12 Kislew 5783 | 06 december 2022
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     IsraĆ«l     Media     Publicisten     
De Tsimtsoem
Publicatiedatum: zondag 25 februari 2007 Auteur: Redactie | 3.086 keer gelezen
Kabbalah, Redactie »

  Want ik, de HEER, ben niet veranderd.
Malachi 3:6

We beginnen bij de leer van de Tsimtsoem, de Kabbalistische weergaven van het samen- en terugtrekken van G-ds Ejn Sof (G-ds Oneindigheid) om deze schepping (incl. het heelal) te bewerkstelligen. Daarnaast geeft deze theorie een "oplossing" of verklaring voor G-ds Almacht in de zin van hoe zou Hij instaat zijn een steen te scheppen die Hij niet tillen kan. Dus de tegenstrijdigheid in die Almacht en zwakte, is ook de tegenstrijdigheid van goed en kwaad. Hoe Hij als Almachtige Zich begrensd manifesteert.

De Sefer hazohar, de belangrijkste boek van de Kabbalah, zegt naast dat G-d een dualistische natuur heeft, Hij eindig en oneindig is. Niets houdt Hem tegen Iets of Iemand te zijn Wie Hij wilt zijn. Hij begrenst Zichzelf juist om omgang met de mens te kunnen hebben, omdat Hij zo oneindig ís kan Hij Zichzelf dus eindig maken. In het voorbeeld van de professor die op een kinderlijke wijze middels fabeltjes en verhaaltjes zijn kwantumtheorie aan kinderen duidelijk kan maken, blijft hij een groot intellect. Het is mesjogge te stellen nu hij als een tweejarige fabeltjes vertelt dat hij zèlf twee jaar is. Hij kan dit zo goed juist omdat hij een genie is. Had hij dit niet gekund, dan verstaat hijzelf zijn theorie niet volledig. Dit voorbeeld geeft die "oerknal", de Kabbalistische tsimtsoem weer.

De Tsimtsoem gaat niet samen met de evolutietheorie. Rabbi Shneur Zalman zegt in Likkoeti Torah dat de Schepping de werelden geen gevolg van een oorzaak heeft. De Schepping is de kracht van de Geprezen Ejn Sof (de Oneindige) dat ex nihilo schept. Dit is geen vorm van ontwikkeling maar als het ware een sprong voorwaarts - diloeg en kefitzah - . Deze kefitzah is een radicale scheppingshandeling waaruit dan alleen een vorm (dus niet "de") van evolutie plaats vindt.

De tsimtsoem kent twee betekenissen:

  1. het samentrekken (terugtrekken van oneindig naar eindig) van de Ejn-Sof (de Oneindige)
  2. verbergen, occult

Door juist de tweede betekenis kan het Oneindige eindige en fysieke wezenlijkheid mogelijk maken. Voor de Schepping was G-d Alleen. Hij was in zichzelf, de Ejn Sof zijnde, de Oneindige. Hij is zonder einde. De Tikkoenei Zohar introduction 17 a-b zegt dat boven alle hoogten en verborgenen, achter alle geheimen, niemand is in staat Hem te omvatten. Zijn Naam is niet bekend dat Hij omschreven kan worden en Hij is de Perfectie van hen alle die Hem mystisch gezien hebben.

En nu komt het. Big Bang: let be a world and BANG: there was a world. In oog op de oerknal: middels de Big Bang knalde het Licht/oerknal over de oerwateren waarover de Roeach haskodesj zweefde en er was LICHT Jehie ‘or! kome er licht!  WAT is dat Licht?

In de Kabbalah wordt dat Licht de ' Or Ejn Sof genoemd: het Licht VAN de Ejn Sof (de Oneindige G-d) Die Zich manifesteerde, Zich kenbaar maakte míddels dat Licht. Dit Licht is/komt van de Alomvertegenwoordige G-d. Wij maken vervolgens onderscheid tussen:

  • Ejn Sof, de Alomvertegenwoordige G-d
  • 'Or Ejn Sof,  en het Licht van de Ejn Sof
  • 10 Sefiroth, G-ds Getelde en Vertelde eigenschappen. Sefirah is enkelvoud van Sefiroth en dat betekent "tellen". Zie het als bijvoorbeeld jouw 10 basiskenmerken van je eigen persoon.

