12 Tisjri 5781 | 30 september 2020
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     IsraĆ«l     Media     Publicisten     
Een beetje geven aan een goed doel kan een leven redden
Publicatiedatum: zondag 11 mei 2014 Auteur: Redactie | 1.151 keer gelezen
Halacha, Redactie, Chesed, Noachieden, Tsedaka [geven aan een goed doel], Moessar [ethiek], Leer van de Chofets Chaim »

Wajjiqra/Lev. 25:35-36: Wanneer jouw broeder wordt verarmd en zijn middelen wankelen in jouw nabijheid, dan zal je hem ondersteunen - ger [iemand die door toetreding Joods is geworden] of tosjav [Ben Noach] - dus dat hij bij jou kan leven. Neem geen rente of verhoging aan, maar vrees voor Hasjem; zodat jouw broeder bij jou kan leven.”]. De pasoekiem vormen de bron van de grote mitswe om jouw naaste Jood financieel te ondersteunen in tijd van nood en geen rente mag rekenen wanneer je geld uitleent.

Een Misdrasj vertelt wanneer iemand een laag bedrag aan geld geeft aan de armen, dan zal Hasjem hem met een kleine hoeveelheid terug betalen. Wat betekent deze raadselachtige Midrasj?

Het zal je maar overkomen. Een arts vertelt de familie dat wanneer die doodzieke familielid van jou de nacht door komt of zelfs de komende uren, dan is er hoop. Leven en dood kunnen dus aan een korte tijd afhangen. De enige vraag wat gesteld wordt is of de patiënt nog dat kleine beetje kracht heeft om door die korte tijd heen te kunnen komen. Hier is sprake dat Hasjem iemand – die een beetje aan armen heeft gegeven – enkele uren gunt en deze uren zullen de belangrijkste uren van zijn leven zijn. Hoewel de gever slechts een paar uur krijgt in ruil voor het weinige dat hij had gegeven, wordt door Hasjem hem veel meer dan alleen dat weinige die hij heeft geven, in rekening genomen. Immers, hij kan hiermee zijn eigen leven redden en een nieuwe levensles is aangevangen!

Maar als je geen tsedakah [geven aan een goed doel] geeft, is volgens de Chofets Chaim het volgende realiteit.

Je zit op een avond lekker aan je tafel, content en weltevreden, wanneer een arme man bij je aanklopt met de vraag of hij geld mag lenen en biedt vervolgens een onderpand aan. Jouw reactie is kort en bondig: “Op dit moment komt het me even niet uit om je geld te lenen.” Hij verlaat jouw huis en je denkt niet meer aan deze gebeurtenis.

Maar wat je stomweg vergeet is dat er nog een veel indringender en langere episode aan hetgeen vooraf is gegaan. Je zag niet de maanden overwegingen en de gesprekken met zijn vrouw in een poging om te beslissen of hij wel of niet zijn trots moet inslikken om een lening te vragen, iets wat hij in alle mogelijke manieren heeft geprobeerd te voorkomen. Toen hij besloot dat het niet alleen nodig, maar ook noodzakelijk was, moest hij de tijd nemen om een goede onderpand uit te kiezen wat in jouw ogen goed genoeg zou zijn. Vervolgens heeft hij het beste moment uitgekozen, heeft al zijn moed bij elkaar geraapt en met zijn onderpand onder de arm klopte bij je aan. Jij wees hem af en de hele episode, zoals eerder vastgesteld, stopt hier voor jou. Maar het gaat verder door. Met lege handen gaat hij naar huis en moest onder de verwachtingsvolle ogen van zijn vrouw komen die hoopte op een opluchting. Maar in tegenstelling tot een verlichting, kreeg de man ook nog eens te maken met een diep teleurgestelde vrouw die in huilen is uitgebarsten en die hij ook nog eens moet troosten. De resultaten van jouw harteloze gebrek aan barmhartigheid was de totale ontbinding van zijn huis, een man die ooit was een gerespecteerd huiseigenaar was, werd door jouw wreedheid in een zwervende bedelaar.
En nu sta jij voor het Hemelse Beet Din en zul je de gevolgen van jouw acties – die een desastreus effect hadden – moeten accepteren.
De Chofets Chaim beëindigt zijn relaas met de volgende feit. Degene die in zichzelf de kwaliteit van het altijd medelijden hebben met anderen ontwikkelt, zal geluisterd worden met genade van Boven.

Daarom is het een minhag – gewoonte – om voor het dawnen van Sjacherit [ochtendgebed] een beetje tsedakah in een tsedakah-busje te doen [Bava Basra 10a]. Want niets is zo symbolisch dan een brug te slaat tussen hemel en aarde door het geven van geld voor tsedakah. Geld is de motor waarop deze fysieke wereld draait. Geestelijk, de Tora, kan namelijk niet worden gekocht met geld. Alles in deze wereld wat lomp en grof is, wordt door namelijk geld beheerst. Het natuurlijke effect van een overvloed aan geld, is de ontkenning van Hasjem [Misjle/Spr. 30:9]. Terwijl we Hasjem's band met deze wereld proclameren en daarmee de gescheiden werelden van geestelijke en het lichamelijke overbruggen, geven wij fysieke – juist geld - aan de armen. Deze handeling fungeert als de laatste rustplaats van de Sjchinah – G'ds Aanwezigheid. Ons woord en onze acties zijn dan een afspiegeling die deze 2 werelden samenbrengt.

Voorts mogen Joden niet alleen Joden geen rente van andere Joden vragen, maar rente vragen aan niet-Joden is volgens de Sefer Hachinoech zelfs een mitswe [mitswe 573]. Echter, Joden mogen aan Bne Noach geen rente vragen [pasoek 36]. Ook dat is een mitswe.
De reden waarom je aan een niet-Jood rente moet vragen en aan een Bne Noach niet, is omdat de heiden het bestaan van Hasjem ontkent [RaMBaM] en de Bne Noach niet.

Tot slot zei leert RaMBaM dat een anonieme gift de hoogste vorm van tsedakah is. Echter is de anonieme gift enkel noodzakelijk wanneer de gever denkt dat de ontvanger zich beschaamd voelt, wanneer hij weet dat de gever hem de gift heeft gegeven. In alle andere gevallen mag de gever om broches vragen. Dit maakt de mitswe niet minder!

Bron: Limud Yomi Deel I

©Jodendom-online 2014

 

 

 

Copyright © 2014 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2020 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.