18 Sjewat 5779 | 24 januari 2019
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     Israël     Media     Publicisten     
Gewoonten en gebruiken zijn belangrijke ingrediënten in het Joodse leven
Publicatiedatum: dinsdag 14 juni 2011 Auteur: Dayan mr. Drs. R. Evers | 2.491 keer gelezen
Opperrabbijn R. Evers, Minhagiem [Gewoonten en Gebruiken] »

Oepsjernisj: eerste knipbeurt een driejarig jongetje. 

Lag ba‟Omer, de drieëndertigste dag van de Omer, is het de gewoonte feest te vieren omdat op die dag de sterfteplaag onder de studenten van Rabbi Akiwa ophield. Dit feit wordt niet in de Talmoed vermeld maar is een traditie van verschillende Ge'oniem, die leefden tussen 750 en 1000. Op deze dag worden veel choppes (huwelijken) gepland en is het – volgens de Asjkenazische ritus – weer geoorloofd naar de kapper te gaan. Speciaal in Israël wordt Lag baOmer nog echt gevierd. Schoolkinderen maken uitstapjes, ontsteken vreugdevuren en spelen met pijl en boog. Met name in het stadje Meron bij het graf van Rabbi Sjimon bar Jochai is de vreugde uitbundig, omdat Rabbi Sjimon bar Jochai op Lag baOmer overleed. Het is binnen Chassidische groeperingen gebruik geworden om op Lag baOmer naar Meron te trekken om aldaar het haar van jongetjes van om en nabij de drie jaar voor het eerst te knippen en fakkels te ontsteken.

Vaak spreken we over minhagiem (gewoonten). Maar wat is de functie van een minhag eigenlijk? Minhagiem geven een definitieve beslissing in geval er een meningsverschil bestaat omtrent een halachische kwestie. Maar we komen de term minhag ook tegen bij onderwerpen die helemaal niet in de halacha genoemd worden. Rabbijn Joseef Asjer Lemans, een negentiende eeuwse Av Beet Dien van Den Haag, schrijft, dat er tegenwoordig veel misbruik gemaakt wordt van het woord minhag om aan te tonen dat een bepaalde gewoonte nooit mag worden opgeheven. Rabbijn Lemans is in de pen geklommen om duidelijk te maken wat onder minhag verstaan moet worden.

Vier categorieën
Er moeten vier onderscheiden worden gemaakt in verband met het begrip minhag. De eerste categorie Joodse praktijkregels bestaat uit duidelijke voorschriften waarover geen meningsverschil bestaat. Deze categorie maakt geen deel uit van de minhag. Dit is namelijk halacha, die altijd, overal en voor iedereen bindend is.

De tweede categorie vormt werkelijk minhag. Deze is ingesteld door de Risjoniem (Geleerden die leefden tussen 1000 en 1500). Zelfs indien een minhag de mening vertegenwoordigt van een enkeling tegenover een meerderheid van andersdenkenden, kan dit een minhag genoemd worden. Soms is een minhag gebaseerd op een Psiekta of andere werken, hoewel de mening van de auteur ingaat tegen de Talmoed. Daarover staat geschreven: “Wend je niet af van de Tora van je moeder” (met moeder wordt het Joodse volk of haar Geleerden bedoeld). Slechts zeer uitmuntende Geleerden kunnen dergelijke minhagiem instellen. Hieronder valt het zeggen van Pijoetiem e.d. Hieronder vallen ook zaken die vanwege een choemra (verzwaring) of wegens een chasjasj (vrees) verboden zijn, zoals het eten van kitnijot (peulvruchten) op Pesach.

Gebruiken
Onder de derde categorie vallen zaken die niet terug te vinden zijn in de werken van grote Geleerden. Niettemin is men binnen het kader van de religie gewend geraakt aan bepaalde gewoonten. Dit noemt men „gebruiken‟. Hier gaat het over zaken als het wekelijks of maandelijks reciteren van Tehilliem (Psalmen) en het verkopen van parsjijot op Simchat Tora. Deze zaken kunnen veranderd worden met instemming van bestuurders van de stad. 

Onder de vierde categorie valt de orde van de dienst in de synagoge. Hieronder valt het al dan niet pasoek om pasoek (vers om vers) zeggen van de Pesoeke deZimra en Hakol Jodoecha, het zingen van Lecha Dodi door alle sjoelbezoekers of bepaalde stukken hiervan alleen door de chazan. Deze laatste twee categorieën zijn eigenlijk geen minhag. Het woord minhag voor de categorieën drie en vier wordt alleen als leenterm gebruikt. Minhagiem omtrent de tefilla (gebed) in de synagoge zijn niet werkelijk minhagiem maar brengen slechts een bepaalde ordening in het synagogaal gedrag aan.