De namen van de Sefiroth zijn uit de Heilige Schift afgeleid. Een voorbeeld is: Spreuken 3:19 en 20 : De Heer heeft door wijsheid de aarde gegrondvest, door verstand den hemel vastgezet; door Zijn kennis zijn de vloeden gespleten, laten de wolken dauw druppelen...

24:3 en 4: Door wijsheid wordt een huis gebouwd, door verstand wordt het bevestigd; door kennis worden de kamers gevuld met allerlei kostelijke en liefelijke goederen. Kennis, Daat, is eigenlijk geen Sefiroth, maar het resultaat van de invloeden van Wijsheid en Verstand.

De volgende 7 Sefiroth zijn te lezen in 1 Kronieken 29:11.

Wij vermelden de 7 Sefiroth tussen haakjes: U, Heer, is de grootheid (Chesed), de kracht (Gevoerah), de luister (Thifereth), de glorie (Netsach) en de majesteit (Hod); want alles (Jesod) in hemel en op aarde behoort U; U, Heer, is de heerschappij (Malchoeth),en Gij zijt het die U als hoofd over alles verheft. Je ziet dat de woorden óf letterlijk de namen van de Sefiroth zijn, óf synoniemen van de namen van de Sefiroth. Volgens Kabbalisten kan en mag dat. Zo direct wordt het duidelijk wat de rollen zijn van de Sefiroth, ‘Or Ejn Sof en Ejn Sof Zelf.

De Sefiroth staan met elkaar in verbinding. Kether geeft door aan Chochmah, Chochmah ontvangt van Kether. Chochmah geeft het door aan Binah. Binah ontvangt van Chochmah. Binah geeft door aan Chesed en Chesed ontvangt van Binah, enz.

Nu wij weten dat de Tsimtsoem de ‘Or Ejn Sof voortbracht, weten wij nu ook dat binnen de cirkel van de ‘Or Ejn Sof een leegte ontstond waardoor er ruimte werd gemaakt om de werelden te scheppen. De volgende stap van schepping is de introductie van een straal licht ín de ‘Or Ejn Sof. Deze straal licht heet de eerder genoemde Kav.
De Kav is het Licht van de Memale Kol Almin (het Licht in alle werelden schijnt). Dit Licht is ‘Or Pnimie, het innerlijke licht.
In tegenstelling tot de ‘Or Ejn Sof kent de Kav een begin en het einde en is mannelijk.

De ‘Or Ejn Sof omringt alle werelden met het Oneindige licht van Sovev Kol Almin - de ‘Or Makkif- het transcendente Licht zonder begin en zonder einde. De Tetragrammeton beschrijft deze Sovev Kol Almim. De Tetragrammeton, JHWH, is uit drie woorden samengesteld:

  1. Haja-hij was,
  2. Hoveh- Hij is,
  3. Jihjeh-Hij zal zijn.

De naam van G-d die Memale Kol Almin beschrijft, is Elohiem. De numerieke waarde van Elohiem is het zelfde als de woord "natuur" (hateva) en impliceert de Aanwezigheid van G-d binnen de Schepping. Kabbalah spreekt van de "vereniging" (jichoed) tussen Havaje en Elohiem. De Tora vertelt ons, "Weet deze dag dat Havaye Elokim is". Chassidiem roept hem een eenheid van Sovev Kol Almin en Memale Kol Almin en ziet G-d als zowel superieur als dreigend.

Kortweg:
Modi van de Schepping:

  • Kav - Lichtstraal van de oneindige, zonder begin en einde ‘Or Ejn Sof.
  • Memale Kol Almin - het Licht (‘Or Ejn Sof ) dat alle werelden omringt
  • Sovev Kol Almin dat alle werelden vult
  • Or Pnimi - Licht van binnenuit
  • Or Makkif- het transcendent, superieure Licht.
  • Elohiem - (imminente en transcendente vorm van Havaje van G-d).  

