20 Adar 5781 | 04 maart 2021
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     IsraĆ«l     Media     Publicisten     
Objectieve waarden van de Wet en rechten van de mens
Publicatiedatum: donderdag 11 januari 2007 Auteur: Rabbijn J. Friedrich, Antwerpen | 4.503 keer gelezen
Rabbijn Friedrich, Reguliere wetgeving »

De Pharao van Egypte maakte zich bezorgd over het feit dat de joden zich ontwikkelden en in hoge mate toenamen in aantal. (Exodus 1: 9-10). Hij zei tegen de leiders van zijn volk: „ziet, het volk der kinderen Israëls is ons te talrijk en te machtig. Laten wij op een bedachtzame en slimme manier een oplossing zoeken om te verhinderen dat ze zich vermeerderen. Want het zou kunnen dat in tijd van oorlog zij zich zullen voegen bij onze vijanden, ons bestrijden, en optrekken uit het land".

De Pharao vreesde in feite indien de joden nog meer in aantal groeiden dat de kans bestond dat ze bij de eerste beste gelegenheid het land gewoon zelf in bezit namen en de Egyptenaren zouden verdrijven.
Vanaf dat moment dat ze dachten aan het beschermen van hun eigen belangen, waren ze meteen hun dankbaarheid vergeten die zij de kinderen Israël verschuldigd waren. Jozef had het Egyptische volk gered van de collectieve ondergang door de hongerdood. Zij waren op dat moment hun rechtvaardigheidswetten, alsook al hun morele en ethische waarden vergeten.
In de tweede wereldoorlog hebben wij het wreedste en gevaarlijkste vervolging- en verdelgingssysteem meegemaakt. Duitsland had een enorme behoefte aan deviezen. Hun oorlogsmachine kostte hen erg veel geld. Duitsland bezat de meest volmaakte industriële infrastructuur, maar is heel arm aan grondstoffen. Ze moesten alles kopen en betalen met goud of gangbare deviezen. Toen het belang op een dergelijke acute manier ging spelen werden alle menselijke, morele en ethische waarden met de voeten getreden. Het rabiate antisemitisme in Duitsland gaf hen mede oplossing voor hun financiële problemen. De joden verdelgen met de bedoeling om de hand te leggen op het kapitaal van zes miljoen mensen. Zonder enige twijfel heeft deze financiële behoefte een doorslaggevende rol gespeeld bij hun beslissing voor hetgeen zij noemden „Die Endlösung". Het is in deze omstandigheden dat het Deutsche Reich een volmaakt vernietigingssysteem ontwikkeld en georganiseerd heeft. De joden werden uit heel Europa opgehaald en in veewagons gedeporteerd naar de vernietigingskampen in Duitsland en vooral in Polen. Het is uitzonderlijk en uniek in de geschiedenis dat mensen massaal behandeld en radicaal verdelgd werden precies zoals ongedierte en parasieten. Het Duitse volk heeft blijk gegeven van een ongekende wreedheid zonder weerga. Het allerergste is dat al deze misdaden georganiseerd en gelegaliseerd werden door en op bevel van de staat. Het is het Duitse leger, de SS en de politie die deze opdracht op de meest „legale" manier ten uitvoer brachten. In het toenmalige Duitsland functioneerde er een leger van advocaten en juristen. In iedere Duitse stad prijkten en functioneerde er prachtige gerechtsgebouwen. Terwijl men in dezelfde tijd hun onschuldige slachtoffers mocht beroven. Ze hebben de hand gelegd op hun eigendommen, hun geld, hun meubelen, kleren, hun gouden gebitten en zelfs hun haren. Dit was „wettelijk en legaal" in het kader van de strikte Duitse Justitie. Dit alles is gebeurd in de twintigste eeuw door een volk dat bekend stond als één van de meest beschaafde volkeren in het hart van de West-Europese beschaving.

