17 Kislew 5781 | 03 December 2020
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     IsraĆ«l     Media     Publicisten     
Het leven na de dood
Publicatiedatum: Sunday 11 March 2007 Auteur: Binyamin Ben Perach (Evers) | 3.387 keer gelezen
Leven, dood en Opstanding der doden »

(Ter nagedachtenis en ter zielsverheffing van Jochanan ben Awraham (Hans Evers), van Refael ben Awraham (Refael Jairi (Kloppenburg)), en van Margaliet Ruth bat Awraham (Margaliet Shougat). Moge hun zielen in de bundel van het Eeuwige Leven gebundeld zijn.)

Het wetenschappelijk onderzoek
 "Er is leven na de dood", beweren, voor het eerst, wetenschappers. Doktoren en psychiaters die gedurende vele jaren zieken hebben onderzocht die volgens alle medische definities dood waren, maar terug zijn gekeerd tot leven, vonden gemeenschappelijke delen in hun verhalen, die getuigen dat de dood niet het einde is.

Dr. Raymond Modey, een dokter gespecialiseerd in psychiatrie, brengt in zijn boek "leven na het leven" getuigenissen van mensen die "de dood hebben gezien": ernstige zieken, of verongelukten bij wie de dood vastgesteld was, maar door "medische wonderen" in leven zijn gebleven. Zij vertellen van hun ervaringen in verschillende varianten, maar bepaalde elementen van de momenten van het "sterven" komen bij allen terug: een donkere tunnel; en een sterk, groot Licht dat een "wezen" is, overvloeiend van oneindige liefde, dat met hen sprak d.m.v. het overbrengen van gedachten; ze zagen al hun familieleden en vrienden die eerder overleden waren hen tegemoet komen; ze zagen snelle maar duidelijke beelden van hun leven allen, zonder uitzondering, waren in staat te zien en te horen wat er rond hun lichaam gebeurde, dat zij "beneden" hadden verlaten; allen vertelden gedetailleerd over wat er op de operatietafel waarop zij "overleden" waren, of in de auto die total-loss was, gebeurde, tot in de kleinste medische details aan toe. De behandelende artsen begrepen niet hoe zij al deze gegevens hebben kunnen bevatten, op het moment dat zij dood waren, zonder hartslag, zonder adem en zonder hersengolven.

"Ik wist dat ik was overleden", vertelt een "overleden" vrouw, "maar ik kon niets doen, want niemand hoorde me. Ik trad mijn lichaam uit; ik heb daar geen twijfel over, want ik zag mijn lichaam op de operatietafel liggen, en ik hoorde de doktoren me "opgeven". Ik voelde me verschrikkelijk, want ik wilde niet sterven. Opeens zag ik licht, het was flauw in het begin, maar werd sterker, het werd een enorm licht, moeilijk te beschrijven, allesomhullend, maar me niet verblindend, en ik kon de operatiekamer blijven zien. Toen het Licht mij vroeg of ik klaar [of: bereid] was om te sterven, had ik het idee met een mens te spreken, maar het was geen mens ... het was dat Licht dat sprak, dat contact legde. Ik wist dat het Licht wist dat ik niet klaar [of: bereid] was te sterven. Ik had het gevoel alsof ik geëxamineerd werd. Ik voelde me zo goed, ik voelde veiligheid en liefde, moeilijk te beschrijven, moeilijk uit te leggen ..."

Deze ervaring, van dicht bij de dood te zijn, bracht bij de mensen die de ervaring hadden een nieuwe houding t.o.v. de dood teweeg; ze zijn er niet meer bang voor, - zo schrijft Dr. Modey in zijn boek. De angst voor het onbekende bestaat bij hen niet meer. De geïnterviewden, zo tekent Modey aan, zijn allen stabiele mensen zonder mentale stoornissen, en leven een volkomen normaal, creatief leven. Ze vertelden hun ervaring slechts aan de directe omgeving, ze vertellen over hun ervaring als over een feit, niet als over een droom of illusie. Ze herinneren zich exacte details over alles wat ze hebben meegemaakt, en de gebeurtenis is helder in hun geheugen, zonder nevelen.

Dr. Modey concludeert, dat hoe langer de "overledenen" in hun abstracte bestaan bleven, hoe moeilijker het hen was terug te keren. "In hun hersens", zegt Dr. Modey, "bestaat er geen schijn van twijfel over de realiteit van hun ervaringen."

