2 Ijar 5781 | 13 april 2021
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     Israël     Media     Publicisten     
Verbod op afgoderij
Publicatiedatum: woensdag 06 februari 2008 Auteur: Redactie | 3.057 keer gelezen
Halacha, Redactie, Torat hasod we'avodah zara [occultisme en afgoderij], Aseret Hadibrot [Tien Geboden] »

Afgoderij is een te kort aan moraal, ethiek en eerlijkheid dat iemands gehele aard treft.

R'Hirsch

In Parasja Bereesjiet lezen wij in 4 vers 26: En ook Sheth werd een zoon geboren; hij noemde hem Enosj - mensenkind - ...'az hoechal liqro' besjem Adonaj ...Toen begon men met het aanroepen in de naam van de Eeuwige.

De Tora leert ons dat de generatie van Enosj begonnen is met afgoderij, welke was de verderfelijkste invloed voor de mensheid is geworden. Deze generatie - legt Rasji uit - creëerde absurde situaties door G'ddelijke kwaliteiten aan mensen en levenloze voorwerpen in de Naam van Hasjem toe te schrijven. RaMBaM leert ons in Hilchot Avodas Kochaviem 1:1-2 uit dat er een groot misverstand om het ontstaan van avodah zara is ontstaan. In het begin dachten de mensen dat zij Hasjem júist aanbaden door de Hemelse wezen als Zijn afgezanten op aarde te eren, zoals het gepast is dat je de ministers van de een koning eert. Deze gedachte raakte steeds meer ontaard. Men begon te geloven dat deze machten en wezens onafhankelijke entiteiten waren. Hierdoor vergaten zij Hasjem Zelf en men nam vervolgens aan dat alle machten - in wat voorstelling men ook koos - toegekend konden worden om deze te vereren.

In het begin werden eerst de engelen, wat hemelse geestelijke wezens zijn, aanbeden. Deze cult werd uitgebreid zodat ook de zon, maan en de sterren werden aanbeden. Zelfs mensen met bijzondere gaven, zoals par'oh en Neboechadnessar, werden als goden gezien. De afgodendienaars dachten dat door hun eredienst de macht van het wezen of de koning zou toenemen. Zij zouden naast hun aanzienlijke macht, hun gids tot hun lot zijn. Uiteindelijk ontaarde het beginsel zodanig dat men ook de kwaadaardige, semigeestelijke sjediem - demonen - aanbaden.

Lo'-jihjeh lecha ‘elokiem ‘acheriem ‘al-panaj... laat er geen andere goden voor je zijn in Mijn Aanwezigheid... Sjmot/Ex. 20:4. Dit verbod bestaat uit vier onderdelen:

  1. Het is verboden te geloven in afgoden
  2. Het is verboden afgoden te maken of afgoden te bezitten
  3. Het is verboden afgoden te aanbidden. Het aanbidden is ook weer onderverdeeld in vier vormen van eredienst:

    1. Lichamelijke en geestelijke uitputting
    2. Slachting van dieren
    3. offers en
    4. plengoffers van wijn of andere vloeistoffen op een altaar
  4. Het is verboden een afgod te aanbidden in de betekenis dat het uniek is, ook al wordt de methode niet voor andere afgoden gebruikt. Een voorbeeld is dat de afgod Pe'or werd aanbeden door in het openbaar de grote boodschap te doen die je normaliter op het toilet zou doen en Merkoelis (Mercurius) werd aanbeden door stenen naar het beeld te gooien. Indien deze merkwaardige handelingen voor andere afgoden gebruikt zou worden, zou het een uidrukking van verachting zijn en dan is het toegestaan. Maar wanneer het voorgeschreven handelingen van zo'n eredienst is, is het verboden.

‘elokiem ‘acheriem ... andere goden... Hasjem is de Enige G'd, dus waarom wordt hier gesproken van ándere goden? Rasji leert ons dat ‘elokiem ‘acheriem... goden van anderen betekent. Het is niet juist te zeggen dat er vreemde goden buiten Mij staat, want dat is tegenover de Allerhoogste regelrechte smaad! In Sjemot/Ex. 22:19 spreekt men van zo'veach la'elohiem... degene die offerande aan goden [volgens Rasji afgoden] brengt.. RaMBaN leert dat elohiem in dit vers gerefereerd worden aan engelen. Wij leerden dat deze cult - ooit ontstaan uit ontzag voor Hasjem - krachten en gecombineerde krachten - zelfs engelen van Hasjem - worden aanbeden. Sforno voegt er aan toe dat het aanbidden van Hasjem gecombineerd met het aanbidden van engelen. Jacharam... zullen vernietigd worden (Sjmot 22:19). Jacharam komt van cherem. Dat is een ongewone term voor de doodstraf waar het bestaansrecht van de betrokkene wordt ontnomen.