Ondertussen is de Kav als het ware een ketting van de werelden in de post-Tsimtsoem waar hogere en lagere werelden bevinden zoals de verschillende niveaus van een ladder. In de hogere werelden is het Licht heel intens en de aanwezigheid van G-d is absoluut. Maar na mate de Kav vordert, wordt de mate van Licht steeds minder en is de aanwezigheid van G-d steeds meer verborgen. Verborgen binnen de Schepping. Aan het midden van de cirkel is deze wereld. Dit is het laagste punt van de lijn waaraan het Licht totaal binnen de lichamelijke creatie verborgen is. De werelden waarover wij spreken zijn:

  1. Atsiloet: verborgenheid.
  2. Ber'ia: wereld van de Schepping.
  3. Jetsiràh: wereld van het vormen.
  4. Assijja: komt van asah wat maken betekent.

De Tora en de mitswot zijn als het ware de bekleding om de de ‘Or Ejn Sof heen. Deze beperkte wereld kan het oneindige Licht van de ‘Or Ejn Sof  niet verwerken en bevatten, waardoor de ‘Or Ejn Sof zich moet verschuilen en kan zich middels de Tora en de mitswot zich openbaren. Dit is ook het doel van de Schepping: dat G-d een woonplaats kan hebben in deze lage wereld (denk aan de Misjkan en de twee Beejt hamikdasj).

Na mate de tijd in de menselijke geschiedenis verschiet, zal de openbaring van dit Licht in diverse stadia plaatsvinden. Nu is de Sjechinah (G-ds glorie) nog verborgen, maar straks, in het Messiaanse tijdperk, zal de openbaring van het pre-Tsitsoem Licht geweldiger zijn dan de techiat hametiem - herrijzenis van de doden. Dit impliceert tevens ook dat ieder individu zelf invloed kan uitoefenen m.b.t. de komst van de Masjiach. Dit impliceert tevens dat onze acties en invulling van de mitswot de uiteindelijke openbaring van het Messiaanse tijdperk kunnen bespoedigen of vertragen. De ballingschap is uiterlijk een resultaat van zonde. Het invullen van de mitswot zijn heerlijke zelfopofferingen (mesirat nefesj) die het Messiaanse Tijdperk ontlokt.

Wij hebben nu uitgelegd waarom G-d eerst het Oneindige Licht openbaarde en waarom het Eindige Licht dan pas enkel en alleen middels het proces van de Tsitsoem heeft kunnen plaatsvinden.  G-d is onbegrensd en volmaakt. Hoe komt het begrensde (de professor die in een tweejarige taal zijn theorie aan kinderen uitlegt) uit het onbegrensde (de genieuze professor)?

In het onbegrensde zijn er geen begrensde elementen. Het antwoord kunnen volgens de Ari Hakodesj slechts in één principe omschrijven: tsimtsoem. De tsimtsoem is de tegenovergestelde functie wat wij kennen in het scheppen. Tsimtsoem is beperking en hastara is het Zich verbergen/verhullen voor de scheppingen. De Ejn Sof moet zijn onbegrensde kracht verhullen om ruimte te geven aan het ontstaan uit het niets. Waar het onbegrensde functioneert, is geen ruimte voor het begrensde en visa versa. G-d heeft álles geschapen vanuit Zijn Ejn Sof, Zijn oneindige straling. Dit wordt onderstreept door Dawied hamalech, koning David, in Ps. 94: De planter van het óor, zou niet hóren? of de formeerder van het oog, zal híj niet kíjken? Hier geldt het principe van de qal wahomer, licht en zwaar. Als iemand 20 kilo kan tillen, kan hij zeker 5 kilo tillen. Als je dit kan, kan je dat zéker. Men leidt het lichte van het zware af. Als een kachel warmte geeft, dan bestaat hij uit dezelfde materie wanneer de kachel uit staat. De Baal Sjem Tov zegt dat het lichaam niet van de essentie van de ziel leeft, maar van de straling van de ziel. De ziel is een levensbron en straalt leven uit. De uitstraling vertoont dezelfde karakteristieke als van de bron. De ziel is een levensbron, een vat, en straalt leven uit. G-d is onbegrensd, dus Zijn straling is onbegrensd.

