15 Adar 5779 | 22 maart 2019
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     IsraĆ«l     Media     Publicisten     
De vraag: hoe staat religie tegenover de rechtsstaat?
Publicatiedatum: dinsdag 05 januari 2016 Auteur: Eduard van Holst Pellekaan | Ingezonden door Opperrabbijn Jacobs | 514 keer gelezen
Opperrabbijn Jacobs, Antisemitisme binnenland, Antisemitisme buitenland, Nederland tav Israel en Joden in NL »

Religie kwam het afgelopen jaar met stip terug in het hart van de samenleving, al was dat niet als bron van barmhartigheid. Vier kerkleiders in gesprek over de hernieuwde rol van geloof in Nederland. ‘Zijn we een team, of zijn we verdeeld?’

Ik sprak’, zegt imam Mohammed Cheppih, ‘dit jaar een salafistische jongeman die lang in de gevangenis had gezeten voor radicalisering en terrorisme. Ik vroeg hem mij te vertellen wat de kalief van IS het recht gaf zo te handelen. “Overtuig me van je religieuze perspectief”, zei ik. We hadden een interessant gesprek dat drie uur duurde. Uiteindelijk begreep hij dat zijn visie niet het juiste fundament heeft. Zo voer ik veel gesprekken in mijn gemeenschap. Wat wil ik hiermee zeggen? Als je je niet eerst openstelt en het gesprek aangaat, kom je niet verder. Ik pleit voor een inclusieve aanpak. Voor niemand uitsluiten. Binnen de islam niet, en daarbuiten niet.’

De toon is gezet. Een bisschop, een rabbijn, een dominee en een imam zitten bijeen in een koopmanshuis aan de Keizersgracht in Amsterdam. Het pand stamt uit de Gouden Eeuw, toen Amsterdam het centrum van de wereld was, dankzij het samengaan van koopmansgeest en tolerantie. Wat indertijd elders in Europa ondenkbaar was, kon hier wel: katholieken, protestanten en joden woonden vreedzaam samen, wat de basis legde voor welvaart. Nederlanders kunnen ook nu nog geïnspireerd raken door die multiculturaliteit en -religiositeit.

De sfeer aan tafel is ontspannen. De vier mannen zijn in elkaar geïnteresseerd, hebben respect voor elkaar: ook als ze het oneens zijn. Er moet gepolderd worden. Tegelijk zijn ze op hun hoede. Ze willen in deze barre tijden een statement maken. Maar ze moeten ook rekening houden met hun achterban.

‘IS is een kleine groep van geperverteerde machtswellustelingen die religie gebruikt als camouflage. Onze religies worden gekaapt’, stelt de Syrische aartsbisschop Polycarpus.

De andere drie knikken instemmend. Ze zien zichzelf als de hoeders van de rechtzinnigheid, de traditie en het fundament. Van wat religie écht is. Waarin centraal staat dat je je bekommert om je medemens. Dat humanitaire principe delen de religies en moet vluchtelingen die hier komen zo snel mogelijk duidelijk worden gemaakt, stelt opperrabbijn Binyomin Jacobs: ‘Een gevluchte Syriër vertelde mij dat hij was opgegroeid met het idee dat je joden moet verdelgen. Hij wist niet of het mensen, dieren of dingen waren. Daar kan hij niets aan doen: zo is hij opgevoed. Veel vluchtelingen zijn opgevoed met haat tegen joden. We moeten ze opvangen, onderdak bieden en voeden. Natuurlijk! Maar we moeten hen ook direct bijbrengen dat dit een multiculturele samenleving is.’

Plaisier: ‘De spelregels moeten duidelijk zijn. Ik vind het een slecht signaal als we in azc’s mensen van elkaar scheiden omdat er spanningen zijn tussen moslims, christenen en homo’s. Dat staat haaks op waar we voor staan.’
Jacobs: ‘Ja, dan laat je zien dat je het niet bij elkaar krijgt. Aan de andere kant: je hebt te maken met mensen die veel hebben geleden. Die ook tijd en ruimte nodig hebben. Moet je dan zo’n christen of homo nog meer laten lijden?’
Plaisier (stellig): ‘Het COA moet er maar voor zorgen dat die discriminatie gewoon niet gebeurt.’
Jacobs: ‘Hm, ja. Oké.’

