15 Tammoez 5780 | 06 juli 2020
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     IsraĆ«l     Media     Publicisten     
Sjmitah, het Sjabbatical jaar
Publicatiedatum: dinsdag 18 september 2007 Auteur: Redactie | 4.546 keer gelezen
Redactie, Sjmitah »

Wat zou jij er van vinden om ieder zeven jaar een jaar lang onafgebroken vakantie te hebben? Te kunnen reizen, Torastudie tot in de finesse te beleven? Stel je voor dat heel Nederland ieder zeven jaar een Sjabbatical jaar zou houden? Geen gek idee in onze haastige maatschappij, niet waar?

Sjmitah betekent "vrijgeven". Het eerste Sjabbatical jaar na de verwoesting van de Tweede Tempel was een jaar na deze enorme ramp in 68-69 ndgj. Het eerste Sjmitahjaar in huidig Israël was 1951 (5712). Rekenend vanaf deze twee momenten betekent dit dat het huidig Joodse jaar - 5768 (13 sep.-29 sept. 2007/2008)- een Sjmitah is! Wat betekent dit voor ons?

Zoals wij om de zeven dagen een onderbreking houden, gunt Hasjem het land om de zeven jaar dezelfde onderbreking (Wajjikra/Lev. 25:3-7). Tijdens Sjmitah moeten de ingezetenen van Israël absoluut niet bezig houden met het bewerken van het land. Het is zelfs zo dat de opbrengst van het land dat toch in dat jaar groeit, van communaal bezit is. Iedereen mag dan nemen wat zij nodig hebben. Zelfs de dieren mogen ook niet van het land verjaagd worden. Dit wordt Sjmita karka - vrijgeven van het land - genoemd. Tijdens Sjmitah moet je de schuld die een vriend of een Joodse naaste bij jou heeft lopen kwijtschelden (Dwariem/Deut. 15:1-2). Dit wordt Sjmita kesafiem genoemd: het kwijtschelden van geld.

In de Talmoedische tijden was naleven van de Sjmitah een zeer hoge prioriteit. Degene die Sjmitah niet zo nauw namen, mochten aan het orthodoxe Joodse gerechtshof niet als een getuige functioneren.

Sjemitah vereist een diepe vertouwen in Hasjem. Zoals Hij voor een extra portie manna voor Sjabbes op vrijdag zorgde, wordt er een nog dieper vertrouwen in Hasjem vereist met betrekking tot Sjmitah. Drie jaar lang moet mensen van opbrengst van een jaar doen (Wajjikra 25:20-22).

  1. De zesde jaar is namelijk het laatste oogstjaar.
  2. De zevende jaar mag niet gezaaid en geoogst worden.
  3. Het achtste (eigenlijk het eerste jaar van deze cyclus) is het zaaijaar waarvan men pas in het negende jaar (tweede jaar van de cyclus) kan genieten.

Er zijn zes redenen waarom Sjmitah gehouden moet worden:

1. De rust voor de grond naar aanleiding van zes jaar zaaien en bewerken (Wajjikra 25:2-4). Tegenwoordig verfrissen wij de grond door middel van het gebruik van meststoffen en het omwentelen van gewassen.

2. Een extra lange Sjabbat. Wij rusten op Sjabbat om aan te tonen dat Hasjem hemel en aarde in zes dagen creëerde en op de zevende staakte. Door het land op het zevende jaar braak te laten liggen, tonen we wederom aan dat Hasjem op de zevende dag staakte van als Zijn werk. Abarbanel leert dat ieder jaar van de zevenjarige cyclus symbolisch staat voor decennium. De gemiddelde levensduur is zeventig jaar. Wanneer wij rusten op het zevende jaar, dan symboliseren wij dat wij tegen het eind van ons leven moeten rusten en onze resterende tijd te bestuderen en godsdienstige toewijding wijden. Ook is het gewoon in dit jaar de jeugd door hun moeilijke perioden - denk aan pubertijd - te leiden.

