12 Tammoez 5784 | 18 juli 2024
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     IsraĆ«l     Media     Publicisten     
De eerste grote ramp op Tammoez
Publicatiedatum: dinsdag 21 juli 2009 Auteur: Redactie | 3.516 keer gelezen
Eloel, Tammoez-Av-Eloel, Tisja Be'av, Redactie »

Mosje gooide de Stenen Tafelen (Loechot) in stukken nadat het Joodse Volk de 'eigel hazahav (gouden kalf) hebben aanbeden. Na 40 dagen, aan het begin van het zesde uur, "dan kom ik terug met de Tora", zei Mosje. Vanaf het moment dat Mosje vertrok, begon het volk vol verwachting de dagen af te tellen. 

Op 16 Tammoez kwam de satan kijken. Met hem nam hij duisternis en verwarring mee.

"Waar is jullie Rabbi Mosje?"
"Hij is naar de hemel opgestegen".
"Het zesde uur is inmiddels aangebroken. Hij zal nu terug moeten komen".
Het volk negeerde de woorden van de satan.

"Hij is dood!"
Weer negeerde het volk hem.

Toen liet de satan aan het volk het sterfbed van Mosje zien.
(Sjabbat 89a)

Het volk hing zo aan Mosje, dat ieder minuut zonder hem al te veel was. Hun intense hang aan Mosje was te groot zodat zij zelfs geen uur zonder hem zich staande konden houden. Toen zij zijn sterfbed zagen, stortte het volk in elkaar. ...lie ‘aseh-lanoe ‘elokiem ... geef ons een leider.... Sjmot/Ex. 32:1 zeiden zij tegen Aharon. Maar waar al die grote mannen zoals Calev en Nachson ben Aninadav?

De Tora werd geaccepteerd nadat Hasjem de zielen van het volk stuk voor stuk gezuiverd ahd. Hierdoor werd de Tora op een individuele basis geaccepteerd. Toen het volk als eenheid om een ándere leider dan Mosje vroegen, werd het volk in drie groepen verdeeld:

  • Rasji verklaart dat jouw mensen - ‘amcha - (Sjemot/Ex. 32:7) de gojiem uit Egypte waren, de Egyptische Eirev Rav. Mosje liet hen tot het volk Israel bij de uittocht toe zonder Hasjem om raad te vragen en hierdoor werden zij onderdeel van de Exodus. Zij waren corrupt en misleidden de Joden voor hun welbekende afgoderij. De dieren werden in Mitsrajiem aanbeden. Dus is de aanbidding van ‘eigel hazahav een onderdeel de Egyptische cultus geweest. Door hun belevenis op Har Sinaj was de neiging tot afgoderij van de Eirev Rav schijnbaar als het ware in een tijdelijke sluimerstatus gevallen, omdat de gebeurtenis op Har Sinaj ook een grote impact op deze mensen had. Deze misleiding maakten de Eirev Rav misbruik van naar aanleiding van het feit dat de Joden om een nieuwe leider - niet god - vroegen...lie ‘aseh-lanoe ‘elokiem ... geef ons een leider.... Elokiem betekent ook leider. Dit klinkt logisch omdat in dezelfde pasoek met betrekking elokiem niet verwezen wordt naar Hasjem, maar naar Mosje. Aangezien zij dachten dat Mosje dood was, wilden zij Aharon als leider. Vandaar dat Aharon de gouden sieraden - wat wij van Rasji leren - van de mannen ontving. De mannen waren gul met hun sieraden, de vrouwen gaven niet. De vrouwen waren pas gul met het geven van goud toen zij goud gaven voor de Misjkan. Vandaar dat er 6.000.000 weduwen van de eerste generatie de Jordaan mochten oversteken om Jisrael binnen te gaan. Aharon gooide het goud van de mannen in het vuur en samen met de toverkunsten van de Eirev Rav rees er een ‘eigel hazahav uit het vuur op. Aharon wist niet dat dit gebeuren zou. Maar omdat hij het goud in het vuur deed, werd hij verantwoordelijk gesteld. Het is dus de combinatie van het goud in het vuur en tovenarij dat de ‘eigel deed rijzen (32:4). Vandaar dat 32:35 sprak over ...'asjer ‘asah ‘Aharon... die Aharon maakte... Deze groep was erg groot. Zij werden nog zo gewaarschuwd niet de 'eigel hazahav te aanbidden, maar sloegen de raad in de wind. Daarbij bevonden onder hen ook mensen - Bnej Jisrael van geboorte - die de 'eigel hazahav wel aanbaden, maar waarschuwingen op het verbod van het aanbidden van de 'eigel hazahav niet opgevangen hadden.
  • Er was een kleinere groep die niet direct vanuit gingen dat Aharon aan hun verzoek voor een nieuwe leider zou inwilligen. Daarom was het verzoek ook niet op individuele basis, maar vanuit de eenheid van het volk: Ga voor hem uit ...Sjmot 32:1.
  • De derde groep wordt ook 'de ooggetuigen' genoemd. Zij zeiden: "Beide groepen (twee voorgaande groepen) zijn vreselijk fout en beide worden gedenigreerd". Deze rechtvaardigen zagen de vreselijke status van hun broeders en waren vreselijk geschrokken dat deze ramp überhaupt mogelijk was. Zij zeiden: "jullie zijn niet onze broeders! Jullie zouden überhaupt niet met ons volk meegerekend mogen worden als G'ds volk.

