4 Kislew 5783 | 28 november 2022
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     IsraĆ«l     Media     Publicisten     
Symboliek en richtlijnen van de loelavbundel
Publicatiedatum: donderdag 06 oktober 2022 Auteur: Opperrabbijn Evers | 175 keer gelezen
Halacha, Soekkot, Opperrabbijn R. Evers, Moessar [ethiek] »
De arba’a miniem
de vier soorten planten en de citrusvrucht, die wij op Soekot (Loofhuttenfeest) schudden, bestaan uit de Loelav – een palmtak; de twee Aravot – beekwilgtakjes, de drie Hadassiem – myrthetakjes en de Etrog – een citrusvrucht. Deze botanische vier soorten symboliseren de eenheid van het Joodse volk. Maar wat heeft dit te maken met Soekot, met Tisjrie, de maand van de grote feesten als Rosj hasjana en Jom Kippoer? Om de eenheid van de plantenbundel loelav en etrog te begrijpen moeten we eerst de achtergronden van Soekot, Tisjrie, Rosj hasjana en Jom kippoer doorgronden. Dit hebben we al in het artikel Simchat Beet Hasjo’eva – het waterscheppingsfeest uitgelegd.

Etrog – citrusvrucht in de halacha (richtlijnen) en aggada
Halacha (richtlijnen) en aggada (achtergrondgedachten) gaan hand in hand en lopen parallel. Om dit aan te tonen behandel ik eerst de betekenis van de onderdelen van de plantenbundel en daarna hoop ik te laten zien hoe de richtlijnen en de achtergronden gelijk opgaan.

Originaliteit en authenticiteit
Zo moet de etrog authentiek zijn. Er mag geen vreemde soort (zoals citroen) in vermengd zijn en hij moet een hechsjeer (kosjer-verklaring) hebben van een halachische autoriteit, een erkende Rabbijn, dat er in de loop der eeuwen geen andere soorten in de etrog geslopen zijn. Originaliteit en authenticiteit gelden voor alle vier soorten.

Het geeft zelfs de juiste wijze van onze Jodendomsbeleving aan. Ons Jodendom moet origineel en authentiek zijn. Geen vermenging met andere culturen, geen vreemde invloeden van buitenaf. Onze Jodendomsbeleving blijft het zuiverst wanneer wij het nemen zoals het is en het niet proberen aan te passen aan of te combineren met allerlei moderne ideeën en stromingen.

Geen generatiekloof
Dit is ook onze boodschap voor onze volgende generatie. De etrog (citrusvrucht) wordt hadar genoemd in de Tora. Hadar – dat ook voor de andere drie soorten geldt - betekent allereerst mooi. Maar tevens betekent het `iets wat blijft hangen aan de boom’. Eén van de eigenschappen van de etrog is, dat het veel langer aan de boom blijft hangen dan andere vruchten. Wanneer er alweer een nieuwe oogst aan de bomen hangt, zijn de oude etrogiem nog steeds aanwezig. Het geeft aan dat er tussen de generaties geen kloof mag bestaan. Wanneer we het Jodendom goed, puur en authentiek beleven, zullen we die generatiekloof tussen ouders en kinderen mogen overslaan.

Etrog – citrusvrucht in de halacha (richtlijnen)

Wil men een etrog uitzoeken van mehoedar (topkwaliteit) dan let men op de volgende punten:

1. Hoe schoner de Etrog is, des te meer deze mehoedar is. Echter, op de chotem (neus) en de pittem (het bovenste steeltje) van de Etrog mogen helemaal geen plekjes zichtbaar zijn. Zelfs een blettel (bladafdruk) op de chotem (neus) doet af aan de schoonheid ervan.
2. Een Etrog moet veel belietot (bobbeltjes) hebben en mag niet zo glad zijn als een citroen.
3. De okets (het steeltje van de Etrog) moet verzonken liggen in de vrucht; dit betekent dat de Etrog rond de okets groeit; de okets (de aanhechting van de steel) mag dus niet boven de oppervlakte van de Etrog uitsteken.
4. De Etrog moet de vorm van een migdal (toren) hebben, d.w.z. het onderste deel vlakbij de okets (steel) moet wijd zijn en het bovenste gedeelte vlakbij de pittem moet smal toelopen. Indien het deel vlakbij de pittem breder of even breed is als het onderste gedeelte, is de Etrog geen mehoedar (niet mooi).
5. De pittem (het steeltje aan de bovenkant van de Etrog) en de sjosjanta (de knop op het steeltje aan de bovenkant) moeten heel zijn.
6. De pittem en okets (steel) moeten zich in het midden van de Etrog bevinden met de pittem precies tegenover de okets. De Etrog mag dus niet gebogen zijn.

