15 Adar 5779 | 22 maart 2019
Artikelen
Jodendom in praktijk     Hasjkafa     Feest- en Gedenkdagen     Samenleving     Geschiedenis     Antisemitisme     IsraĆ«l     Media     Publicisten     
Toe B'Av: viering van de begrafenis der doden?
Publicatiedatum: donderdag 02 augustus 2012 Auteur: Rabbijn prof. Efraim Sprecher | Vertaling: Devorah | 503 keer gelezen
Tammoez-Av-Eloel, Tisja Be'av, Rabbi Sprecher »

Geen feest is volgens de Gemara [Taanis 30b] zo vreugdevol voor het Joodse volk dan Toe B'Av, de 15e Av en Jom Kippoer. Wat is er zo speciaal aan de 15e Av?

Er bestaan verschillende meningen in de Gemara. Volgens de ene mening was dit de dag dat de slachtoffers van Beitar begraven mochten worden. Toen de Romeinen de bewoners van Beitar afslachtten, lieten zij hun lichamen liggen om deze in de zon te laten wegrotten. Maar op de 15e Av kregen de Joden toestemming hen te begraven. Daarom was dit een overtreffende vreugde. Dit is daarom de dag waarop de Geleerden de broche "Hatov wehamejtiev" in Birkas Hamazon hebben ingesteld. G'd wordt daar "Goed" genoemd omdat Hij niet toestond dat deze lichamen gingen ontbinden. Ook wordt Hij de "Barmhartige" genoemd, omdat Hij er voor zorgde dat de Romeinen de Joden toelieten de lichamen te begraven.

Dit is een verbijsterende Gemara. We kunnen ons namelijk niet eens voorstellen hoe afschuwelijk en ongelooflijk het bloedbad in Beitar was. Honderdduizenden doden lagen letterlijk opgelijnd langs de straten. Hoe kan het zo zijn dat op deze catastrofale plaats een vreugdevolle dag zijn om al deze doden te begraven? Waarom spreekt de Gemara van een vreugdevolle dag?

Om deze verbijsterende en bizarre verklaring te begrijpen, moeten de Gemara in de historische context plaatsen. Wanneer vond de begrafenis van de doden in Beitar plaats? Dat was 62 jaar na de verwoesting van de Tweede Beis Hamiqdasj, Heilige Tempel, nadat het volk in ballingschap gedreven werd en de opstand van Bar Kochba werd verpletterd. Het was ook nadat Rabbi Akiva Bar Kochba als Mosjiach had uitgeroepen. Daarna werd zowel Bar Kochba als Rabbi Akiwa door de Romeinen gedood. Ieder hoop en kans op verlichting en verlossing werd door de Romeinse tirannie en wreedheid de bodem ingeslagen. Het Joodse volk was van mening dat de Almachtige hen had verlaten en dat Hij niet meer om hen gaf. Zij dachten dat zij alleen en verlaten waren zonder vrienden. Ze waren wanhopig. Zij hadden het gevoel dat ze in een uitzichtloze situatie verkeerden.

Toen zij naar Beitar liepen om de doden te mogen begraven, zagen zij een prachtig wonder. Deze honderdduizenden lichamen waren niet vergaan. Het lucht was niet met ziekmakende stank van de dood gevuld. Toen realiseerden zij zich dat G'd hen juist niet had verlaten, dat zij niet alleen waren. Zij werden overwelfd met een vreugde die zij in geen jaren meer hadden gevoeld.

Wat is de grootste troost? De kennis dat wij nooit alleen zijn en dat G'd altijd met ons is, zelfs in onze verschrikkelijke lijden. In Psalm 91:15 staat: "Ik [G'd] ben met hem [Israël] in alle pijn en verdriet." Davied Hamelech zei in Ps. 139:8: "Wanneer ik na mijn dood naar de Hemel ga, ben Jij daar, maar al zou ik naar de hel [sje'ol van de wortel 'sja'al' wat 'vragen' betekent en 'waar onderzoek naar de doden wordt gedaan], ben Jij er ook." G'd zal nooit Joden de rug toekeren, zelfs niet in de hel.

Deze feit is de grootste bron van alle troost en vreugde.

 

©Rabbi prof. Sprecher 2012

Copyright © 2012 Jodendom Online
 
 
Contact Zoeken Noachieden Online Beheer
 
Copyright © 2019 Jodendom Online. Alle rechten voorbehouden.