10 Tisjri 5781 | 27 september 2020
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     IsraĆ«l     Media     Publicisten     
Klonen
Publicatiedatum: zondag 01 januari 2012 Auteur: Dayan mr. drs. R. Evers | 1.040 keer gelezen
Opperrabbijn R. Evers, Wetenschap, Ouderschap, Het lichaam »

Eind mei 2006 zijn wetenschappers van de Amerikaanse Harvard-universiteit begonnen met een project om menselijke embryo’s te klonen. Die embryo’s moeten vervolgens stamcellen opleveren. Die `basiscellen’ moeten dan weer de basis vormen voor de bestrijding van ziekten. De regering-Bush verbiedt elke vorm van federale overheidsfinanciering van dergelijk onderzoek. Hoe was het klonen ook al weer begonnen en waarom ondervindt het zoveel weerstand? De oorsprong ligt in Noord-Engeland. Schotse wetenschappers was het gelukt om op biotechnologische wijze een schaap te klonen uit een cel van een volwassen schaap. Dit gebeurde in het Roslin Institute in Edinburgh, waar door een onderzoeksteam, onder leiding van Ian Wilmut, een volwassen uiercel van een zes jaar oude ooi met een eicel, die van haar kern was ontdaan, werd versmolten. Deze eicel werd geïmplanteerd bij weer een andere ooi en zo groeide het schaap ‘Dolly’ op als een exacte kopie van haar moeder. Er bestaat veel weerstand tegen het klonen van dieren, omdat deze ontwikkelingen ook het toepassen van de kloontechniek op de mens weer een stapje dichterbij brengen. Deze nieuwe technieken kunnen echter van groot belang zijn in het onderzoek naar ongeneeslijke ziektes.

Grensverlegging
Dit was niet de eerste keer, dat grensverleggende wetenschappelijke ontwikkelingen de gemoederen in beroering brachten. Het gaat hierbij vooral om de rol van de natuurwetenschappen in onze huidige samenleving. De mens schijnt leven te kunnen maken naar believen en gerieven. De publieke opinie vraagt om maatregelen, want men heeft zijn lesje geleerd met de modern technische ontwikkelingen. Sciencefictionachtige schrikbeelden doemen op. Men zou bijvoorbeeld in mensapen een spoortje intelligentie kunnen transplanteren, zodat zij vanuit bepaalde fokkerijen geschikt gemaakt zouden kunnen worden voor zware lichamelijke arbeid of vuile karwijtjes waarvoor de moderne mens zich te goed voelt. Deze mensapen zouden later gekloond kunnen worden tot een eindeloos groot leger werkapen die iedere vorm van lichamelijke inspanning overbodig maakt. Uiteraard zijn wettelijke waarborgen nodig om misbruik te voorkomen en de nieuwe vondsten in moreel verantwoorde banen te leiden.

Voordelen en nadelen
Met klonen is het mogelijk om cellen die geschaad zijn opnieuw te laten functioneren. Dode cellen kan men vervangen door klooncellen. Dat zou een mogelijke oplossing bieden voor ziektes als Altzheimer en Parkinson. Hier is echter geen kloon van de mens voor nodig maar slechts het kweken van weefsel. Met klonen kan men echter mensen produceren die de zelfde eigenschappen hebben, waardoor het mogelijk is dat zij organen aan elkaar doneren.
Nadelen zijn dat hierdoor eugenetische programma’s mogelijk worden. Mensen kunnen superbaby’s bestellen, die geweldig intelligent, sterk of mooi zijn. In het boek ’’ The boys of Brazil’’ worden slechte mensen gekopieerd. Door het produceren van volledig identieke mensen verliest ieder individu zijn speciale eigenschappen. De eerbied voor menselijke waardigheid zal hierdoor ernstig dalen. Te vrezen valt voor een zwarte markt met embryo’s met uitsluitend positieve kwaliteiten. Problemen zullen ontstaan bij het vaststellen van het ouderschap van de donoren van het genetisch materiaal. Dit heeft verstrekkende sociale en psychologische gevolgen. De mens dreigt meer instrument dan doel te worden. Wanneer er kinderen gecreëerd worden buiten een normaal gezinsleven, zonder liefde, op een mechanische, koele en afstandelijke manier zonder duidelijke ouders kan dit tot grote maatschappelijke problemen leiden.

