15 Tammoez 5780 | 06 juli 2020
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     IsraĆ«l     Media     Publicisten     
De Omertijd als rouwperiode
Publicatiedatum: dinsdag 21 juni 2011 Auteur: Dayan mr. Drs. R. Evers | 1.390 keer gelezen
Halacha, Omer tellen, Lag Be'omer, Opperrabbijn R. Evers, Minhagiem [Gewoonten en Gebruiken] »

D. Velen hebben de minhag gedurende de gehele Omertijd, dus vanaf de tweede dag Pesach tot de dag voor Sjawoe’ot, zich niet te scheren (zie de Sja’aré Tesjoewa in de naam van de Ari zal Orach Chajiem 493:8).

Minhag hamakom
Iedereen is verplicht de minhag te volgen van de plaats, waar hij woont. Het is van essentieel belang, dat alle Joden in één gemeente dezelfde minhag houden. Rema (Orach Chajiem 493:3) stelt, dat men op één plaats geen twee (of meer) verschillende gewoonten mag aanhouden, daar dit in strijd is met het Tora-princi­pe “lo titgoddedoe”. Dit betekent, dat men zich binnen het Joodse volk niet mag opsplitsen in allerlei subgroeperingen (Dewariem 14:1). Door het aanhouden van verschillende gewoonten binnen één groepering (en a fortiori binnen één woonplaats) lijkt het alsof het Joodse volk twee verschillende Tora’s zou hebben.
Tegenwoordig echter bevinden zich in elke Joodse gemeenschap van enige om­vang vele personen, die oorspronkelijk op andere plaatsen hebben gewoond of wiens voorouders van andere plaatsen afkomstig waren. Zo bevinden zich in Antwerpen velen, die voor, tijdens of na de Tweede Wereldoorlog hierheen gevlucht zijn vanuit Polen, Rusland, Hongarije en andere landen uit Oost-Euro­pa. Sommigen behoren bij chassidische groeperingen, anderen rekenen zich tot de jekkes of Litouwers.

Geen eigen minhag
Elk van deze groepen wordt geacht zijn eigen gewoonten voort te zetten. Dit is niet in strijd met het principe van “lo titgoddedoe”, daar deze situatie vergeleken kan worden met het geval, dat er twee Rabbinale hoven (Baté-dien) aanwezig zijn in dezelfde stad. Elk Beet-dien heeft het recht zijn eigen beslissingen te nemen. Naar analogie hiervan heeft ook elke groepering het recht haar eigen minhagiem voort te zetten, zelfs ingeval deze minhagiem niet stroken met de oorspronkelijke plaatselijke minhag (zie hieromtrent Igrot Mosjé, Orach Chajiem, deel I, par. 159).
Een probleem, dat voornamelijk tegenwoordig actueel is, is de vraag wat men moet doen, indien men geen eigen minhag heeft. In deze tijd, waarin vele jongelui hun weg terugvinden naar het Jodendom, kunnen de gewoonten van de ouders vaak niet als richtsnoer gelden, daar de ouders veelal geheel geassimileerd waren of zijn en niets meer aan het Jodendom deden of doen. De Misjna Beroera (Orach Chajiem 493:17) is van mening, dat men in een dergelijk geval tussen de verschillende minhagiem kan kiezen. Indien men zich aan de beperkingen van verschillende minhagiem tegelijkertijd wil houden (men scheert zich bijvoorbeeld tussen de tweede dag Pesach en de dag vóór Sjawoe’ot in het geheel niet) is dit toegestaan, daar men dit doet op grond van twijfel over te volgen minhag. Wil men echter de “verlichtingen” van verschillende minhagiem combineren (men scheert zich alleen niet tussen Rosj-chodesj Ijar en Lag ba’Omer) dan is dit ongeoorloofd (zie de Bioer HaGra Orach Chajiem 493:15), daar men hierdoor tegenstrijdige minhagiem wil verenigen en dit dan aangeeft, dat men geen enkele minhag aan­houdt. Een dergelijk persoon wordt een “overtreder” genoemd en schendt een verbod van de Chagamiem (Wijzen). Toch is het geoorloofd een chassene (brui­loft) te bezoeken van personen, die er een andere minhag op nahouden. Indien U bijvoorbeeld de minhag hebt de rouwperiode in acht te nemen vanaf de tweede dag Pesach tot Lag ba’Omer en kennissen hebben de minhag zich pas vanaf Rosj-chodesj Ijar aan de Omerbeperkingen te houden, dan kunt U deelne­men aan de met zang en dans gevierde chassene van Uw kennissen (Igrot Mosjé, Orach Chajiem, deel I, par. 159).

