6 Siewan 5780 | 29 mei 2020
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     Israël     Media     Publicisten     
Tehilliem/Psalmen 6
Publicatiedatum: zondag 04 januari 2015 Auteur: Redactie | 912 keer gelezen
Brit Mila (besnijdenis), Mosjiach [Messias], Gezondheid en sport, Leven, dood en Opstanding der doden , Lijden, Media_Halacha en Ethiek, Media_levensbeschouwing, Tesjoeva [Inkeer], Moessar [ethiek], Tehilliem/Psalmen »
Tehilliem 6 is door Dawied Hamelech gecomposteerd toen hij bedlegerig was door een vreselijke ziekte. Hij accepteerde de jissoeriem [tegenspoed] als een bevrijding van zijn ziel van de ketenen van zonde.

De Tehilliem wordt begeleid met een sjeminit. Dat is een 8 [sjemini]-snarig instrument [Talmoed Arachin 13b]. De 8 staat voor de bevrijding van deze wereld, verlossing van deze fysieke en morele ziekten [Maharal en Hirsch]. Dit zijn de primaire voorwaarde wanneer de Mosjiach ons van de keten van deze wereld bevrijdt. Hetzelfde is de besnijdenis op de 8e dag, de Brit [Verbond] met Hasjem dat wij ons bevrijden van de gijzeling van de ontuchtige wereld. 'Ara', voorhuid, symboliseert de ontuchtige wereld.

Dawied Hamelech heeft dus voor dit instrument gekozen omdat deze verwijst naar zijn doodsangsten over zijn ontheiliging van zijn brit met Hasjem door zonde. Hij verlangde naar een zelfdiscipline op messiaans niveau, waardoor hij bevrijd zou worden van lusten en verlangens die hem aanzette tot zonde. Radak legt uit dat Dawied Hamelech deze Tehilliem niet alleen voor een ieder die in angst leeft heeft gecomponeerd; de Tehilliem is óók gecomponeerd voor Israël die verziekt en onderdrukt voelt in galoet [ballingschap]. Zijn doel is daarmee bereikt, want deze Tehilliem 6 is onderdeel van de dagelijkse tachanoen, een pleidooi voor vergeving en genade.

De sjeminit zal ondertussen pas in de messiaanse tijd in de Bejt Hamiqdasj [Tempel] bespeeld worden. Normaliter bespeelde men in de Tempel de 7-snarige instrument. In Olam Haba zal er met een 10-snarig instrument gespeeld worden [vers 1].

Tucht vanuit liefde
Tucht mij Hasjem, maar met mate, niet in Jouw boosheid. Anders blijft er weinig van mij over...” [Jermijahoe 10:24-25]. Stort Jouw boosheid uit over de volkeren die Jou niet kennen.

Hasjem, 'al be'apch tochiechenie we'al bachamatcha tejasrenie... Hasjem wijs me niet terecht in Jouw boosheid [tochichenie] en wijs me niet terecht in Jouw woede [tajasrenie]. Het verschil tussen 'ach [boosheid] en chemah [woede], is dat chemah een verborgen boosheid is die in het hart door woekert. De Malbi legt uit dat tochachah – terechtwijzing – wat met vriendelijke woorden gepaard gaat. Dit in tegenstelling tot jissoer – bittere terechtwijzing – wat meestal met lichamelijke ongemakken of lichamelijke straf staat.

Toen Mosje Rabbenoe veronachtzaam was om zijn zoon op de 8e dag de brit milh [besnijdenis] te geven, omdat hij gepreoccupeerd was op zijn missie Bnej Jisrael namens Hasjem te bevrijden uit Mitsrajiem [Sjmot/Ex.4:24-26], werd hij door twee wrakende engelen aangevallen. Hun namen waren 'ach' en 'chemah' [Nedariem 32a]. Op dezelfde wijze had Dawied Hamelech het gevoel dat hij niet op het niveau kwam van de verheven normen die opgelegd is door de brit milah. Daarom was Dawied Hamelech meer dan bewust dat hij die jissoer verdiende [wat hij ook accepteerde], maar smeekte dat deze jissoer niet vanuit chemah uitgevoerd zou worden, maar vanuit zorg en liefde [vers 2].

Alle gebreken en zwakheden in ieders lichaam komt uit besmettingen en zonden van de ziel
Hoewel Dawied Hamelech de brit van zijn brit milah heeft overtreden omdat hij zijn
jetser hara niet in de hand had, werd hij ziek waardoor ook zijn geest mal – gebroken - raakte. “Mijn skelet, de geraamte van mijn lichaam, schudt door de enorme impact van mijn ziekte.' Het kan zo zijn dat de grootste pijn van Dawied Hamelech niet lichamelijk, maar spiritueel was [vers 3]. Want alleen een robuuste, gezonde en een zelfverzekerde geest kan een ziek lichaam ondersteunen en genezen. Zoals Sjlomo Hamelech zegt in Misjle/Spr. 18:14: 'De geest van een man zal zijn ziekte ondersteunen, maar een gebroken geest, wie zal deze opheffen?' Daarom klaagde Dawied Hamelech om zijn lichaam. Zij geest was niet sterk genoeg deze te ondersteunen [Mahari Ya'avetz Hadoresh op vers 4].