We mogen ondertussen geen voordeel uit afgoderij halen. Denk aan bijvoorbeeld hulpmiddelen zoals vaatwerk voor de eredienst of versieringen zoals kaarsen. Toegestane voorwerpen of versieringen die in aanraking komen met bijvoorbeeld deze hulpmiddelen (of andere voorwerpen die in de erediensten worden gebruikt), maakt het toegestane voorwerp ongeoorloofd. Het is zelfs verboden om naar een afgod en de bij behorende versiering te kijken, want in Wajjikra/Lev. 19:4 staat immers geschreven dat wij ons niet tot afgoden mogen wenden. We moeten letterlijk een gepaste afstand bewaren tussen onszelf en de afgoden, hun voorwerpen en hun tempels.

Bomen die voor een afgod als decoratie dienen is wederom voor ons niet toegestaan (Jermijahoe 10:1-5).

‘Al-panaj...in Mjin aanwezigheid...betekent volgens Rasji: de gehele tijd dat Ik besta... aangezien Hasjem eeuwig is en boven alle tijd en eeuwigheid staat, geeft dit aan dat dit verbod voor altijd zal gelden, zodat men niet kan zeggen dat het dit verbod alleen voor de generatie in de woestijn geldt. Ibn Ezra en Sforno leren ook dat het tarten van een menselijke koning de ergste vorm van verraad is. Laat staan voor Hasjem! Afgoderij is daarom ook een onvergefelijke vorm van verraad naar Hasjem!

Hasjem verbiedt niet alleen de aanbidding van een afgod, maar verbiedt ook de afgod zelf. Pesel ... temoenah... gesneden beelden... gelijkenis... R'Hirsch leert dat een gesneden beeld een driedimensionale accurate afbeelding van een ding of een persoon is en een gelijkenis is een symbolisch beeld dat gesneden kan zijn, maar ook getekend of op wat voor manier dan ook gemaakt is. Je mag dit zelfs niet voor een niet-Jood maken of een niet-Jood de opdracht geven dit te maken. Dit is in het verlengde dat je een niet-Jood niet voor jou op Sjabbat mag laten klussen.

Wanneer de beelden niet in reliëf gemaakt zijn, dan mag men deze afbeeldingen wel in huis hebben. Dus een zegelring met een afbeelding van een mens mag niet. In feite  mag je niet naar een afbeelding van een mens kijken, omdat het dan een pesel, een afgod, is. Hiermee zal het verbod ‘al-tifnoe, ‘el-ha'elieliem... wendt jullie niet tot afgoden... Wajjikra/Lev. 19:4 overtreden worden. Omdat mensen aan geld gewend zijn, is het toegestaan naar een afbeelding van een munt te kijken, alleen wanneer je vroom bent, ga je daar zorgvuldig mee om.
Het is verboden een afbeelding van een mens te maken, zelfs een afbeelding het gezicht an sich is verboden, denken aan een volledige afbeelding van een gezicht waar de twee ogen en de neus volledig te zien zijn. Je mag het niet in je bezit hebben, tenzij dat een volledige afbeelding van dat gezicht een beetje beschadigd is. Een afbeelding van een profiel is toegestaan.
Hasjem legt uit dat Hij qana' ... jaloers is. De Tora gebruikt deze uitdrukking alleen wanneer er sprake van afgoderij is en wanneer een echtgenoot zijn vrouw van overspel verdenk (Bamidbar/Num. 5:14). Deze term wordt gebruikt wanneer er sprake van misbruik van vertrouwen is en wanneer iemand weigert iets op te geven wat rechtmatig van hem is. In de context van afgoderij moeten wij weten en erkennen dat Hasjem Alleen het Recht heeft om door mensen aanbeden te worden en accepteert zulk soort uitdrukkingen van mensen naar andere schepsel niet. Mechilta leert dat Hasjem zei: "Betreft afgoderij ben Ik ijverig in het uitvoeren van straffen, maar in andere zaken ben Ik welgevallen en genadig. In het zinsverband van de jaloerse echtgenoot die beweert dat zijn vrouw hem met een andere man samenleeft, weigert hij de trouw op te geven waar hij recht op heeft!