Mag de mens de wereld gebruiken?
Nachmanides (13e eeuw) schrijft op de vers: ’’Vult de aarde en verovert haar’’(Genesis 1:28) dat G’d de mens het inzicht heeft gegeven om de wereld te beheersen. Ook heerst de mens over de dieren. Toch gelden hier enkele beperkingen zoals het kruisen van dieren en planten en het mengen van melk en vlees. Bovendien is deze dispensatie tot dieren, planten en dode materie beperkt. Wie zegt dat de mens het recht heeft om zichzelf te veranderen? Uit het feit dat de Tora en Talmoed (B.T.Bava Kamma 85a) speciale toestemming geven voor genezend ingrijpen blijkt dat niet alle vormen van ingrijpen in de mens toegestaan zijn. Verschillende Geleerden merken daarbij op dat de basale aannames van de geneeskunde niet altijd even duidelijk zijn. Bij toepassing van nieuwe technieken moet vaststaan dat ze deugdelijk zijn en nut afwerpen.

Doemdenkerige toekomstbeelden
De gedachte aan eugenetica – in dit geval het verbeteren van de menselijke soort door klonen van alleen supermensen – is al erg oud. Plato pleitte er al voor dat alleen mensen met bepaalde wenselijke eigenschappen kinderen zouden mogen krijgen. Rond 1900 verklaarde een vooraanstaand wetenschapper: ’’Het is nu een absolute noodzaak de nakomelingen van het menselijk ras te verbeteren omdat de doorsnee burger te middelmatig is om te kunnen voldoen aan de eisen, die een moderne samenleving elke dag aan hem stelt’’.

Astrobiologisch determinisme
Het Jodendom kent geen `astrobiologisch determinisme’. Wij gaan er niet van uit dat men door klonen gepreprogrammeerde robotten op de aarde zet. In B.T. Nida 16b wordt in symbolische terminologie het ontstaan van de geestelijke capaciteiten van de mens geschetst: de Engel die is aangesteld over de zwangerschap neemt de druppel (zygote) en plaatst het voor G’d: ’’Heer der wereld, wat zal er met deze zygote gebeuren? Zal hij sterk of zwak zijn, wijs of dom?’’.Intelligentie ligt al vast in het genetische materiaal maar de mens moet dit potentieel nog aanwenden. Vast staat, dat G’d niet van te voren besluit of iemand goed of slecht zal zijn. Iedereen heeft de vrije morele keus zo goed te worden als Mosje Rabbenoe of zo slecht als Jerowam, een verderfelijke koning (Hilchot Tesjoeva 5:2).

Weghouden van kennis
Onderzoek naar klonen werd vaak gedwarsboomd door subsidiestops omdat men nog onzeker was over de morele en ethische klant van klonen. Mag men onderzoek naar potentieel geneeskrachtige procedures of kennis stoppen of weghouden van de mensheid? Deze vraag kwam al heel vroeg in de Joodse geschiedenis aan de orde. Zeer oude bronnen vermelden het bestaan van een “boek van geneesmiddelen” in de tijd van koning Chizkia. Chizkia zou dit geneeskundige werk hebben laten opbergen omdat de mensen niet meer op G’d vertrouwden als ze ziek werden, maar op dit medische werk. Volgens Maimonides is dit echter volslagen onzin. Hij vergelijkt medicijnen met voedsel. Wanneer de mens hongerig is en brood wil eten, moeten we dan stellen dat hij, door te eten, geen vertrouwen heeft in G’d? Dit is volslagen nonsens!

