16 Chesjwan 5782 | 22 oktober 2021
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     IsraĆ«l     Media     Publicisten     
We hebben niet het recht om in een fatalistische depressie weg te zakken
Publicatiedatum: dinsdag 31 augustus 2021 Auteur: Opperrabbijn Evers | 173 keer gelezen
Rosj Hasjana, Opperrabbijn R. Evers, Gezondheid en sport, Tesjoeva [Inkeer] »
Fotocredits©Marc Israel Sellem/Jerusalem Post

We hebben niet het recht om in een fatalistische depressie weg te zakken als we oog in oog staan met onze Schepper

‘Vandaag staan jullie allen stabiel voor Hasjeem’ (Deut. 29:9).

Deze openingsvers uit parsjat Nitsawiem wordt altijd vlak voor Rosj Hasjana gelezen. De Tora biedt ons altijd hoop maar niet iedereen voelt zich happy met de Hoge Feestdagen in het verschiet. We moeten tesjoewa doen en tot inkeer komen.

Sommige mensen worden daar depressief van want ze voelen dat ze nooit aan G’ds verwachtingen kunnen voldoen. Anderen zijn zo negatief over zichzelf dat ze überhaupt niet aan tesjoewa beginnen omdat zij het gevoel hebben dat het hele idee van zelfverbetering niet hun ‘cup of tea’ is en niet op hen slaat.

De eerste stap terug naar G’d is afscheid nemen van deze triestheid. Ik ga twee weken terug in de Tora toen we een raadselachtige pasoek (vers) lazen. Het gaat daar over iemand die zich zo misdragen heeft, dat hij de doodstraf heeft verdiend. Hij wordt opgehangen maar de Tora waarschuwt ons zijn lichaam daar niet overnacht te laten hangen “omdat dat een belediging van G’d is” (Deut. 21:23).

Vreemde zaak! Maar de bekende middeleeuwse verklaarder Rasji (1040-1105) licht een tipje van de sluier op met een parabel: “Er waren eens twee tweelingbroers, die ieder zijn eigen weg ging. De een werd koning en de ander misdadiger. De misdadiger werd op een gegeven moment gepakt en opgehangen. Iedereen dacht dat daar de koning hing! Iedereen is geschapen in het beeld van G’d. Wanneer een mens hangt, is dat een disgrace voor G’d”. Met deze beeldspraak geeft Rasji aan, dat zelfs de grootste boef nog in het beeld van G’d staat. Er is altijd hoop. De weg terug van tesjoewa staat altijd open...

We hebben niet het recht om in een fatalistische depressie weg te zakken als we oog in oog staan met onze Schepper. Juist ‘vandaag staan jullie allen stabiel voor Hasjeem’. Iedereen behoudt onder alle omstandigheden zijn G’ddelijke ziel.

Onze Wijzen stellen, dat `op de plaats waar spijtoptanten staan zelfs de grootste tsaddikiem (heiligen) niet kunnen staan’ (B.T. Berachot 34b). Die plaats is geen fysieke plaats maar is dat stukje G’ddelijkheid, dat iedereen in zich draagt. Dat maakt ons leven – hoe hopeloos het er ook uitziet – zo stabiel.

Rabbi Bachja ibn Pakoeda – een moraalfilosoof uit de 11e eeuw - schrijft “gelijk een vogel van zijn nest wegvliegt, dwaalt een mens af van zijn plaats”. Vele mensen vervreemden van hun spirituele springplank, hun hoogste mensaspect, het enige wat echt stabiel en duurzaam blijft gedurende het leven, hun G’ddelijke ziel.

Onze stabiliteit is onze duurzaamheid. Het Joodse volk is in staat gebleken onder de meest uitzichtloze omstandigheden steeds weer een ‘come back’ te maken. Als een feniks uit zijn as herrees het Joodse volk uit de Holocaust richting Israel. Wat op nationaal niveau mogelijk is, is ook individueel haal- en maakbaar.

Sjana tova oemetoeka – een goed en zoet jaar!

Copyright © 2021 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2021 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.