Polycarpus vertelt dat hij onlangs geloofsgenoten bezocht in een azc. Althans: de drie mannen moesten naar buiten sluipen om daarna met de bisschop naar een kerk te rijden. Binnen het azc houden de mannen hun geloof geheim uit angst voor sommige islamitische bewoners. ‘Dat is wrang’, constateert Polycarpus. ‘Ze zijn juist de geloofsvervolging ontvlucht. Er zijn meer incidenten. We verzamelen ze en maken ze aanhangig bij de autoriteiten.’
Jacobs: ‘Het is heel belangrijk dat we de tolerantie van ons land gezamenlijk uitdragen. Beter dan wanneer we los van elkaar zo’n statement maken.’

Zo ontstaat aan tafel het idee om gevieren azc’s te gaan bezoeken.

Jacobs: ‘Niet om te preken! Maar we kunnen praatjes maken, belangstelling tonen. Het gaat om het samen daarnaartoe gaan. Dat we laten zien dat we in dit land samen optrekken. Dat is een belangrijke boodschap. Een krachtig beeld!’

Ze besluiten het COA te benaderen met hun voorstel. Een roadshow van strenggeestelijke leiders langs azc’s, om de Nederlandse tolerantie te promoten. De vier raken enthousiast.

Cheppih wil doorpakken. Hoe kan dat gezamenlijke optrekken verder gestalte krijgen? ‘Er is nu discussie over het verbieden van salafisten. Ik vind dat gevaarlijk. Zijn deze orthodoxen anders dan orthodoxen in andere religies? Nee! Ze zijn even ongevaarlijk als orthodoxe christenen in Staphorst. Op deze manier komt de godsdienstvrijheid in het gedrang: de vrijheid om je geloof te praktiseren zolang je binnen de grenzen van de wet blijft. Ik vind dat we, zoals we hier bijeen zitten, moeten zeggen: wacht even, dit gaat over onze rechten, blijf daar van af. Maar zo’n statement mis ik. Ik voel me alleen staan. Niet geaccepteerd.’

Jacobs: ‘Wat zou je willen?’
Cheppih: ‘Dat wij uitspreken dat we niet tolereren dat wij als religieuzen worden gediscrimineerd omdat we er anders uitzien of anders denken. Zijn we een team, of zijn we verdeeld? We moeten de rijen sluiten. We hebben wel dialoog, maar het ontbreekt aan implementatie op straatniveau.’

Polycarpus kijkt in het luchtledige. Jacobs leunt naar achteren. Plaisier kromt de rug. Er valt een stilte.

Dan komt de bisschop met een anekdote. Over hoe hij elf jaar geleden een gestrand Marokkaans stel ergens in de VS uit de brand hielp. Hij wil maar zeggen: de gevoelens van mens tot mens kunnen de verschillen in religie overstijgen.

De afleidingsmanoeuvre werkt. De oproep van Cheppih is geneutraliseerd. Het is voor de anderen een brug te ver.

Later in het gesprek zegt Plaisier iets dat zijn terughoudendheid, en waarschijnlijk die van de anderen, verklaart: ‘De islam kleeft nu aan dat er gruweldaden worden begaan in naam van het geloof. Dat moet aan de kaak worden gesteld en daar zal de moslimgemeenschap in voorop moeten lopen, zoals christenen hun eigen extremisme onder ogen hebben moeten zien. Je moet in de spiegel kijken en zeggen: dit kan niet. Dus: hoe verhoud je je als religie tot de democratische rechtsstaat? Dat is de hamvraag. De islam komt uit een andere wereld, waarin een andere verhouding bestaat tussen moskee en staat. Ze zal zich moeten instellen op leven in de democratische rechtsstaat. Dat is iets waar anderen zich niet te hard mee moeten bemoeien. De moslimgemeenschap lijkt me volwassen genoeg om daar zelf een weg in te vinden.’

Kortom: stel eerst intern orde op zaken voor we verder samenwerken.

Jacobs komt terug op Cheppihs oproep: ‘We moeten ook rekening houden met onze eigen kritische achterban. Ik mag persoonlijk ruimer denken, maar ik moet als leider respecteren wat er leeft. Dat geldt voor ons allemaal.’
Cheppih: ‘Maar bent u ook bereid een beetje te stretchen?’
Jacobs: ‘Ik ben zeer flexibel, mijn vrouw zegt dat ook altijd.’

Er wordt opgelucht gelachen.

