22 Chesjwan 5782 | 28 oktober 2021
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     IsraĆ«l     Media     Publicisten     
Een beestachtige rabbi
Publicatiedatum: zondag 30 oktober 2011 Auteur: Nechamah Mayer-Hirsch | 2.084 keer gelezen
Nechamah Mayer-Hirsch, Met Wat Joodse Inkt »

Eenmaal terug in zijn kasteel vroeg de koning aan enkele taalgeleerden om met hem mee te gaan naar het sneeuwbericht in het bos. 'Majesteit, dat is Hebreeuws', zei een van de deskundigen. 'De boodschap is geschreven in de taal der Joden.' 'Kun je het voor me vertalen?' 'Natuurlijk, sire.'

"Beste koning, ik ben er vandoor. Vandaag ben ik op zoek gegaan naar de ring die mij in een monsterlijk gedrocht heeft veranderd. Die ring ziet er oud en lelijk uit, maar ze bezit een wonderlijke kracht. Ook staat er een spreuk aan de binnenkant geschreven. Waarschijnlijk is de ring nog steeds in het bezit van een vrouw die Chawa heet en die in het eerstvolgende dorp buiten het bos woont. Vandaag is het precies zeven jaar geleden dat zij me heeft betoverd en in een weerwolf heeft veranderd. Als ik niet binnen zeven dagen de ring in mijn poten krijg, ben ik gedoemd om de rest van mijn leven in een wolvenvel rond te dolen. Help me alsjeblieft met zoeken!"

'Die weerwolf is dus een betoverd mens, een vervloekte! Maar hij is mijn vriend geworden. Daarom zal ik hem helpen, indien nodig met gevaar voor eigen leven', zei de koning tegen zijn raadslieden. Hij stuurde zijn dienaren naar huis en liep zelf naar het dorp even buiten het bos. Daar aangekomen stopte de vorst zijn kroon en koningsmantel weg en stelde zich voor als een handelsreiziger, een koopman in oude sieraden. In de lokale herberg liet hij de ene na de andere bezitter van juwelen, dure kettingen en ringen langs komen. Hij kocht van alles, maar de oude, lelijke ring die hij zocht zat er niet bij. 'Is er niet nog een vrouw in dit dorp die bijzondere juwelen bezit?', vroeg de koning aan de waard. 'Jazeker, de rijke weduwe van rabbi Wolf', antwoordde de herbergier. 'Ga haar halen en laat ze al haar sieraden meenemen! Vandaag heb ik een kooplustige bui.'

Even later stond Chawa met een grote kist sieraden voor zijn neus. 'Ik zoek een speciale ring voor mijn vrouw', loog de koning-koopman. De ene na de andere ring ging door zijn vingers, maar nog steeds niet die ene. Toen zag hij een klein, oud doosje in haar juwelenkist, pakte het op en opende het. Dat was hem! Hij deed de deksel van het doosje snel weer dicht en sprak: 'Driehonderd dukaten bied ik u'. Met die enorme voorraad aan ringen en sieraden wist Chawa niet meer dat haar wensring juist in dat ene doosje zat en ze dacht dan ook een goede slag te slaan. 'Voor vijfhonderd mag u hem hebben.' De onderhandelaars werden het al snel eens.

Nietsvermoedend verliet Chawa de herberg en ook de koopman vertrok met zijn aankoop. Op de terugweg veranderde de koopman weer in een echte koning. Toen hij in zijn kasteel gearriveerd was, stuurde hij snel zijn paleiswachten erop uit om de weerwolf te zoeken. Niet lang daarna werd het dier in de bossen gevonden en aan de koning voorgeleid. 'Hier is de ring die je zoekt', sprak de koning en overhandigde het sieraad. De wolf zette zijn poot erop en in een oogwenk stond ineens een naakte man voor de koning. Iedere aanwezige - behalve de koning - schrok geweldig, een blote kerel in de troonzaal was nu niet bepaald een dagelijks schouwspel. 'Wees niet bang!', sprak de vorst geruststellend. 'Dit is, of liever gezegd wás, mijn goede vriend Weerwolf.'

De koning gaf de man zonder vacht een hermelijnen mantel, zodat hij zich niet langer voor zijn naaktheid hoefde te schamen. Toen iedereen wat van de schrik bekomen was, nam de onttoverde man het woord. 'Majesteit, zoals ik eens uw leven heb gespaard in het bos, zo heeft u vandaag het mijne gered. Onze vriendschap zal om die reden eeuwig blijven bestaan! Maar vergeef me als ik u nu toch ga verlaten. Dat is geen ondankbaarheid van mij, maar alleen omdat ik nog iets belangrijks heb te doen.'

Met hulp van de wensring kocht rabbi Wolf wat nieuwe kleren en reisde terug naar het dorp dat hij zeven jaar geleden als weerwolf had verlaten. Hij werd door iedereen met vreugde begroet, alsof hij uit de dood was opgestaan. Maar dat scheelde ook niet zoveel. 'Waar bent u toch al die jaren ge-weest?' Dat was de vraag op ieders lippen. 'Een lang verhaal ', sprak de rabbi. 'In elk geval was het een jachtig leven en hondsvermoeiende reis, dat willen jullie niet weten. Vanavond geef ik een groot feest in de herberg om mijn thuiskomst te vieren. Iedereen is welkom!'

Maar voor het feest stond hem nog wat anders te doen. Rabbi Wolf liep naar het huis waar hij vroeger had gewoond en keek door het vensterraam naar binnen. Daar zag hij zijn vrouw druk in de weer, ze haalde het hele huis overhoop om naar iets onvindbaars te zoeken. 'Waar heb ik die oude ring toch gelaten?', hoorde hij haar zeggen. 'Al heet ik Chawa Wolfsvrouw, eigenlijk ben ik een domme ezel!' 'Een ezel ben je en zul je altijd blijven', fluisterde rabbi Wolf en wreef tegelijkertijd over de wonderring. Ditmaal kende hij geen medelijden.

De hele buurt kwam aangesneld toen men een ezel vanuit een huiskamer luid hoorde balken. Iedereen dacht dat die ezel uit de stal was ontsnapt en naar binnen was gewandeld. Alleen rabbi Wolf wist wel beter. Niemand heeft hem ooit kunnen vertellen waar zijn vrouw Chawa gebleven was. 'Misschien is ze op reis gegaan om voorlopig niet meer terug te keren', zei een buurman tegen de rabbi. 'Tenslotte heeft u dat zelf ook al een paar keer gedaan.' 'Je hebt vast gelijk', zei rabbi Wolf. 'En als Chawa me mist, komt ze vanzelf wel een keertje opdraven'.

Rabbi Wolf pakte zijn oude leventje weer op. Hij stichtte een nieuwe leerschool, onderwees zijn dorpsgenoten in de kennis van Thora en Talmoed en was vrijgeviger dan ooit voor de allerarmsten. Het aantal studenten dat bij hem in de leer wilde, was wel twee keer zo groot als voorheen. De rabbi werkte hard, maar voor stevige sjouwklusjes - bijvoorbeeld een stapel zware boeken die naar het leerhuis gebracht moest worden - had hij een pakezel in dienst. Rabbi Wolf moest vaak denken aan een spreuk in het bijbelboek Job: "Als een leeghoofd tot inzicht gebracht kan worden, dan kan het veulen van een wilde ezel als mens geboren worden." Maar het omgekeerde kan ook.

©Nechamah Mayer-Hirsch 2011

«      1   |   2   |   3   |   4   
Copyright © 2011 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2021 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.