18 Tammoez 5779 | 21 juli 2019
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     IsraĆ«l     Media     Publicisten     
Esther, tikkoen voor de ruzie tussen Joseef en de broers
Publicatiedatum: donderdag 27 februari 2014 Auteur: Rabbijn prof. Efraim Sprecher | Vertaling: Devorah | 590 keer gelezen
Rabbi Sprecher, Poeriem »
Toen Esther - afstammeling van Benjamin, de zoon van Rachel Imenoe – zichzelf en haar familie had gered van Hamans bevel voor hun uitroeiing, keerde zij terug naar Achasjveros om voor alle Joden [Jehoediem] te pleiten en hen allen te beschermen tegen dit kwaadwillig bevel. Hoewel zij en haar Benjamitische stam veilig waren [hoofdstuk 8 van de Megillah], riskeerde zij haar leven in het belang van alle Joden, met inbegrip van de stam van Jehoeda.

Er bestaan een aantal parallellen in de Midrasj tussen de onbaatzuchtige acties van Esther en Mordechai en de onbaatzuchtige opoffering van Jehoeda te behoefte van Benjamin in de sidra Wajigasj. Een aantal Midrasjiem portretteren het verhaal van Esther als resolutie en tikkoen [correctie] voor de strijd en haat tussen Joseef en zijn broers.

De acties van Esther vormen een over en weer tussen haar acties en Jehoeda's pogingen ten behoefte van Benjamin, Esther's voorouder. Esther betaalt hiermee niet alleen de schuld af die Jehoeda nog van Benjamin te goed had, er is nog een extra element in de daden van Esther die essentieel zijn voor de verzoening tussen de zonen van Rachel en de zonen van Lea.

De onzelfzuchtige daad van Jehoeda voor Benjamin, is opmerkelijk. Hiermee werd namelijk de bevooroordeelde status van Rachel en haar kinderen erkent. Jehoeda biedt zich belangeloos aan als een slaaf in plaats van Benjamin. Zijn daad versterkt daarmee nogmaals de ongelijkheid tussen de kinderen van Rachel en de kinderen van Lea. Jehoeda aanvaardt ook deze dubbele standaard op een heldhaftige wijze, want zijn werkelijke motief was niet het oplossen van de strijd en spanning binnen Ja'aqov's familie.

Esther en Mordechai waren afstammelingen van Rachel, de favoriet. Dus toen Esther haar leven riskeerde om te pleiten namens de Joden – terwijl zij en de stam Benjamin al veilig waren - betaalde ze is niet alleen de schuld terug dat Jehoeda zichzelf voor haar voorvader Benjamin opofferde, maar zij loste ook de oorspronkelijke fout van Ja'aqov's voorkeur voor Rachels kinderen hiermee op.
Met het redden – hatsalah – van alle Jehoediem, verklaarde Esther dat de Benjaminieten, haar stam en afstammelingen van Rachel, niet bijzonderder zijn dan de Joden, afstammelingen van Lea.

Daarom was het noodzakelijk dat het wonder van Poeriem middels de afstammelingen van Rachel, Esther en Mordechai zou plaats vinden. Daarom eindigt het Boek van Esther met de zin dat Mordechai "dover sjalom l'chol zaro... vreedzaam over alle Joden spreekt". Deze laatste vers van de Megilla is een passende Tikkoen tussen Josef en zijn broers, die "niet vreedzaam over hem konden spreken... w'lo jochloe l'dabro lesjalom."

©Rabbijn Prof. Efrayim Sprecher 2014

 



Copyright © 2014 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2019 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.