22 september 1928: Een dag voor Jom Kippoer verdween een kind van 4 jaar. De Ku Kux Klan verspreidde de roddel dat de joden het kind hadden ontvoerd om het bloed voor de Grote Verzoendag te gebruiken. Naast dat er tijdens Jom Kippoer veel ongeregeldheden tegen de joodse gemeenschap plaatsvonden, nam de politie de roddel zo serieus dat de rabbijn van de stad en andere joden ondervraagd werden. Op Jom Kippoer werden de deuren van de synagoge geblokkeerd. Volgende dag kwam het kind veilig thuis. 22 september 1939: 3000 joden van Lancut werden de stad uitgedreven in de richting van de rivier de San en gedwongen deze over te zwemmen. Onder het zwemmen werden vele door de nazi’s doodgeschoten en vele verdronken. 22 september 1941: 1200 joden van Wiloczan werden door de SS vermoord. 28000 joden van Vinnitsa en omgeving werden op deze Rosj hasjana samen in een getto gedreven en door de nazi’s vermoord. 22 september 1942: Transport van merendeels bejaarde Tsjechische joden van Theresienstadt naar het oosten. Men vermoed dat zij in Minsk om het leven zijn gebracht. 225 joden van Syrokomia werden in hun huizen levend verbrand. 2500 joden van Jadowo, 2800 joden van Sokolow Podlaski, 7500 joden van Wegrow kwamen in het vernietigingskamp van Treblinka terecht. 500 joden van Sokolow ontsnapten in de eerste instantie, maar werden ontdekt en doodgeschoten. 700 anderen wisten de bossen in te vluchten, maar de nazi’s kreeg hen ook te pakken. Slechts enkele wisten de partizanen te bereiken en sloten daar aan. |