Cheppih: ‘Ja, haha, maar echt?’
Jacobs: ‘Natuurlijk. Het feit alleen al dat ik hier zit — ik weet zeker dat ik hier veel commentaar op ga krijgen. En dat geldt voor ieder van ons.’
Plaisier: ‘Het is belangrijk om als leider stappen te nemen. Maar dat heeft alleen zin als je achterban dit ook echt begrijpt, achter je staat en met je meegaat.’
Jacobs sluit het af: ‘De stretch is voor elk van ons anders. Het is niet goed om op elkaar druk uit te oefenen.’

De gezamenlijke verklaring komt er niet.

Gemakkelijker vinden de heren elkaar als het gaat om opvoeding en onderwijs. Die horen nauw samen te hangen, maar doen dat allang niet meer.

Plaisier: ‘Ik wil niet beweren dat vroeger alles beter was. Individuele vrijheid is belangrijk. Maar ik betreur de tendens dat het gezin niet meer de plek is waar verhalen worden verteld, waar het leven wordt doorgegeven. Ouders besteden de opvoeding uit, terwijl dit de basis vormt van onze samenleving. De school, de opvang, de kinderpsycholoog en de iPad moeten het doen. De focus ligt op de carrière, het “eigen” leven.’

Jacobs: ‘Scholen nemen die opvoedende taak niet over. Die verworden tot kennisoverdrachtsinstituten. Kinderen presteren goed als ze hoge cijfers halen voor parate kennis. Maar de mens is niet alleen een kennisapparaat. We hebben ook emoties, en hoe gaan daarmee om? Dat wordt niet geleerd. Zo krijg je mensen die gewapend zijn met kennis, maar niet kunnen omgaan met het leven. Het leven is een product geworden.’

Met verbazing lazen ze het advies van het platform Onderwijs2032. Daarin is levensbeschouwing gereduceerd tot maatschappelijke vorming en burgerschap. Nuttig, maar ook plichtmatig. Het verhaal ontbreekt, het beklijft niet. Ze besluiten hierover gezamenlijk een brief te schrijven aan de minister.

Cheppih: ‘Als ik me laat inspireren door de islam, dan zijn het de ouders die primair verantwoordelijk zijn voor de opvoeding. Er zijn nu te veel externe factoren die onze kinderen vormen.’
Plaisier: ‘Precies. Ik zie hier de waarde van religieuze gemeenschappen. Je kunt putten uit morele bronnen, uit een verhaal. Ook in moeilijke tijden is er hoop om te handelen.’

Het tijdperk van het hyperindividualisme lijkt voorbij. De verzorgingsstaat zakt door de hoeven, in Den Haag is de participatiesamenleving bedacht. Gemeenschapszin is geen vies woord meer. Het komt de religieuze gemeenschappen met hun omzien naar elkaar, rituelen en vrijwilligerswerk bekend voor. ‘Dat kopje koffie met de eenzame buurvrouw. Ja, zo gaat dat’, zegt Plaisier met iets van wrangheid in zijn stem. Maar goed, ze zullen hun trouwe plicht weer doen.

Het gesprek loopt ten einde. Hoe zien de heren de toekomst? Ze gaan samen de tolerantie promoten met een tocht langs de azc’s. Maar verder? Jacobs houdt zich nooit bezig met de toekomst, zegt hij. ‘Mijn opdracht is om een lichtje in de duisternis te zijn. We moeten gewoon doen wat we kunnen. Elke dag weer.’

Cheppih is pessimistisch: ‘De weerstand tegen alles wat met islam te maken heeft, lijkt met de dag te groeien. Uit ervaring weet ik dat onder zeventig procent van de beleidsmakers het gedachtegoed van Wilders gemeengoed is. Ik mis de tegenkrachten die er tien jaar geleden nog wel waren. Ik proef onder moslims steeds meer dat mensen het zat zijn. Ik kan me voorstellen dat de spanningen uitmonden in een “culture clash” tussen moslims en niet-moslims.’

En de bisschop? Polycarpus sluit even de ogen: ‘We leven in een tijd waarin we steeds meer multicultureel en multireligieus worden. En er is angst. Voor verandering, voor wat we niet kennen. Uit dit proces zal een nieuwe samenleving voortkomen. Zo ging het in het verleden, zo gaat het nu. We hebben de neiging vroeger te zien als de gouden eeuwen waarin het allemaal beter was. Maar laat ons realistisch zijn: economisch zijn we zeer ver ontwikkeld. We zijn gezonder, leven langer en meer in vrede dan vroeger. De werkelijkheid is positief. We zullen de uitdagingen aangaan en met elkaar een nog betere maatschappij bouwen.’

1   |   2      »      
Copyright © 2016 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2019 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.