Chanoeka |
|
 |
Mi Kamocha Baeeliem HaSjem? Wie is aan Jou gelijk onder de goden Hasjem?
Alzo gaf G´d aan Makkabeüs en aan de zijnen den moed, dat zij den tempel en de stad weer innamen; en zij vernielden de andere altaren en tempels, welke de heidenen hier en daar op de straten hadden opgericht. En nadat zij den tempel gereinigd hadden, maakten zij een ander altaar en namen vuurstenen en sloegen vuur, en offerden weer, hetwelk in twee jaren en zes maanden niet geschied was, en offerden... |
|
|
|