26 Sjewat 5780 | 21 februari 2020
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     Israël     Media     Publicisten     
Ĝioer vanuit de Geleerden en de Tora benaderd
Publicatiedatum: woensdag 30 november 2011 Auteur: Redactie | 1.612 keer gelezen
Halacha, Gioer, Redactie »
Zowel Joden als niet-Joden zijn geschapen naar G'ds Evenbeeld en van beide houdt Hasjem. Zoals de Joden blij moeten zijn met hun plaats in de Schepping, zo moet een niet-Jood ook blij zijn met de plaats die hij heeft gekregen van Hasjem. Dit betekent dat niet-Joden de plaats van de Joden moeten proberen in te pikken en de plaats van de Jood dient te respecteren, maar ook zijn eigen plaats moet respecteren. Joden hebben een opdracht van Hasjem om het licht onder de volkeren te zijn. Dat is een taak en Hasjem rustte ons uit met kenmerken zodat wij onze taak naar behoren kunnen invullen. Deze kenmerken zijn speciale kwaliteiten en karaktereigenschappen die een onderdeel zijn van G'ds Plan. Israel's functie als het Uitverkoren volk is een verplichting. Zij is uitverkoren om een functie te vervullen waarvan de gehele mensheid profiteert. Haar exclusiviteit betekent verantwoordelijkheid, haar talenten betekenen overtreffende kwaliteiten die door Hasjem allemaal zijn gegeven om haar taak te kunnen volbrengen.

De Chazal, onze Geleerden, leren dat wij samen – Israël en de naties – partners zullen zijn in de tijd van de Mosjiach. Bnej Jisrael zal zich richten op het onderwijzen over Hsajem en Avodah Hasjem. De naties zullen naast haar staan en genieten van de oogst, zowel materieel als spiritueel. Samen zullen we een harmonische wereld onderhouden die gestoeld is op wijsheid en chesed. Ondanks die samenwerking moet Israel ook dan zich onderscheiden van de volkeren, anders is zij niet goed in staat haar taak te vervullen. Dit zien we terug in Avraham. Avraham deed aan outreach, maar onderscheidde zichzelf duidelijk van andere mensen. Zo liet hij zijn nakomelingen niet toe dat zij een gemengd huwelijk zouden aangaan [Avodah Zarah 18b]. Ook ging hij niet met Kena'anieten om. “Gelukkig is hij die niet meegaat in het beraad van de slechten.” [Tehilliem 1:1]. De slechten waren de Sdomieten en de Filistijnen. De outreach activiteiten van Avraham was direct gericht op heidenen.

Ook de brit mila was duidelijk een onderscheiding tussen Avraham en de volkeren om hem heen, ondanks hij 'vader van vele volkeren' [Bereesjiet/Gen. 17:5] wordt genoemd. Juist de brit mila, wat hem zo onderscheidde, kon hij meer invloed uitoefenen. Juist de brit mila maakte van Avraham een leider en een Aartsvader.

“wenivrechoe becha kol misjpachos ha'adamah...door jou zullen alle families op aarde gezegend zijn” [idem 12:3]. 'Nivrechoe' ontleent zich van mavrich wat 'enten' betekent. Hier wordt niet bedoeld dat Avraham zich tot de andere families en volkeren moest voegen om hen te kunnen enten. Maar het ging middels ĝioer. En het enten ging ook middels gemengde huwelijken die Isjma'el en Esaw met de Kena'anieten aangingen. Toch oefende Avraham middels hen zijn invloed uit. Isjma'els invloed kwam in uitdrukking in de Islam en Esaw's invloed via het Christendom.

Ondanks de Islam en het Christendom vervormde versies van Avrahams leer zijn, jagen zij de waarheid na en onthouden zij zich [zo goed en zo kwaad] op hun manier van afgoderij door deze af te schaffen. Daarom is RaMBaM van mening dat het Christendom en de Islam functioneren volgens het plan van Hasjem en functioneel zijn in het helpen het pad te bereiden voor de tijd dat de hele wereld Hasjem zal gaan dienen [Hilchos Melachim hfst. 12]. Hij is daarnaast van mening dat niet-Joden hierdoor bekent zijn geworden met Hasjems geboden, een factor dat de acceptatie van de Waarheid van de Tora in de Messiaanse Tijd zal faciliteren.

Zowel Hillel als Sjammai waren van mening dat de motieven van ĝioerkandidaten oprecht moesten zijn. Dit betekende niet dat zij voor bekering waren. In tegendeel. Joden hebben niet de verplichting te bekeren, want de Tora staat er negatief tegenover. Zo is het Joden verboden niet-Joden uit te Tora te doceren dat geen betrekking heeft op de Zeven Noachidische Wetten, die naar meer zijn uitgewerkt. Maar wanneer een niet-Jood aan de Jood uitleg vraagt omtrent de Zeven Noachidische Wetten, dan is de Jood verplicht hem te onderwijzen.