Sommigen vertelden dat ze op hun verzoek terugkeerden naar hun lichaam. "Toen ik daar was, in aanwezigheid van dat enorme Licht, had ik het zo goed, dat ik niet terug wilde", zo verklaarde een geïnterviewde. "Maar ik dacht aan mijn man en drie kinderen, en het is moeilijk uit te leggen hoe en waarom, maar ik wist dat ik moest beslissen: blijven of teruggaan, alsof ik de beslissing zelf kon nemen, en ik besloot terug te keren."

Een ander vertelde: "Ik was buiten mijn lichaam, maar ik wist duidelijk dat ik kon blijven of teruggaan."

Anderen die met Dr. Modey spraken, denken dat het toedoen van anderen - hun liefde, hun sterke wil en hun gebeden - hen terug heeft doen keren.

"Ik hoorde de dokter zeggen dat ik was overleden, en ik voelde me zo goed, maar ik werd teruggetrokken door die zwarte tunnel. Toen ik mijn ogen opende zag ik mijn man en zuster verdoofd naast mijn bed staan, hun gezichten nat van tranen."

Sommigen herinneren zich het moment van terugkeer naar het lichaam niet: "Ik herinner me het ogenblik dat ik in mijn lichaam terugkeerde niet; ik sliep in, en toen ik wakker werd vond ik mijzelf terug in het lichaam."

Anderen herinneren zich het precies: "Ik was boven, en keek "hoe er aan mij gewerkt werd", ik zag dat ze het schokapparaat op m'n borst legden, en ik zag m'n lichaam kronkelen van de schok. Op dat moment viel ik, als een zwaar gewicht, terug in m'n lichaam."

Anderen vertellen van de grote teleurstelling terug te gaan, hoewel niemand van hen er ook maar aan denkt zelfmoord te plegen: "Ik wilde niet terug, ik heb een week gehuild na deze ervaring. Ik wilde niet in deze wereld leven, nadat ik de andere had gezien. Ik bracht de fantastische gevoelens die ik daar had gehad met me mee; die gevoelens bleven een paar dagen bij me, soms voel ik ze nog."

Anderen benadrukken het gevoel, dat er een duidelijke lijn was, die scheidde tussen hen en het Licht-wezen, en dat ze duidelijk wisten dat ze bij het overschrijden van deze lijn, niet meer terug zouden kunnen.

Allen getuigden dat vrienden en familieleden die al overleden waren, hen tegemoet kwamen, als het ware om hen te begeleiden, of om ze mee te nemen.

"Dit waren allen mensen die ik tijdens mijn leven kende en waren overleden. Ik zag m'n oma, en een meisje dat ik van school kende; ik zag hun gezicht, en voelde hun aanwezigheid heel dicht bij me. Ze zagen er gelukkig uit, en het hele gebeuren was vreugdevol."

"Ik zag ze daar allemaal, en ik hoorde een stem [of: geluid] ... niet met m'n oren, niet op een gewone zintuiglijke manier, ... ik hoorde dat ik terug moest naar m'n lichaam, dat m'n tijd nog niet gekomen was, ik was niet bang, ik keerde gewoon terug," vertelt een ander.

Allen getuigen van een "groot Licht" waarnaar ze als naar een magneet werden toegetrokken.

 "Dit Licht", vertelt een van hen, "was zo'n fantastische persoonlijkheid, zo warm en goed, dat ik het niet wilde verlaten."

Dr. Modey benadrukt, dat allen vertellen dat het "Licht-wezen" hen vroeg (d.m.v. overbrengen van gedachten) of ze bereid waren te sterven, en ook wat ze bereikt hadden in hun leven. Het lijkt Dr. Modey dat de vraag niet gesteld werd om het antwoord te weten te komen, immers allen getuigden dat ze het gevoel hadden dat het Licht hen kende en alles over hen wist, maar dat de vraag gesteld werd om het geheugen te activeren, en een panorama van het leven van de overledene op te roepen. Allen zeggen dat de herinneringen van hun leven niet op de gebruikelijke, zintuigelijke manier was, maar een soort film in andere tijds-dimensies. Ze zagen het leven in een flits, maar op chronologische volgorde, en met een wonderbaarlijke helderheid. Sommigen zeiden dat ze het in kleur zagen, of drie-dimensionaal, en zelfs met beweging. Ze voelden ook van elk beeld de bijbehorende gevoelens. Anderen zeggen alles te hebben gezien, van de kleinste, meest onbeduidende details, tot de belangrijkste gebeurtenissen.