Dit betekent, dat onze Jodendomsbeleving niet alleen kosjer en oprecht moet zijn maar ook schoon en aangenaam moet zijn, zeker wanneer het ook naar buiten herkenbaar is als Jodendom. De etrog moet authentiek zijn en niet lijken op een citroen, recht en oprecht zijn, zo stevig als een toren, als een rots in de branding staan en heel zijn. Heilig komt van het woord heel en betekent, dat wij een geïntegreerd leven moeten leiden en wij ons geen gefragmenteerd Jodendom kunnen permitteren.

Loelav - palmtak
Wil de loelav mehoedar (topkwaliteit) zijn dan let men op de volgende punten:

1. De Loelav moet geheel vers en groen zijn; dit geldt zowel voor de sjedra (ruggengraat) als voor de bladen. In het bijzonder moet men het bovenste blad op droogte inspecteren.
2. De Loelav moet volkomen recht zijn, zonder bochten in welke richting dan ook.
3. De bovenste bladeren, d.w.z. de bladen boven de sjedra (ruggengraat), moeten volledig zijn; er mag niets aan ontbreken.
4. De bladeren van de Loelav mogen niet uit elkaar staan, maar moeten samengebundeld zijn, zodat het er uitziet als één geheel.
5. De bovenste tioemet (dubbelblad) mag niet gespleten of gescheiden zijn.
6. Sommige Poskiem (halachische Beslissers) zijn van mening, dat men moet proberen een Loelav te kopen met slechts één tioemet (dubbelblad). Indien er twee tioemtiem zijn, die met elkaar verbonden zijn, wordt dit beschouwd alsof de Loelav slechts één tioemet had met het oog op deze hiddoer (verfraaiing).
7. De Loelav mag niet moerkav zijn, d.w.z. niet afkomstig van een geënte boom.
8. De Loelav moet mooi zijn in lengte, dikte en uiterlijk.

Ook hier worden de eisen van schoonheid, fraaiheid en oprechtheid gesteld terwijl ook de eenheid van de samenstellende bestanddelen benadrukt wordt. Het bovenste blad mag niet gespleten zijn. Dit betekent dat we geen gespleten persoonlijkheid mogen hebben. Wat bedoel ik hiermee?

Integratie en integriteit
De meesten van ons leven in twee werelden; in het dagelijkse leven moeten wij ons bezighouden met alledaagse, aardse zaken. We werken in een bedrijf, verkopen schoenen, aandelen of huizen, zijn huisvrouw, runnen een school of drijven een incassobureau. Op Sjabbat en Jom Tov zijn we Joods; we gaan naar sjoel (synagoge) en leren Tora. We staan niet alleen `met beide benen op de grond' maar ook met een been in de Joodse en met het andere been in de niet-Joodse wereld.

Vroeg of laat leidt deze dubbelrol tot een cultuurclash – een botsing tussen waarden en overtuigingen vanuit verschillende achtergronden. Dit brengt de mens uit balans: soms helt hij te veel over naar de profane kant van zijn leven. Er ontstaat dan een dubbele moraal. In de materiele sfeer kan hij niet genoeg krijgen terwijl hij zich reeds tevreden stelt met een absoluut minimum aan Joods leven.

Zo heeft men zich dienstbaar gemaakt aan de economische machine die de eigen handen hebben opgebouwd. Hij bekommert zich meer om efficiency en succes dan om de groei en ontplooiing van zijn geestelijk leven. Bij deze handelsinstelling verliest de mens zijn identiteit en integriteit; hij raakt van zichzelf vervreemd, leidt een gespleten en ongeïntegreerd leven; het omgekeerde van heiligheid in de zin van volledigheid. Zo worden idealen slechts beleden maar niet nagestreefd. Een G’dsdienst belijden betekent nog niet dat men een religieus waardevol leven leidt.

Eigendom
De etrog moet ook ons eigendom zijn. Ook deze eis geldt voor alle vier soorten. Wanneer we werkelijk willen groeien in onze Tora-beleving, moeten wij dicht bij onszelf blijven staan. We kunnen de ideeën en idealen van anderen niet gebruiken als het gaat om onze eigen religieuze groei. Het moet vanuit ons binnenste opborrelen, willen we werkelijk kunnen zeggen dat wij de lessen van Soekot begrepen hebben.