3. Het Jodendom kent vier niveaus van leven:

  1. Levensvormen die plaatsgebonden zijn, maar niet kunnen groeien en voortplanten zoals bergen, velden, etc
  2. Levensvormen die plaatsgebonden zijn, maar wel kunnen groeien en voortplanten zoals planten.
  3. Levensvormen die niet aan een plaatsgebonden zijn, kunnen groeien en voorplanten maar geen keuze hebben tussen goed en kwaad, zoals de dieren
  4. Levensvormen die niet aan een plaatsgebonden zijn, kunnen groeien en voorplanten maar wel keuze hebben tussen goed en kwaad: mensen.

Het land en planten vallen onder categorie een en twee. In de zes jaar heeft het land en planten nooit genoten van een Sjabbatsrust. Ondertussen dat wij dieren en mensen (Sjemot/Ex. 23:12) iedere week van de Sjabbat genieten, werkt het land continu door. Door het land op het zevende jaar een heel jaar te laten rusten, haalt het als het ware alle Sjabbatot van de afgelopen zes jaar in. Een rekensom: er zijn 52 Sjabbatot in een zonnejaar. De zes jaren bevatten samen 312 Sjabbatot. Per jaar kennen wij zeven Jamiem toviem die in de zes jaar samen het aantal van 42 Jamiem toviem vormen. 42+312=354 dagen van de maankalender, wat precies het aantal Sjemitah-dagen bevatten van het zevende jaar. Hiermee maken we dus de verloren Sjabbatot en Jamiem toviem in één jaar goed. Het land raakt na zes jaar doorlopend werk uit balans. Door je aan de 354 dagen van de Sjmitah te houden, komt het land weer terug in haar evenwicht.

4. Een les in nederigheid en vertrouwen. Toch heeft dit punt meer betrekking tot onze voorouders die in Israël woonden. Toen was dit Sjmitah bindend. Toch vergeten wij gemakkelijk - in ons succes - dat G'd ons de middelen geeft om dat succes te behalen. Als wij een succesvolle oogst hebben is dat niet alleen dankzij onze briljante agrarische systemen. Sjmitah dwingt ons na te gaan of wij rotsvast geloof hebben dat G'd in alles voorziet.
Zes jaar werken wij doorlopend op het land. Volgens de Talmoed is dit voor het land niet goed en eigenlijk zou het om de twee tot rust moeten komen. Het is daarom een groot wonder dat in het zesde jaar het land zó op kracht is, dat het voor drie jaren kan leveren. Wanneer gewone agrariërs ook een vorm van een sjmitah zouden doen, zou dit een regelrecht faillissement betekenen. Voor de Joden in Israël was het een groot succes, puur om het feit dat G'd achter het succes zat. Dit versterkt ons geloof dat het land Israël aan G'd toebehoort en dat wij erg dankbaar moeten zijn!

5. Eenheid. Het is eenvoudiger met je naaste te delen wanneer je dat delen ook kan permitteren. Het is prettig om een stabiel, vast inkomen te hebben, zodat je precies weet wat je inkomsten en uitgaven zijn. Het is daarom veel moeilijker met je naaste te delen wanneer je inkomen onzeker is. In het zevende jaar mochten de agrariërs niets van het land nemen en stond dit ter beschikking voor armen en de dieren. Spontaan begon er gewassen te groeien. Hierdoor werd de eenheid binnen het volk én het vertrouwen dat G'd alles voorziet sterker. Buiten Israël gebeurt dit middels tseddaka. Hoe meer je deelt hoe meer gezegend je zult zijn. Dat gaat helemaal op wanneer wij meer geven dan wat wij eigenlijk kunnen veroorloven. De liefdadigheid versterkt ook ons geloof en onze eenheid.

