16 Tisjri 5780 | 15 oktober 2019
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     Israël     Media     Publicisten     
Tehilliem/Psalmen 17
Publicatiedatum: maandag 15 februari 2016 Auteur: Redactie | 687 keer gelezen
Redactie, Chesed, Media_Halacha en Ethiek, Tesjoeva [Inkeer], Goed en Kwaad, Moessar [ethiek], Tehilliem/Psalmen »

Er bestaat een verband tussen Tehilliem 16 en Tehilliem 17. In Tehilliem 16 spreekt Dawied Hamelech enthousiast over zijn deel in Olam Haba en dat hij uitkijkt naar de nabijheid van Hasjem en het eeuwige genot aan Zijn Rechterhand [pasoek 11]. Maar nadat Dawied Hamalech heeft gezondigd, staken de twijfels over de toekomst van zijn ziel de kop op. Dawied Hamelech pleit in deze Tehilliem voor een terugkeer, een tesjoeva, in vol genade en liefde voor Hasjem's Aangezicht. De Tehilliem eindigt met het grote vertrouwen dat zijn vertrouwelijkheid met Hasjem weer hersteld zal zijn [Mahari Yaavetz Hadoresh].

Tejoeva
“Tfillah..., Sjima'..., haqsjieva.., ha'azienah..., blo' siftej mirmah...gebed..., hoor..., geef gehoor..., van lippen zonder bedrog...” [pasoek 1]. Midrasj Sjocher Tov leert dat hier sprake is van 5 aparte verklaringen. Waarom heeft Dawied Hamelech 5 verklaringen nodig voor de opening van deze Tehilliem? Dawied Hamelech zei tegen Hasjem: “Als Jij mij oordeelt op een vroeg uur van de Verzoensdag [Jom Kippoer], kan ik nooit overleven. Maar wanneer ik de Sjma' heb gezegd en Jou 4 gebeden hen aangeboden [Sjacherit, Moessaf, Minchah en Neilah], dan zal ik vragen: 'mogen mijn oordeel voor Jouw aangezicht worden afgewezen'.”

Chesjbon hanefesj – een 'rekening' opmaken van je ziel
“Paqadta lajalah... Jij inspecteert in de nacht...” [zie ook commentaar Tehilliem 8 pasoek 9]. De nacht is het moment om chesjbon hanefesj [en hier] op te maken. Een stand van zaken wat je die dag verkeerd hebt gedaan [zie ook commentaar Tehilliem 6 pasoek 7]. Je wordt dan niet gestoord door de dagelijkse beslommeringen [Radak en Metzudas David]. “Tsraftanie...Jij hebt mij op de proef gesteld...” Jij hebt me gelouterd, zodat Jij zonder succes [val-timtsa'] een fout in mij kon ontdekken.
Rav Yehuda zei in de naam van Rav: “niemand moet een test over zichzelf heen roepen, want Dawied, de koning van Israël liet zich op de proef stellen en hij faalde. Hij vroeg een keer aan G'd: 'waarom zeggen de mensen in tefillot 'de G'd van Avraham, de G'd van Jitschak en de G'd van Ja'aqov' en zij zeggen niet 'de G'd van Dawied?' G'd antwoordde: 'Zij werden op de proef gesteld en jij werd getest [want jij zei] bchanenie Hasjem wenasenie... onderzoek me, Hasjem en stel me op de proef [Tehilliem 26:2]. Nadat Dawied Hamelech niet door de test heen kwam door zijn zonde met Bat Sjeva, reciteerde hij berouwvol dit vers [Pasoek 3] vol spijt voor zijn aanmatigend verzoek.
En omdat Hasjem hem heeft gestraft voor zijn zonde, kon Hasjem uiteindelijk geen fout meer bij Dawied Hamelech vinden.

