15 Tisjri 5780 | 14 oktober 2019
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     IsraĆ«l     Media     Publicisten     
Repercussies van iemands daden
Publicatiedatum: dinsdag 16 juli 2019 Auteur: de redactie | 261 keer gelezen
Redactie, Straf en Beloning, Hasjkove volgens de RaMCHaL , Leer van Reb Chaim van Volozhin »
De ziel van de mens heeft drie niveaus: nefesj, roeach en nesjama. Alle drie niveaus moeten - wanneer ze deze wereld naderen - in het lichaam van de Jood komen, alvorens hij in staat is connectie te hebben met - en het verheffen van de Hogere Werelden [Jetsirah, Beria’ en Atsiloet]. Alleen dan is de Jood in staat de Wereld van Actie, Assijah,van de zonde die Adam Harisjon heeft gedaan te rectificeren.

Het idee dat onze daden invloed hebben op de Hogere Werelden, staat in Tehilliem 33:15. Daarin staat Hij al hun harten maakte en ook dat Hij al hun daden begrijpt. Dit betekent dat Hij het gewichtig effect van iemands daad goed kan onderscheiden, zij het kwaadschiks [chas wesjalom], zij het goedschiks.

Er staat ook geschreven dat Hasjem iedere daad beoordeeld, ook de daden dat verborgen zijn, zij het eveneens goedschiks of kwaadschiks [ Kohelet/Pred. 12:14]. Reb Chaim van Volozhin legt uit in zijn Nefesh Chaim Sh’aar 1 pereq 12 dat deze pasoek ook vertaald kan worden met de woorden “voor ieder van zijn verstrekkende daden, zal de mens beoordeeld worden”. Dit betekent dat wanneer iemand voor het Hemels Tribunaal staat, zal Hasjem hem niet alleen zal beoordelen voor al zijn acties, maar ook voor de impact die zijn daden hebben gehad op de Krachten [Kochot Nivdaliem] en de Hogere Werelden. Goedschiks, kwaadschiks [chas wesjalom].

Beloning in Olam Haba
Wanneer iemand van plan is om een mitswa te doen, heeft zijn intentie alleen al een constructieve en gunstig effect op de Hogere Werelden. Het resultaat is dan dat een heilige hemels licht op hem reflecteert wat hem helpt de mitswa uit te oefenen. Wanneer hij klaar is met zijn mitswa, gaat het licht weer terug naar zijn bron.

Hiermee worden de woorden van “de beloning van Olam Haba” bedoeld: de beloning is de mitswa zelf. Want wanneer de ziel het lichaam verlaat, stijgt hij op naar Gan Eden. Daar geniet het van de roechnisje [spirituele] gelukzaligheden van de Hogere Werelden dat door zijn goede daden groeiden en toenamen.
Daarom is het idee dat Olam Haba een aparte geheel is, onjuist. Ieder Jood heeft een cheleq, een deel, van Olam Haba. In feite creëert een ieder zijn eigen Olam Haba. Hij bereidt zijn eigen deel voor en kan door goede daden zijn deel laten toenemen.

De zonde is zijn eigen straf
Hetzelfde geldt wanneer iemand in Gehinnom komt. De zondaar straft in Gehinnom zichzelf. “De ongerechtigheid van de slechte persoon zal hem vangen” [ Misjle/Spr. 5:22]. Want wanneer iemand een overtreding doet, wordt onmiddellijk het wortel van zijn hemelse ziel beschadigd en een legio van onreine krachten wordt gevoed en gesterkt.

Wanneer iemand zondigt, omhult hij zichzelf met de geest van onreinheid. Het resultaat hiervan is dat de zondaar in dit leven al in Gehinnom bevindt, maar hij voelt het pas na zijn dood. Hij trapt zelf in de val van roechot hatoemah - onreine geesten- die hij zelf gelegd heeft. In Eruvin 19a zeggen de geleerden ook dat Gehinnom voor de slechteriken diep is gemaakt. De navi zegt in Jesjajahoe/Jes. 50:11: “Zie, jullie allen die een vuur ontstak, zijn ontsteld in de vlam van jullie vuur, en gaan tussen de branden die jullie hebben ontstoken. Dit zullen jullie van Mijn hand hebben, jullie zullen in het verdriet liggen”.

Dit concept vinden we ook terug in Ijov/Job 34:11, waarin staat geschreven dat Hij iedere daad vergeldt en ervoor zorgt dat een ieder gevonden wordt [waarschijnlijk de plek waar iemand zich bevindt na de dood] naar ieders eigen gedrag. Dit impliceert dus dat iedere daad, goed en kwaad, zelf de zaden van beloning en straf draagt. Dit is wat de geleerden bedoelen in Avot 4:2 met de woorden dat de beloning van een mitswa een mitswa is en dat het gevolg van een awerah een awerah is.

Daarom is tegenslag [of lijden], jissoeriem, geen straf die na een awerah wordt toegebracht of zelfs maar een vorm van wraak. Het is de zonde die zijn eigen straf is. Want er staat geschreven in Misjlei 13:21 dat het kwaad achter zondaars aanjaagt. Hasjem heeft de wereld zo geschapen dat alles wat in de de Hogere Werelden gebeurt, hangt af van de daden van de Jood, zij het goed of kwaad. Alle daden [maar ook woorden en gedachten] van Jood en niet Jood worden automatisch vastgelegd en hij wordt gestraft naar de schade die hij door zijn daden heeft toegebracht [niet Jood alleen in deze wereld Assijah, maar de Jood in alle vier werelden]. De schade in de werelden en op de ziel kan alleen gerectificeerd worden middels straf of door middel van tesjoeva [inkeer]. De geleerden zeggen in Avot 2:1 dat al onze daden worden vastgelegd. Dit betekent dat de daden zelf de acties beschrijven en archiveren!

Bron: Nefesh Chaim van Rav Chaim van Volozhin hoofdstuk 12
Copyright © 2019 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2019 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.