6 Siewan 5780 | 29 mei 2020
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     IsraĆ«l     Media     Publicisten     
Sjavoe'ot: een feest van eenheid
Publicatiedatum: donderdag 24 mei 2012 Auteur: Rabbijn prof. Efraim Sprecher | Vertaling: Devorah | 890 keer gelezen
Sjavoe'ot, Rabbi Sprecher »

In Sjemot/Ex. 19:2 zegt de Tora: "Zij kampeerden in de woestijn en hij, Israël, kampeerde voor de Berg Sinaj." Rasji vraagt waarom 'gekampeerd' in het enkelvoud staat terwijl er sprake was van miljoenen Joden die voor de Berg stonden. Rasji legt vervolgens uit dat we allemaal verenigd zijn "als één persoon met één hart" om de Tora te ontvangen.

Tijdens de Openbaring op Sinaj "regeerden de mensen met één stem. We zullen ieder woord dat Hasjem heeft gesproken doen" [Sjemot 24:3]. Was dit slecht een eenmalig fenomeen waarbij iedere Jood identiek ervoer wel ideaal? Is het wel mogelijk dat iedere Jood de verplichting heeft alle 613 mitswes te doen, te geloven in de principes van het Jodendom en aan verscheidenheid aan opties met betrekking tot hoe je moet leven is onderworpen? Immers, Israël is ingedeeld in stammen met verschillende activiteiten wat bewijs is dat er een verscheidenheid aan opties bestaat waarop het Joodse volk zich moeten gedragen in Eretz Jisrael. Ook is er sprake van verschillende taken in het dienen van Hasjem, heeft de stam Levi zelfs een exclusieve taak, zoals dit door de RaMBaM is omschreven in de Misjneh Torah, Hilchot Sjemitah 13:12:

"Levi werd apart gezet voor de aanbidding van Hasjem en om Hem te dienen en om zijn rechtvaardige Leer en Zijn rechtvaardige wetten aan het volk te leren, zoals er staat geschreven: 'Zij zullen jou de Wet van Ja'aqov en jouw Tora leren' [Dwariem/Deut. 33:10].”

Maar de RaMBaM voegt er aan toe dat deze tribale rol niet het individu - die is gemotiveerd is - weerhoudt het pad van Levi te volgen en zijn leven exclusief wijdt aan lernen en onderwijzen van de Tora. Het is 'saamhorigheid' van de stammen die in Dwariem 33:5 wordt genoemd: "En het was toen er een koning in Yeshurun was, wanneer de leiders van de mensen zich verzamelden, samen met de stammen van Israël". Het verwijst naar de eenheid en niet naar de uniformiteit. In Berachot 35b debatteren Rabbi Ishma'el en Rabbi Shimon bar Yochai over de respectieve taken binnen het werk ten opzichte van de Tora. Rabbi Ishma'el leidt van de vers "Verzamel je graan" [Dwariem 11:14] af dat een persoon moeten werken in combinatie met het leren van de Tora. Als reactie vraagt Rabbi Shimon bar Yochai: "[als iedereen in alle seizoenen de nodige agrarische taken uitvoert], wat betreft de Tora?" Volgens zijn menig is de meest ideale persoon degene die vertrouwen heeft dat zijn agrarische taken weer door anderen worden uitgevoerd. Dan citeert de Talmoed Abaye: "Vele volgden Rabbi Ishma'el en werden succesvol. Anderen volgden Rabbi Shimon bar Yochai en waren niet succesvol."

Rabbi Tzadok Hakohen van Lubin verbindt in zijn boek "Tzidkat Hatzadik" het debat tussen Rabbi Ishma'el, Rabbi Shion bar Yochai en de conclusie van Abaye aan de verschillen tussen de eerste twee paragrafen van de Sjema. De eerste paragraaf van de Sjema is in het enkelvoud en in de tweede is het in het meervoud. De eerste paraja zegt dat wij van G'd moeten houden met “als onze kracht” [Dwariem 6:6] wat de Talmoed verklaart dat dit betrekking heeft op onze rijkdom. De tweede paragraaf "en het zal zijn dat jullie luisteren..." kent niet zo'n frase.