Midrasj Tanchoema Parasja Ki Sisa leert dat de stenen Tafelen, de Loechot, zichzelf droegen. Mosje was na die 40 dagen op Har Sinaj vreselijk blij en vol verwachting daalde Mosje van Har Sinaj af om die beloofde ochtend - volgens afspraak - aan te komen. Vs. 32:7 vertelt:...leg-red kie sjichet ‘amcha ‘asjer he'elejta me'erets mitsrajiem...ga, daal af, voor je volk die je uit het land van Egypte.... We leerden dat Hasjem in feite zei: Ga van je hoge status af, want jouw volk hebben de ‘eigel hazahav aanbeden. Hiermee werd Mosje geëxcommuniceerd!
Toen Mosje inderdaad leden van Bnej Jisrael met de 'eigel hazahav bezig zagen, zei hij: "als ik hen de loechot geef, dan onderwerp ik hen aan ernstige mitswes, waardoor zij middels de doodstraf aansprakelijk gesteld kunnen worden", omdat in Sjmot 20:3 geschreven staat: 'Je zult geen andere goden dienen' . Dus Mosje ging terug. De oudsten zagen Mosje omdraaien en renden achter hem aan om de loechot van hem af te pakken. Mosje hield de loechot strak tegen zich aan en ondertussen probeerden de oudsten de loechot van hem los te sjorren. Maar Mosje was veel sterker dan de 70 oudsten bij elkaar (volgens een Midrasj was Mosje 6 m. lang...), zoals in Dewariem 34:12 geschreven staat: "en naar allen ging de machtige hand." 
Mosje keek naar de loechot en de letters vlogen weg. Vervolgens werden de loechot erg zwaar en ze vielen stuk op de grond. Er wordt gezegd: "hij [Mosje] brak hen niet totdat Hasjem tegen hem zei: '... dat heb jij gebroken...'   (Sjmot 34:1) moge dat jij versterkt wordt, omdat jij ze hebt gebroken...'  Jalkoet Sjimoni, 393.

Dit komt overeen met de koning die een vrouw trouwt, een ketoebah schreef en deze in handen legt van een aanwezige. Vervolgens gaat er een roddel over de vrouw te ronde waarin haar integriteit en trouw naar de koning in twijfel wordt getrokken. Wat doet de aanwezige? Hij scheurt de ketoebah met de woorden: "Het is beter dat zij als een ongetrouwde wordt geoordeeld dan als een getrouwde ". Mosje deed precies hetzelfde en zei: "Als ik de loechot niet breek, zal Bnej Jisrael niet in staat zijn zich staande te houden."  Wat deed hij? Hij brak de loechot en zei tegen Hasjem: "Zij (Bnej Jisrael) wisten niet wat in hen (de loechot) geschreven stond..." 

De rechtvaardigen onder het volk zeiden: "Voor zonde van afgoderij bestaat vast geen vergeving bij tesjoeva'". Zij zeiden dit omdat zij ook een mate van invloed aan/naar de afgod toeschreven. Het volk werd hierdoor corrupt. Alleen de stam Leví kwam op de vraag  "Wie voor Hasjem is, komt hier" (Sjmot/Ex. 32:26) af. Toch waren zij niet de rechtvaardigen van de andere stammen. Zij waren degene die zich geheel aan Mosje hadden onderworpen. Leví werkte als een gedisciplineerd leger die de opdrachten van de commandant nauwlettend opvolgde.