Wij kennen nog een recenter voorbeeld: de 6e juni 1967, het Israëlische leger is toen overgegaan tot de aanval op het Egyptische leger. Dit werd de ontketening van de Zesdaagse Oorlog. Generaal De Gaulle, toen president van de Franse Republiek, beschuldigde heel scherp het Israëlische leger. Israël was volgens hem de aanvaller. Hij baseerde deze beschuldiging op het feit dat het Israëlische leger het eerst het vuur geopend heeft. Men heeft hem daarop een boek onder ogen gebracht dat hij zelf geschreven heeft en waarin hij een hoofdstuk wijdt aan de regels die van toepassing zijn voor het leger in tijd van oorlog. Daar schrijft hij onder andere: „als een vijandig leger op een bedreigende manier geconcentreerd staat voor jouw grens is dit een flagrante oorlogshandeling. Men mag overgaan tot de aanval en hen zonder meer beschieten zonder enige voorafgaande waarschuwing". Het was bekend en iedereen wist dat het leger van Nasser daar al zeker zes maanden op de meest gevaarlijke en bedreigende manier paraat stond. Overigens hield de heer Nasser regelmatig, voor de radio en de televisie, giftige en provocerende toespraken waarin hij openlijk zijn bedoelingen met de joodse bevolking in Israël te kennen gaf en dit zonder enige poging om zijn gevoelens te verbergen: „Wij zullen ze allemaal de zee in drijven!"

Hoe dan ook Charles de Gaulle kon daar natuurlijk geen antwoord op geven. Hij was wel moedig en toch nog eerlijk genoeg om te verklaren: „als het belang van een natie op het spel staat dan kan men zelfs geen rekening houden met de meest elementaire regels van de moraal en de ethiek".
Het belang, of beter gezegd, de belangen, waarover hij het had was en is nog steeds voor niemand een geheim. Het ging niet alleen om de Arabische olie ook om de belangrijkste afzet van Franse producten naar Arabische landen. De vele duizenden jaren internationale historische ervaring op het gebied van de politiek en de wetgeving van onverschillig welk volk dan ook, en zelfs van de meest democratische volkeren, was en is nog steeds gebaseerd op het uiteindelijk doorslaggevende principe van het financiële en materiële belang. Het lijdt geen twijfel dat de hele wereldpolitiek tegenover Israël zou veranderen van de ene dag op de andere als de Arabische landen enerzijds niet in het bezit zouden zijn van de oliebronnen en anderzijds wel degelijk in het bezit zouden zijn van een goed ontwikkelde industrie en derhalve niet afhankelijk van import. Niemand zou zich iets aantrekken van wat daar in het Midden-Oosten gebeurt. Hetgeen alle partijen en alle politieke regimes gemeen hebben, is altijd hetzelfde principe: de zorg voor hun „belang". Hetgeen ze scheidt en waarin ze verschillen berust enkel en alleen op het verschil van hun belangensfeer. Zelfs de morele en ethische waarden worden bepaald en uiteindelijk praktisch toegepast volgens de criteria van materiële, fysieke en zelfs zuiver zinnelijke belangen.

Dit verklaart ook erg duidelijk dat er helemaal geen tegenstrijdigheid bestaat tussen de misdaden waaraan het Duitse volk zich vergrepen heeft tegenover het joodse volk alsook tegen de hele mensheid en, in diezelfde tijd, het normale functioneren van de rechtsspraak. Precies zoals binnen een groep misdadigers waar de meest elementaire regels van het burgerlijk wetboek erg streng en stipt toegepast worden. De misdaden die ze uitvoeren enerzijds, en de wederzijdse onderlinge plichten die ze respecteren anderzijds, komen uit dezelfde bron: „hun gemeenschappelijk en collectief belang". De enige absolute garantie voor de rechten van de mens en van alle volkeren is te vinden in de G-ddelijke regels die de Thora opgedragen heeft aan alle volkeren op deze aarde. De Thora is universeel en is gericht tot alle mensen en waarbij haar meest essentiële en meest belangrijke doel is de Shalom, de verstandhouding onder alle volkeren, al hun belangen en neigingen overkoepeld.

Bron en met toestemming:

Joods leven

«      1   |   2   
Copyright © 2007 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2021 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.