19 Kislew 5781 | 04 December 2020
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     IsraĆ«l     Media     Publicisten     
Mosje en Aharon: bescheidenheid en leiderschap
Publicatiedatum: Sunday 19 June 2011 Auteur: Dayan mr. Drs. R. Evers | 1.517 keer gelezen
Parasja, Opperrabbijn R. Evers »

Mosje en Aharon staan centraal in de Tora als leiders. Laten we beginnen met Mosje. In Bemidbar/Numeri 12:3 staat: “De man Mozes was erg nederig, meer dan alle mensen, die op de oppervlakte van de aarde leefden”. Het winnen van “de prijs voor de nederigste mens op aarde” en aangesteld worden als leider over een volk zijn twee eerbewijzen, die normaliter niet hand in hand gaan. Toch krijgt Mosjé beide titels in de sidra van deze week.

Trots?
Men zou verwachten dat Mosjé een beetje trots zou worden vanwege het enorme eerbetoon en zijn heel bijzondere positie in de joodse geschiedenis. Maar dit gebeurt allemaal niet. In de Tora wordt verteld dat Mosjé niet alleen nederig was, maar dat hij de nederigste man op aarde was. Het woord anaw (nederig) komt maar één keer in de Tora voor. Dit duidt er op dat Mosjé uniek in zijn bescheidenheid was. Misschien had G´d het niet nodig gevonden om Mosjé’s kwaliteiten te benadrukken als Mirjam en Aharon hun broer niet enigszins minachtend hadden besproken. Toen de positie van Mosjé als leider en nawie (profeet) ter discussie werd gesteld, werden Mosjé’s voortreffelijke eigenschappen voor het voetlicht gehaald: Mosjé is de grootste van alle profeten - de enige die met G’d van aangezicht tot aangezicht spreekt. Bij Mirjam en Aharon is dit anders, zij konden G’d alleen in visioenen en dromen waarnemen. Mosjé is bovendien ook nog de nederigste mens op aarde.
De diepgang van zijn nederigheid zien we in de reactie van Mosjé op de kritiek van zijn oudere broer en zuster. De tachtigjarige leider van de Exodus verdedigt zich niet door al zijn verdiensten en successen op te sommen. Mosje aanvaardt de beledigingen in stilte en buigt zijn hoofd geduldig. G’d moet ingrijpen om Mosjé te verdedigen als ongeëvenaarde profeet.

Meer dan een gebogen hoofd
Hoe is het mogelijk dat iemand die constant in de buurt van het Opperwezen verkeert, werkelijk nederig en bescheiden blijft?
Mosjé was er ongetwijfeld van doordrongen dat hij het verder gebracht had dan zijn medemensen. Kennelijk betekent nederigheid veel meer dan alleen maar een gebogen hoofd. Hilleel, de grote geleerde die bekend stond om zijn buitengewone geduld en zachte medemenselijkheid, placht uit te roepen: “als ik hier ben, is iedereen hier”. Verder is het bekend uit de Talmoed dat Rabbi Dosa verklaarde, dat als er twee grote mensen op de wereld zouden bestaan, hij er één van was en de ander zijn zoon. Uit dit citaat blijkt, dat trots niet alleen mag maar zelfs prijzenswaardig zou zijn.
Dat is niet zo. De profeet Jeremia zegt heel duidelijk dat de Wijzen zich niet moeten beroemen op hun wijsheid, de machtigen zich niet moeten wentelen in hun kracht en de rijken zich niet moeten laten voorstaan op hun rijkdom: “Maar zij die zich ergens op willen beroemen, laten zij zich beroemen op het feit dat zij Mij kennen en nabij zijn, dat ik G´d ben” (Jeremia 9:22).

De klap in de trein
Er gaat een verhaal hoe de Chafeets Chaim (Rabbi Jisraëel Kagan, de Chafeets Chaim, die bekend werd door zijn boek tegen lesjon hara, roddelen) eens met een medereiziger in de trein uit Radin zat. Toen zijn medepassagier ontdekte, dat de kleine man die tegen over hem zat uit dezelfde stad als de Chafeets Chaim kwam, begon hij de legendarische verdiensten van de grote heilige op te sommen. De Chafeets Chaim, die incognito was, probeerde het enthousiasme van zijn medereiziger een beetje te temperen en vertelde dat de verhalen over de Chafeets Chaim wat overdreven waren. Zijn medepassagier werd zo kwaad dat hij de nederige wijze sloeg. Toen ze aankwamen op de plaats van bestemming, werd de identiteit van de kleine geleerde met zijn arbeiderspet duidelijk. De man, die hem in de trein zojuist een klap had verkocht, schaamde zich vreselijk. Maar de Chafeets Chaim benadrukte dat de man gelijk had; hij had zijn slachtoffer een belangrijk principe geleerd, dat het verboden is om negatief over jezelf te spreken!

Nederigheid door G’ds nabijheid
Je eigenwaarde kennen is geen uiting van trots. In de Tora staat de vers: ”Mijn dienaar Mosjé is vertrouwd in heel Mijn huis. Met hem spreek ik van mond tot mond – open en niet in nevelen gehuld…” (Bemidbar 12:7,8) dicht bij het vers waarin Mosjé’s nederigheid beschreven wordt, wat een teken is dat beide eigenschappen met elkaar in verband staan.
Zou Mosje inderdaad veel tijd hebben doorgebracht met koningen, keizers, admiraals, Farao’s en eminenten, dan zou hij van zichzelf makkelijk gemeend kunnen hebben dat hij de beste diplomaat is van het volk met de Enige G’d. Zijn ego zou wellicht gelijk met zijn politieke carrière gestegen zijn. Maar dit was allemaal niet het geval. Omdat Mosjé zijn dagen in aanwezigheid van G’d doorbracht, waren zijn waarden en normen anders.
Als “kind aan huis” verkeerde hij constant in G’ds aanwezigheid en werd hij continu blootgesteld aan G’ds oneindigheid. Hierdoor wordt Mosjé steeds nederiger in plaats van steeds trotser. Meer dan wie ook begreep hij hoe klein hij was en hoe groot G’d en Zijn verwachtingen.

Geen zelfverachting
Werkelijke nederigheid is een zelfbewustzijn dat uit G’d komt. Nederigheid mag niet verward worden met twijfel aan jezelf, zelfverachting, zelfhaat, faalangst, gevoelens van ontoereikendheid en gebrek aan succes. Nederigheid is niet het struikelblok van een onderontwikkelde persoonlijkheid maar is het inzien van de eigen beperkingen en onvervulde mogelijkheden in contrast met de overweldigende aanwezigheid van het Oneindige Opperwezen, die alle mensen naar Zijn beeld heeft geschapen. Wat we leren in de parsja Beha’alotecha is dat hoe hoger men op de geestelijke ladder komt en hoe verhevener de spirituele hoogte, hoe dieper zich een besef van bescheidenheid ontwikkelt. Wanneer ijdelheid en trots opzwellen bij ieder nieuw stadium van geestelijke groei, dan moeten we realiseren dat we het pad van Mosjé en zijn ontmoetingen met G’d hebben verlaten.
Hoe kunnen we nederig worden? Door steeds meer tijd in de G’ddelijke aanwezigheid door te brengen, door meer tijd in gebed te verwijlen, dat volgens Rabbi Samson Rafaël Hirsch juist een tijd van zelfbeoordeling is, niet om onszelf te vergelijken met onze medemensen, maar een zelfvergelijking alleen in relatie met het G’ddelijke.

1   |   2      »      
Copyright © 2011 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2020 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.