De twijfel onder leden van het volk was of Mosje nu wel of niet terug zou komen was inmiddels dus een feit. Wat niet ter discussie stond was of Hasjem wel of niet de Tora op Har Sinaj heeft gegeven. Daarom was er wel een tesjoeva' mogelijk, anders zou Hasjem het volgende niet verklaard hebben: "Zo zult jij heden weten, en in jouw hart hervatten, dat Hasjem die G'd is, boven in den hemel, en onder op de aarde, ejn od.. niemand meer. Dewariem 4:35! Hasjem wist dat een van de drie groepen niet aan afgoderij mee zouden doen en dat de ene groep - die dit wel deed, echter anders van aard was dan de andere. Toch rekende hij deze zonde als zonde van één volk aan.

Hasjem deelde drie straffen uit, gericht op drie groepen van mensen:

  1. Vs. 26-28: de straf met het zwaard werd aan de mensen uitgedeeld die na de waarschuwing van de ooggetuigen, toch het verbod van het aanbidden van ‘eigel hazahav overtraden.
  2. Vs. 35: de straf met de plagen werd aan de mensen uitgedeeld die geen waarschuwing van de ooggetuigen kregen en dus het verbod van het aanbidden van ‘eigel hazahav overtraden.
  3. Vs. 20: ... wajasjeq ... Hij liet hen drinken... de straf met het gif (goud van de ‘eigel hazahav werd tot stof gemalen en aan water toegevoegd) aan de rest van de mensen uitgedeeld. Zij behoorden tot de ongelovige mensen. Degene die niet van dit drankje stierven, gingen vrijuit, want zij hadden de ‘eigel hazahav niet aanbeden. Degene die stierven, waren schuldig aan het overtreden van het verbod op afgoderij. Deze groep mensen komen - zoals eerder aangetoond - overeen met een overspelige vrouw die ook haar schuld of onschuld moest bewijzen volgens dezelfde methode als hier beschreven (Bamidbar/Num. 5:16-28).

We moeten concluderen dat na zo'n fantastische belevenis aan de voet van Har Sinaj geen kracht in de wereld is die de verkregen heiligheid die Bnej Jisrael hebben ontvangen kan ontwortelen. Het aantal mensen, de  Eirev Rav en de Israelieten die zich over lieten halen om de 'eigel hazahav te aanbidden was slechts van klein aantal. In Bamidbar/Num. 11:21 leert ons dat 6.000.000 mannen te voet Mitsrajiem verlieten. Toen de sjeqels voor de Misjkan (Tabernakel) werden verzameld - dat na 3 maanden na de gebeurtenis van de 'eigel hazahav plaats vond - was het aantal van de mannelijke Bnej Jisrael na de straffen met 603.350 man gestegen. Echter de Halacha leert dat iedere Jood verantwoordelijk is voor de andere Jood. Dáárom werd het gehele volk geoordeeld, de zondaren werden gestraft en de overgrote meerderheid van het volk bleven ongedeerd. Vs. Sjmot 34:17-18 leert dat alleen de mannen de Sjalosj Regaliem - drie pelgrimsfeesten - werd opgedragen: Pesach, Sjawoe'ot en Soekkot. Het is de tikkoen voor de ‘eigel hazahav. Vandaar dat ná het verbod van het maken van goden, direct het gebod op het vieren van Pesach opvolgt. Het is een karpah, want Hasjem zal middels Zijn 13 Attributen bij Zijn volk zijn (34:5-10).

De reden dat zo'n generatie met zo'n hoge spirituele status zo vreselijk konden zondigen vormen een voorbeeld hoe je en masse berouw moet hebben, zoals Avodah Zara 4b zegt: "R. Yehoshua ben Levi zei: Israel maakte een kalf enkel om een opening te maken voor degene die op zoek zijn naar berouw, zoals er staat geschreven (Devariem 5:26): zou het mogelijk zijn dat deze gevoelens bij hen zouden blijven, Mij te vrezen en Mijn mitswes voor altijd te volgen". Rasji legt uit dat deze generatie erg sterk en dapper was in hun vrees voor Hasjem. Zij verdienden het niet dat hun Slechte Neiging hen zou overwinnen. Het zou ondenkbaar geweest zijn als hier niet sprake van een edict van de Koning geweest zou zijn, een edict die een opening geeft voor degene die opzoek zijn naar berouw. Zoals er staat geschreven in Jesjajahoe 1:18; de Haftara van Dewariem:  "Kom, laten wij er over praten (zegt Hasjem)... als jouw zonden rood zijn als draden, zij zullen wit als sneeuw worden."

Pagina index:
Copyright © 2009 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2024 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.