Voorwaarden
Onze Wijzen hebben een aantal voorwaarden opgesteld om klonen toe te staan. Allereerst moet er geen duidelijk halachisch verbod bestaan tegen aspecten van deze procedure. Verder mag er geen onwenselijk gevolg aan de kloonprocedure kleven. Eén van die ongewenste gevolgen zou kunnen zijn dat bij klonen ook gekozen kan worden voor het geslacht van het kind. Zouden de kloontechnieken in de toekomst ertoe leiden dat ouders mogen kiezen voor het geslacht van hun kind, dan zou het aantal jongetjes onder de bevolking wellicht aanzienlijk stijgen. Een demografisch overschot van mannen zou betekenen dat vele mannen niet zouden kunnen trouwen. Dit toekomstperspectief druist in tegen de Joodse Weltanschauung. De wereld werd geschapen om bevolkt te worden. Een scheef getrokken verhouding tussen mannen en vrouwen als gevolg van toepassing van kloontechnieken zou hieraan in de weg staan.

Groeiend normbesef
Een derde voorwaarde om klonen toe te staan luidt, dat de mensheid daar voordeel bij moet hebben. Een nadeel zou zijn dat de mens ingrijpt in een heilige levenssfeer, iets waartegen Opperrabbijn I. Jakobovits van Engeland zich fel heeft uitgesproken: “Onbeperkt experimenteren in deze heilige levenssfeer kan niet worden gerechtvaardigd. Verder onderzoek moet onmiddellijk gestaakt worden totdat de morele kant van dit biologisch ingrijpen tot op de bodem is uitgezocht en verantwoorde ethische richtlijnen zijn opgesteld om misbruikt te voorkomen. Zonder waarborgen zijn de gevolgen niet te overzien. De mens is een delicaat geheel van lichaam, geest en ziel en hij mag niet verworden tot een laboratorium-produkt. Om aan zijn doel als scheppend creatuur naar het evenbeeld van G’d te beantwoorden, moet het kind verwekt worden in een liefdeshandeling, die de ouders verenigt; uit ouders die identificeerbaar zijn en zorg dragen voor de ontplooiing van hun kinderen binnen een gezin, dat warmte en geborgenheid biedt”. De angstaanjagende technische mogelijkheden moeten coûte-que-coûte worden beschermd door een groeiend normbesef.

Kilajiem
Druist klonen niet in tegen de achtergrondgedachte van kilajiem, het verboden vermengen van verschillende soorten? Het verbod om dieren en planten te kruisen, wordt onder andere geregeld in Leviticus 19:19. Volgens Nachmanides (1194-1270) ligt aan het verbod om verschillende soorten te kruisen de gedachte ten grondslag, dat men de Schepping wil veranderen. “Men geeft hiermee aan dat de Schepping onvolmaakt zou zijn. Bij kruising van planten ontstaat een wijziging in de aanleg en uiterlijke vorm, een ongewenste vorm van vermenging van verschillende levensvormen”. Toch sluiten allerlei details uit dit verbod van vermenging van verschillende soorten niet aan bij deze hoofdgedachte. Het verbod geldt alleen in Israël en niet daarbuiten en geldt alleen voor planten die geschikt zijn voor menselijke consumptie. Het door elkaar zaaien van verschillende boomzaden is toegestaan. Alleen enten van verschillende soorten bomen is verboden. Bij verboden vermenging van wol en linnen (sja’atneez) is er helemaal geen sprake van een werkelijke verandering. De Tora beschrijft het mengverbod van verschillende soorten als een onbegrijpelijke wet. Daarom ligt het niet voor de hand dit verbod uit te breiden naar andere zaken, die niet expliciet door de Tora worden verboden.