6. Bevrijding. Wij zijn er van overtuigd dat de wereld tot G'd toebehoort en dat ons succes van Hem afhangt. Dit idee is bevrijding. Het staat ons toe de lasten die wij dragen aan Hem vrij te geven. We blijven wel hard werken, maar wij krijgen telkens weer van Hem een rustpunt wat een zielsgenot voor ons is. Wij blijven wel hard werken, maar kunnen 's nachts gerust slapen, omdat wij weten dat alles wat in ons leven gebeurt om de goede reden gebeurt. We leren om de hand van Hasjem in alles te zien, wat gelijk Zijn Aanwezigheid - zij het verborgen - bewijst. Dit is volgens RaMBaN (op Wajjikra/Lev. 25:2) de uiteindelijke reden waarom Sjmitah is ingesteld. De Talmoed leert ons dat in de Bejt hamiqdasj de Levieten iedere dag het lof over Hasjem bezongen. Voor Sjabbat, de zevende dag, zongen zij over de dag van eeuwige rust, het Messiaanse tijdperk: jamiem hamasjiach. De Talmoed onderwijst ons dat onze wereld zes millennia zal voortduren. Eerste twee werden gewijd aan verwezenlijking. Tweede twee werden gewijd aan Tora. Laatste twee zijn inderdaad toegewijd aan Masjiach (Avodah Zara 9a). De Talmoed leert ons dat in het zevende millennium de wereld zoals nu zal op houden met bestaan. In plaats van een wereld vol ellende zal het een wereld van vrijheid en toewijding aan Hasjem zijn (Rosj hasjana 31a).

Hoe vervullen de Joden in Israël tegenwoordig de Sjemitah? In huidig Israël geldt het alleen voor het land dat in bezit is van de Joden. Hierdoor werd de halacha dikwijls zo danig begrepen dat Joden die werkten op land van niet-Joden niet onder de Sjmitahregels zouden vallen. De Charedi Poskiem (autoriteiten van de Joodse Wet) zijn het daar niet mee eens. Rabbijn Avraham Yeshayah Karelitz (1878-1953), de Chazon Isj, schreef een advies dat zelfs de opbrengst dat op land van niet-Joden aan de Sjmitah onderworpen is, heilig is.
Het is tegenwoordig gebruikelijk om alle gebieden in Israël aan loyale niet-Joden te verkopen voor een symbolische prijs van een sjekel (ongeveer een 0.25 eurocent). Hierdoor konden de Joden toch profiteren van de opbrengst. Na de Sjmitah wordt het land voor dezelfde prijs weer teruggekocht. Hierdoor kunnen de gebieden toch worden bewerkt. Deze procedure werd goed gekeurd door het Israëlische opperrabbinaat. Echter zijn er charedi's die geen gebruik maken van de deze procedure. Zij laten hun land een jaar braak liggen en leven van giften van de gemeenschap.

In 2000 trok - door protest van de charedi's - de Sefardische opperrabbijn van Israël de goedkeuring van de eerder genoemde procedure terug. De Badatz, een Charedische organisatie, paste vervolgens een enigszins striktere versie van de voorgaande rabbinale versoepeling toe. Onder deze benadering - dat het land aan een niet-Jood wordt verkocht en Joden die toch van dat land willen eten - ondertekenen Joden een document waarin een niet-Jood als verkoper van de producten wordt aangesteld. Hij is als het ware een agent die de opbrengsten opkoopt en doorverkoopt. Hierdoor is deze agent niet in handel met andere Joden, maar een tussenpersoon die de opbrengst direct van de niet-Jood koopt.
Volgens de Badatz valt Arabah Vallei (gedeelte tussen de grens van Jordanië en Israël, in de oudheid het land van Edom) niet in het traditionele gedeelte van Israël en is vrij van Sjmitah.

De Sjemitah, het zevende jaar, is dus als een Sjabbat, de zevende dag en vertegenwoordigt jamiem hamasjiach. Ons geloof in Hasjem wordt hiermee versterkt zoals de Masjiach in jamiem hamasjiach zal doen. Tijdens de Sjmitah wordt onze eenheid met elkaar versterkt, zoals de Masjiach de periode van vrede zal inluiden. Het zesde jaar is een jaar van overvloed, zoals de Masjiach de periode van welvaart zal inluiden. De Messiaanse tijdperk staat bekent om zijn vrijheid en Sjemitah is het jaar van gelijkwaardigheid. Slaven worden bevrijd en alle schulden worden kwijt gescholden.

Voor de regels zoals verbod op het eten van Israëlische landbouwproducten ed is het beste je te wenden tot je rabbijn.

Mogen wij de vrijheid van de Messiaanse leeftijd spoedig verdienen.

Bron: Chabad punt org

©Jodendom-online 2007

Copyright © 2007 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2020 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.