Rabbi Tzadik leert dat de eerste paragraaf uit de Sjema, dat dus in enkelvoud is geschreven, gericht is tot speciale mensen die een G'ddelijke roeping hebben, zoals Rabbi Shimon bar Yochai. Dat is de renden waarom zij verplicht zijn G'd lief te hebben met "heel hun rijkdom". Deze mensen zijn verplicht zelfs van hun middelen van bestaan af te zien in het belang van het dienen van G'd.

Daarentegen wordt de tweede paragraaf verwoord in het meervoud en maakt ook geen melding van het [op]offeren van rijkdom en verwijst naar het “binnenhalen van het graan". Zoals Rabbi Tzadok uitlegt wat dit omdat "de massa moet werken, hun eigendommen moeten bewaken, zich zorgen moeten maken over inkomen en het onderhouden van henzelf." Volgens Rabbi Tzadok is de reden dat vele de weg van Rabbi Shimon bar Yochai zonder succes hebben gevolgd is omdat "het niet Hasjems wil is. Hasjem wilt dat de mens de wereld cultiveert en niet verlaten laat liggen." Dit maakt duidelijk dat er geëist wordt een elite van Tora Geleerden te vormen naast het grote publiek.

In Parasja Ekev [Dwariem 10:12] stelt de Tora de vraag: "Nu Israël, wat wilt Hasjem jouw G'd van jou?" De Netziv, Rabbi Naftali Yzvi Yehuda Berlin legt in zijn commentaar 'Ha'amel Davar' uit dat het Joodse volk vier groepen omvatten en G'd vraagt van iedere groep weer iets anders.

De eerste groep zijn de Hoofden van Israël en hun gemeenschappelijke leiders.
De tweede groep zijnde Tora Geleerden die de "Ousten van Israël' worden genoemd.
De derde groep mensen zij degene die werken voor de kost en
de vierde zijn de kinderen.

Ten aanzien van de vier groepen schrijft de Netziv:  "Ieder groep verschilt zich van de ander wat Hasjem van hen verlangt. G'd vraagt niet van heel Israël, maar van iedere Jood in overstemming met zijn status. Dat wat G'd van de een vraagt, vraagt Hij de ander niet. En soms vraagt Hij van de ene groep iets wat voor de tweede groep praktisch verboden is."

De Natzit gaat dieper in op wat er van iedere individuele groep wordt gevraagd. Hij zegt: "zoals een werkman werkt voor de kost, moeten zij de mitswes doen in de gepaste tijd maar hun onderneming mag geen enkele mitswe te niet doen. Toch is het onmogelijk van iemand, die helemaal in zijn zaak opgaat, te verwachten dat hij bij zichzelf liefde en vrees voor G'd ontwikkelt. Je kan van hen enkel en alleen het invullen van de mitswes verwachten, want dat is immers wat Hasjem van hen verwacht."

Volgens deze principe is het mogelijk een geschieden maar gelijkwaardige paden te bewandelen om G'd te dienen. De Chofetz Chaim verwijst naar Ta'anit 31a. Daarin staat: "In de toekomst zal Hasjem een dansende cirkel voor de rechtvaardigen hebben en Hij zal in het midden van hen zitten in Gan Eden. Ieder van hen zal wijzen met zijn vinger zeggende: "dit is onze G'd op Wie wij hebben gewacht." [Jesjajahoe 25:9]

Het commentaar van de Chofetz Chaim luidt: "als men gebruik maakt van een kompas om een cirkel te trekken, zal de afstand vanaf het centrum overal gelijk zijn. Zo zijn er ook vele paden in het dienen van G'd. Een pad waarbij de ene echt oprecht naar G'd verlangt en naar Hem zoekt, maar zal gelijk zijn aan de ander. Zo zullen de rechtvaardigen in G'd cirkel dansen vanuit verschillende plaatsen, en hij zal wijzen naar G'd met zijn vinger. Iedere rechtvaardige zal op gelijke afstand tot G'd staan ten opzichte van de ander."
De Chofetz Chaim spreekt hier de rechtschapen en de geleerden op aan die vaak denken dat zij alleen dichtbij G'd staan. In de Messiaanse tijd het duidelijk zijn dat veel benaderingen op gelijke afstand van G'd staan.

Dat is de boodschap van Sjavoe'ot. Mensen moeten elkaar accepteren, van alle Joden houden en niet te streng over hen oordelen.

©Rabbi prof. Sprecher 2012

Copyright © 2012 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2020 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.