Partner G’ds
Wij gaan uit van de theorie dat alles wat niet door de Tora verboden wordt in principe toegestaan is. Bij klonen is geen sprake van overtreding van het verbod om dieren of planten te kruisen. De kloonwetenschapper is er niet op uit de Schepping te veranderen. Gewenste eigenschappen wil hij alleen vermenigvuldigen. In de Midrasj-literatuur wordt aangegeven dat G’d de wereld opzettelijk onvolmaakt schiep, om de mens in de gelegenheid te stellen als een waardige partner van G’d de wereld te vervolmaken.
Een ander argument waarom klonen niet verboden is, luidt dat hierbij sprake is van ingrijpen op microscopisch niveau, onzichtbaar voor het menselijke oog. In een befaamd responsum heeft Rabbi Mosje Feinstein, de toonaangevende Amerikaanse Rabbijn uit de vorige eeuw, uitgemaakt, dat microscopische gegevens voor de Joodse wet niet tellen. We mogen geen ‘wemelend gedierte’ consumeren maar dit betekent niet dat wij zouden moeten stoppen met ademhalen omdat er in de lucht allerlei microben circuleren. Klonen gebeurt op microscopisch niveau en lijkt volgens Bijbelse normen geoorloofd.

Kisjoef (zwarte magie)
Is klonen niet verboden vanwege het verbod van kisjoef (zwarte magie)? Veel Middeleeuwse Geleerden gaan ervan uit dat zwarte magie volstrekte onzin is. Het werd alleen verboden omdat het onder afgoderij zou vallen. Volgens deze uitleg van zwarte magie bestaat er bij klonen geen verbod omdat het niets met afgoderij te maken heeft. Maimonides stelt, dat zwarte magie alleen verboden is omdat er geen logische verbanden lijken te bestaan tussen de handelingen en de gevolgen. Maar zodra iets wetenschappelijk te verklaren is en er logische verbanden bestaan tussen daad en gevolg valt het onder wetenschap en zeker niet onder kisjoef. Volgens Geleerden als Nachmadides, Rasjba, Rabbenoe Bachja en de Gaon van Wilna, die stellen dat zwarte magie wel degelijk effect heeft, valt therapeutisch klonen niet onder dit verbod, omdat genezing geen zwarte magie is.
De Me’iri stelt dat, ‘alles wat op natuurlijke wijze geschiedt nooit onder het verbod van zwarte magie valt. Zelfs wanneer men prachtige schepselen kan maken die niet door voortplanting geschapen worden – het is bekend uit de natuurkunde dat dit niet onmogelijk is – mag men dat doen, want alles wat natuurlijk en logisch is, valt niet onder kisjoef’.

Golem
Heeft een kloon niet de status van een golem? Rabbi Ja’akov Emden (18e eeuw, Altona) werd eens de vraag voorgelegd of een golem beschouwd moet worden als een menselijk wezen. Zou men beschuldigd kunnen worden van moord wanneer men een tot leven gebracht stuk klei het eeuwige zwijgen zou opleggen? Rabbi Ja’akov Emden meende van niet, want moord is alleen weggelegd voor een menselijk slachtoffer: “Hij die het bloed vergiet van een mens in een mens, diens bloed zal vergoten worden”. Het verbod van een moord geldt alleen voor mensen die `binnen andere mensen zijn geschapen’. Een golem die op kabbalistische wijze tot leven is gewekt door werking van het Sefer Jetsiera of door inbreng van de G’dsnaam in zijn mond, heet geen mens. Maar bij klonen spreken we over een natuurprodukt. Een kloon is afkomstig van menselijke genetica. Daarom heeft het de status van een mens. Hoewel volgens de Talmoed (B.T. Sanhedrien 91b) de bezieling van de mens reeds bij de conceptie plaatsvindt, blijft verblijf in de baarmoeder – voorlopig? – onontbeerlijk voor de mens in wording. Volgens de Talmoed (B.T. Nida 30b) wordt het embryo in de baarmoeder ‘onderwezen in de Tora’ wat de basis vormt voor het religieuze bewustzijn. Mocht het in de toekomst mogelijk blijken embryo’s volledig kunstmatig buitenbaarmoederlijk te laten volgroeien tot gezonde baby’s, zoals wellicht mogelijk zou blijken na verdere ontwikkeling van kloontechnieken bij mensen, dan hebben de Joodse Wijzen reeds nu uitgemaakt dat deze in ieder geval niet zijn te vergelijken met de legendarische ‘Golem van Praag’, die niet als een menselijk wezen werd beschouwd omdat hij op bovennatuurlijke wijze werd gecreëerd. Vanuit de Joodse optiek is klonen in principe een natuurlijk proces, waarbij de moderne techniek een handje heeft geholpen.

