18 Sjewat 5779 | 24 januari 2019
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     IsraĆ«l     Media     Publicisten     
Medinat Jisra'eel: een staat voor Joden of een Joodse staat?
Publicatiedatum: vrijdag 03 juni 2011 Auteur: Dajaan mr. drs. R. Evers | 886 keer gelezen
Opperrabbijn R. Evers, Neturei Karta, Maatschappij, Zionisme, Charediem »

Er woedt al vele jaren een Kulturkampf tussen de verschillende bewoners van het Heilige Land. Ik heb het deze keer niet over de voortdurende strijd tussen Gaza en de Joodse staat maar over de cultuurclash die al lange tijd bestaat tussen mensen met verschillende opvattingen over godsdienst in een staat waar de vrijheid van meningsuiting hoogtij viert. Seculieren willen een scheiding van godsdienst en staat en willen dat dit in een grondwet wordt vastgelegd. Zij willen geen religieuze censuur of godsdienstige dwang. Tien jaar geleden, bij de viering van het vijftig-jarig bestaan van de Staat Israël verschenen er advertenties in de landelijke pers met de tekst: “Ja tegen verschillende meningen, nee tegen een burgeroorlog”.

Deze inhoudelijke vraag naar de definitie van het Joodse karakter van de Israëlische staat blijft meestal op de achtergrond, omdat het conflict met de Arabische buurlanden dagelijks de voorpagina’s vult. Toch vinden meer dan 80% van de Israëli’s dat de onderlinge problemen in Israël het grootste obstakel voor de toekomst vormen. Er zijn veel verwijten over en weer. Orthodoxen vinden de seculieren vaak `goddeloos en selbsthasserig’, terwijl de seculieren de orthodoxie beschouwen als parasieten, machtswellustelingen of mensen die niets produceren. Leuzen als ‘stop de charediem, zij verdelen het Joodse volk’, ‘vrij zijn in eigen land’, of: `geld voor de universiteit, maar niet voor de jesjivot’, worden nog regelmatig gehoord.

Seculieren beschuldigen de ultraorthodoxe families ervan dat 51% van hun gemiddelde inkomen uit de staatskas wordt gefinancierd. De ultraorthodoxen vinden dit weer het zoveelste bewijs van anti-joodse opruiing van de seculiere krantenredacties, die `niets anders dan leugens verkondigen’. Orthodoxe joden zien hun levensideaal in het bestuderen van Thora, Talmoed en Halacha. Dit is het bestaansrecht van het Joodse volk. De orthodoxie draagt de last van het hele volk, ook van de seculieren. De profane joden maken zich bezorgd over wat er met hun belastinggelden gebeurt. Verder raken ze geïrriteerd door de steeds grotere invloed van de charediem. Maar de seculieren vinden dat de ultraorthodoxen ook het leger in moeten. Waarom neemt een gedeelte van de ultraorthodoxie niet deel aan het arbeidsproces?

Sinds de oprichting van de staat Israël in 1948 hebben verschillende religieuze groeperingen gestreden over de vraag of de seculiere staat legitiem is voor de joodse wet, de halacha. Aanhangers van de Netoeree Karta beweging erkennen de Joodse staat niet. Hoewel vele leden van deze groepering wel in Israël wonen, met name in Mea Sje’ariem, is voor hen een regering, die de halacha niet strikt naleeft, onacceptabel. Hoewel de Agoeda zeker ook naar een orthodox-joodse staat streeft, hebben vertegenwoordigers van dit wereldwijde verbond van strikt-orthodoxe joden zitting genomen in de regering van de staat Israël. In Mizrachi-kringen wordt gestreefd naar een synthese van politiek en religieus zionisme. De Mizrachi staat niet per definitie negatief tegenover een regering, waarin ook vertegenwoordigers uit niet-orthodoxe huize zitting hebben.

Tussen de laatste twee groeperingen wordt eigenlijk al sinds de oprichting van de jonge Joodse staat heftig gedebatteerd over de halachische status van medinat Jisra’eel; een staat voor Joden of een joodse staat? Concreet krijgt deze discussie gestalte in vragen, die zo op het eerste gezicht van weinig belang lijken. Is Jom ha’atsma’oet een religieuze feestdag? Moeten wij op die dag het dankgebed Halleel in sjoel uitspreken of niet? Halleel is het traditionele dankgebed uit de joodse liturgie. Het bestaat uit de Psalmen 113 t/m 118. Voor en na Halleel worden op de Jamiem Toviem (feestdagen) berachot – zegenspreuken – gereciteerd, die het gewijde karakter van dit dankgebed benadrukken. De vraag van Halleel lijkt onbeduidend maar is dit niet. Het uitspreken van Halleel op Jom ha’atsma’oet geeft aan waar men staat in het religieus zionisme. Voorstanders van Halleel op Jom ha’atsma’oet zien in de Staat het begin van de vervulling van de Messiaanse belofte en beschouwen de terugkeer naar Zion als een begin van “kiboets galoejot”, de inzameling van de ballingen, het einde van 2000 jaar goles. Tegenstanders – en dit zijn meestal Agoedisten – stellen zich iets gereserveerder op: een seculiere staat kan in hun ogen moeilijk het begin van het Messiaanse tijdperk heten.

Rabbijn Mosje Neria, oprichter van verschillende mizrachistische jesjievot en religieuszionist in hart en nieren bespreekt de verschillende argument pro en contra Halleel op Jom ha’atsma’oet in een artikel, dat in Israël veel stof heeft doen opwaaien. De centrale vraag hierbij luidt of Jom ha’atsma’oet erkend moet worden als een officiële feestdag in de joodse kalender. In 1948 vond een militaire overwinning plaats. Kan deze overwinning beschouwd worden als een duidelijk wonder, zodat Jom ha’atsma’oet een officiële religieuze feestdag genoemd kan worden?

1   |   2      »      
Copyright © 2011 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2019 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.