13 Tisjri 5779 | 22 september 2018
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     IsraĆ«l     Media     Publicisten     
Mooiste moment van de Hoge Feestdagen
Publicatiedatum: woensdag 05 september 2018 Auteur: Operrabbijn Jacobs | 113 keer gelezen
Jom Kippoer, Opperrabbijn Jacobs »
Weet u wat voor mij het mooiste moment voelt tijdens de gehele periode van de Hoge Feestdagen?

Helemaal aan het eind van de Jom Kippoerdienst. Vijf en twintig uren vasten zitten er dan bijna op. Ook zij die niet de gehele dienst aanwezig waren zijn dan (weer terug) in sjoel en gezamenlijk zeggen wij luidkeels en geëmotioneerd het Sjema Jisraeel, Hoor Israël. Helaas word ik regelmatig aangekondigd als een orthodoxe rabbijn.

Ik ben niet orthodox, ik voel mijzelf niet orthodox, ik ben en ik voel me gewoon een Jood. Nergens in de Thora wordt gesproken over orthodoxe Joden. Zeker ben ik de mening toegedaan dat wij als Joden de plicht hebben om te leven volgens de voorschriften van Thora en Traditie, de Halacha, en ook ben ik ervan overtuigd dat de naleving van de Halacha het geheim is van ons bestaan als Am Jisraeel, als Joods volk. En toch ben ik, bijna fanatiek, tegen het hokje orthodox. Het klinkt krampachtig en ook veroordelend naar de vele Joden die niet in staat zijn zich strikt aan de Halacha te houden. Ik denk aan een dierbare vriend van mij, ik noemde hem Reb Moishe, die enige weken geleden is overleden. Hij was door en door Joods. Keer op keer vertelde hij mij dat hij in z’n hart een zeer traditionele Jood is. Hij had echter teveel meegemaakt om daadwerkelijk Joods te kunnen leven. Voor de buitenwereld gold hij als een ongelovige die niets deed aan zijn Jodendom, maar ik ben ervan overtuigd dat hij Boven een plaats heeft op een van de voorste rijen en beloond wordt voor het goede en vrome dat hij in zijn hart zo heeft gekoesterd, onzichtbaar voor zijn omgeving.

Tijdens de Neïla dienst, helemaal aan het eind van de lange Jom Kippoer, vallen alle rangen en standen weg. Rijk en arm, bestuurder en gewoon lid, zelfs vriend en vijand staan daar samen veelal op plekken waar ook onze voorouders door de eeuwen heen hun gebeden hebben uitgesproken. De muren van die oude sjoels zijn de stille getuigen. Gelijk bij de berg Sinai de klanken van de sjofar geen echo hadden, maar volledig werden geabsorbeerd door de rotsen waartegen het geluid had moeten weerkaatsen, zo ook zit in de muren van onze sjoels het gehuil van het gebed van onze voorouders, generatie na generatie. Als die muren toch eens konden spreken!

Na afloop van het publiekelijk aansteken van de gigantisch grote Menora, dit jaar in Lelystad, kwam een man naar mij toe. Zijn grootmoeder had hem recentelijk op haar sterfbed laten weten dat zij een Jodin is en haar kleinzoon, inmiddels ook al een volwassen man, is dus ook Joods. Zij heeft het bewust geheim gehouden, tot haar laatste dag, vanwege Auschwitz. En daar stonden wij dan, hand in hand, intens geëmotioneerd, oprecht en eensgezind.

Tot op heden heb ik hem niet meer ontmoet. Was onze ontmoeting daar in Lelystad voor die grote Menora, in een ijzige kou met een vlijmscherpe wind, dan voor niets geweest? Wat was het nuttig rendement, zullen enkelen van u zich zeker afvragen. En ik moet het antwoord schuldig blijven. Maar ik zal dat moment nooit vergeten en hij ook niet. En ook Reb Moishe blijft in mijn herinnering en zal opwellen in mijn gedachte tijden de Neïla dienst als we allen eensgezind het Sjema Jisraeel vanuit het diepste van onze nesjomme uitroepen. Wel hoop en bid ik dat die eensgezindheid niet beperkt blijft tot de Neïla dienst. Het zou zo mooi zijn en zo krachtig als we ook na Jom Kippoer in staat zijn ons te concentreren op onze essentie, onze nesjomme, en de vaak minder mooie franje te laten voor wat het is. Kijk niet naar waarin we verschillen, maar uitsluitend naar wat ons bindt.

Barecheenoe Awienoe koelanoe ke’echad – Lieve G’d, zegen ons allen, als we één zijn. Ons aller Israël heeft die eenheid nodig, onze Nederlands Joodse gemeenschap hunkert ernaar en ook ieder van ons als individu snakt naar rust en sjalom. Een sjana towa oemetoeka, een goed en zoet jaar, een jaar van wederzijds respect, een jaar van echte sjalom: Am Jisraeel Chaj – het Joodse volk leeft!


©Opperrabbijn Jacobs 2018

Copyright © 2018 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2018 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.