17 Elloel 5779 | 16 september 2019
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     IsraĆ«l     Media     Publicisten     
Wanneer is vleierij toegestaan?
Publicatiedatum: zondag 17 november 2013 Auteur: Redactie | 777 keer gelezen
Halacha, Redactie, Talmoed Tora, Lasjon Hara [kwaadsprekerij], Moessar [ethiek] »
Vleierij, chanifah, wordt door de Gemara [Sotah 42a] samen met spotters, leugenaars en roddelaars op een hoop geplaatst. De Gemara legt namelijk uit dat al deze mensen de Sjechina – G'ds heerlijkheid - niet zullen aanschouwen. Waarom?

Iyun Yaakov legt uit dat deze vier typen mensen het 'verbond van de tong' met forse schreden betreden. Dit verbond is door Hasjem in leven geroepen om de tong doen te bewegen om alleen de waarheid te vertellen. Door dit verbond te overtreden, beschadigen zij de vier-letterige Naam van Hasjem: de Joed, de Heh, de Wav en de Heh. Dat is de reden waarom zij Hasjem's heerlijkheid niet mogen aanschouwen. Deze mensen kunnen de waarheid niet herkennen en worden nagenoeg belemmerd om tesjoeva te doen en hun wegen te veranderen.

Rabbenoe Yonah beschrijft in Shaarei Teshuva negen categorieën van chanafiem, vleiers.

De 1e 2 categorieën van chanafiem betreft chanafiem die een rasja alom prijzen. De 2e en 3e categorie prijzen chanafiem de rasja om zijn kwaliteiten en zwijgen over zijn misstappen.
De volgende categorieën van chanafiem hebben betrekking tot het meewerken met ongepaste mensen in verschillende contexten. Zo betreft de 4e en 5e categorie de chanafiem die deelname hebben aan een project samen met een rasja.
De 6e en 7e categorieën hebben betrekking tot het onthouden van correctie van anderen.
De 8e niveau betreft de chanifah die zijn mond houdt wanneer iemand in zijn bijzijn lasjon hara spreekt. Zij het lasteren van anderen of denigrerend over de Tora – en in bijzonder bepaalde geboden - spreken.
Op de 9e niveau geeft de chanifah eer aan rasja.

Let op: er is een wezenlijk verschil tussen prijzen en eren.

De Gemara zegt in 41b dat vleierij wel is toegestaan wanneer je te maken krijgt met rasjiem, slechte mensen. Dit is gebaseerd op Bereesjiet/Gen. 33:10 waarin staat dat Ja'qov tegen zijn broer Esav zei dat hij Esavs gezicht had gezien zoals men een gezicht van een goddelijk wezen ziet, en hoopte dat Esav welbehagen in Ja'aqov zou hebben. In feite vleit Ja'aqov bij Esav hopend dat Esav geen negatieve gedachten over Ja'aqov meer zou koesteren. Rif in Ein Yaakov leert dat iemand mag vleien wanneer hij denkt dat zijn leven in gevaar is of dat hij zwaar gewond kan raken. Hij baseert dit de uitspraak dat iemand voor de Tora moet leven en daardoor niet moet sterven. Hij citeert daarbij Pirkee D'Rabbi Eliezer. Daarin wordt gesproken dat Hasjem Ja'aqov confronteert met het feit dat Ja'aqov vleide bij Esav. Ja'aqov argumenteerde dat hij oprecht bang voor zijn leven was.

Een interessante eigenschap van vleierij is, dat men geen eens iemand hoeft te loven om zich niet schuldig te maken aan vleierij. Zelfs het vermijden van een bepaalde mening om op die manier een machtig persoon niet voor de voeten te hoeven lopen, wordt gezien als vleierij. Dit omdat er geen sprake is van gevaar. Een voorbeeld uit de Misjnah.

Agrippas was tijdens de tweede tempelperiode koning en las dat hij eigenlijk niet geschikt was voor deze positie omdat hij geen Joodse vader heeft dan alleen een Joodse moeder [Rasji]. De Geleerden zeiden tegen hem omdat zij bang waren dat de koning anders tegen hen zou keren: “Joh maak je niet zo druk, je bent onze broeder!” Echter Be'er Sheva leert dat Agrippa helemaal geen slecht persoon was waardoor er geen sprake was van gevaar.

Naast de lasjon hara die toen hoogtij vierde en ook de vernietiging van de Bejt Hamiqdasj heeft veroorzaakt, heeft deze vleierij naar Agrippa volgens de Gemara ook bij toegedragen aan de vernietiging van de Bejt Hamiqdasj. Waarom? Zoals eerder gesteld: vleierij wordt valt onder lasjon hara. De Gemara licht toe: “vanaf het moment dat vleierij heerste, raakte rechtsgang verstoord en daden werden verdorven totdat niemand meer staat was tegen zijn naaste te zeggen: “mijn daden zijn groter dan die van jou”.” Rasji legt uit dat het voorbeeld dat de Geleerden niet protesteerden dat Agrippas macht kreeg over de troon, uiteindelijk te geleid heeft dat het juridisch systeem faalde, omdat machtige justitiabelen werden gevleid [welwillender werden behandeld] en leiders waren schuldig aan vleierij door boosdoeners niet te vermanen betreft hun zonden.

Uiteindelijk zette deze stellingname mensen aan om te zondigen, want alles werd toch door de vingers gezien.

Dit nu geleerd te hebben, weten we door de Gemara en Shaarei Teshuva dat de 9 typen van vleierij verkeerd gedag in de gemeenschap veroorzaken, doordat niemand die wel kennis heeft van wangedrag of bedrieglijk gedrag door een naaste, corrigeert en zelfs goedpraat. Of sterker: het gedrag zelfs valselijk rechtvaardigt op een manier dat de persoon begint te geloven dat hij niets verkeerds heeft gedaan. Hij heeft zich schuldig gemaakt aan vleierij!

Bron: Limud Yomi Kleinman Editie deel I I en Shaarei Teshuva 3

©Jodendom-online.nl 2013

Copyright © 2013 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2019 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.