Opheffing van gelofte
De lezer zal zich verbazen over het feit dat men een hatara (opheffing van gelofte) nodig heeft voor een minhag. De Talmoed in Nedariem (76a) stelt, dat “het verboden is iets, dat in feite toegestaan is, maar door veel mensen als een verbod wordt beschouwd, in hun aanwezigheid toe te staan, omdat er staat geschreven: „Men mag een minhag niet ontwijden‟”. Verklaarders, waaronder Rabbenoe Nissiem en Rabbenoe Asjer, menen op grond hiervan dat men een minhag niet zomaar mag opheffen. Einde citaat van Rabbijn Lemans. Een minhag beslist voornamelijk bij een halachisch meningsverschil. Toch worden bepaalde gebruiken in de spreektaal aangeduid als minhagiem. Hoewel uit de woorden van Rabbijn Lemans zou blijken dat een bepaald gedrag of gebruik zonder duidelijke bronnen in de halacha niet werkelijk een minhag is, gebruikt men in de Rabbijnse literatuur dit woord minhag ook voor ongefundeerde gewoonten.

Melodie
Een opvallend voorbeeld hiervan is te vinden in het werk Maharil van Maharil Segal, die stelt dat men geen enkele plaatselijke minhag mag opheffen, ook al gaat het slechts om een melodie of wijs in de eredienst. Volgens Rabbijn Lemans zijn melodieën geen werkelijke minhagiem. Wat Rabbijn Lemans gebruiken, reglementen of orde van de synagogale dienst noemt, moet men in acht nemen. Het verschil tussen een werkelijke minhag en een minhag in oneigenlijke zin geldt alleen in gevallen waar men een minhag wil veranderen. Dan bestaan er verschillen tussen de onderscheiden minhagiem over de vraag wie bevoegd is hierin veranderingen aan te brengen. Ook in gevallen waar er geen halachisch bezwaar bestaat om een minhag te veranderen (bijvoorbeeld in geval het bekend is dat deze minhag geen serieuze minhag is), weigerden de Rabbijnen vaak om een minhag op te heffen, omdat het volk geen onderscheid zou kunnen maken tussen wat een serieuze minhag is en wat alleen maar een minhag is in de zin van gebruik. Wanneer men gevestigde gewoonten zou opheffen, zou hierdoor wellicht het gevoel ontstaan, dat men de Tora kan aanpassen aan de tijdsgeest.

Verboden minhagiem
Over het algemeen werden minhagiem altijd strikt in acht genomen ongeacht de achtergronden hiervan. Zelfs wanneer men ze niet begreep, werden de minhagiem nauwkeurig nageleefd. Desondanks zijn er minhagiem die men niet mag volgen. Men moet deze proberen af te schaffen, ook wanneer men geen verbod schendt wanneer men ze wel nakomt. Een voorbeeld hiervan vinden we in het begin van Traktaat Bava Batra. De Misjna stelt daar vast, dat als er een meningsverschil bestaat tussen twee buren over de dikte van de scheidingsmuur, de gewoonte van de plaats bepaalt wie gelijk heeft. De Tosafisten schrijven daar (s.v. Bigeviel):`Het lijkt Rabbenoe Tam dat dit alleen geldt bij een afscheiding van planten en laurierbladen maar minder dan dat (heet het geen afscheiding) zelfs als dit de gewoonte was‟. Dit is een ongeautoriseerde minhag die geen navolging verdient. Hieruit volgt, dat er minhagiem zijn waar men zich niet op kan verlaten zelfs daar waar het gebruikelijk is om de minhag van het land te volgen. Hoe weet men op welke minhag men zich wel en op welke minhag men zich niet mag verlaten? Masechet Sofriem (14:18) geeft hier antwoord op:”Wanneer er staat dat de minhag een halacha opheft geldt dit alleen voor een erkende Minhag. Maar een minhag waarvoor men geen bewijs uit de Tora kan vinden is foutief en dient niet gevolgd te worden‟. De Mordechai brengt deze Tosefta in Bava Metsia, hoofdstuk 366, en voegt hier aan toe: „Er bestaan verschillende ongeautoriseerde gewoonten, die wij niet volgen, zoals Rabbenoe Tam in Bava Batra uitlegt‟.

Goede gewoonte
Wat is nu een geautoriseerde gewoonte? In zijn responsa schrijft Rabbi Elijahoe Mizrachi (hoofdstuk 16) hierover: ‟Er zijn ongeautoriseerde minhagiem, die men niet kan volgen. Enkel het bestaan van een minhag is onvoldoende. Er moet sprake zijn van een minhag van Wijzen en grote Geleerden, die van alle zaken op de hoogte zijn en weten waarop alles gebaseerd is met inachtneming van alle omstandigheden‟. Dit betekent dat het gewicht van een minhag afhankelijk is van de status van diegenen, die deze ingesteld hebben. Voldoet de autoriteit aan de criteria van Rabbi Elijahoe Mizrachi dan is het een goede minhag. Als dit niet het geval is, is het geen goede Minhag. Voor elke minhag waarvoor bronnen te vinden zijn in de werken van de grote Geleerden mag men aannemen dat dit een geautoriseerde minhag genoemd kan worden.

1   |   2   |   3      »      
Copyright © 2011 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2019 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.