Naast je aan de verboden van afgoderij of ieder vorm van Torat ...  kent het Jodendom verschillende minhagiem. Zo is het gebruikelijk wanneer je langs een gebouw komt dat gebruikt wordt voor afgodendienst, dan zeg je ‘Bejt ĝ'iem, jisach Hasjem... Hasjem zal de huizen van de hooghartigen vernietigen (Misjlee/Spr. 15:25) en wanneer je langs een gebouw komt dat voor afgodendienst gebruikt werd, maar nu in puin ligt, dan zeg je: ‘el-neqamit Hasjem, ‘el-neqamit Hasjem, hofie'a... Hasjem is een G'd der vergelding, O G'd der vergelding, verschijn! Tehilliem/Ps. 94:1. Het is ook de gewoonte dat je goed uitkijkt waar je bukt. Wanneer je met je gezicht voor een beeld staat en bukt om bijvoorbeeld iets op te pakken, dan lijkt het als of je er voor buigt. Het is ook niet toegestaan als je daar alleen staat en geen menselijke ooggetuigen aanwezig is. Een alternatief voor - wat voor reden ook - het bukken naar het beeld toe, is met je rug naar dat beeld te staan en dan bukken of dergelijke.
Ook mag geen geld uitlenen aan een niet-Jood die dat geld ter bevordering van afgoderij gebruikt (denk bijvoorbeeld ten goede van het gebouw of voor versiering zoals bijvoorbeeld kaarsen). Daarnaast is het niet geoorloofd op plaatsen te handelen waar niet-Joden zeggen dat daar hun zonden worden vergeven. In dat verlengde moeten wij aannemen dat Bijbelboeken niet gekopieerd mogen worden waar veranderingen erin verwerkt zijn om het heidens geloof te versterken. Vandaar dat het niet toegestaan is namen van afgoden te noemen voor een bepaald doel, hoe onbelangrijk de opmerking ook lijkt. De Sjoelchan Aroech geeft het voorbeeld dat je dus niet mag zeggen: "Wacht op mij bij het afgodsbeeld van..." . Dit verbod komt uit Sjemot 23:13 waar geschreven staat: Noem de naam van vreemde goden niet... wesjem ‘elohiem ‘acheriem lo' tazkieroe... ... lo' jisjma' al-piecha...laat het niet door jouw mond gehoord worden... Zoals Sforno leert dat je moet oppassen dat jij door jouw woorden de veroorzaker bent die een verboden naam uitspreekt waardoor het gehoord wordt. Dit is uitzonderlijk, omdat wij met de rest van de verboden vanuit onze daden moeten laten. Maar afgoderij is zo'n vreselijke overtreding, dat deze je zelfs beperkt in het spreken of het uitlokken van het uitspreken van zo'n naam. Dit verklaart waarom wij de naam van de christelijke messias niet mogen noemen, omdat hij tot in heden van vandaag als afgod aanbeden wordt. Afgoden die niet meer aanbeden worden, mogen wij noemen.

Consequenties van afgoderij
De gevolgen van afgoderij is dus niet mals. Hasjem geeft aan dat Hij ijverig de straffen zal uitvoeren over de Joden die overspel plegen middels avodah zara. In Sjmot/Ex. 20:5 lijkt er sprake van ‘Aoz ‘avot ‘al-baniem... de zonde van de vaderen op de kinderen... De Tora leert ons dat kinderen niet verantwoordelijk gesteld kunnen worden voor de daden van de ouders. Dit lijkt een contradictie.

De geleerden leren ons dat deze vloek alleen betrekking heeft op kinderen die de zonden van hun ouders zichzelf eigen maken. Sanhedrin 27b stelt dat in zulke gevallen de kinderen deze zonden van hun ouders adopteren als zonden van henzelf. Geschiedenis leert dat zonden die over de generaties herhaald worden, gecultiveerd of een onafhankelijke levensstijl worden en dus een maatschappelijk aanvaardbaar fenomeen wordt. Deze zonden werden vervolgens beschouwd als een stel nieuwe normen en waarden. Wanneer de kinderen bewust voor deze normen en waarden kiezen en de wegen van hun ouders continueren door hun gedrag over te nemen, dan heeft die veel meer kracht dan de daden van een enkele dwalende generatie. De zonden van de kinderen die de wegen van hun ouders adopteren als van henzelf, zijn giftiger dan wanneer het zonden zijn die in hun generatie op zichzelf zouden staan. Hasjem noemt zulke mensen "Mijn vijanden".
De Talmoed spreekt van een kind dat is gekidnapt en opgegroeid door gojiem. Dit kind treft geen blaam en is niet verantwoordelijk voor de daden die hij nooit als zonden heeft geleerd. Een Jood dat op een geassimileerde wijze opgroeit, valt ook niet onder Sjmot 20:5! In zulke gevallen gaat de straf voor de zonden van de ouders niet tot voorbij vierde generatie. Ondertussen toont Hasjem Zijn vriendelijkheid voor duizenden generaties... we'oseh chesed la'alafiem... Dat zijn minimaal tweeduizend generatie in toekomst. Tosefta, Sotah 3:4 leert dat de beloning van goede daden vijfhonderd maal groter is dan de stafmaat voor de zonden.

Aanbidt Hsjem, en Hij zal jou in alle zegeningen voorzien!

RaMBaN (op Sjmot 23:25)

Bron:
Sjoelchan Aroech
Artscroll Choemasj
Dikke van Dale

©Jodendom-online 2008

Pagina index:
Copyright © 2008 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2021 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.