Soekot heet Chag Ha’asief – het feest van de inzameling
We oogsten gedurende Soekot de vruchten van onze inspanningen gedurende de zomer toen wij tesjoewa deden uit de bitterheid om de verwoesting van de Tempel. We nemen de gevoelens van ontzag, vrees en hoop uit de 40 dagen voor Jom Kippoer mee naar de winterperiode maar ook de vreugde en liefde die we tijdens het Soekot-feest ervoeren.

Het lichaam van de mens
In de Midrasj worden de vier soorten van de arba’a miniem (plantbundel) vergeleken met delen van het lichaam van de mens. Vaak gaat het over een vormgelijkenis. De palmtak loelav is een weergave van de wervelkolom. In de etrog ziet men het hart. De myrthetakken symboliseren de ogen en wilgentakken staan voor de lippen. Op deze manier verenigt de mens al zijn organen om G’d te dienen.

De overtredingen die men met deze ledematen beging, worden hierdoor gerectificeerd. Wanneer wij de mitswa van het loelav-schudden met de juiste intentie, aandacht en devotie uitvoeren, worden alle gebreken die zijn ontstaan door onze schending van de ge- en verboden uitgewist. De etrog moet fraai zijn volgens de Tora (Wajikra/Lev. 23:4). De etrog symboliseert het hart, het orgaan waar onze gevoelens zetelen en dat de bron vormt van al ons handelen. In feite moeten álle soorten mooi zijn. Wij moeten al onze organen, geheel ons leven verheffen zodat zij tot de hoogste plan van perfectie gebracht worden.

Hadassiem symboliseren de ogen en arawot de lippen. Beide moeten vers en groen zijn. Onze Jiddisjkeit moet fris en vrolijk worden beleefd. Anders verwelkt onze religieuze interesse. Er is niets zo demotiverend als een geloof zonder inspiratie en Jodendom zonder verfrissende nieuwe inzichten. De woorden van de Tora moeten iedere dag weer als groot nieuws zijn in onze beleving. Anders nemen we onszelf niet serieus.

Hadassiem - myrthetakken
Willen we mehoedar (topkwaliteit) hadassiem krijgen, dan let men op de volgende punten:

1. De hadas moet vers en groen zijn, zonder enig droog plekje of witte verkleuring. In het bijzonder moeten de bovenste drie bladeren vers en groen zijn.
2. Alle drie hadassiem moeten mesjoelasj (drievoudig) zijn over de hele lengte van de sjioer (maat) van de drie tefachiem (handbreedten, 24-30 cm. van bovenaf gerekend); dit betekent dat er op ieder niveau drie blaadjes op dezelfde hoogte groeien uit de knopjes op de stam van de hadas. Het ene blad mag niet hoger of lager staan dan een ander blad op dezelfde hoogte. De blaadjes moeten op en naast elkaar liggen als een aangesloten keten; d.w.z. de bovenkant van ieder blaadje bedekt het knopje van het blaadje erboven.
3. De blaadjes moeten niet groter zijn dan een duimnagel en niet kleiner dan een gerstekorrel.
4. De blaadjes mogen niet naar buiten of naar beneden hangen. Zij moeten rechtop staan, tegen de tak aan, zodat het takje volledig door de blaadjes wordt bedekt.
5. Het topje van de tak moet heel zijn en ook de bovenste blaadjes moeten heel zijn.
6. Men moet proberen hadassiem te krijgen, waarbij alle blaadjes heel zijn – niet gescheurd of gebroken.
7. De hadas mag niet meer bessen dan blaadjes hebben, zelfs al zijn de bessen groen.
8. Tussen de blaadjes mogen geen takjes zitten. Zijn die er wel, dan moeten deze verwijderd worden – maar niet op Jom Tov (feestdagen).
9. De hadassiem moeten niet precies drie tefachiem (handbreedten) zijn, bij voorkeur moeten ze iets langer zijn.
10.De hadassiem mogen niet moerkav (geënt) zijn.