Velen vertellen dat hun bevattingsvermogen enorm was. Ze waren in staat enorme hoeveelheden informatie of gedachten die hen overgebracht werden, te zien en te begrijpen.

Twee conclusies trokken allen die op hun leven blikten:

  • men moet van de medemens houden, en
  • het is belangrijk te leren, veel te leren.

"Ik had het idee", zegt een van hen, "dat dit proces van het leren moet doorgaan, en nooit zal stoppen, eeuwig voortduurt."

Zonder enig verband met het boek van Dr. Modey, steunt de research van Dr. Kubler-Ross zijn bevindingen over dit klinisch overlijden. Zij, als psychiater die tientallen jaren heeft gewerkt met ongeneeslijke zieken,. stelt: "Ik weet, verheven boven elke twijfel, dat er leven is na de dood." Dr. Kubler-Ross heeft haar in 8 jaar opgebouwde dossiers van getuigen van "teruggekeerden" geopend voor onderzoekers. Zij merkte op dat velen van haar zware patiënten stierven met een vredige uitdrukking op het gelaat, iemand zagen of met iemand spraken. Ze dacht eerst dat het hallucinaties waren, maar het bleek dat de patienten bij kennis waren, en ook haar kenden.

Een vrouw wier dood vastgesteld was, kwam 3 uur later weer tot leven en vertelde gedetailleerd over haar ervaringen gedurende de tijd dat ze zonder bloeddruk, adem of registreerbare hersengolven was. Ze is nog anderhalf jaar in leven gebleven, zonder enige hersenafwijking.

Dr. Kubler-Ross' dossiers steunen de bevindingen van Dr. Modey. Een van de gevallen was van een jongen die "overleed" door een verkeersongeval: z'n been had hij verloren, maar hij voelde een opperste vredelievendheid, was compleet, met z'n been; hij vertelde details over hoe de politie hem en twee andere verongelukten uit de wrakken haalde.

Een ander interessant geval is van een chemicus, die blind is geworden na een ontploffing in zijn laboratorium, een half jaar voor zijn "dood": hij vertelde details van alles wat hij "beneden" zag. Ook de getuigenissen over het grote Licht, de familie en vrienden die hen tegemoet komen, komen terug in de dossiers van Dr. Kubler-Ross. Toen een bekende journalist haar vroeg wat volgens haar dit Licht was, zei ze: "Dat Licht is G'd."

Toen men haar vroeg of er, behalve de getuigenissen, nog een wetenschappelijke steun of uitleg voor het verschijnsel bestaat, antwoordde ze dat ze geen uitleg had voor het feit dat mensen die volgens alle wetenschappelijke definities dood waren, dingen om hen heen in detail konden beschrijven, soms over zaken die gewoonlijk slechts doktoren bekend zijn. "Wat wij vandaag weten, betreft slechts het eerste stadium van wat er in de wereld-van-hierna gebeurt", zegt zij. "Er zijn nog meer stadia, maar daar zullen wij niets van te weten kunnen komen." Ze stelt zelfs, dat het kan zijn dat het lijkt op onze opvattingen over "hemel" en "hel", misschien niet zoals ze in onze jeugd werden beschreven; de hel kan een reflectie van zelfbeschuldiging zijn, over het materiële leven heen, over dingen die gedaan hadden moeten worden en niet zijn gedaan, en het falen lief te hebben, te begrijpen en te leren.

(Opgemerkt zij dat dit artikel geschreven is in 5736 (1976), en genoemde wetenschappers publiceerden kort daarvoor. Soortgelijke getuigenissen zijn sindsdien zeer vaak opgetekend, en verschenen in zowel wetenschappelijke als populaire boeken en media. Bewerker dezes tekent aan dat wanneer hij bij Sjiwwe-bezoek over dit onderwerp spreekt, er vaak iemand invalt en vertelt over een kennis / familielid die dit alles ook heeft meegemaakt.)
Bovengenoemde "teruggekeerden" bevestigen met hun getuigenissen zaken die voor de Joodse gelovigen door de eeuwen heen duidelijk en vanzelfsprekend waren, en in feite wordt voor hen hier niets nieuws vermeld. Alles was bekend aan onze geleerden, en zelfs meer dan door deze "doden" is geopenbaard.

Pagina index:
Copyright © 2007 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2020 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.