Met het scheppen heeft G-d Zijn oneindige straling verhuld, maar in die verhulling is de bestraling onbegrensd. Het Licht van de Ejn Sof heet zoals we eerde aangaven: ‘Or Ejn Sof: het Licht VAN de Ejn Sof (de Oneindige G-d). Ps. 36:10 zegt: Ja, bij U is de bron van léven, in Uw licht zíen wij lícht. Er staat niet U bent de bron van het leven, maar bij U... En dan zegt Dawied hamelech dat wij in Zijn licht lícht zien! G-d verhult Zijn oorspronkelijke Licht, want die is onbegrensd, daar is nog geen ruimte wat begrensd is. En vanuit die verhulling straalt een nieuw licht (‘Or Ejn Sof). De zon en de maan is een mooi voorbeeld. De zon straalt licht en de maan vangt haar licht op, waardoor de maan ook een lichtbron vormt. Jesj majesj, iets uit het iets. Deze straling is zwakker (Als het ware speelt G-d verstoppertje met ons). In die tweede straling ontstond de 10 Sefiroth, Zijn 10 aspecten/krachten. Wij moeten krachten investeren om iets te maken. Bij G-d is dit andersom. Hij moet Zijn krachten verbergen, terugtrekken om iets te maken.

Dus (we gaan een en andere van de tsimtsoem herhalen en verduidelijken door dieper op in te gaan):
De ‘Or Ejn Sof, het Licht van de Ejn Sof dat Zich manifesteerde (kenbaar maakte), is het Licht van de Alomvertegenwoordigd en Oneindig. Het onderscheid tussen Ejn Sof en de ‘Or Ejn Sof is ontzettend belangrijk dat wij dit ten alle tijden in het achterhoofd houden. De tsimtsoem en de 10 Sefiroth is gerelateerd aan de ‘Or Ejn Sof, het Licht en de Afstraling. De Ejn Sof is het Licht en de Warmtebron (ma'or). De scheppingsdaad was ruimte creëren waar de G'ddelijke emanaties en de uiteindelijke werelden (later daar meer over) konden plaatsvinden. De alomvertegenwoordigheid van het oneindige Licht van de Ejn sof was in Zichzelf teruggetrokken. Het is gedimd. Verborgen in een lege plaats, een lege kosmische ruimte: de hallal of de makom panoei. Dit is de eerste daad van de tsimtsoem is de diloeg en kefitzah. Deze actie was een radicale zelfbegrensde daad van de Oneindige Zelf. Hallal was niet leeg in die zin dat al het G'ddelijke letterlijk eruit getrokken was. Dat is een ongeoorloofde beschrijving van een ruimte weergeven, een G'ddelijke verlatenheid. Dat zal rechtlijn tegenover de Alomvertegenwoordigheid staan! De hallal is een metaforisch beeld van een leegte in relatie van wat er achter de hallel is. Daarachter of buiten de hallel is een volledige manifestatie van de ‘Or Ejn Sof. De ma'or. De door ons beschreven tsimtsoem staat altijd in relatie met de ‘Or Ejn Sof. De Ejn Sof is door de tsimtsoem onaangetast. Nogmaals, in de terugtrekking (tsimtsoem) is in de hallal altijd een, risjimoel, een spoor van het Licht over. Deze eerste handeling met behulp van de tsimtsoem is een "sprong", de diloeg, vooruit dat de gelegenheid schiep voor een geleidelijke proces en een evolutie van emanaties die zouden plaatsvinden. Het doel van de tsimtsoem is het creëren van de hallal waarin de G'ddelijke Schepping zou gaan bestaan. De Oneindige warmte van het oneindige Licht is gedimd en verborgen. Je kunt dt vergelijken met een zonnestraal ten opzichte van de zon.

In de tweede face van het proces om te scheppen schijn t een duidelijke straal van de warmte van het G'ddelijke Licht in de oerruimte van de hallal. Deze door ons eerder genoemde Kav beschijnt de Hallal en is de bron van de opvolgende emanaties. Het is de creatieve bezielde Kracht van de Schepping. Het is de immanatie van G'd in de Schepping terwijl het verborgen Licht, het allesomvattende transcendentie van G'd om alle creaties heen behelst. Ondertussen ondergaat de Kav, dus de straal van de warmte van het G'ddelijke Licht dat in de oerruimte van de Hallal schijnt, ondergaat ook een aantal samentrekkingen en verborgenheden dat de lagere stadia van creëren tot uiteindelijke in de materiële en pluralistische wereld mogelijk maakt. In tegenstelling tot de eerste tsimtsoem dat als het ware dus de diloeg was, is deze ontwikkeling en evolutie geleidelijk en oorzakelijk zoals rabbi Shneur Zalman ons leert.