De bekende uitdrukking 'ĝer sje'bah l'hisga'jer... de vreemdeling die een ĝer wordt...' geeft aan dat de kandidaat zijn toetreding zelf moet initiëren. Zijn verlangen om tot het Joodse vol te horen moet vanuit wilskracht komen. Wanneer iemand uit kan komen, zijn oprechtheid heeft bewezen, is het een mitswe om hem nader tot je te trekken. Dit kennen wij nog van “Ga. Keer terug...”. De kandidaat moet nader tot je getrokken worden omdat er geschreven staat: 'Ik ben degene Die Yisro dichterbij trok en hem niet afweerde. Dit geldt ook voor jou wanneer een persoon bij je komt om uit te komen en komt in het belang van de Hemel, trek hem dichter tot je en weer hem niet af." [Yalkut Shimoni, Yisro 268].

Hasjem zoekt tussen alle mensen mensen met de fijnste elementen, met de nobelste spirituele kenmerken die dolgraag tot het Joodse volk willen toetreden. Toch is het niet bekeren van niet-Joden tot het Jodendom en Hasjems liefdevolle houding naar mensen die Joods willen worden, vormen geen contradictie in terminis met het feit dat Bnej Jisrael niet-Joden dus niet tot het Jodendom moeten doen bekeren. Het zijn twee niveaus waar Bnej Jisrael als Hasjem op acteren. De twee niveaus zijn afzonderlijk van elkaar, maar niet het tegenovergestelde. Talmoed Jeroesjalmi Berachot 2a leert “Wanneer Israël G'ds wil doet [dat wil zeggen, zich onderscheiden van andere volkeren], scant Hasjem het Universum op zoek naar rechtvaardige gojiem, en zorgt ervoor dat zij zich voegen [door middel van ĝioer] tot het Joodse volk. Dit betekent uiteraard niet dat Hasjem volksstammen ĝioer laat doen. Die kans hebben de volkeren al gehad toen Hij verscheen op Har Sinaj en het gros om verschillende redenen Zijn Tora geweigerd hebben. Sinds de Joden Zijn Tora wel welwillend aanvaarden [Na'aseh wenisjma...we zullen doen en we zullen horen."], is Hasjem alleen opzoek gegaan naar unieke individuen onder de volkeren om hen naar Zich toe te trekken.

Oorsprong van oprechte ĝeriem
De RaMBaM stelt dat alle ĝeriem zichzelf als nakomelingen van Avraham mogen beschouwen. Avraham verhoogde niet alleen zijn generatie en zijn nageslacht op een hoger plan, maar ook de ĝeriem. Hij is de vader van degene die hem proberen te evenaren, ook van deze ĝeriem [Hilchos De'os]. Zoals eerder aangegeven, oprechte ĝeriem hebben bijzondere kenmerken waarnaar Hasjem opzoek was. Iemand die hierin een voorbeeld is, is de Poolse edelman Avraham ben Avraham. Hij leefde in de 18e eeuw. Hij deed ĝioer, maar moest dit met de dood bekopen omdat hij door de kerk ter dood werd gebracht. Toen hij stierf deed hij Kiddoesj Hasjem [heiligen van Hasjem's Naam] op de meeste denkbare hoge niveau. Er wordt gezegd dat zelfs vóór zijn toetreding, ongedefinieerde gevoelens die getuigden van de grootheid van zijn geest, hem iedere Sjabbes hebben overweldigd.
Avraham ben Avraham werd zelfs terug getraceerd naar de ĝeriem toen Hasjem de Tora op Sinaj gegeven heeft! “[Sommige] individuen van de volkeren wilden het [de Tora] accepteren. Alleen doordat hun omstanders die de Tora weigerden, werd hiermee voorkomen dat de welwillende hun ambities [om tot het Joodse volk te behoren] niet gerealiseerd werd. De zielen van deze individuelen komen in alle generaties voor." [Yehudi Mihu Mahu (Een Jood, Wie is Hij? Wat is Hij?)van Avraham Korman].

De Chazal heeft een ander perspectief over de oorsprong van de ĝeriem. “Ondanks de ĝer zelf niet aanwezig was bij Sinaj, zijn mazal was daar wel [Rasji in Megilla 3a]. Hier wordt 'mazal' iemands spirituele tegenhanger bedoelt die ieder mens in de spirituele wereld is toegewezen. Dit entiteit heeft het belangrijkste invloed op iemands lot in de lagere wereld [Sjabbos 146a].

De oorsprong van onoprechte ĝeriem: het paard van Troje
De oorsprong van ĝeriem waarvan de motieven onoprecht zijn, is veel moeilijker te traceren. Er wordt aangenomen dat zij afstammen van de Eirev Rav. De Eirev Rav waren een groep Egyptenaren die met de uittocht mee zijn gegaan en ĝioer hebben gedaan. Toch ligt hun oorsprong nóg verder terug.

[Note: Wij willen direct benadrukken dat wij alleen niet in staat zijn te oordelen of een minder goed gelukte gioer per definitie sprake is van een gilgoel [reincarnatie] van de Eirev Rav.]