Wanneer je kracht, trots en brutaliteit mag gebruiken
“Bema'glotejcha...Jouw circuits...” De Malbim leert dat hoewel een ieder hard moeten werken om op de rechte pad te blijven, zijn er momenten dat er van je geëist wordt om als het ware een rotonde [circuit] te nemen [als je maar wel 1,5 keer rond gaat zodat je je rechte pad weer kan hervatten]. Voorbeeld. De juiste en rechte pad is genade [chesed] en nederigheid [anavah]. Maar er zijn momenten dat je gebruik moet maken van kracht, trots en brutaliteit. Dit wanneer je in de strijd verwikkelt raakt met de verschrikkelijke dreiging van de goddelozen. Vooral wanneer je in een situatie komt dat je venijnige bespotting van mensen moet afwenden die de Tora gewoonweg belachelijk maken. Maar deze pad is verraderlijk. Je kan zelf gemakkelijk in de handen van de jetser hara vallen die je afhoudt van eerlijkheid. Als dit gebeurt ben je onwaardig. Daarom vraag Dawied Hamelech aan Hasjem om extra bescherming wanneer hij zich op Zijn circuits bevindt zodat hij niet in handen valt van slecht gedrag [pasoek5].

Hulp aan Hasjem vragen tegen jouw kwade neiging
“Kie ta'anenie 'el... want Jij zal mij antwoorden, oh G'd...” [pasoek 6].
“Dawied Hamelech zei tegen de Kadosj Baroech Hoe: 'Zonder Jouw steun, zou ik me in deze wereld niet kunnen handhaven!'
Waarmee kan dit vergelijken? Met een kleine, gammele ladder die een kostbare kroon op zijn hoogste sport heeft staan.
De koning riep: 'degene die naar boven durft te klimmen, krijgt de kroon!'
Zo gezegd, zo gedaan. De eerste man deed een poging, maar na de tweede sport viel hij al naar beneden. Zo ook de tweede en de derde man.
Toen kwam een wijze man langs. Toen hij op de tweede sport stond, riep hij: 'mijn koning, mijn heer kom mij haastig te hulp.'
De koning antwoordde: 'als ik de eerste twee mannen hulp zou hebben aangeboden, zouden zij niet doodgevallen zijn!'
'Het verschil zit hem hierin,' zei de wijze man,' de anderen riepen jou niet om hulp, maar ik wel. Alsjeblieft, kom mij ter hulp en red me!'
De jetser hara [kwade neiging] is de ladder. De generatie van de Malboel kwam en werden weggevaagd. De generatie van de Verspreiding kwam, en ook zij werden weggevaagd. De generatie van Sodom kwam, ook zij werden net als hun voorgangers weggevaagd.
Toen kwam Dawied Hamelech. Na het incident met Bat Sjeva en zijn jetser hara hem wilde overweldigen, pleitte hij voor zichzelf bij Hasjem of Hij hem te hulp wilde schieten. G'd antwoordde: 'Als Ik de vorige generaties te hulp had geschoten, dan zouden zij niet weggevaagd zijn.' Toen zei Dawied Hamelech: 'Zij riepen Jou ook niet voor hulp, maar ik wel. Ik riep Jou en Jij antwoordde mij, oh G'd [“Kie ta'anenie 'el... want Jij zal mij antwoorden, oh G'd...”], buig Jouw oor tot mij, hoor mij spreken [Tehilliem 17:6].' Dawied Hamelech verklaarde dus: 'Hasjem, als Jij mijn hand niet zou hebben gegrepen, dan zou ik geen grond hebben om te staan!'”
[Yalkut Machiri citeerde Tanchuma].

