7 Chesjwan 5781 | 25 October 2020
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     Israël     Media     Publicisten     
Kunnen wij G'd zegenen?
Publicatiedatum: Thursday 26 December 2019 Auteur: de redactie | 487 keer gelezen
Tefillot en Broches [Gebeden en Zegeningen], Media_levensbeschouwing, Hasjkove volgens de RaMCHaL , Leer van Reb Chaim van Volozhin »
Het woordje “baroech” betekent niet als een bijvoeglijk naamwoord “gezegend” of “geprezen” [zoals de meeste mensen denken]. Reb Chaim van Volozhin levert in zijn Nefesh Chaim het volgende bewijs.

In Berachot 7a staat dat Hasjem tegen Rabbi Jisma’el zegt: “Jisjma’el, mijn zoon, zegen Mij”. Dit omdat R’Jisjma’el - de Kohen Gadol - Hasjem helemaal niet heeft geprezen. In plaats daarvan zei hij: “Moge het Uw wil zijn dat Uw genade Uw boosheid zal onderdrukken…”. Zijn antwoord was dus dat hij bad voor G’ddelijke genade.

De werkelijke betekenis van ‘berachah’ - ‘broche’ - is G'd vragen om datgene wat al gezegend is, vermeerderd zal worden; zoals in Sjmot/Ex. 23:25 staat: "Hij zal uw brood en uw water zegenen [berach]" en “Hij zal de vrucht van uw baarmoeder zegenen [oeverach]” [Dwariem/Deut. 7:13]. Zo zijn er meer psoekiem - verzen - in de Torah zoals deze. De twee voorbeelden geven duidelijk een vermeerdering [talrijk] aan en kunnen niet geïnterpreteerd worden als een lofprijzing of een verheerlijking.

Maar wanneer wij een broche reciteren zoals “baroech atta Hasjem Eloqenoe … geprezen bent U Hasjem onze G’d...”, spreken wij niet over Hasjem Zelf, want later we wel zijn, Hasjem is sjelemah, perfect, en Hij komt niets te kort [Lasjem ha'arets oemlo'ah teveel wejsjvej vah.... de aarde en haar volheid, het bewoonde land en degene die daar in wonen is van Hasjem…"; Tehilliem 24:1]. Dus iets vermeerderen betreft Hem, is een belachelijk idee.

De essentie van Hasjem [Atsmoeto] gaat volledig voorbij het menselijk bevattingsvermogen. Wanneer wij over Hasjem spreken, spreken wij over Zijn attributen hoe Hij Zich aan ons manifesteert. Met deze attributen onderhoudt Hij de beriah - schepping- en leidt Hij de wereld en Zijn schepsels. Dit met Din - gerechtigheid -, met vriendelijkheid of rachmones - genade. Daarom wordt Hij ook beschreven als de Almachtige Rechter, de Barmhartige en de Mededogende. Zelfs Zijn onuitspreekbare Naam Joed, He, de Wav en de He [dat duiden wij in de omgangstaal als Hasjem, de tetragrammeton] refereert niet naar Atsmoeto - De Heilige Geprezen is Hij. Het refereert naar Zijn relatie met de werelden. De Joed, He, de Wav en de He betekent Hij was, Hij is en Hij zal zijn; Hij Die bestaan aan alles en iedereen geeft. Met andere woorden. Het is Hij Die ieder moment alle werelden ondersteunt en in stand houdt.

Daarom is de bedoeling dat we brachot - zegeningen- reciteren om onze bewustzijn van Hasjem in de beria te doen vermeerderen. Dat is eerst in onze gedachten en dan in de gedachten van de mensen die je bewust maakt van Zijn bestaan.
Bijgevolg wanneer wij Hasjem zegenen, zeggen wij in feite "Alstublieft, vermeerder Uw aanwezigheid in de beria".

Het onderliggend idee van al,onze berachot en tefillot, gebeden, is dat wij onze gebeden richten tot de Ene, Oneindige en Absolute G’d: Hasjem Jachied *‘Ejn Sof Baroech Hoe. Maar wij zijn niet in staat, het is zelfs verboden, om ons te richten tot de onkenbare en transcendente essentie van G’d: Atsmoeto, Zijn Essentie, Die al bestond voordat alles geschapen werd.

Aangezien Hasjem - door de werelden te scheppen - heeft laten zien dat Hij een relatie met de wereld wilt hebben, betrokken is met Zijn schepsels en graag over hen wilt heersen, dawnen we naar Hem vanuit Zijn relatie met het universum en dat is Ejn Sof Baroech Hoe. Dat is de reden waarom een broche uit twee delen bestaat.
1. In het tweede persoon: “geprezen bent U…” dat is gericht naar Ejn Sof Baroech Hoe en
2. In het derde persoon: “G’d Die ons heeft opgedragen en ons heeft geheiligd” en dat is gericht naar Atsmoeto.