Avraham had helaas een fout gemaakt door Lot te ruilen met de door hem gevangen genomen krijgsgevangen van Sdom tijdens de oorlog met de vijf koningen vrij te geven. In plaats dat hij de krijgsgevangen terugstuurde naar Sdom, had hij hen over Hasjem moeten vertellen [Mivtach Mi'eliyahu] door middel van zijn welbekende outreach en hen zelf laten beslissen wat zij met deze informatie zouden moeten doen. Hij heeft hiermee de krijgsgevangen ontzegd over de kennis van Hasjem. De zielen van deze krijgsgevangen kregen een 'herkansing' als Egyptenaren ten tijde van Mosje. Maar deze keer hebben zij het zelf verprutst door zich vast te blijven klampen aan avodah zara en het trachten Bnej Jisrael te verleiden met de eigel hazahav [gouden kalf]. Door de gehele geschiedenis heen hebben deze gereïncarneerde zielen veel schade aan het Joodse volk berokkend en het Joodse volk doen degenereren. Volgens de Tikunei Zohar Chadasj 37 zullen deze zielen in de voor Messiaanse-tijdperk zichzelf manifesteren als hoofden van het Joodse volk om te trachten om ons als volk geestelijk te ruïneren.

“Vierentwintig generaties, een bekeerling valt terug in zijn negatieve aspecten” [Yalkut Shimoni, Ruth 601]. Hier wordt dus verwezen naar niet-Joden die met valse motieven zijn toegetreden tot het Joodse volk. Deze motieven zijn voor ons verborgen, maar de resten uit het verleden zijn voor een lange periode van tijd bewaard in de genetische make-up van deze nakomelingen die onoprecht zijn [geweest]. Zelfs de wetenschap begint langzamerhand te erkennen de theorie dat niet alleen fysieke kenmerken, maar ook emotionele neigingen en karaktertrekken, erfelijk zijn.

Toetreden tot het Jodendom – ĝioer – is dus een uniek en persoonlijk proces. Wanneer iemand zich tot het Joodse volk toetreedt, krijgt hij een volledig nieuw identiteit en wordt hij een geheel volwaardig lid van het Joodse volk. Het is een wedergeboorte en die wedergeboorte is het omarmen van de waarheid en door die waarheid na te jagen zal zijn levensstijl volledig veranderen. Wanneer de waarheid niet zijn gehele levensstijl zal beïnvloeden, is niet oprecht.

Twee eisen
Het Joodse volk moet een eenheid vormen. Wanneer je gioer doet moet je van doordrongen zijn dat je een actief onderdeel wordt van een volk die zijn naaste als zichzelf liefheeft en zodra er verscheidenheid optreedt, kwetsbaar wordt. Deze verscheidenheid heeft ons de tweede Bejt Hamiqdasj en leven in Erets Jisrael gekost! Rabbi Tarfon zei eens: “De Joodse mensen zijn als een stapel walnoten. Wanneer één walnoot verwijderd wordt, is ieder noot op de stapel uit zijn evenwicht. Zo is het ook met een enkele Jood die in nood verkeert, elke andere Jood is dan uit zijn evenwicht.” Zo moet het Joodse volk dus zijn. Niemand moet zich van de rest afscheiden. Daarom is het Joodse volk een uniek volk.

De tweede eis waarin niet geconformeerd mag worden is het accepteren van het Juk van de Mitswot. De Sifri [Dwariem/Deut. 33:6] leert: “Voordat Hasjem de Tora aan Israel gaf, onthulde Hij het niet alleen aan Israel, maar aan álle volkeren. Eerst benaderde hij Bnej Esaw [de kinderen van Esaw] en zei: 'Wil je de Tora accepteren?' Zij antwoordden: 'Wat staat er in?' Hij zei tegen hen: 'Je zult niet doden.' Toen antwoordden zij: 'Meester van het heelal, de diepste essentie van onze vader [Esaw] is dat hij een moordenaar is... Wij kunnen de Tora niet accepteren.' Toen ging Hij naar Ammon en Moav en zei: 'Wil je de Tora accepteren?' Zij antwoordden: 'Wat staat er in?' Hij zei tegen hen: 'je zult geen overspel plegen.' Toen antwoordden zij: 'Meester van het heelal, onze de diepste essentie komt van overspel... Wij kunnen de Tora niet accepteren.' Toen ging Hij naar de kinderen van Jisjma'el. Zij vroegen: 'Wat staat er in?' Hij zei tegen hen: 'Je zult niet stelen.' Toen antwoordden zij: 'Meester van het heelal, onze de diepste essentie is dat wij leven van diefstal en roof... Wij kunnen de Tora niet accepteren.'”
En Bnej Jisrael zei: 'Na'aseh wenisjma...we zullen doen en we zullen horen.' Deze Midrasj leert dat het accepteren van de Tora oprechte verplichting verlangt om alle geboden na te leven. Geen een uitgezonderd. Wanneer je die verplichting niet op je wilt nemen, is de acceptatie van de Tora niet valide. Daarom is de eerste vereiste om toe te treden de acceptatie van het Juk van de Geboden.

Pagina index:
Copyright © 2011 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2020 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.