8 Siewan 5778 | 22 mei 2018
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     IsraĆ«l     Media     Publicisten     
Levenscyclus volgens de Vaderen
Publicatiedatum: zondag 29 oktober 2017 Auteur: De redactie | 247 keer gelezen
Brit Mila (besnijdenis), Eren van ouders, Geschiedenis/Gebeurtenissen, Redactie, Huwelijk, sjiwwe/sjive zitten, 'Nederzettingen', (zelfmoord) aanslagen, 10 Tevet, Leven, dood en Opstanding der doden , Bar/Bat Mitswa, [Im]moraliteit, Oepsjernisj [eerste knipbeurt] »

Afbeelding een chatoenah, Joodse trouwerij

"Hij [Yehuda ben Tema] zei: Met vijf jaar [zou men met de studie van] de Schriften moeten beginnen; met tien jaar met de Misjna, met dertien jaar [is men verplicht] de geboden te doen….”

De Misjna gaat verder. … Met vijftien jaar de [studie van] Talmoed; met achttien jaar onder de choepa [trouwen]; met twintig jaar het zelf zorgen voor levensonderhoud, met dertig jaar is men in volle levenskracht, op veertig jaar heeft men inzicht, bij vijftig jaar geeft men advies, met zestig jaar wordt men gerekend tot de ouderen, op zeventig jaar heeft men de volheid van jaren bereikt, bij tachtig jaar bezit men spirituele kracht; bij negentig jaar heeft men een gebogen houding, met honderd jaar is iemand alsof hij overleden is...”. Prike Avot 5:25

In deze Misjna wordt het levenscyclus van de mens op een simpele, maar nauwkeurige wijze samengevat. Het interessante van deze resumé is, dat deze niet gericht is op onze gasjmisje – wereldse – levenscyclus, maar veel meer als onderwijs hoe wij ons tijdens ons leven moeten voorbereiden op het toekomstige roechnisje – spirituele - leven in de Toekomstige Wereld.

Zo zien wij dat in de jongere jaren de talmied, student, merendeels te maken krijgt met de onderwerpen die hij sec moet bestuderen. Hiermee wordt de focus gelegd op wat iemand moet doen in plaats van wat iemand moet worden. Een kind heeft zijn talenten en persoonlijkheid dan nog niet ontwikkeld.

Daarom begint de Misjna dat een kind tijdens zijn vijfde levensjaar de Choemasj [de vijf boeken van Mosje/Mozes] moet leren. Wanneer hij de leeftijd van tien jaar bereikt heeft, is hij klaar voor de studie van de Misjna. Eén van onze grootste commentatoren – Rabbi Sjlomo Jitschaki, kortweg ‘Rasji’ – legt uit dat een talmied dan alleen de eenvoudige betekenis van de Misjna mag exploreren om op die manier vertrouwd te raken met de basisonderwerpen.

Rond zijn vijftiende is hij voldoende voorbereid om de Talmoed te bestuderen. Deze studie impliceert de diepere studie en analyse van de Misjna – het contrasteren van de verschillende situaties, het bestuderen van basisbeginselen, het begrijpen van de bron, de redenering van iedere mening en het bepalen van praktische joodse wetgeving. Een van de boodschappen van de Misjna is het belang van het beheersen van het Geschrift en de Misjna voordat een kind aan de gevorderde Talmoed-studie begint.

Zodra het kind een jonge volwassene is, ontkomt het er natuurlijk niet aan dat hij zich met wereldse zaken bezig moet houden. Zo moet hij op zijn twintigste een inkomen hebben gegarandeerd. Hierdoor is hij in staat een gezin te onderhouden. Achter dit ogenschijnlijke wereldse standpunt zit een veel diepere betekenis. Vanaf zijn twintigste leeftijd wordt hij niet alleen verantwoordelijk gehouden door het wereldse Bejt Din – Gerechtshof – (deze verantwoordelijkheid behalen wij op de leeftijden van twaalf voor het meisje en dertien voor de jongen). Vanaf die leeftijd worden wij volgens Rasji voor onze daden ook door het Hemelse Gerechtshof verantwoordelijk gesteld. Hiermee wordt toch het spirituele noodzakelijkheid van ons doen en laten onderstreept.

We volgen de Misjna verder.
Dertig jaar staat voor kracht. Het is de leeftijd waarop de kracht van een man op zijn hoogtepunt is - zowel fysiek als emotioneel. Echter alles is nog steeds erg gericht op het gasjmisje, wereldse. Dit gaat langzaam aan verdwijnen zodra iemand de veertig passeert. Want vanaf het veertigste levensjaar begint men de problemen van het leven anders te ervaren. De fysieke drive begint af te nemen en deze maakt plaats voor een diepere verlangen naar het roechnisje – spirituele. Door het verlangen naar "antwoorden" wordt men gedwongen te proberen Hasjem te begrijpen (voor zover Hij dit in Zijn oneindigheid toelaat). Deze antwoorden kan men onder begeleiding van grote geleerden vinden in de geheimen van Kabbalah. Vandaar dat de absurditeit van "Kabbalah voor beginners" een oxymoron is.

Vanaf het vijftigste levensjaar is men volgens de Misjna in staat gedegen advies te geven op grond van verstand. Dit gegeven komt van het feit dat de levieten vanaf hun vijftigste niet langer meer zwaar werk mochten verrichten. Vanaf die leeftijd werden zij mentoren en adviseurs voor de jonge levieten. De Misjna leert hier dat iemand vanaf zijn vijftigste genoeg levenservaring en intellect heeft om advies te geven.

Wanneer iemand de zegen heeft om het zestig jaar te mogen bereiken, beschouwt de Misjna dit als de leeftijd waarop iemand zijn senioriteit heeft bereikt en dus oud is. Het woordje ‘zaqen’ in het Hebreeuws betekent ‘oud’. Maar ‘zaqen’ is ook een verwijzing naar intellectuele volwassenheid: ‘zeh sjeqanah chochmah’, ‘de verworven wijsheid’.

Hoewel zeventig in deze tijd relatief nog jong is, is het wel een leeftijd wanneer iemand de volheid van zijn leven heeft bereikt. Dawied Hamelech, koning David, is ‘slechts’ zeventig geworden, maar Hajamiem I/1 Kron. 29:28 wijst ons duidelijk op die volheid van jaren die hij bemachtigd heeft. Tachtig jaar geeft aan dat iemand sterk is. Tehilliem/Ps. 90:10 zegt ook dat iemand van tachtig jaar een speciale natuurlijke kracht van Hasjem heeft ontvangen om (met name) spiritueel vitaal te zijn. Wanneer iemand de zegen heeft honderd te mogen worden, moeten we volgens de Misjna niet verwachten dat al onze lichamelijke faciliteiten nog werken.

Moraal van het verhaal is dat het jodendom ons voortdurend aanspoort om te leren van de wijzen en de ouderen. Dit in de hoop dat de kracht en de levendigheid van onze jeugdigheid (vaak gericht op het wereldse) getemperd worden met wijsheid en volwassenheid (het spirituele). Onze toekomst is niet dit werelds leven, maar een eeuwig spiritueel leven in de Toekomstige Wereld.

©Dit artikel is gepubliceerd in de nieuwe Rond de Bron nummer 67 2017/5778 van Stichting Joodse Kindergemeenschap het Cheider

Copyright © 2017 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2018 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.