Waarom hebben wij twee ogen?
“K'iemsjon bat ajin... zoals het appel van Jouw oog...” [pasoek 8]. Radak en Metzudas David vertalen 'iemsjon' met 'pupil'. Zij leren dat iemsjon van het woordje iesj – man – komt. 'On' benadrukt het woord. Zoals Sjabbat en Sjabbaton. Iesj, iesjon. Maar het kan ook een vermindering betekenen in plaats van een benadrukking. Iesjon – een kleine man. Wanneer je in iemands ogen kijkt, zie je jouw eigen reflectie alsof je heel klein bent. Het moraal in deze is, leert Harav Gifter, is dat de meeste mensen bij andere mensen hun fouten zoeken. Hierdoor botsen de ego's met elkaar waardoor zij zich zelfgenoegzaam en zich meer voelen dan de ander. Dit is niet de bedoeling. De bedoeling is wanneer je naar een ander kijkt, jezelf ziet; realiserend wat een iesjon, klein mens, je bent wanneer je jezelf vergelijkt met jouw naaste.
"למה נתנו לאדם שתי עיניים? כדי שבעין אחת יראה את מעלותיו של חברו, ובעין השנייה יראה את חסרונות עצמו"
“Waarom werd de mens twee ogen gegeven? Eén oog op de deugden van zijn naaste te zien en het andere oog de nadelen van zichzelf."

De vijanden in mijn ziel
“'Ojvaj benefesj... de vijanden die mijn ziel bedreigen...” [pasoek 9]. Ohel Yaakov vertaalt het in 'de vijanden in mijn ziel'. Hiermee legt hij een verband met jouw jetser hara en de natuurlijke neiging naar trots, genot en andere lusten die het hart en ziel vullen. Want “chelbamo sagroe... zij zijn ingesloten in hun eigen vet...” [pasoek 10]. Volgens Radak en Metzudas David moet deze zin gelezen worden samen met het volgende woord 'piemo... hun mond'. Hun vet verstopt hun mond. Met andere woorden: hun excessieve preoccupatie voor materialisme wordt gesymboliseerd met 'vet' [hier valt ook niet toegestane seks en schranzen van voedsel onder], wat hen weerhoudt om over het spirituele te spreken.

“Qema Hasjem... sta op Hasjem...” wanneer de vijand komt om op mij te jagen en “qamah panajw... confronteer hem...” [pasoek 13], voor “chelqam bachajim... wiens deel is het eeuwige leven...” [pasoek 14]. Rasji zegt dat hier gesproken wordt over de rechtvaardige die het eeuwige leven heeft verdient [zie ook Tehilliem 16]. Dawied Hamelech verlangt hier heel erg naar.

In chesed zien wij Hasjem
“Anie betsedek e'chezeh fanecha... en voor mij zal ik in gerechtigheid Jouw gezicht zien” [pasoek 15]. De Talmoed spreekt in Berachot 3b over het feit dat Dawied Hamelech de gewoonte had om middernacht op te staan om de liederen van de Tehilliem te zingen tot aan de krieken van de dag. Daarna kwamen de geleerden van Israël binnen en hadden besprekingen met hem over hoe zij de arme mensen de hand moesten bieden. “Waarom kwamen zij zo vroeg – zelfs voordat Dawied zelfs de kans had om zijn Sjacherit te dawnen [ochtendgebed uit te spreken]? Omdat Dawied zelf zei: 'In liefdadigheid zie ik Jou gezicht [pasoek 15]. Voor tefillot – gebed – moet je eerst chesed doen.” Dat is de reden waarom veel vrome Joden voor het dawnen in de ochtend eerst wat geld in de tsedoke-pot doen. “Tmoenatecha... Jouw vorm...” De ziel is geschapen naar Hasjems evenbeeld op intellectuele vlak. In de toekomst, wanneer de mens zijn ziel – die nu door zijn lichaam verborgen is - waarnemen, zal hij een glimp van de essentie van G'd Zelf zien waarnaar de ziel is ontworpen.

Bronnen: Sefer Tehillim met commentaren vanuit de Talmoed, Midrash en Rabbinale bronnen van Artscroll Tenach Series

De volgende sjioer geeft Rabbi Mizrachi uitleg over zowel Tehilliem 17 als 18. Tot 00:45:00 geeft hij uitleg over Tehilliem 17. Hij weet de Tehilliem altijd in onze huidige tijd te plaatsen.

©Jodendom-online 2016

Copyright © 2016 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2019 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.