Volgens Tanya 21 is de Tsimtsoem dus iets in dien aard van een occulte, dus geheime, en verborgen stroom van het Licht en Levenskracht dat slechts uit een minieme gedeelte van het Licht en Levenskracht vooruit springt naar de lagere wezens zodat zij worden bekleedt en beïnvloed waardoor zij hun beperkte bestaan ex nihilo ontvangen en beperkt zijn.

Er is dus geen verandering in de Kadoesj Baroech Hoe Zelf, maar slechts voor de gecreëerde entiteiten die hun levenskracht ontvangen door een proces van geleidelijke afdaling van de oorzaak om een neerwaartse gradatie door middel van talrijke en diverse samentrekking (tsimtsoem) uit te voeren zodat de gecreëerde entiteiten hun leven en hun bestaan kunnen ontvangen zonder hun entiteiten te verliezen. Deze tsimtsoem is van dien aard dat het een versluiering van het Aangezicht is (de door ons aangehaalde hastar paniem) om het Licht en Levenskracht te verduisteren en te verbergen zodat het net in een grotere uitstraling tot uiting zal komen wat de lagere werelden lijkt als of het Licht en Levenskracht van de Allomvertegenwoordige - geprezen is Hij - een  los deel van Zijn gezegende natuur is. Wat betreft de tsimtsoem: het verborgene en verduistering dat vóór Zijn aangezicht verbergt en verstopt en "de duisternis, is als het Licht! Zoals er staat geschreven:

גַּם-חֹשֶׁךְ,    לֹא-יַחְשִׁיךְ מִמֶּךָּ

Zelfs [dan ook] is de duisternis voor U niet te duister.' Tehiliem/Ps. 139:12  Betreft de Tsimtsoem en versluieringen, zij zijn geen zaken die van Hem - Baroech Hoe - verschillen, de Hemel verhoedde, maar als een slak waarvan zijn gewaad een deel van hemzelf uitmaakt. (Bereesjiet Rabba 21:5).

Met andere woorden: G'ddelijkheid bestaat in een oneindige en eindige dimensie. De eindige de natuur wordt gerefereerd aan G'ds mannelijke kant, de zah. De oneindige kant wordt gerefereerd aan G'ds vrouwelijke kant, de machoet. Enkel en alleen wanneer deze twee aspecten van het G'ddelijke een worden, zah samen met malchoet, vindt de verwezenlijking van de wereld plaats. Deze eenheid wordt in de Kabbalah Jihoed zoen genoemd en uit zich als de samentrekking of de Tsimtsoem, G'ds vrouwelijke kans in de min of meer eindige dimensie die de creatie van de werelden toelaat. Sterker, het is de capaciteiten aannemen om Zich te beperken van Zijn oneindigheid dat vanuit Zijn oneindigheid en Almacht voortkomt.

De vrouwelijke dimensie produceert dus ex nihilo in de empirische wereld. Voorbeeld is de bevalling van een kind dat begint met een superklein vrouwelijk eitje dat door een mannelijk zaadje wordt bevrucht, zich ontwikkeld tot een baby compleet met 248 botjes en 365 pezen (613 mitswot). Zonder deze aanvankelijke samentrekken zou er geen werelden bestaan, omdat alles en iedereen - zoals eerder gemeld - in G'ds G'ddelijkheid opgelost zou worden. Vandaar dat Mosje G'd niet van voren mocht aanschouwen, maar slechts een glimp. Deze samentrekking, mannelijke- en vrouwelijke partijen van G'd waardoor werelden kunnen ontstaan zien we dus terug in de geboorte van een dier of een mens. Alles n deze wereld is een reflectie van de hogere wereld en alles dat in deze wereld bestaat heeft een geestelijke tegenhanger. G'd is Schepper van onze wereld en omdat de wereld een verlenging is van de Schepper, reflecteert het Zijn natuur. Dus G'd bezit zowel het mannelijke als het vrouwelijke: de gever en de nemer, vrouwelijke en mannelijke trekken zoals het eerder in dit hoofdstuk duidelijk was.