Een promiscue maatschappij staat negatief tegenover het Jodendom
Hadassiem lijken op de ogen. Het oog ziet, het lichaam begeert en overtreedt. Om de ogen te beschermen heeft de Tora ons de tsietsiet (schouwdraden) gegeven. Hadassiem sublimeren de ogen en tillen het kijken op een hoger, heilig niveau. Tsietsiet kunnen ons helpen bij het beheersen van onze driften. Een promiscue maatschappij zal vijandig staan tegenover Joodse waarden. Wanneer de Tora zegt ‘dat wij ons hart niet mogen volgen’ slaat dit op atheïsme. Een van de meest opvallende verhalen met deze strekking staat in Numeri 20. Nadat de Joden gearriveerd waren bij de grenzen van het oude Moav, vertelt de Tora ‘dat het volk promiscue begon om te gaan met de dochters van Moav’. Deze nodigden het volk uit om te offeren voor hun afgoden. Het volk kwam, werd verleid door de charmes van de dochters van Moav, at en boog voor hun afgoden en ging vreemd.

Dat u uw ogen niet ontuchtig zal volgen
Het doel van de oogbeschermers tsietsiet is: ‘dat u uw ogen niet ontuchtig zal volgen…opdat u zult herinneren en al Mijn geboden in acht zult nemen en heilig zult zijn voor uw G’d’. De belangrijkste manier om heilig te worden is het beheersen van onze zintuigen en onze gevoelens. Aan het einde van de mitsva van tsietsiet wordt de uittocht uit Egypte herinnerd. Egypte wordt gezien als het land van extreme onzedelijkheid (ervat ha’arets). Toen de Joden Egypte verlieten, lieten ze deze uitzonderlijk ontuchtige maatschappij achter zich. De hadassiem brengen de ogen op een subliemer, puurder niveau.

Aravot - beekwilgentakken

Voor een mehoedar (topkwaliteit) let men bij de Aravot op de volgende punten:

1. De blaadjes moeten lang zijn, de randen glad en de tak rood.
2. De bovenkant van de tak en de bovenste blaadjes moeten intact zijn.
3. Alle blaadjes moeten vers zijn, zonder enig droog plekje, ongerimpeld en zonder enige vouw.
4. Alle blaadjes binnen de sjioer (maat) van de drie tefachiem (handbreedten) van boven af gerekend moeten aanwezig zijn en ieder blad moet heel zijn.
5. Volgens sommige Poskiem (halachische beslissers) moet men proberen om Aravot te bemachtigen, die vlakbij water groeien.

Ons verbale gedrag verheffen
Aravot symboliseren de lippen. Aravot wil ons verbale gedrag verheffen en op een hoger niveau brengen. Lesjon hara is niet zozeer een verbale overtreding maar veeleer een negatieve levenshouding. Hetzelfde glas kan evengoed half leeg als half vol zijn. Een kwestie van perceptie. Kwaadsprekerij pikt overal de negatieve aspecten uit, vergroot die en creëert negatieve gevoelens, die bij een positieve attitude juist veel goeds had kunnen genereren.

Wanneer we op het negatieve gefocust zijn, worden we verbitterd en agressief. We doen anderen tekort maar het meest treffen we onszelf. Niet alleen kwaadspreken is slecht maar ook het weigeren het positieve in de wereld te zien en te benadrukken.

Heb wat over voor de mitswot
De Talmoed vertelt (B.T. Soeka 41b) dat Rabban Gamliël, Rabbi Jehosjoe’a, Rabbi Elazar ben Azarja en Rabbi Akiwa eens samen een zeereis ondernamen. Alleen Rabban Gamliël had een loelav. Hij had hiervoor duizend zoez – een exorbitant hoog bedrag – betaald. Rabban Gamliël schudde de loelav als eerste en vervulde daarmee de mitswa. Daarna gaf hij hem aan zijn medepassagiers als geschenk, zodat iedereen de mitswa op de juiste manier kon vervullen want de vier plantensoorten van de loelav moeten op de eerste dag Soekot ons volledig en exclusief eigendom zijn. De Talmoed vraagt waarom nog wordt vermeld, dat Rabban Gamliël deze loelavbundel had gekocht voor duizend zoez? “Dit leert ons hoe belangrijk het is dat de mitswa mooi en met veel overgave wordt vervuld”.

