarom is het een fascinerend perspectief uit de Torah dat ons leert dat dieren in feiten als leraren voor ons functioneren. De door Hasjem gegeven kwaliteiten die inherent zijn aan de instinctieve gewoonten en maniertjes van de dieren kunnen daadwerkelijk dienen om mensen te inspireren om tot grotere hoogten het roechnisje [spiritueel] te bereiken.

De allereerste wet in het Wetboek van Joodse Wetten is bijvoorbeeld: "Rabbi Yehuda ben Taima zei: 'Wees zo stoutmoedig als een luipaard, licht als een adelaar, snel als een hert en sterk als een leeuw om de wil van uw Vader in de hemel te doen'" [Avot 5:20]. Het is schrijnend dat dit als de eerste wet is die in een boek met Joodse rechtsgeldigheid wordt geplaatst. Dit idee komt het meest duidelijk naar voren in de verklaring van Rabbi Yochanan: "Als de Torah niet was gegeven, hadden we de bescheidenheid kunnen leren van de kat, eerlijkheid van de mier, kuisheid van de duif, en goede manieren van de haan" [Eiruvin 100b]. Misschien kunnen we van een hond de kracht van toewijding, loyaliteit of zelfs zijn positieve houding leren.

Terug naar de originele vraag: houdt Hasjem van honden?
Honden zijn de enige dieren in de Torah die voor hun daden een beloning ontvangen [misschien is dit juist de bevestiging van het idee dat honden ‘menselijke wezens’ worden en wellicht de positie van de nachasj vervangen]. Wanneer de Joodse slaven namelijk Egypte ontvluchten, staat er dat "geen hond blafte" [וּלְכֹל בְּנֵי יִשְׂרָאֵל לֹא יֶחֱרַץ-כֶּלֶב לְשֹׁנוֹ Sjmot/Exodus 11:7]. Ook zien we in de Midrasj wanneer Mosje Joseefs botten mee wilde nemen naar Erets Jisrael, dat daar weer honden in voorkomen. De Egyptenaren hadden namelijk twee grote gouden honden [door Egyptische mystici] geplaatst bij de kist van Joseef en die honden blaften enorm wanneer er maar iemand in de buurt kwam. Echter toen Mosje daar kwam om Joseefs kist mee te nemen, bleven de honden door de woorden van Mosje stil.
Als beloning dat zij hun monden hielden, zei Hasjem: "לַכֶּלֶב תַּשְׁלִכוּן אֹתוֹ.... je zult het naar de hond(en) gooien" [Sjmot/Exodus 22:30; Mechilta].

Honden zijn meest laagste gevallen schepsel in de beria, schepping. Dit komt omdat zij gezondigd hadden in de Ark van Noach. Tijdens de reis op de Ark mocht geen mens noch dier gemeenschap hebben. De honden hadden toch gemeenschap. Dit heeft de hond gedegradeerd tot de laagste wezen van de schepping. Ondanks dat mogen zij wel aangeraakt worden en was deze gebeurtenis voor de Uittocht uit Mitsrajiem. Dat honden dus aangeraakt mogen worden is naar aanleiding van de geschiedenis van van Gidon. Gidon heeft toen met zijn leger in de nacht hun vijanden in hun slaap op de vlucht gejaagd. Men moest door de omliggende bossen lopen, maar in deze bossen waren veel wilde honden. Alle honden bleven stil en blaften niet tegen Gidon en zijn leger, waardoor ze er ongehoord konden komen. Het is ook hierom dat veel Joden honden niet als niet-kosjere dieren zien met dien verstane woorden dat je ze wel mag aanraken.

WIj sluiten af met een les over het feit dat de beste vriend van de mens de hond is. De opmerkelijke zestiende-eeuwse Joodse leider, de Maharsha, zegt dat een hond een wezen van liefde is. Vandaar dat de Hebreeuwse naam voor een hond "kelev" is, wat etymologisch is afgeleid van de woorden "koelo lev" of "helemaal van hart" [Rabbi Shmuel Eidels, Chidushei Aggadot, Sanhedrin 97a]. Bedenk nu dat Adam Harisjon van Hasjem de opdracht kregen om alle dieren van de hele beria’ een naam te geven [Bereesjiet/Genesis 2:19-20]. Door een naam te geven, kreeg hij een persoonlijke binding met de dieren en de namen die hij gaf gaf op een profetische wijze nauwkeurig hun essentie van hun zielen aan [Bereishit Rabba 17:4]. Hieruit kan men dus extrapoleren dat de Hebreeuwse naam voor een hond precies werd gekozen om de liefdevolle ziel van dit wonderbaarlijke schepsel aan te duiden.

Dus houdt Hasjem van honden? Rabbi Levi Welton geeft antwoord: “Dus ja, G’d houdt van honden. En dat zouden wij ook moeten doen”.

Bron:
Does God Love Dogs? van Rabbi Levi Welton 
«      1   |   2   
Copyright © 2021 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2021 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.