Wanneer Hasjem niet betrokken zou zijn met deze wereld, dan heeft het totaal geen zin om mitswot te doen en te dawnen, echter “wanneer je zondigt, hoe kan je Hem treffen? Als je rechtvaardig zou zijn, wat zou je Hem kunnen geven of wat heeft Hij uit jouw handen genomen?” [Ijov/Job 35:5-6]. Er wordt hiermee bedoeld dat **Atsmoeto kan niet worden beïnvloed door onze daden, of ze nu goed of verkeerd zijn. Ejn Sof raakt meer hester - verborgen - door zonden en minder hester door mitswes, tesjoeva en jissoeriem.

In Tehilliem 18:31 staat dat de woorden van Hasjem puur zijn. Rav legt uit dat de mitswot werden gegeven puur en alleen om het Joodse volk te zuiveren. Want wees eerlijk, wat maakt het Hasjem uit als iemand wel of niet zich bijvoorbeeld aan de kasjroet houdt? Daarom zegt Tikkunim 70 dat de Primaire Oorzaak oven alles en iedereen verheven is. Hij zegent iedereen en heeft niemands zegen nodig want Hij is verheven boven ieder zegen en lof.

Iedere keer dat iemand een broche maakt, vermeerderd hij de broches in de Hogere Werelden. Dit heeft met het Tikkoenproces te maken waarin niet Joden geen invloed op hebben, echter ook zij dienen broches te maken, want anders ***stelen zij - net als de Joden als zij dit niet doen - van de Kadosj Baroech Hoe. Stelen is voor de niet Jood verboden en stelen houdt de zegen en heiligheid naar de bovenwereld - waarin alleen de Joden invloed hebben - tegen.

*Footnote: Ejn Sof [de Oneindige] is de Absolute Eenheid [Sha’ar Yichud van Rabby Bachaya’s Torot Chovot Halevavot] en is Degene waarover staat dat Hij alleen bestaat en niemand naast Hem bestaat. Ejn Sof heeft alle concepten wat bestaat of potentie heeft om te bestaan bedacht, enige wat wij doen is het ontdekken. Ejn Sof Baroech Hoe is Degene Die de werelden bestuurt middels de Sefirot, Kochot Hanavdaliem en de melachiem.
Ejn Sof is dus Het Oneindige G’ddelijke en dat gaat alle begrip, beschrijving of manifestatie te boven. Alleen door de 10 Sefirot, de G’ddelijke eigenschappen wordt Hij geopenbaard aan de schepping, en door de Sefirot wordt duurzame levenskracht die continu het bestaan herschept gekanaliseerd. Ejn Sof Baroech Hoe is bestaan en alles in de schepping kregen van Hem bestaan. Echter, omdat het concept ‘bestaan hebben’ of ‘bestaan krijgen’ ook een geschapen concept is, kan Ejn Sof Baroech Hoe niet Atsmoeto zijn.

**Footnote: Atsmoet[o] [ עצם Etsem, bot] - [Zijn] Essentie - is de beschrijvende term waarnaar in Kabbalah en in het hasjkove denken wordt verwezen naar de G’ddelijke essentie die Onkenbaar zal zijn en blijven. Terwijl Ejn Sof Baroech Hoe alleen oneindig kan zijn, is Atsmoeto, hoger geworteld in de G’dheid [so to speak]. Atsmoeto de Onkenbare, overstijgt alle niveaus en doordringt alle niveaus.
Zoals Reb Chaim van Volozhin als zei: Atsmoeto bestond al voor dat alles werd geschapen.

***Footnote: Ledawied mizmor... van Dawied, een lied...”. Voorheen was het precies andersom: 'mizmor ledawied'. Deze introductie laat zien dat Tehilliem 24 niet geschreven is om zijn eigen ziel op te beuren, maar Dawied Hamelech was al geïnspireerd en uit deze G’dddelijke inspiratie door deze Tehilliem.
“Ha'aretz... de aarde...' Hoewel het opgevat kan worden als de hele wereld [Radak], ziet Rasji dit meer als een verwijzing naar Erets Jisrael par excellente. “Oemlo'ah... en zijn volheid...”. De Talmoed leert in Berachot 35a dat uit deze pasoek voortvloeit uit het principe dat alles op aarde G'ds heiligdom is en daarom bezitten zelfs materiële objecten een vorm van kedoesja, heiligheid. Rav Yehudah zei daarom in de naam van Shmuel: “Degene die plezier ontleent uit deze wereld zonder een gepaste broche – zegen – te geven, is alsof hij op een illegale wijze plezier ontleent [als het ware steelt] uit een heilig, gewijd object [wat toebehoort tot de Bejt Hamiqdasj], zoals er staat geschreven 'lahasjem ha'arets oemlo'ah... Hasjem is de aarde en haar volheid...'. Elders staat er geschreven, 'de hemelen zijn de hemelen voor Hasjem en de aarde gaf Hij aan de mensheid' [Tehilliem 115:16]. Hierin zit geen tegenstelling, want alle objecten behoren tot Hasjem, maar na een broche [zegenspreuk over iets die je neemt/eet of dergelijke] "behoort het de mens toe.”


Sjioeriem van R'Kessin over Wie G’d is:

Ejn Sof Baroech Hoe:



Atsmoeto de Ongekende:



Bron: Nefesh Chaim van Rav Chaim van Volozhin hoofdstuk 2
Copyright © 2019 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2020 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.