Want alle gebreken en zwakheden in ieders lichaam komt uit besmettingen en zonden van de ziel. Daarom dawnen wij 'refoe'at hanefesj oerfoe'at haĝoef...een genezing van de ziel en een genezing van het lichaam.' De Talmoed zegt ook in Nedariem 41a dat een persoon niet eerder geneest van zijn ziekten totdat al zijn zonden zijn vergeven. Zoals Tehilliem 103:3 stelt: 'Die al jouw zonden vergeeft, Die al jouw ziekten geneest.' Dawied Hamelech vraagt eerst aan Hasjem om zijn ziel te bevrijden van de ketenen van zonde door zijn zonden te vergeven en dan pas kan zijn lichaam weer opknappen. Maar niet via wonderen, want wonderen worden in Olam Haba afgetrokken van jouw verdiensten. Vandaar dat Dawied Hamelech simpelweg vroeg hem te sparen vanuit Hasjems G'ddelijke Goedheid [vers 5].

Wanneer de ziel zich scheidt van het lichaam bij de dood, dan verlaat de ziel een lichaam dat van steen lijkt die in het graf terecht zal komen. De ziel daarentegen zal steeds hoger en hoger stijgen om Hasjem eindeloos te prijzen. Het niveau van de lofprijzing hangt af in hoeverre de ziel zich heeft geperfectioneerd in dit leven. Daarom hebben de rechtvaardigen enorme behoefte om te leven, want dat is het enige moment dat zij hun zielen kunnen verrijken als voorbereiding voor de eeuwige gelukzaligheid [vers 6].

Tesjoeva doen met hetgeen je gezondigd hebt
Vervolgens zegt Dawied Hamelech dat hij zijn ogen,
waarmee hij zondigde, wilt zuiveren met tranen [Alshich op vers 7]. Dit is dus tesjoeva [inkeer] doen op de volgende manier: “Beter is om met dezelfde daad waarmee je zondigde, deze te gebruiken voor kiddoesj Hasjem [heiligen van Hsjems Naam] [Shaarei Teshuva].
Iedere nacht doordrenkte Dawied Hamelech zijn bed met zijn tranen. Daarmee zei hij: “
met mijn nachtelijke tranen reinig ik het bed waarop ik zondigde met Bat Sjeva.' [vers 7].
Door al die tranen, raakten de ogen van Dawied Hamelech ontwricht
[Rasji in de naam van Menachem; Radak op vers 8]! Dit aangezien het feit dat zijn ogen de middelen waren om te zondigen. Hij liet te toe om te dwalen.

Zijn ogen, hart en zijn verlangen waren zijn kwelgeesten, daarom wilde hij van ze af. Dit omdat Hasjem het geluid van zijn gehuil had gehoord. Dawied Hamelech schreef over zijn zonde in de verleden tijd, omdat hij dit zei nadat hij van zijn ziekte was genezen of hij voorzag dat hij van zijn ziekte zou genezen.

In Berachot 5:5 staat dat Rabbi Chanina ben Dosa dwanende [bad] voor de zieken en voorspelde: “hij zal leven en hij zal doodgaan”. Wanneer hem gevraagd werd hoe hij dit wist, antwoordde hij: “wanneer mijn tefillot probleemloos van mijn lippen komen, dan weet ik het zeker dat zij geaccepteerd zouden worden. Desalniettemin, wanneer ik haper en struikel over mijn woorden, dan weet ik dat ze afgewezen worden.” Dawied Hamelech kon zijn eigen genezing voorspellen omdat zijn tefillot probleemloos van zijn lippen kwamen, waardoor hij zei: “Ki sjema' Hasjem qol bichjij.. omdat Hasjem het geluid van mijn gehuil heeft gehoord.”
Zijn kwelgeesten zijn niet alleen zijn ogen, hart en verlangen, maar ook zijn politieke tegenstanders
[vers 9].

De vuren van de Gehinnom
Wanneer deze tegenstanders zien dat hun hoop is verbruid, dan zullen zijn hun vijandigheid betreuren en zich verzoenen met Dawied Hamelech. “Op dat moment zullen zij vol schaamte voor mij staan' [Radak op vers 11]. Want Midrash Shocher Tov leert dat de vuren van de Gehinnom niet meer zijn dan de brandende schaamte van de slechte mensen die zullen lijden in hun vernedering. In de toekomst zal Hasjem de slechte mensen meenemen naar de Gan Eden en hun vacante plaatsen laten zien. Hij zal hen zeggen: “Deze plaatsen waren voor jou en jouw medestanders gereserveerd. Maar aangezien jouw boze wegen je schuldig te maken, heb je een deel verworven in de Gehinnom.” Hasjem wendt Zich tot hen om hen te laten zien wat zij hebben verbeurd in Gan Eden en dat is het moment dat zij zullen branden van schaamte [vers 11].

Bronnen: Sefer Tehillim met commentaren vanuit de Talmoed, Midrash en Rabbinale bronnen van Artscroll Tenach Series

De volgende sjioer geeft Rabbi Mizrachi uitleg over zowel Tehilliem 5 als Tehilliem 6. Vanaf 01:12:00 geeft hij uitleg over Tehilliem 6. Hij weet de Tehilliem altijd in onze huidige tijd te plaatsen.



©Jodendom-online 2015
Copyright © 2015 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2020 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.