Herleving
Wel is opmerkelijk hoe de moderne techniek profetische toekomstbeloften binnen het kader van de menselijke realiteit plaatst. In hoofdstuk 37 van de profeet Ezechiël worden de doden uit het dal Doera tot leven gewekt, hetgeen als een voorproefje op de uiteindelijke herleving der doden wordt gezien. De opstanding der doden is de laatste van de dertien geloofpunten van Maimonides: “Ik geloof met volledige overtuiging dat de herleving der doden zal plaatsvinden op een tijdstip dat G’d goeddunkt”. Het is opvallend, dat het via kloontechnieken mogelijk is om uit één cel weer een heel nieuw mens te produceren. De Talmoed stelt, dat van ieder begraven mens altijd een aantal cellen overblijven, die weer de grondstof vormen voor de Herleving. Tot voor kort was het geloof in de herleving van doden nog pure toekomstmuziek. Maar de moderne technieken laten ons zien dat dit geen onmogelijkheid meer is. De religieuze winst van de ontwikkeling van kloontechnieken is, dat zelfs de meest verstokte atheïst weer onvoorwaardelijk kan geloven.

Voortplanting
Vervult men met een kloon-kind de mitswa van pirja weriwja (voortplanting)? Over deze buitengewone manier van kinderen krijgen zijn de Geleerden verdeeld. Sommigen zeggen dat men de mitswa van pirja weriwja alleen vervult op natuurlijke wijze. Andere Geleerden stellen dat de vervulling van de mitswa van pirja weriwja niet afhankelijk is van echtelijke samenleving. Maar wat is de verhouding tussen kloonouder en kloonkind? Stel dat alleen moeder het genetische materiaal heeft gedoneerd, heeft dit kind dan geen vader? Of moet men zeggen dat de vader van zijn moeder het mannelijke element in hem vertegenwoordigd? Alleen de vader is verplicht om kinderen op de wereld te zetten. Stel dat de genetische donor de vader is, is er dan sprake van vaderschap, wanneer het kind niet op de normale wijze tot stand is gekomen? Het is een kwestie van definitie: kan men alleen vader worden via geslachtscellen of is donatie van elk ander genetisch materiaal ook voldoende om te kunnen spreken van vaderschap? De relatie tussen kloonkind en kloonouder lijkt meer op die tussen twee broers. Inmiddels is bekend geworden dat de ouderdom van het kloonkind te maken heeft met de ouderdom van de kloondonor.

Toegift
Rabbi Jehoeda Luria, de Maharal van Praag, legt uit, dat de mens bij de Schepping toestemming kreeg het heelal nieuwe vorm te geven. Hij verklaart: ’’De menselijk creativiteit is groter dan die van natuur. Toen G'd in de eerste zes scheppingsdagen de natuurwetten schiep en daarmee het creëren van de wereld voltooide, schiep Hij tevens een aanvullende kracht om steeds weer opnieuw te creëren. Mensen kunnen nieuwe dieren creëren door kruising van soorten. Mensen kunnen zich dingen voorstellen die niet aanwezig zijn in de natuur. Toch heet deze menselijke scheppingsdrang onderdeel van de Schepping omdat dit activiteiten zijn die binnen het kader van de natuur geschieden.’’

De Maharal van Praag stelt, dat de menselijke creativiteit deel uitmaakt van de Creatie, ook als de menselijke creativiteit de wereld verandert. Het Bijbelse mandaat om de aarde te veroveren (vekivsjoe’a) wordt in de Joodse traditie uitgelegd als dispensatie om de natuur aan te passen (te veroveren) om de wereld voor de menselijke wereldburgers een betere omgeving te maken. Klonen is slechts één voorbeeld van die `verovering’ die in de Joodse traditie geen theologische problemen oplevert, wanneer het gebruikt wordt om de mensheid vooruit te helpen.

Pagina index:
Copyright © 2012 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2020 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.