Intolerantie
Wij rouwen volgens de Talmoed vanwege de onverdraagzaamheid binnen klal Jisraeel. Vele leerlingen van Rabbi Akiwa konden het grote principe van hun leraar “heb uw naaste lief als uzelf – dit is de hoofdregel van de Tora” niet waarmaken. Rabbi Sjimon bar Jochai was hiertoe wel in staat en wel op zo een uitzonderlijke wijze, dat dit zich aan het menselijk oog onttrok. Rabbi Akiwa voegde hem eens toe: “Wees er tevreden mee, dat ik en je Schepper je grootheid weten te waarderen” (J.T. Sanhedrien 1:2). Rabbi Sjimon blonk uit in twee aspecten: hij leerde Tora met volledige overgave en beminde zijn medemens werkelijk als zichzelf. Beide aspecten van deze persoonlijkheid waren met elkaar verweven. Indien men de Leer van G’d zonder bijbedoelingen (“kowed” etc.) kan bestuderen omdat dit gegeven werd door G’d, is men ook in staat de medemens zonder discriminatie te benaderen, als schepsel van dezelfde G’d. Indien men van de Vader houdt, heeft men zijn kinderen ook lief.

Hoogdravend?
Wellicht klinkt dit de gemiddelde burger wat hoogdravend in de oren. Maar onze traditie leert, dat “niets aan een serieuze wil in de weg kan staan”. Rabbi Sjimon was niet voor niets een leerling van Rabbi Akiwa. Rabbi Akiwa was de man van de volharding. Veertig jaar lang was hij een eenvoudig herder. Toen hij trouwde met Racheel moedigde deze hem aan om de Tora te gaan bestuderen. De Tal­moed vertelt, dat Rabbi Akiwa het bijzonder moeilijk had, toen hij met zijn Tora-studie begon. Hij was veertig jaar, volledig ongeletterd en straatarm. Eens zag hij hoe voortdurend druppelend water een gaatje in een harde rots had gemaakt. Hij zei tot zichzelf: “De rots is hard, het water zacht en de druppeltjes klein. Maar toch maakt het water, wanneer het regelmatig valt, een uitholling in de rots. Als ik doorzet en volhardt, zal ik mijn problemen kunnen overwinnen”. Wat mogelijk bleek op het intellectuele vlak, moet ook mogelijk zijn op het emotionele en intermenselijke vlak.

Kwaliteit irrelevant
Het is mijns inziens niet toevallig, dat de figuur van Rabbi Akiwa bij het Omertel­len centraal staat. Tellen en tolerantie jegens de ander zijn met elkaar verbonden. Een interessant aspect van het tellen is, dat de kwaliteit of eigenschappen van de getelde personen of zaken irrelevant zijn voor de telling. Toen het Joodse volk aan het begin van het boek Numeri geteld werd, maakte het geen verschil of de getel­den zeer belangrijk, voornaam of geleerd waren. Iedereen gold als niets meer en minder dan één. Binnen ons volk vindt men de grootste intellectuelen en de meest domme mensen. Wanneer wij bijvoorbeeld bij het dagelijkse gebed een minjan (tien mannen) nodig hebben dan maakt het geen verschil of er tien intelligente of tien simpele mensen staan. Zijn er negen grote Rabbijnen dan maakt een jongetje, dat net Bar-Mitswa geworden is het vereiste getal vol. De Midrasj leert, dat “indien er bij het geven van de Tora slechts één van de 600.000 Joodse mannen ontbroken had, de Tora niet gegeven zou zijn”.

Essentie
Waarom is dit zo? Omdat wij allen één ding gemeen hebben: de vonk G’ddelijkheid, de nesjama of nesjomme. En indien wij in staat zouden zijn alleen op dit allerbelangrijkste mensaspect te letten en voorbij te gaan aan allerlei onhebbelijkheden van onze medemens, die stammen uit lagere regionen van het menszijn, dan zullen wij kunnen komen tot werkelijke achdoet (eenheid). Rabbi Sjimon bar Jochai kon zijn medemens op dit hoge niveau schouwen en waarderen. Met zijn dood had hij dit levensideaal waargemaakt en bij zich geperfectioneerd. Vandaar, dat zijn jaartijddag voor het hele volk Israel tot op de dag van heden vreugdevol gevierd wordt.
De Omertelling bereidt ons voor op het ontvangen van de Tora. De Midrasj vertelt, dat de Tora pas werd gegeven, toen alle leden van het Joodse volk elkaar in een verdraagzame eenheid konden aanvaarden. Misschien is het daarom, dat de Tora geen duidelijke datum aangeeft voor Sjawoe’ot. Sjawoe’ot is niet afhankelijk van een vastgestelde datum. Pas na intermenselijke perfectie, dat zijn beslag heeft gekregen in de Omertelling, is men gereed voor het werkelijk ontvangen van de Tora. En dit is de bedoeling van het Omertellen: opvoeden in verdraagzaamheid met als motto “verbeter de wereld, begin bij uzelf”.

 

©Dayan mr. drs. R. Evers 2011

«      1   |   2   
Copyright © 2011 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2020 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.