Het doel in het creëren van deze wereld was dat de wereld een sort vitrine voor de G'ddelijke eenheid zou zijn. Het doel voor de mens is het middels deze vitrine te laten zien dat in realiteit zowel de oneindige G'd en de eindige wereld die Hij creëerde EEN zijn. Wij moeten aantonen door onze handelswijzen dat G'd en Zijn wereld nooit gescheiden zijn, dat man en vrouw een eenheid vormen. Zo'n eenheid dat uit twee eigen individuen bestaat is een enorme prestatie dat resulteert in nog een wonder: een kind. Het kind is een demonstratie "par excellence" hoe twee gescheiden entiteiten EEN zijn. Daarnaast is het een manifestatie dat de twee entiteiten nooit echt gescheiden waren. Eigenlijk waren zij al een enkele essentie in twee lichamen. Dit is de eenheid dat G'd voor Zijn wereld voor ogen heeft. Vandaar de manier hoe e Bijbel spreekt over G'ds liefde voor Zijn volk Israël zoals een man van zijn vrouw houdt. G'd wilt aan ons tonen dat Hij en de wereld EEN zijn, ondanks Hij nog verborgen is, maar door deze wetenschap - het verwijderen van deze masker -  weten wij de reden van ons bestaan. De Oneindige Schepper zal openlijk zichtbaar zijn in het eindige pluralistische, gevarieerde wereld die Hij schiep en blijft bestaan door Zijn Oneindige Kracht. Het moet dan ook geen toeval zijn dat het woord Hebreeuwse woord voor natuur, tevah, het numerieke equivalent (79) is van elokiem. De natuur is een deel van G'd, maar niet Zijn Totaliteit. Deze eenheid komt pas echt tot zijn recht in de komende Messiaanse tijdperk. De Tsimtsoem, - dat heden het masker van G'ds nabijheid in de Schepping vormt - zal weggenomen worden en wij zullen alles doorgronden en alles zal in allen zijn.

Zoals G'd wenst en zal toestaan dat Zijn Eindige en Oneindige Krachten in de Messiaanse tijd zichtbaar in eenheid zullen werken, zo kent de mens nu dat er diep in zijn hart een onverzadigbare behoefte is die de meeste mensen proberen te vullen met materialisme en atheïstische zelfingenomenheid. Maar in feite verlangt de mens - diezelfde vele onwetenden - naar de Masjiach. Een stukje voldoening kunnen we daarom ook alleen bevinden in onze Torastudies. Deze Messiaanse verlangen van eenheid komt omdat we naar Zijn evenbeeld zijn geschapen. G'd bezit deze dimensies, dus wij ook. Van Zijn kant vindt het op macrokosmisch -Zijn oneindige en Eindige eenheid - niveau: de man en de vrouw vinden bij elkaar hun verloren helften. Alleen in de Messiaanse tijdperk zal er een eenheid zijn in alle tegenstellingen. De Messiaanse tijdperk is de belofte van G'd dat deze tijd een harmonie tussen Hem en Zijn Schepping zal zijn. Er zal geen spanning meer zijn tussen de ENE, Onzichtbare G'd en Zijn eindige wereld waarin de bewoners nu zo van Hem afhankelijk zijn en ondertussen zo tegen Zijn wil in handelen. Ook dát zal niet meer voorkomen.

Dit in ogenschouw genomen verklaart de reden waarom de RaMBaM zijn 11e en 12e princiepe van het Joodse geloof op elkaar laten volgen:

  • Beloning en straf
  • De Messiaanse verwachting

De ene sluit het andere niet uit. Zodra iemand realiseer de spanning en krachten dat op diverse bestaansniveaus werken - G'd, het Universum, Schepping, Jodendom, sexen en in onszelf, zal hij voor een oplossing en synthesis zoeken. Hij zoekt middels Toralessen naar de Messiaanse verlossing en epoch. Hij zal G'd als prioriteit erkennen!

Pagina index:
Copyright © 2007 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2022 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.