Nog enkele praktische tips

· Er moeten twee hadassiem (myrthetakjes) en drie aravot genomen worden bij de Loelav.
· De ruggegraat van de Loelav moet 4 handbreedten lang zijn, minimaal 32 cm. maar liefst 40 cm. De ruggegraat moet 8 tot 10 cm. boven de hadassiem en de aravot uitsteken.
· De lengte van de hadassiem is 3 handbreedten, minimaal 24 cm. en liefst 30 cm. De lengte van de aravot is ook 3 handbreedten, minimaal 24 cm., maar liefst 30 cm.
· De drie soorten (loelav, hadassiem en aravot) moeten minimaal worden samengebonden met een dubbele knoop. Gevlochten mandjes worden beschouwd als een dubbele knoop. Toch is het beter eerst een dubbele knoop te maken van de loelavbladen.
· Men moet opletten dat men de drie soorten zo bindt dat ze niet uiteen hangen.
· Wanneer zij gebonden worden op Jom Tov is een dubbele knoop verboden. Of men maakt dan een enkele knoop of men maakt de drie soorten aan elkaar vast door ze rond te draaien en daarna de uiteinden in de windingen te steken.
· De mitsva is om één binding te maken, maar de minhag (gewoonte) is om drie bindingen te maken tegenover de drie Avot (Aartsvaderen) op alle drie de soorten of op de Loelav alleen.
· Sommigen menen dat de hoofdknoop en twee extra bindingen op de Loelav zelf worden gemaakt. Anderen stellen dat de hoofdknoop plus drie extra bindingen op de Loelav moeten worden gemaakt en de derde minhag luidt dat in totaal vijf knopen gemaakt moeten worden: òf drie op de drie soorten en twee bindingen enkel op de Loelav. Of twee bindingen op de drie soorten en drie op de Loelav zelf, zonder de andere drie soorten.
· Bij het later insteken van Hadassiem en Aravot vallen vaak bladeren af. Men doet er dus verstandig aan om eerst de bindingen los te maken voordat men er Hadassiem en Aravot insteekt. Daarom mag men bijv. geen Aravot vervangen op Jom Tov, want dan is het verboden om knopen te maken. Als men geen knoop hoeft te maken, kan men uiteraard de verwelkte Aravot vervangen door meer verse of mooiere.
· Sommige Poskiem stellen dat men de bindingen overdag moet maken.
· Voor de bindingen van Hosjanot voor Hosjana Rabba geldt dat er verschillende minhagiem zijn: sommigen binden drie Aravot samen; sommigen vijf en anderen zeven. Onze minhag is om ze samen te binden met loelavbladeren. Het is het beste de loelavbladeren reeds vòòr Soekot klaar te leggen.

Verdere aandachtspunten
· De Hadassiem moet men iets hoger binden dan de Aravot omdat:
a. Hadassiem eerder in Tora staan en
b. Hadassiem het symbool zijn voor de ogen terwijl Aravot de lippen symboliseren.

· De plastic zak waarin de Hadassiem of Aravot zitten mag je op Jom Tov openknippen, als je er maar op let niet door de letters of figuren heen te knippen.

· In principe mag men met alle soorten materiaal binden. Binden valt onder het begrip noi (verfraaiing) en verfraaiing vormt nooit een chatsietsa (afscheiding tussen de hand en de drie soorten en tussen de drie soorten onderling). De minhag (gewoonte) zegt voor het samenbinden van de drie soorten (dus allesbehalve Etrog) loelavbladeren te gebruiken. Deze bladeren mogen van de desbetreffende loelav worden afgetrokken om die Loelav te binden.

· Men doet er goed aan om vòòr Jom Tov bladen van de Loelav of een andere Loelav die niet gebruikt wordt, af te trekken. A priori bereidt men extra bindbladen voor, vòòr Jom Tov voor de Loelav en voor de Hosjanot op Hosjana Rabba.

· Op Jom Tov mag men de Loelav terugzetten in water en wanneer het nodig is mag men zelfs water toevoegen. Maar het water mag op Jom Tov niet ververst worden. Op Chol Hamo’eed is het toegestaan om het water te verversen.

· Het is toegestaan om pokon toe te voegen, om ervoor te zorgen dat de drie soorten vers blijven.

· Het is toegestaan om de stelen onderaan bij te knippen zodat de Hadassiem en Aravot op goede hoogte komen.

· Het is toegestaan om ze in de koelkast te leggen om ze vers te houden.

· Op Sjabbat mag men de drie soorten niet in een natte theedoek wikkelen omdat men moet vrezen voor sechieta (het uitdrukken van water uit een natte theedoek).

· De Aravot moeten ververst worden wanneer zij verwelken.

· De belangrijkste tijd van het opnemen van de vier soorten is gedurende Halleel. De mensen die de Mitsva van het Loelav-schudden op een prachtige manier willen vervullen maken ’s ochtends bij het opkomen van de zon in de Soeka een Bracha over de Loelav en schudden hem in de zes windrichtingen. Daarna schudt men het nog een aantal keren bij Halleel.

Copyright © 2022 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2022 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.